Naamloze vennootschappen, Europese vennootschappen en Europese coöperatieve vennootschappen mogen de in artikel 3:35 bedoelde geboekte meerwaarden in kapitaal omzetten voor het gedeelte van de geherwaardeerde waarde verminderd met de geraamde belastingen hierop.
TITEL 2. — Jaarrekening en geconsolideerde jaarrekening van vennootschappen met rechtspersoonlijkheid: bijzondere bepalingen
HOOFDSTUK 1. — Jaarrekening
Afdeling 1. — Waarderingsregels: bijzondere bepalingen
Artikel 3:76
Artikel 3:77
§ 1. Bij een fusie door overneming, een fusie door oprichting van een nieuwe vennootschap of een met fusie door overneming gelijkgestelde verrichting zoals gedefinieerd in de artikelen 12:2, 12:3 en 12:7 van het Wetboek van vennootschappen of verenigingen vervallen:
- de eigen aandelen die de overgenomen vennootschap bezit en die krachtens de artikelen 12:34, § 2, 2°, 12:48, § 2, en 13:57, 2° van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen niet mogen worden omgewisseld tegen aandelen van de overnemende vennootschap;
- ten belope van de boekwaarde van deze eigen aandelen, de onbeschikbare reserve voor eigen aandelen die door de overgenomen vennootschap daartoe is gevormd; wanneer er geen reserve voor eigen aandelen werd gevormd, is artikel 7:219, § 3, van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen van toepassing.
§ 2. Indien, rekening houdend met de ruilverhouding en de nominale of fractiewaarde van de als vergoeding toegekende aandelen, het bedrag, waarmee het kapitaal of de inbreng van de overnemende vennootschap wordt verhoogd groter is dan het kapitaal of de inbreng van de overgenomen vennootschap, wordt het verschil onttrokken aan de andere bestanddelen van het eigen vermogen van de overgenomen vennootschap, volgens de regels vastgesteld door de algemene vergadering die tot fusie besluit; in het tegenovergestelde geval wordt het verschil geboekt als een uitgiftepremie of een inbreng.
§ 3. Als de vennoten van de overgenomen vennootschap een opleg in geld verkrijgen, wordt die geacht te zijn onttrokken aan het eigen vermogen van de overgenomen vennootschap.
Deze onttrekking aan het eigen vermogen gebeurt op de wijze vastgesteld door de algemene vergadering die tot fusie besluit met naleving van de wettelijke en statutaire bepalingen.
Indien de algemene vergadering die tot fusie besluit, niet heeft beslist aan welke post van het eigen vermogen die opleg moet worden onttrokken, gebeurt dit in deze volgorde: aan de overgedragen winst, aan de beschikbare reserves en aan de andere reserves die volgens de wet of de statuten mogen worden uitgekeerd en aan de beschikbare inbreng.
§ 4. Indien de overnemende vennootschap of een andere gelijktijdig overgenomen vennootschap aandelen bezat van de overgenomen vennootschap, worden deze aandelen bij de fusie ingetrokken en worden de verschillende bestanddelen van het eigen vermogen van de overgenomen vennootschap in de boekhouding van de overnemende vennootschap slechts opgenomen ten belope van de fractie die overeenstemt met de aandelen van de overgenomen vennootschap die omgewisseld werden tegen aandelen van de overnemende vennootschap.
§ 5. Indien de aandelen van de overgenomen vennootschap, die met toepassing van de artikelen 12:34, § 2, 1°, of 12:57, 1°, van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen niet werden omgewisseld tegen aandelen van de overnemende vennootschap, in de boekhouding van de vennootschap die ze bezat waren opgenomen tegen een waarde die niet overeenstemt met de fractie die zij vertegenwoordigen in het eigen vermogen van de overgenomen vennootschap, dan wordt het verschil verwerkt volgens zijn aard of zijn oorsprong:
a) Wanneer de boekwaarde van de betrokken aandelen groter is dan de fractie die zij vertegenwoordigen in het eigen vermogen van de overgenomen vennootschap, wordt dit verschil voor zover mogelijk toegerekend aan de actiefbestanddelen, inclusief de immateriële activa, met een grotere waarde dan het bedrag waarvoor zij in de boekhouding van de overgenomen vennootschap voorkwamen. Voor zover dit verschil voortvloeit uit een overwaardering van de schulden of uit afschrijvingen, waardeverminderingen of voorzieningen die door de overgenomen vennootschap in resultaat waren genomen maar die niet langer dienstig dan wel overtollig zijn, dan worden die bij de fusie via de resultatenrekening teruggenomen dan wel gecorrigeerd ten belope van dit overschot.
Het verschil dat overblijft na deze toerekeningen wordt, naar gelang van het geval, opgenomen in de post “Goodwill” of in resultaat genomen.
b) In het tegenovergestelde geval wordt het verschil als volgt verwerkt: voor zover dit voortvloeit uit een overwaardering van activa of een onderwaardering van passiva door de overgenomen vennootschap, worden op het tijdstip van de fusie voor het desbetreffende bedrag in de resultatenrekening afschrijvingen, waardeverminderingen, voorzieningen en correcties geboekt.
Het verschil dat overblijft na deze correctieboekingen wordt in resultaat genomen.
Artikel 3:78
Een splitsing door overneming, een splitsing door oprichting van nieuwe vennootschappen of een gemengde splitsing zoals gedefinieerd in de artikelen 12:4, 12:5 en 12:6 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen, alsook een met splitsing gelijkgestelde verrichting zoals gedefinieerd in artikel 12:8, 1° en 2°, van hetzelfde wetboek, wordt verwerkt overeenkomstig het bepaalde in artikel 3:77.
Voor elke verkrijgende vennootschap is artikel 3:77 evenwel van toepassing op de overgedragen activa en passiva, rechten en verplichtingen en op het overgedragen deel van het eigen vermogen van de gesplitste vennootschap.
Artikel 3:79
De latente meerwaarden die worden uitgedrukt in toepassing van de artikelen 14:38 en 14:42 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen en betrekking hebben op vaste activa met een beperkte gebruiksduur moeten worden afgeschreven volgens een overeenkomstig artikel 3:6, § 1, opgemaakt plan dat ertoe strekt de vastgestelde waarde af te schrijven over de vermoedelijke residuele gebruiksduur van de betrokken activa.
Afdeling 2. — Vorm en inhoud van de jaarrekening
Onderafdeling 1. — Jaarrekening volgens het volledige schema
1. Schema van de balans.
Artikel 3:80
De balans wordt opgesteld overeenkomstig het schema opgenomen in bijlage 3.
2. Schema van de resultatenrekening.
Artikel 3:81
De resultatenrekening wordt opgesteld overeenkomstig het schema opgenomen in bijlage 3.
3. Inhoud van de toelichting.
Artikel 3:82
In de toelichting bij het volledig schema van de jaarrekening worden de hierna volgende gegevens opgenomen:
I.
Een staat van de oprichtingskosten (post I van de activa) met de vermelding van hun nettoboekwaarde per einde van het vorige boekjaar, de mutaties tijdens het boekjaar (nieuwe kosten van het boekjaar, afschrijvingen, andere) alsmede de nettoboekwaarde per einde van het boekjaar. Deze laatste wordt uitgesplitst in:
- kosten van oprichting of, in voorkomend geval, kapitaalverhoging of verhoging van de inbreng, kosten bij uitgifte van leningen, en andere oprichtingskosten;
- herstructureringskosten.
II.
Een staat van de immateriële vaste activa (post II van de activa) die een uitsplitsing bevat in:
- Kosten van ontwikkeling;
- Concessies, octrooien, licenties, knowhow, merken en soortgelijke rechten;
- Goodwill;
- Vooruitbetalingen;
en voor elk van deze posten de gegevens vermeldt bedoeld onder de punten a), c) en d) van de hieronder vermelde staat III.
III.
Een staat van de materiële vaste activa (post III van de activa) die een uitsplitsing bevat in:
- Terreinen en gebouwen (III.A);
- Installaties, machines en uitrusting (III.B);
- Meubilair en rollend materieel (III.C);
- Leasing en soortgelijke rechten (III.D);
- Overige materiële vaste activa (III.E);
- Activa in aanbouw en vooruitbetalingen (III.F);
en voor elk van deze posten de volgende gegevens vermeldt:
- het bedrag van de aanschaffingswaarde per einde van het vorige boekjaar, de mutaties ervan tijdens het boekjaar (aanschaffingen, met inbegrip van de geproduceerde vaste activa, overdrachten en buitengebruikstellingen, overboekingen van een post naar een andere), en het bedrag ervan per einde van het boekjaar;
- het bedrag van de meerwaarden per einde van het vorige boekjaar, de mutaties ervan tijdens het boekjaar (geboekte meerwaarden, meerwaarden verworven van derden, afgeboekte meerwaarden, overboekingen van een post naar een andere) en het bedrag ervan per einde van het boekjaar;
- het bedrag van de afschrijvingen en de waardeverminderingen per einde van het vorige boekjaar, de mutaties ervan tijdens het boekjaar (geboekt of teruggenomen via de resultatenrekening, verworven van derden, afgeboekt, overgeboekt van een post naar een andere) en het bedrag van deze afschrijvingen en waardeverminderingen per einde van het boekjaar;
- het bedrag van de nettoboekwaarde per einde van het boekjaar.
