De vennootschappen en de publiekrechtelijke rechtspersonen en entiteiten, onderworpen aan boek III, titel 3, hoofdstuk 2, van het Wetboek van economisch recht, die voor hun personeelsleden en/of bedrijfsleiders, rust- of overlevingspensioenverplichtingen hebben aangegaan in het kader van een pensioenregeling, die door een instelling voor bedrijfspensioenvoorziening wordt beheerd, zijn vrijgesteld van de vorming van voorzieningen voor die verplichtingen. Die vrijstelling heeft betrekking op het gedeelte van de voorzieningen waarvoor de instelling voor bedrijfspensioenvoorziening van een vrijstelling geniet overeenkomstig artikel 163 tot 166, 168 of 169 van de wet van 27 oktober 2006 betreffende het toezicht op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening of waarvan de vennootschap of publiekrechtelijke rechtspersoon of entiteit geniet overeenkomstig respectievelijk artikel 165, eerste lid of 168, § 1, tweede lid, van de voormelde wet van 27 oktober 2006.