Voor de rechten waarover de vennootschap beschikt op grond van leasing of een gelijkaardige overeenkomst wordt de nettoboekwaarde op het einde van het boekjaar uitgesplitst in: terreinen en gebouwen; installaties, machines en uitrusting; meubilair en rollend materieel.
IV.
Een staat van de financiële vaste activa (post IV van de activa) die een uitsplitsing bevat in:
A. eensdeels:
- Deelnemingen in verbonden ondernemingen (IV.A.1);
- Andere deelnemingen (IV.B.1);
- Andere aandelen (IV.C.1),
met vermelding voor elk van deze posten van de gegevens bedoeld onder de punten a), b), c) en d) van de hierboven vermelde staat III evenals van de niet opgevraagde bedragen per einde van het vorig boekjaar, de mutaties ervan tijdens het boekjaar en het bedrag ervan per einde van het boekjaar;
B. anderdeels:
- Vorrderingen op verbonden ondernemingen (IV.A.2);
- Vorderingen op ondernemingen waarmee een deelnemingsverhouding bestaat (IV.B.2);
- Andere vorderingen (IV.C.2);
met vermelding voor elk van deze posten van de nettoboekwaarde per einde van het vorige boekjaar, de mutaties ervan tijdens het boekjaar (toevoegingen, terugbetalingen, geboekte en teruggenomen waardeverminderingen, wisselkoersverschillen, overige), de boekwaarde per einde van het boekjaar en het gecumuleerde bedrag van de waardeverminderingen per einde van het boekjaar.
V.
A. De lijst van de ondernemingen waarin de vennootschap een deelneming bezit in de zin van deze titel, alsmede van de andere ondernemingen waarin de vennootschap maatschappelijke rechten bezit ten belope van ten minste tien procent van het geplaatste kapitaal.
Voor elk van deze ondernemingen moeten de volgende gegevens worden verstrekt: de naam, de zetel en zo het een onderneming naar Belgisch recht betreft, het ondernemingsnummer dat haar werd toegekend door de Kruispuntbank van Ondernemingen; het aantal maatschappelijke rechten dat rechtstreeks door de vennootschap wordt gehouden en het percentage vertegenwoordigd door dit bezit, evenals het percentage maatschappelijke rechten gehouden door dochtervennootschappen van de vennootschap; het bedrag van het eigen vermogen en het nettoresultaat over het laatste boekjaar waarvoor de jaarrekening beschikbaar is. Het aantal gehouden maatschappelijke rechten en het percentage dat ze vertegenwoordigen worden in voorkomend geval vermeld per soort van uitgegeven maatschappelijke rechten. Dezelfde gegevens worden verstrekt over de rechtstreeks en onrechtstreeks gehouden conversie- en intekenrechten.
Het bedrag van het eigen vermogen en het nettoresultaat over het laatste boekjaar waarvoor de jaarrekening beschikbaar is, mogen worden weggelaten:
- indien de onderneming waarin wordt deelgenomen of waarvan maatschappelijke rechten worden gehouden door consolidatie wordt opgenomen in de geconsolideerde jaarrekening van de vennootschap, opgemaakt en openbaar gemaakt overeenkomstig het Wetboek van vennootschappen en verenigingen en titel 1 van dit boek, of
- indien de betrokken onderneming deze gegevens niet openbaar moet maken; deze uitzondering geldt evenwel niet voor dochtervennootschappen.
Het bedrag van het eigen vermogen en van het nettoresultaat van de buitenlandse ondernemingen wordt uitgedrukt in vreemde munt; deze munt wordt vermeld.
B. De lijst van de ondernemingen waarvoor de vennootschap onbeperkt aansprakelijk is in haar hoedanigheid van onbeperkt aansprakelijke vennoot of lid.
Voor elk van de ondernemingen waarvoor de vennootschap onbeperkt aansprakelijk is worden volgende gegevens verstrekt: de naam, de zetel, de rechtsvorm en zo het een onderneming naar Belgisch recht betreft, het ondernemingsnummer dat haar werd toegekend door de Kruispuntbank van Ondernemingen.
De jaarrekening van elk van de ondernemingen waarvoor de vennootschap onbeperkt aansprakelijk is, wordt bij de jaarrekening van de vennootschap gevoegd en samen hiermee openbaar gemaakt. Op voorwaarde dat zulks in deze staat V.B wordt vermeld, is dit voorschrift echter niet van toepassing:
- wanneer de jaarrekening van deze onderneming wordt openbaar gemaakt op een wijze die strookt met artikel 3:10 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen of daadwerkelijk wordt openbaar gemaakt in een andere Lid-Staat van de EU, zoals voorgeschreven door artikel 16 van de richtlijn (EU) 2017/1132; of
- wanneer de jaarrekening van deze onderneming door integrale of evenredige consolidatie wordt opgenomen in de geconsolideerde jaarrekening van de vennootschap die is opgesteld, gecontroleerd en openbaar gemaakt overeenkomstig het Wetboek van vennootschappen en verenigingen en titel 1 van dit boek;
- wanneer het een maatschap betreft.
VI.
Wat de geldbeleggingen betreft, worden de “overige beleggingen” (post VIII.B. van de activa) uitgesplitst in:
- aandelen, met uitdrukkelijke vermelding van het niet opgevraagde bedrag;
- vastrentende effecten, met afzonderlijke vermelding van de effecten uitgegeven door kredietinstellingen;
- termijnrekeningen op kredietinstellingen, uitgesplitst naar gelang de resterende looptijd of de opzegtermijn hoogstens één maand, meer dan één maand en hoogstens één jaar, of meer dan één jaar bedraagt;
- edele metalen en kunstwerken.
De vergelijkende bedragen over het vorige boekjaar worden vermeld.
VII.
Wat de overlopende rekeningen betreft (post X van de activa), een uitsplitsing van deze post indien daaronder een belangrijk bedrag voorkomt.
VIII.
Voor naamloze vennootschappen, Europese vennootschappen en de Europese coöperatieve vennootschappen: een staat met betrekking tot het kapitaal en de aandeelhoudersstructuur, die vermeldt:
A.
- het bedrag van het geplaatste kapitaal, evenals de aard en het bedrag van de verschillende wijzigingen daarvan tijdens het boekjaar en het aantal daarbij betrokken aandelen;
- de samenstelling van het kapitaal bij de jaarafsluiting; indien er verschillende soorten aandelen bestaan die het kapitaal vertegenwoordigen, het aantal aandelen van elke soort en het kapitaalbedrag dat ze vertegenwoordigen;
- de uitsplitsing van het kapitaal in aandelen op naam of gedematerialiseerde aandelen;
B. het bedrag van het niet opgevraagde kapitaal en van het opgevraagde, niet gestorte kapitaal naast de lijst bedoeld in artikel 7:50 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen, indien dit artikel op de vennootschap toepasselijk is;
C. het aantal eigen aandelen dat respectievelijk door de vennootschap zelf en door haar dochters wordt gehouden, evenals het kapitaalbedrag vertegenwoordigd door deze aandelen;
D. de verplichtingen tot uitgifte van aandelen als gevolg van de uitoefening van conversie- of inschrijvingsrechten, met vermelding van het bedrag van de lopende converteerbare leningen, van het aantal inschrijvingsrechten in omloop, van het maximum aantal uit te geven aandelen en van het overeenstemmende bedrag te plaatsen kapitaal;
E. het bedrag van het toegestane, niet geplaatste kapitaal;
F. het aantal uitgegeven aandelen buiten kapitaal, het daaraan verbonden stemrecht, alsmede, in voorkomend geval, het aantal van deze aandelen dat respectievelijk door de vennootschap zelf en door haar dochters wordt gehouden;
G. de aandeelhoudersstructuur van de vennootschap op de datum van jaarafsluiting, zoals die blijkt uit de kennisgevingen die de vennootschap heeft ontvangen ingevolge artikel 14, vierde lid, van de wet van 2 mei 2007 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen of ingevolge artikel 5 van het koninklijk besluit van 21 augustus 2008 houdende nadere regels betreffende bepaalde multilaterale handelsfaciliteiten.
Voor andere vennootschappen dan de naamloze vennootschappen, Europese vennootschappen en de Europese coöperatieve vennootschappen:
Een staat met betrekking tot de inbreng, die vermeldt:
A.
- het bedrag van het door de aandeelhouders ingebracht eigen vermogen in geld of in natura, het niet volgestort aandeel hiervan, evenals de aard en het bedrag van de verschillende wijzigingen daarvan tijdens het boekjaar;
- de uitsplitsing van de inbreng in aandelen op naam of gedematerialiseerde aandelen naast de lijst bedoeld in de artikelen 5:44 en 6:43 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen, indien dit artikel op de vennootschap toepasselijk is;
B. het aantal eigen aandelen dat respectievelijk door de vennootschap zelf en door haar dochters wordt gehouden;
C. de verplichtingen tot uitgifte van aandelen als gevolg van de uitoefening van conversie- of inschrijvingsrechten, met vermelding van het bedrag van de lopende converteerbare leningen, van het aantal inschrijvingsrechten in omloop, van het maximum aantal uit te geven aandelen en van het overeenstemmende bedrag van inbreng;
D. het aantal uitgegeven aandelen met het daaraan verbonden stemrecht;
E. de aandeelhoudersstructuur van de vennootschap op de datum van jaarafsluiting zoals die blijkt uit de kennisgevingen die de vennootschap heeft ontvangen ingevolge artikel 14, vierde lid, van de wet van 2 mei 2007 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen of ingevolge artikel 5 van het koninklijk besluit van 21 augustus 2008 houdende nadere regels betreffende bepaalde multilaterale handelsfaciliteiten.
IX.
Wat de voorzieningen voor risico's en kosten (post VII van de passiva) betreft, een uitsplitsing van post “VII.A.5. Overige risico's en kosten” wanneer onder deze post een belangrijk bedrag voorkomt.
X.
Een staat van de schulden, die vermeldt:
A. een uitsplitsing, per post van post VIII van de passiva, van de schulden met een oorspronkelijke looptijd van meer dan één jaar, naargelang hun resterende looptijd hoogstens één jaar, meer dan één jaar doch hoogstens vijf jaar, of meer dan vijf jaar bedraagt;
B. het bedrag van de schulden (posten VIII en IX van de passiva) of van het gedeelte van de schulden die gewaarborgd zijn door:
- Belgische overheidsinstellingen;
- zakelijke zekerheden gesteld of onherroepelijk beloofd op activa van de vennootschap.
De bevoorrechte schulden worden niet opgenomen onder de gewaarborgde schulden tenzij het gaat om het voorrecht van de verkoper. Het eigendomsvoorbehoud wordt gelijkgesteld met een zakelijke zekerheid. Worden daarentegen niet gelijkgesteld met een zakelijke zekerheid: het uitdrukkelijke ontbindend beding, de verbintenis om bepaalde goederen niet te vervreemden, niet te belasten met zakelijke rechten ten voordele van derden, of er geen zakelijke zekerheid op te stellen zonder de instemming van een schuldeiser.
De bedragen bedoeld onder 1° en 2° worden uitgesplitst per post voorzien in de rubrieken VIII en IX van de passiva, maar zonder onderscheid naar gelang van hun termijn.
C. 1. wat de schulden met betrekking tot belastingen, bezoldigingen en sociale lasten betreft (post IX.E. van de passiva), het bedrag van de vervallen schulden (ongeacht of uitstel van betaling is verkregen) ten aanzien van:
- het belastingbestuur;
- de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid.
C. 2. wat de belastingen betreft (post IX.E.1. van de passiva), een uitsplitsing tussen de te betalen belastingen en de geschatte belastingschulden.
De inlichtingen bedoeld onder de punten A. en B., 1° en 2°, van deze staat alsmede de inlichtingen bedoeld onder punt A.2 van staat XVII mogen worden verstrekt in de vorm van een opsomming van de schulden op meer dan één jaar en van de gewaarborgde schulden met de vermelding voor elke schuld van haar aard overeenkomstig de balansposten, haar vervaldag en de verstrekte waarborgen.
XI.
Wat de overlopende rekeningen betreft (post X van de passiva), een uitsplitsing van deze post indien daaronder een belangrijk bedrag voorkomt.
XII.
De volgende gegevens met betrekking tot de resultaten over het boekjaar en over het vorige boekjaar:
A. een uitsplitsing van de netto-omzet (post I.A.) naar categorie bedrijfsactiviteit en naar geografische markten, voor zover deze categorieën en markten, vanuit het oogpunt van de organisatie van de verkoop van goederen en de verlening van diensten in het kader van de normale bedrijfsuitoefening van de vennootschap, onderling aanzienlijke verschillen te zien geven;
B. wat de andere bedrijfsopbrengsten betreft (post I.D.), het totaal bedrag van de subsidies (andere dan investeringssubsidies) en van de vanwege de overheid ontvangen compenserende bedragen;
C. wat personeel en personeelskosten betreft:
1° de volgende gegevens over het boekjaar en over het vorig boekjaar met betrekking tot de werknemers waarvoor de vennootschap een DIMONA-verklaring (onmiddellijke aangifte van tewerkstelling) heeft ingediend bij de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid (RSZ) conform de bepalingen van het koninklijk besluit van 5 november 2002 tot invoering van een onmiddellijke aangifte van tewerkstelling of, indien de tewerkstelling uitgesloten is van het toepassingsgebied van het koninklijk besluit van 5 november 2002 tot invoering van een onmiddellijke aangifte van tewerkstelling, de volgende gegevens over het boekjaar en over het vorig boekjaar met betrekking tot de werknemers ingeschreven in het algemeen personeelsregister, en verbonden met de vennootschap door een arbeidsovereenkomst of een startbaanovereenkomst:
- het totale aantal op afsluitingsdatum van het boekjaar;
- het gemiddelde personeelsbestand berekend in voltijdse equivalenten overeenkomstig artikel 1:24, § 5, van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen;
- het aantal gepresteerde uren berekend overeenkomstig boek 4, titel 4, van onderhavig besluit.
2° een uitsplitsing van de bezoldigingen, sociale lasten en pensioenen (post II.C.) naar volgend schema:
- bezoldigingen en rechtstreekse sociale voordelen;
- patronale bijdragen voor sociale verzekeringen;
- patronale premies voor buitenwettelijke verzekeringen;
- andere personeelskosten;
- pensioenen;
3° de voorzieningen voor pensioenen (toevoegingen +; bestedingen en terugnemingen -);
D. wat betreft de waardeverminderingen op voorraden, bestellingen in uitvoering en handelsvorderingen (post II.E.) het respectievelijk bedrag van de geboekte waardeverminderingen eensdeels, en van de terugnemingen van waardeverminderingen anderdeels, uitgesplitst naar:
- voorraden en bestellingen in uitvoering;
- handelsvorderingen;
E. wat de voorzieningen voor risico's en kosten betreft (post II.F.), een uitsplitsing van het bedrag naar toevoegingen eensdeels en bestedingen en terugnemingen anderdeels;
F. wat de andere bedrijfskosten betreft (post II.G.) een uitsplitsing naargelang het belastingen en taksen op de bedrijfsuitoefening zijn of andere kosten;
G. de volgende gegevens over het boekjaar en het vorige boekjaar met betrekking tot de uitzendkrachten en de ter beschikking van de vennootschap gestelde personen:
- het totale aantal op afsluitingsdatum van het boekjaar;
- het gemiddelde aantal berekend in voltijdse equivalenten op dezelfde wijze als die gebruikt voor de werknemers waarvoor de vennootschap een DIMONA-verklaring heeft ingediend bij de RSZ conform de bepalingen van het koninklijk besluit van 5 november 2002 tot invoering van een onmiddellijke aangifte van tewerkstelling of, indien de tewerkstelling uitgesloten is van het toepassingsgebied van het koninklijk besluit van 5 november 2002 tot invoering van een onmiddellijke aangifte van tewerkstelling, het gemiddelde aantal berekend in voltijdse equivalenten op dezelfde wijze als die gebruikt voor de werknemers ingeschreven in het algemeen personeelsregister.
XIII.
De volgende gegevens betreffende de financiële resultaten van het boekjaar en van het voorafgaande boekjaar:
A. wat de andere financiële opbrengsten betreft (post IV.C.), het bedrag van de geboekte kapitaal- en interestsubsidies door de overheid toegekend en aangerekend op het resultaat van het boekjaar, alsmede een uitsplitsing van de overige financiële opbrengsten die onder deze post werden opgenomen, indien het belangrijke bedragen betreft;
B. wat de kosten van schulden betreft (post V.A.), het bedrag van de geactiveerde interesten;
C. wat betreft de waardeverminderingen op vlottende activa (post V.B.), het respectievelijk bedrag van de waardeverminderingen en van de terugnemingen van waardeverminderingen;
D. wat de andere financiële kosten betreft (post V.C.), het bedrag van het disconto ten laste van de vennootschap bij de verhandeling van vorderingen (handelseffecten, facturen en andere vorderingen), het bedrag van de gevormde, aangewende en teruggenomen voorzieningen met financieel karakter alsmede een uitsplitsing van de overige onder deze post opgenomen kosten, indien het om belangrijke bedragen gaat.
XIV.
Wat de niet-recurrente resultaten betreft, indien het om belangrijke bedragen gaat, een uitsplitsing van:
A. Niet-recurrente bedrijfsopbrengsten (post I. E.) in:
- Terugneming van afschrijvingen en van waardeverminderingen op immateriële en materiële vaste activa;
- Terugneming van voorzieningen voor niet-recurrente bedrijfsrisico's en kosten;
- Meerwaarden bij de realisatie van immateriële en materiële vaste activa;
- Andere niet-recurrente bedrijfsopbrengsten.
B. Niet-recurrente bedrijfskosten (post II. I.) in:
- Niet-recurrente afschrijvingen en waardeverminderingen op oprichtingskosten, op immateriële en materiële vaste activa;
- Voorzieningen voor niet-recurrente bedrijfsrisico’s en kosten;
- Minderwaarden bij de realisatie van immateriële en materiële vaste activa;
- Andere niet-recurrente bedrijfskosten;
- Als herstructureringskosten geactiveerde niet-recurrente bedrijfskosten (-).
C. Niet-recurrente financiële opbrengsten (post IV. D.) in:
- Terugneming van waardeverminderingen op financiële vaste activa;
- Terugneming van voorzieningen voor niet-recurrente financiële risico’s en kosten;
- Meerwaarden bij realisatie van financiële vaste activa;
- Andere niet-recurrente financiële opbrengsten.
D. Niet-recurrente financiële kosten (post V. D.) in:
- Waardeverminderingen op financiële vaste activa;
- Voorzieningen voor niet-recurrente financiële risico’s en kosten;
- Minderwaarden bij realisatie van financiële vaste activa;
- Andere niet-recurrente financiële kosten.
- Als herstructureringskosten geactiveerde niet-recurrente financiële kosten (-).
XV.
Wat de belastingen op het resultaat betreft ( post VIII. ), de volgende gegevens:
A. een uitsplitsing van de belastingen op het resultaat in:
1° belastingen op het resultaat van het boekjaar, uitgesplitst naar:
- verschuldigde of betaalde belastingen en voorheffingen;
- geactiveerde overschotten van betaalde belastingen en voorheffingen (-);
- geraamde belastingsupplementen (opgenomen onder post IX.E.1. van de passiva);
2° belastingen op het resultaat van vorige boekjaren uitgesplitst naar:
- verschuldigde of betaalde belastingsupplementen;
- geraamde belastingsupplementen (opgenomen onder post IX.E.1. van de passiva) of belastingsupplementen waarvoor een voorziening werd gevormd (opgenomen onder post VII van de passiva);
B. in de mate waarin het resultaat van het boekjaar op belangrijke wijze werd beïnvloed op het stuk van de belastingen, door een verschil tussen de winst vóór belastingen, zoals deze blijkt uit de jaarrekening en de geraamde belastbare winst, worden de belangrijkste oorzaken van dit verschil aangeduid met bijzondere vermelding van deze die voortspruiten uit het tijdverschil tussen de vaststelling van de boekwinst en de fiscale winst;
C. aanduidingen over de invloed van de niet-recurrente resultaten op de belastingen op het resultaat van het boekjaar;
D. in de mate waarin deze informatie belangrijk is om een inzicht te verkrijgen in de financiële positie van de vennootschap worden inlichtingen verstrekt over de bronnen, op het einde van het boekjaar, van belastinglatenties. In het bijzonder worden als bronnen van actieve belastinglatenties vermeld, de gecumuleerde fiscale verliezen die aftrekbaar zijn van latere belastbare winsten.
XVI.
De vermelding van het bedrag, voor het boekjaar en voor het vorige boekjaar, van de andere taksen en belastingen ten laste van derden, waarbij worden onderscheiden:
A. de belasting over de toegevoegde waarde, de egalisatiebelasting en de speciale taks in rekening gebracht tijdens het boekjaar:
- aan de vennootschap (aftrekbaar);
- door de vennootschap;
B. de ingehouden bedragen ten laste van derden bij wijze van:
- bedrijfsvoorheffing;
- roerende voorheffing.
XVII.
De volgende gegevens met betrekking tot niet in de balans opgenomen rechten en verplichtingen:
A. 1. het bedrag van de persoonlijke zekerheden die door de vennootschap werden gesteld of onherroepelijk beloofd als waarborg voor schulden of verplichtingen van derden, met afzonderlijke vermelding van de door de vennootschap geëndosseerde handelseffecten in omloop, van de door de vennootschap getrokken of voor aval getekende handelseffecten alsmede het maximumbedrag ten belope waarvan andere verplichtingen van derden door de vennootschap zijn gewaarborgd;
2. het bedrag van de zakelijke zekerheden die door de vennootschap werden gesteld of onherroepelijk beloofd op haar eigen activa als waarborg voor eigen schulden en verplichtingen eensdeels en voor schulden en verplichtingen van derden anderdeels, met volgende vermeldingen:
- wat de hypotheken (met inbegrip van de hypotheek op activa waarvan de oprichting begonnen of zelfs nog maar ontworpen is) betreft, de boekwaarde van de bezwaarde activa en het bedrag van de hypothecaire inschrijving. Voor de onherroepelijke mandaten tot hypothekeren, het bedrag waarvoor de volmachthebber krachtens het mandaat inschrijving mag nemen;
- wat het pand op het handelsfonds betreft, het maximumbedrag waarvoor de schuld is gewaarborgd en waarvoor registratie plaatsvindt. Voor de onherroepelijke mandaten tot verpanding van het handelsfonds, het bedrag waarvoor de volmachthebber krachtens het mandaat tot registratie mag overgaan;
- wat het pand op andere activa (met inbegrip van het eigendomsvoorbehoud) of de onherroepelijke mandaten tot verpanding van andere activa betreft, de boekwaarde van de bezwaarde activa en het maximumbedrag waarvoor de schuld gewaarborgd is;
- wat de gestelde of de onherroepelijke beloofde zekerheden betreft op nog door de onderneming te verwerven activa, het bedrag van de betrokken activa en het maximumbedrag waarvoor de schuld gewaarborgd is;
- wat het voorrecht van de verkoper betreft, de boekwaarde van het verkochte goed en het bedrag van de niet betaalde prijs;
3. de goederen en waarden gehouden door derden in hun naam maar ten bate en op risico van de vennootschap, voorzover deze goederen en waarden niet in de balans zijn opgenomen;
4. de belangrijke verplichtingen tot aan- of verkoop van vaste activa, uitgesplitst naar verplichtingen tot aankoop en verplichtingen tot verkoop;
5. het bedrag van de termijnverrichtingen, met afzonderlijke vermelding van het bedrag van de gekochte (te ontvangen) goederen, van de verkochte (te leveren) goederen, van de gekochte (te ontvangen) deviezen en van de verkochte (te leveren) deviezen;
B. inlichtingen betreffende de technische waarborgen verbonden met reeds gepresteerde verkopen of diensten;
C. het bedrag, de aard en de vorm van belangrijke hangende geschillen en andere belangrijke verplichtingen die hierboven niet zijn bedoeld;
D. indien ten behoeve van de personeels- of directieleden van de vennootschap is voorzien in een aanvullend rust- of overlevingspensioen, een beknopte beschrijving van de desbetreffende regeling met opgave van de maatregelen die de vennootschap heeft genomen om de daaruit voortvloeiende kosten te dekken. Wat de pensioenen betreft die door de vennootschap zelf worden gedragen wordt het bedrag geschat van de verplichtingen die voortvloeien uit reeds gepresteerd werk met een korte beschrijving van de wijze waarop dit bedrag wordt berekend;
E. de aard en de financiële gevolgen van materiële gebeurtenissen die zich na balansdatum hebben voorgedaan en die niet in de resultatenrekening of balans worden weergegeven;
F. verplichtingen betreffende de aan- of verkoopverbintenissen die de vennootschap als optieschrijver van call- en putopties heeft.
XVIII.
Aard en zakelijk doel van buitenbalans regelingen.
De aard en het zakelijke doel van de regelingen van de vennootschappen die niet in de balans zijn opgenomen, en de financiële gevolgen van deze regelingen voor de vennootschap, mits de risico's of voordelen die uit dergelijke regelingen voortvloeien van enige betekenis zijn en voor zover de openbaarmaking van dergelijke risico's of voordelen noodzakelijk is voor de beoordeling van de financiële positie van de vennootschap.
XIX.
Een staat over de betrekkingen met verbonden ondernemingen, geassocieerde ondernemingen en ondernemingen waarmee een deelnemingsverhouding bestaat. Voor de verbonden ondernemingen wordt zowel voor het afgesloten boekjaar als voor het vorige boekjaar vermeld:
1. het bedrag van de financiële vaste activa waarbij worden onderscheiden de deelnemingen, de achtergestelde vorderingen en de andere vorderingen;
2. het bedrag van de vorderingen respectievelijk op meer dan één jaar en op hoogstens één jaar;
3. de geldbeleggingen met een onderscheid tussen aandelen en vorderingen;
4. het bedrag van de schulden respectievelijk op meer dan één jaar en op hoogstens één jaar;
5. het bedrag van de persoonlijke en zakelijke zekerheden die door de vennootschap werden gesteld of onherroepelijk beloofd als waarborg voor schulden of verplichtingen van verbonden ondernemingen alsmede het bedrag van de persoonlijke en zakelijke zekerheden die door verbonden ondernemingen werden gesteld of onherroepelijk beloofd als waarborg voor schulden of verplichtingen van de vennootschap;
6. de andere betekenisvolle financiële verplichtingen;
7. de financiële resultaten waarbij worden onderscheiden inzake de opbrengsten:
- de opbrengsten uit financiële vaste activa,
- de opbrengsten uit vlottende activa,
- de andere financiële opbrengsten,
en inzake de kosten:
- de kosten van schulden,
- de andere financiële kosten;
8. de meer- en minderwaarden die werden verwezenlijkt bij de realisatie van vaste activa.
De vermeldingen bedoeld onder 1., 2., 4., 5. en 6. moeten eveneens worden verstrekt voor de geassocieerde ondernemingen.
De vermeldingen bedoeld onder 1., 2. en 4. moeten eveneens worden verstrekt voor de ondernemingen waarmee een deelnemingsverhouding bestaat.
Indien de vennootschap een moedervennootschap is in de zin van artikel 1:15 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen, vermeldt de staat of zij een geconsolideerde jaarrekening en een geconsolideerd jaarverslag opstelt en openbaar maakt. Wanneer zij met toepassing van de artikelen 3:23, tweede lid, 3:25 en 3:26 van voornoemd wetboek geen geconsolideerde jaarrekening noch een geconsolideerd jaarverslag opstelt, vermeldt de staat de reden waarom; bij toepassing van artikel 3:26 van voornoemd wetboek worden de naam en de zetel, en als het een onderneming naar Belgisch recht betreft het ondernemingsnummer dat haar werd toegekend door de Kruispuntbank van Ondernemingen, vermeld van de moederonderneming die de geconsolideerde jaarrekening opmaakt en openbaar maakt en wordt inzonderheid aangetoond dat aan de voorwaarden van artikel 3:26, §§ 2 en 3, van voornoemd wetboek is voldaan.
Indien de vennootschap een dochteronderneming is van een andere onderneming of een gemeenschappelijke dochteronderneming van verschillende ondernemingen, vermeldt de staat de naam en de zetel, en zo het gaat om een onderneming naar Belgisch recht, het ondernemingsnummer dat haar werd toegekend door de Kruispuntbank van Ondernemingen, van de onderneming(en) waarvan zij de dochteronderneming of de gemeenschappelijke dochteronderneming is en of deze moederondernemingen een geconsolideerde jaarrekening opstellen waarin de jaarrekening van de vennootschap door consolidatie wordt opgenomen. Als dat zo is, vermeldt de staat, tenzij het om een moederonderneming naar Belgisch recht gaat, de plaats waar deze geconsolideerde jaarrekening verkrijgbaar is. Wordt de jaarrekening van de vennootschap op verschillende niveaus geconsolideerd, dan worden de in dit lid bedoelde gegevens verstrekt, enerzijds, voor het grootste geheel en, anderzijds, voor het kleinste geheel van ondernemingen waarvan de vennootschap als dochter deel uitmaakt en waarvoor een geconsolideerde jaarrekening wordt opgesteld en openbaar gemaakt.
XX.
Transacties met verbonden partijen buiten normale marktvoorwaarden
De vermelding van de transacties die door de vennootschap zijn aangegaan met verbonden partijen, met inbegrip van het bedrag van dergelijke transacties, de aard van de betrekking met de verbonden partij, alsmede andere informatie over de transacties die nodig is voor het verkrijgen van inzicht in de financiële positie van de vennootschap, te vermelden indien dergelijke transacties van enige betekenis zijn en niet onder normale marktvoorwaarden zijn verricht. Informatie over individuele transacties kan overeenkomstig de aard daarvan worden samengevoegd, behalve wanneer gescheiden informatie nodig is voor het verkrijgen van inzicht in de gevolgen van transacties met verbonden partijen voor de financiële positie van de vennootschap.
Deze informatie is niet vereist voor transacties die zijn aangegaan tussen twee of meer leden van een groep, mits de dochterondernemingen die partij zijn bij de transactie, geheel in eigendom zijn van een dergelijk lid.
Onder verbonden partij wordt hetzelfde verstaan als in de internationale standaarden voor jaarrekeningen die zijn goedgekeurd overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1606/2002.
XXI.
Financiële betrekkingen met bestuurders, zaakvoerders en commissarissen
A. De volgende gegevens over bestuurders en zaakvoerders:
- het bedrag per einde van het boekjaar van de op hen uitstaande vorderingen, alsmede de in hun voordeel toegestane waarborgen en de andere betekenisvolle verplichtingen aangegaan in hun voordeel, met vermelding van de rente en de duur van deze vorderingen, de belangrijkste voorwaarden en de eventuele afgeloste bedragen of bedragen waarvan werd afgezien;
- het bedrag van de rechtstreekse en onrechtstreekse bezoldigingen en van de ten laste van de resultatenrekening toegekende pensioenen, respectievelijk aan bestuurders en zaakvoerders en aan oud-bestuurders en zaakvoerders, voor zover deze vermelding niet uitsluitend of hoofdzakelijk betrekking heeft op de toestand van een enkel identificeerbaar persoon.
De gegevens bedoeld achter het eerste streepje van het eerste lid moeten eveneens worden verstrekt voor de vorderingen, waarborgen en betekenisvolle verplichtingen die werden aangegaan in het voordeel van natuurlijke of rechtspersonen die de vennootschap rechtstreeks of onrechtstreeks controleren maar geen verbonden ondernemingen zijn in de zin van dit boek, alsmede in het voordeel van de andere ondernemingen die hogergenoemde personen rechtstreeks of onrechtstreeks controleren. Deze gegevens mogen samen met de achter het eerste streepje van het eerste lid bedoelde gegevens worden verstrekt.
B. De volgende gegevens over de commissaris en over de personen met wie hij verbonden is:
- de bezoldiging van de commissaris;
- de bezoldiging voor uitzonderlijke werkzaamheden of bijzondere opdrachten uitgevoerd binnen de vennootschap door de commissaris, volgens de volgende categorieën: andere controle-opdrachten, belastingadviesopdrachten, en andere opdrachten buiten de revisorale opdrachten;
- de bezoldiging voor uitzonderlijke werkzaamheden of bijzondere opdrachten uitgevoerd binnen de vennootschap door personen met wie de commissaris verbonden is, volgens de volgende categorieën: andere controle-opdrachten, belastingadviesopdrachten, en andere opdrachten buiten de revisorale opdrachten;
- de verantwoording van de afwijking bedoeld in artikel 3:64 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen .
C. De volgende gegevens over:
- een Belgische vennootschap, die zelf geen dochtervennootschap is van een Belgische vennootschap, onderworpen aan de wettelijke controle van haar geconsolideerde jaarrekening, die evenwel gebruik maakt van de vrijstelling voorzien in de artikelen 3:23, tweede lid, 3:25 of 3:26 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen en bijgevolg geen geconsolideerde jaarrekening opstelt:
- de bezoldigingen verbonden aan de mandaten van commissaris in de vennootschap en haar dochtervennootschappen;
- de bezoldigingen verbonden aan uitzonderlijke werkzaamheden of bijzondere opdrachten uitgevoerd binnen de vennootschap en binnen haar dochtervennootschappen door de commissaris volgens de volgende categorieën: andere controle-opdrachten, belastingadviesopdrachten en andere opdrachten buiten de revisorale opdrachten;
- de bezoldigingen verbonden aan gelijkgestelde mandaten uitgevoerd door een met de commissaris verbonden persoon;
- de bezoldigingen verbonden aan uitzonderlijke werkzaamheden of bijzondere opdrachten uitgevoerd binnen de vennootschap en binnen haar dochtervennootschappen door een met de commissaris verbonden persoon volgens de volgende categorieën: andere controle-opdrachten, belastingadviesopdrachten en andere opdrachten buiten de revisorale opdrachten;
- de verantwoording van de afwijking bedoeld in artikel 3:64 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen .
XXII.
De volgende gegevens betreffende het niet-gebruik van de waarderingsmethode op basis van de reële waarde.
In geval van niet-gebruik van de waarderingsmethode op basis van de reële waarde voor de financiële instrumenten: voor iedere categorie afgeleide financiële instrumenten, voor het boekjaar en het vorig boekjaar, een overzicht van de omvang en de aard van de instrumenten, het ingedekte risico en een vergelijking tussen de boekwaarde en de reële waarde van de instrumenten indien een dergelijke waarde kan worden bepaald middels een van de in artikel 3:91 B. voorgeschreven methoden.
Voor financiële vaste activa die in aanmerking worden genomen tegen een hoger bedrag dan hun reële waarde: de boekwaarde en de reële waarde van de afzonderlijke activa, dan wel van passende groepen van deze afzonderlijke activa en de redenen waarom de boekwaarde niet is verminderd, met opgave van de aard van de aanwijzingen die aan de veronderstelling ten grondslag liggen dat de boekwaarde zal kunnen worden gerealiseerd.
Onderafdeling 2. — Jaarrekening in verkorte vorm
1. Schema van de balans.
Artikel 3:83
De balans wordt opgesteld overeenkomstig het schema opgenomen in bijlage 4.
2. Schema van de resultatenrekening.
Artikel 3:84
De resultatenrekening wordt opgesteld overeenkomstig het schema opgenomen in bijlage 4.
3. Inhoud van de toelichting.
Artikel 3:85
In de toelichting bij het verkort schema van de jaarrekening worden de hierna volgende gegevens opgenomen:
I.
Een staat van de vaste activa (rubrieken II, III en IV van de activa) die respectievelijk inzake de immateriële, de materiële en de financiële vaste activa de volgende gegevens bevat:
a) het bedrag van de aanschaffingswaarde per einde van het vorige boekjaar, de mutaties ervan tijdens het boekjaar (aanschaffingen, met inbegrip van de geproduceerde vaste activa, overdrachten en buitengebruikstellingen, overboekingen van een post naar een andere, evenals voor de financiële vaste activa de andere mutaties), en van het bedrag ervan per einde van het boekjaar;
b) uitgezonderd voor de immateriële vaste activa, het bedrag van de meerwaarden per einde van het vorige boekjaar, de mutaties ervan tijdens het boekjaar (geboekte meerwaarden, meerwaarden verworven van derden, afgeboekte meerwaarden, overboekingen van een post naar een andere) en het bedrag ervan per einde van het boekjaar;
c) het bedrag van de afschrijvingen en de waardeverminderingen per einde van het vorige boekjaar, de mutaties ervan tijdens het boekjaar (geboekt of teruggenomen via de resultatenrekening, verworven van derden, afgeboekt, overgeboekt van een post naar een andere) en het bedrag ervan per einde van het boekjaar;
d) wat de financiële vaste activa betreft, de niet opgevraagde bedragen per einde van het vorige boekjaar, de mutaties ervan tijdens het boekjaar, evenals het bedrag ervan per einde van het boekjaar;
e) het bedrag van de nettoboekwaarde per einde van het boekjaar.
II.
Voor naamloze vennootschappen, Europese vennootschappen en Europese coöperatieve vennootschappen: een staat met betrekking tot het kapitaal, die het aantal eigen aandelen vermeldt dat respectievelijk door de vennootschap zelf en door haar dochterondernemingen wordt gehouden, evenals het kapitaalbedrag vertegenwoordigd door deze aandelen.
Voor andere vennootschappen dan de naamloze vennootschappen, Europese vennootschappen, Europese coöperatieve vennootschappen: een staat met betrekking tot de inbreng, die het aantal eigen aandelen vermeldt dat respectievelijk door de vennootschap zelf en door haar dochterondernemingen wordt gehouden.
III.
Een staat van de schulden, die vermeldt:
A. een uitsplitsing van de schulden met een oorspronkelijke looptijd van meer dan één jaar, naar gelang hun resterende looptijd hoogstens één jaar, meer dan één jaar doch hoogstens vijf jaar, of meer dan vijf jaar bedraagt;
B. het bedrag van de schulden (posten VIII. en IX. van de passiva) of van het gedeelte van de schulden die gewaarborgd zijn door:
- Belgische overheidsinstellingen;
- zakelijke zekerheden gesteld of onherroepelijk beloofd op activa van de vennootschap.
De bevoorrechte schulden worden niet opgenomen onder de gewaarborgde schulden tenzij het gaat om het voorrecht van de verkoper. Het eigendomsvoorbehoud wordt gelijkgesteld met een zakelijke zekerheid. Worden daarentegen niet gelijkgesteld met een zakelijke zekerheid: het uitdrukkelijk ontbindend beding, de verbintenis om bepaalde goederen niet te vervreemden, niet te belasten met zakelijke rechten ten voordele van derden, of er geen zakelijke zekerheid op te stellen zonder de instemming van een schuldeiser.
De bedragen bedoeld onder 1° en 2° worden uitgesplitst per post voorzien in de rubrieken VIII en IX van de passiva, maar zonder onderscheid naar gelang van hun termijn.
De inlichtingen bedoeld onder de punten A. en B., 1° en 2° van deze staat alsmede de inlichtingen bedoeld onder punt A., 2° van staat VI. mogen worden verstrekt via een opsomming van de schulden op meer dan één jaar en van de gewaarborgde schulden, met vermelding voor elke schuld van haar aard (overeenkomstig de balansposten), haar vervaldag en de verstrekte waarborgen.
IV.
De volgende gegevens met betrekking tot het personeel en de personeelskosten:
het gemiddelde personeelsbestand van het boekjaar en het vorig boekjaar, berekend in voltijdse equivalenten overeenkomstig artikel 1:28, § 5 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen, met betrekking tot de werknemers waarvoor de vennootschap een DIMONA-verklaring heeft ingediend bij de RSZ conform de bepalingen van het koninklijk besluit van 5 november 2002 tot invoering van een onmiddellijke aangifte van tewerkstelling of, indien de tewerkstelling uitgesloten is van het toepassingsgebied van het koninklijk besluit van 5 november 2002 tot invoering van een onmiddellijke aangifte van tewerkstelling, de werknemers ingeschreven in het algemeen personeelsregister, en verbonden met de vennootschap door een arbeidsovereenkomst of een startbaanovereenkomst.
V.
De volgende gegevens betreffende de resultaten van het boekjaar en van het voorafgaande boekjaar:
A. het bedrag en de aard van de opbrengsten of kosten van uitzonderlijke omvang of uitzonderlijke mate van voorkomen, zoals opgenomen onder de niet-recurrente bedrijfs- of financiële resultaten;
B. het bedrag van de geactiveerde interesten.
VI.
De volgende gegevens met betrekking tot niet in de balans opgenomen rechten en verplichtingen:
A. 1° het bedrag van de persoonlijke zekerheden die door de vennootschap werden gesteld of onherroepelijk beloofd als waarborg voor schulden en verplichtingen van derden, met afzonderlijke vermelding van de door de vennootschap overgedragen en door haar geëndosseerde wissels;
2° het bedrag van de zakelijke zekerheden die door de vennootschap werden gesteld of onherroepelijk beloofd op haar eigen activa als waarborg voor eigen schulden en verplichtingen eensdeels, en voor schulden en verplichtingen van derden anderdeels, met volgende vermeldingen:
- wat de hypotheken (met inbegrip van de hypotheek op activa waarvan de oprichting begonnen of zelfs nog maar ontworpen is) betreft, de boekwaarde van de bezwaarde activa en het bedrag van de hypothecaire inschrijving. Voor de onherroepelijke mandaten tot hypothekeren, het bedrag waarvoor de volmachthebber krachtens het mandaat inschrijving mag nemen;
- wat het pand op het handelsfonds betreft, het maximumbedrag waarvoor de schuld is gewaarborgd en waarvoor registratie plaatsvindt. Voor de onherroepelijke mandaten tot verpanding van het handelsfonds, het bedrag waarvoor de volmachthebber krachtens het mandaat tot registratie mag overgaan;
- wat het pand op andere activa (met inbegrip van het eigendomsvoorbehoud) of de onherroepelijke mandaten tot verpanding van andere activa betreft, de boekwaarde van de bezwaarde activa en het maximumbedrag waarvoor de schuld gewaarborgd is;
- wat de gestelde of onherroepelijk beloofde zekerheden betreft op nog door de onderneming te verwerven activa, het bedrag van de betrokken activa en het maximumbedrag waarvoor de schuld gewaarborgd is;
- wat het voorrecht van de verkoper betreft, de boekwaarde van het verkochte goed en het bedrag van de niet betaalde prijs;
B. het bedrag, de aard en de vorm van belangrijke hangende geschillen en andere belangrijke verplichtingen die hierboven niet zijn bedoeld;
C. indien ten behoeve van de personeels- of directieleden van de vennootschap is voorzien in een aanvullend rust- of overlevingspensioen, een beknopte beschrijving van de desbetreffende regeling met opgave van de maatregelen die de vennootschap heeft genomen om de daaruit voortvloeiende kosten te dekken. Wat de pensioenen betreft die door de vennootschap zelf worden gedragen wordt het bedrag geschat van de verplichtingen die voortvloeien uit reeds gepresteerd werk met een korte beschrijving van de wijze waarop dit bedrag wordt berekend.
VII.
Aard en zakelijk doel van buitenbalans regelingen
De aard en het zakelijke doel van de regelingen van de vennootschappen die niet in de balans zijn opgenomen, mits de risico's of voordelen die uit dergelijke regelingen voortvloeien van enige betekenis zijn en voor zover de openbaarmaking van dergelijke risico's of voordelen noodzakelijk is voor de beoordeling van de financiële positie van de vennootschap.
VIII.
Wat verbonden of geassocieerde ondernemingen betreft, de in hun voordeel toegestane waarborgen en de andere betekenisvolle verplichtingen aangegaan in hun voordeel.
Indien de vennootschap een dochteronderneming is van een andere onderneming of een gemeenschappelijke dochter van verschillende ondernemingen, vermeldt de staat de naam en de zetel en zo het gaat om een onderneming naar Belgisch recht, het ondernemingsnummer dat haar werd toegekend door de Kruispuntbank van Ondernemingen van de onderneming(en) waarvan zij de dochteronderneming of de gemeenschappelijke dochteronderneming is en of deze moederondernemingen een geconsolideerde jaarrekening opstellen waarin de jaarrekening van de vennootschap door consolidatie wordt opgenomen. Als dat zo is, vermeldt de staat, tenzij het om een moederonderneming naar Belgisch recht gaat, de plaats waar deze geconsolideerde jaarrekening verkrijgbaar is. Wordt de jaarrekening van de vennootschap op verschillende niveaus geconsolideerd, dan worden de in dit lid bedoelde gegevens verstrekt voor het kleinste geheel van ondernemingen waarvan de vennootschap als dochter deel uitmaakt en waarvoor een geconsolideerde jaarrekening wordt opgesteld en openbaar gemaakt.
IX.
A. Wat bestuurders en zaakvoerders betreft, het bedrag per einde van het boekjaar van de op hen uitstaande vorderingen, alsmede de in hun voordeel toegestane waarborgen en de andere betekenisvolle verplichtingen aangegaan in hun voordeel, met vermelding van de rente en de duur van deze vorderingen, de belangrijkste voorwaarden en de eventuele afgeloste bedragen of bedragen waarvan werd afgezien.
De gegevens bedoeld in het eerste lid moeten eveneens worden verstrekt voor de vorderingen, waarborgen en betekenisvolle verplichtingen die werden aangegaan in het voordeel van natuurlijke of rechtspersonen die de vennootschap rechtstreeks of onrechtstreeks controleren maar geen verbonden ondernemingen zijn in de zin van dit boek, alsmede in het voordeel van de andere ondernemingen die hogergenoemde personen rechtstreeks of onrechtstreeks controleren. Deze gegevens mogen samen met de in het eerste lid bedoelde gegevens worden verstrekt.
B. Wat de commissaris en de personen met wie hij verbonden is, betreft:
- de bezoldiging van de commissaris;
- de bezoldiging voor uitzonderlijke werkzaamheden of bijzondere opdrachten uitgevoerd binnen de vennootschap door de commissaris, volgens de volgende categorieën: andere controle-opdrachten, belastingadviesopdrachten, en andere opdrachten buiten de revisorale opdrachten;
- de bezoldiging voor uitzonderlijke werkzaamheden of bijzondere opdrachten uitgevoerd binnen de vennootschap door personen met wie de commissaris verbonden is, volgens de volgende categorieën: andere controle-opdrachten, belastingadviesopdrachten, en andere opdrachten buiten de revisorale opdrachten.
X.
Transacties buiten normale marktvoorwaarden die direct of indirect zijn aangegaan met de volgende verbonden partijen, met inbegrip van de aard van dergelijke transacties en de aard van de betrekking met de verbonden partij:
- de personen die een deelneming in de vennootschap in eigendom hebben;
- de ondernemingen waarin de vennootschap zelf een deelneming heeft;
- de leden van de leidinggevende, toezichthoudende of bestuursorganen van de vennootschap.
Informatie over individuele transacties kan overeenkomstig de aard daarvan worden samengevoegd, behalve wanneer gescheiden informatie nodig is voor het verkrijgen van inzicht in de gevolgen van de transacties met verbonden partijen voor de financiële positie van de onderneming.
Onderafdeling 3. — Microschema van de jaarrekening.
1. Schema van de balans.
Artikel 3:86
De balans van het microschema van de jaarrekening wordt opgesteld overeenkomstig het schema van de balans van de jaarrekening in verkorte vorm, zoals opgenomen in bijlage 4.
2. Schema van de resultatenrekening.
Artikel 3:87
De resultatenrekening van het microschema van de jaarrekening wordt opgesteld overeenkomstig het schema van de resultatenrekening van de jaarrekening in verkorte vorm, zoals opgenomen in bijlage 4.
3. Inhoud van de toelichting.
Artikel 3:88
In de toelichting bij het microschema van de jaarrekening worden de hierna volgende gegevens opgenomen:
I.
Een staat van de vaste activa (rubrieken II, III en IV van de activa) die respectievelijk inzake de immateriële, de materiële en de financiële vaste activa de volgende gegevens bevat:
a) het bedrag van de aanschaffingswaarde per einde van het vorige boekjaar, de mutaties ervan tijdens het boekjaar (aanschaffingen, met inbegrip van de geproduceerde vaste activa, overdrachten en buitengebruikstellingen, overboekingen van een post naar een andere, evenals voor de financiële vaste activa de andere mutaties), en van het bedrag ervan per einde van het boekjaar;
b) uitgezonderd voor de immateriële vaste activa, het bedrag van de meerwaarden per einde van het vorige boekjaar, de mutaties ervan tijdens het boekjaar (geboekte meerwaarden, meerwaarden verworven van derden, afgeboekte meerwaarden, overboekingen van een post naar een andere) en het bedrag ervan per einde van het boekjaar;
c) het bedrag van de afschrijvingen en de waardeverminderingen per einde van het vorige boekjaar, de mutaties ervan tijdens het boekjaar (geboekt of teruggenomen via de resultatenrekening, verworven van derden, afgeboekt, overgeboekt van een post naar een andere) en het bedrag ervan per einde van het boekjaar;
d) wat de financiële vaste activa betreft, de niet opgevraagde bedragen per einde van het vorige boekjaar, de mutaties ervan tijdens het boekjaar, evenals het bedrag ervan per einde van het boekjaar;
e) het bedrag van de nettoboekwaarde per einde van het boekjaar.
II.
A. De volgende gegevens met betrekking tot niet in de balans opgenomen rechten en verplichtingen:
- het bedrag van de persoonlijke zekerheden die door de vennootschap werden gesteld of onherroepelijk beloofd als waarborg voor schulden en verplichtingen van derden, met afzonderlijke vermelding van de door de vennootschap overgedragen en door haar geëndosseerde wissels;
- het bedrag van de zakelijke zekerheden die door de vennootschap werden gesteld of onherroepelijk beloofd op haar eigen activa als waarborg voor eigen schulden en verplichtingen eensdeels, en voor schulden en verplichtingen van derden anderdeels, met volgende vermeldingen:
- wat de hypotheken (met inbegrip van de hypotheek op activa waarvan de oprichting begonnen of zelfs nog maar ontworpen is) betreft, de boekwaarde van de bezwaarde activa en het bedrag van de hypothecaire inschrijving. Voor de onherroepelijke mandaten tot hypothekeren, het bedrag waarvoor de volmachthebber krachtens het mandaat inschrijving mag nemen;
- wat het pand op het handelsfonds betreft, het maximumbedrag waarvoor de schuld is gewaarborgd en waarvoor registratie plaatsvindt. Voor de onherroepelijke mandaten tot verpanding van het handelsfonds, het bedrag waarvoor de volmachthebber krachtens het mandaat tot registratie mag overgaan;
- wat het pand op andere activa (met inbegrip van het eigendomsvoorbehoud) of de onherroepelijke mandaten tot verpanding van andere activa betreft, de boekwaarde van de bezwaarde activa en het maximumbedrag waarvoor de schuld gewaarborgd is;
- wat de gestelde of onherroepelijk beloofde zekerheden betreft op nog door de onderneming te verwerven activa, het bedrag van de betrokken activa en het maximumbedrag waarvoor de schuld gewaarborgd is;
- wat het voorrecht van de verkoper betreft, de boekwaarde van het verkochte goed en het bedrag van de niet betaalde prijs.
Het voorrecht van de verkoper en het eigendomsvoorbehoud worden gelijkgesteld met een zakelijke zekerheid. Worden daarentegen niet gelijkgesteld met een zakelijke zekerheid: het uitdrukkelijk ontbindend beding, de verbintenis om bepaalde goederen niet te vervreemden, niet te belasten met zakelijke rechten ten voordele van derden, of er geen zakelijke zekerheid op te stellen zonder de instemming van een schuldeiser.
B. Het bedrag, de aard en de vorm van belangrijke hangende geschillen en andere belangrijke verplichtingen die hierboven niet zijn bedoeld. Het bedrag en de aard van verplichtingen jegens verbonden of geassocieerde ondernemingen worden afzonderlijk vermeld.
C. Indien ten behoeve van de personeels- of directieleden van de vennootschap is voorzien in een aanvullend rust- of overlevingspensioen, een beknopte beschrijving van de desbetreffende regeling met opgave van de maatregelen die de vennootschap heeft genomen om de daaruit voortvloeiende kosten te dekken. Wat de pensioenen betreft die door de vennootschap zelf worden gedragen wordt het bedrag geschat van de verplichtingen die voortvloeien uit reeds gepresteerd werk met een korte beschrijving van de wijze waarop dit bedrag wordt berekend.
III.
Het bedrag van de aan de leden van de leidinggevende, de toezichthoudende of de bestuursorganen verleende voorschotten en kredieten, met vermelding van de interestvoet, de belangrijkste voorwaarden en de eventueel afgeloste of afgeschreven bedragen of bedragen waarvan werd afgezien, alsmede ten behoeve van de betrokken personen aangegane garantieverplichtingen van welke aard ook, met opgave van een totaalbedrag voor elke genoemde groep.
IV.
Het aantal eigen aandelen dat door de vennootschap wordt aangehouden.
Onderafdeling 4. — Inhoud van bepaalde rubrieken.
1. Inhoud van bepaalde rubrieken van de balans.
Artikel 3:89
§ 1. De inhoud van bepaalde rubrieken van het actief wordt als volgt gedefinieerd:
I. Oprichtingskosten
Onder die post worden vermeld, voor zover zij niet op een andere wijze ten laste van de resultatenrekening van het lopende boekjaar worden gebracht, de kosten verbonden met de oprichting, de verdere ontwikkeling of de herstructurering van de vennootschap, in het bijzonder de kosten van oprichting, kapitaalverhoging of verhoging van de inbreng, de kosten bij uitgifte van leningen, en de herstructureringskosten.
II. Immateriële vaste activa
In die rubriek worden geboekt:
- de kosten van ontwikkeling;
- de concessies, octrooien, licenties, knowhow, merken en andere gelijkaardige rechten;
- de goodwill;
- de vooruitbetalingen op immateriële vaste activa.
Onder kosten van ontwikkeling moet worden verstaan de kosten van vervaardiging en ontwikkeling van prototypes en van producten, uitvindingen en knowhow, die nuttig zijn voor de ontwikkeling van de toekomstige activiteiten van de vennootschap.
Onder concessies, octrooien, licenties, merken en andere gelijkaardige rechten moet worden verstaan enerzijds de octrooien, licenties, knowhow, merken en andere gelijkaardige rechten waarvan de vennootschap eigenares is, anderzijds de rechten tot exploitatie van onroerende goederen, octrooien, licenties, merken en andere gelijkaardige rechten die eigendom zijn van derden, evenals de aanschaffingswaarde van het recht van de vennootschap om van derden dienstverleningen van knowhow te verkrijgen, wanneer die rechten door de vennootschap ten bezwarende titel werden verworven.
Onder goodwill dient voor de toepassing van dit besluit de prijs te worden verstaan betaald voor de verwerving van een onderneming of van een bedrijfsafdeling voor zover die hoger is dan de nettowaarde van de actief- minus passiefbestanddelen van de verworven onderneming of branche.
III. Materiële vaste activa
III. A. Terreinen en gebouwen
In die rubriek worden opgenomen de bebouwde en onbebouwde terreinen, de constructies daarop evenals de inrichting daarvan, waarvan de vennootschap eigenares is en die duurzaam voor haar bedrijfsuitoefening worden aangewend.
Worden eveneens onder die rubriek opgenomen, de andere zakelijke rechten die de vennootschap bezit op een onroerend goed dat zij bestemd heeft om duurzaam te worden gebruikt voor de bedrijfsuitoefening wanneer de vergoedingen bij aanvang van het contract werden vooruitbetaald.
III. D. Leasing en soortgelijke rechten
Onder die post worden opgenomen:
1° de gebruiksrechten op lange termijn op bebouwde onroerende goederen waarover de vennootschap beschikt op grond van erfpacht, opstal, leasing of soortgelijke overeenkomsten, wanneer de contractueel te storten termijnen, naast de rente en de kosten van de verrichting, ook de integrale wedersamenstelling dekken van het kapitaal dat de gever in het gebouw heeft geïnvesteerd;
2° de gebruiksrechten op roerende goederen waarover de vennootschap beschikt op grond van leasing of soortgelijke overeenkomsten, wanneer de contractueel te storten termijnen, verhoogd met het bedrag dat moet worden betaald bij optielichting indien de nemer een koopoptie bezit, naast de rente en de kosten van de verrichting ook de integrale wedersamenstelling dekken van het kapitaal dat de gever in het goed heeft geïnvesteerd. Het bedrag dat moet worden betaald om een koopoptie te lichten, komt evenwel enkel in aanmerking als het ten hoogste vijftien procent vertegenwoordigt van het kapitaal dat de gever in het goed heeft geïnvesteerd.
Met een prijs voor het lichten van de in het 2° bedoelde koopoptie, binnen de voormelde beperking van vijftien procent, wordt de kapitaalfractie gelijkgesteld van de contractueel bedongen vergoeding in geval van gebruik van een mogelijkheid om de verrichting te verlengen.
Met een in het 1° en 2° bedoelde termijn wordt het bedrag gelijkgesteld, voor zover bepaald:
- dat de nemer verschuldigd is voor de verwerving van de zakelijke rechten die de gever bezit op het betrokken onroerend of roerend goed wanneer de nemer er zich bij het afsluiten van de verrichting, eventueel ingevolge een verkoopoptie, toe verbonden heeft deze rechten te verwerven;
- dat de gever van een derde moet ontvangen voor de overdracht van de zakelijke rechten die hij bezit op het betrokken onroerend of roerend goed wanneer deze derde er zich bij het afsluiten van de verrichting, eventueel ingevolge een verkoopoptie, toe verbonden heeft deze rechten te verwerven.
III. E. Overige materiële vaste activa
In die rubriek worden de onroerende goederen opgenomen die worden aangehouden als onroerende reserve, de woongebouwen, de buiten gebruik of buiten de exploitatie gestelde materiële vaste activa, evenals de roerende en onroerende goederen die in erfpacht, opstal, huur, handelshuur of landpacht werden gegeven, behalve wanneer de uit deze contracten voortvloeiende vorderingen geboekt worden in de rubrieken V en VII.
Indien de enige, de voornaamste of een belangrijke activiteit van de vennootschap erin bestaat om roerende en/of onroerende goederen in erfpacht, opstal, huur, handelshuur of landpacht te geven, worden deze goederen niet in deze rubriek opgenomen maar afzonderlijk vermeld onder de rubriek “Terreinen en gebouwen”, “Installaties, machines en uitrusting” of “Meubilair en rollend materieel”.
De onroerende goederen die werden aangekocht of gebouwd met het oog op herverkoop worden niet in deze rubriek opgenomen maar afzonderlijk onder de voorraden vermeld.
De kosten voor inrichting van gehuurde gebouwen worden eveneens in deze rubriek vermeld, voor zover ze niet ten laste werden genomen van de resultatenrekening van het lopende boekjaar.
IV. Financiële vaste activa
IV. A. Verbonden ondernemingen
§ 1. Voor de toepassing van deze titel wordt verstaan onder:
Onderneming:
- de vennootschap en het Europees economisch samenwerkingsverband;
- de openbare instelling die een statutaire opdracht van commerciële, financiële of industriële aard uitvoert;
- de instelling die niet is bedoeld in de punten 1° en 2°, die al dan niet een eigen rechtspersoonlijkheid bezit en die met of zonder winstoogmerk een commerciële, financiële of industriële activiteit uitoefent;
Onderneming verbonden met een vennootschap: de onderneming die met de vennootschap banden heeft zoals bedoeld in artikel 1:20 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen;
Moederonderneming: de vennootschap of onderneming die niet de rechtsvorm van een vennootschap heeft aangenomen en met een andere vennootschap of onderneming banden heeft zoals bedoeld in artikel 1:15, 1°, van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen;
Dochteronderneming: de vennootschap of onderneming die niet de rechtsvorm van een vennootschap heeft aangenomen en met een andere vennootschap of onderneming banden heeft zoals bedoeld in artikel 1:15, 2°, van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen;
Gemeenschappelijke dochteronderneming: de vennootschap of onderneming die niet de rechtsvorm van een vennootschap heeft aangenomen en met een andere vennootschap of onderneming banden heeft zoals bedoeld in artikel 1:18, tweede lid, van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen.
§ 2. Voor de toepassing van deze titel is er sprake van een consortium wanneer tussen vennootschappen of ondernemingen die niet de rechtsvorm van een vennootschap hebben aangenomen, banden bestaan zoals bedoeld in artikel 1:19 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen.
§ 3. Voor de toepassing van deze titel is er sprake van deelneming wanneer een vennootschap maatschappelijke rechten in een andere onderneming bezit in de zin van artikel 1:22 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen.
IV. B. Ondernemingen waarmee een deelnemingsverhouding bestaat
Voor de toepassing van deze titel wordt onder onderneming waarmee een deelnemingsverhouding bestaat, een niet verbonden onderneming verstaan waarmee een vennootschap banden heeft zoals bedoeld in artikel 1:23 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen.
IV. A. 2. Vorderingen op verbonden ondernemingen
IV. B. 2. Vorderingen op ondernemingen waarmee een deelnemingsverhouding bestaat
In die onderrubrieken worden geboekt de vorderingen op verbonden ondernemingen of op ondernemingen waarmee een deelnemingsverhouding bestaat, ongeacht de contractuele looptijd, de oorsprong of de vorm ervan, wanneer die vorderingen tot doel hebben de activiteit van deze ondernemingen duurzaam te steunen.
IV. C. Andere financiële vaste activa
IV. C. 1. Aandelen
Deze post omvat de maatschappelijke rechten in andere ondernemingen die geen deelneming vormen en die ertoe strekken door het scheppen van een duurzame en specifieke band met die ondernemingen de eigen bedrijfsuitoefening van de vennootschap te bevorderen.
IV. C. 2. Vorderingen en borgtochten in contanten
Onder die post worden opgenomen:
- de vorderingen, al dan niet belichaamd in effecten, bestemd voor een duurzame ondersteuning van de bedrijfsuitoefening van andere ondernemingen dan die bedoeld onder de posten IV. A. en IV. B.;
- de borgtochten in contanten gestort als doorlopende waarborg, onder meer aan openbare besturen of nutsbedrijven.
V. Vorderingen op meer dan één jaar
Onder die post worden opgenomen de vorderingen met een contractuele looptijd van meer dan één jaar. De vorderingen of het gedeelte van de vorderingen met een looptijd van meer dan één jaar, die binnen twaalf maanden vervallen, worden uit die post gelicht en, al naar het geval, onder post VII. A. of VII. B. opgenomen.
Naast de vorderingen waarvoor een titel bestaat, worden eveneens onder de overeenstemmende posten van deze rubriek opgenomen, de te ontvangen opbrengsten die tijdens het boekjaar of tijdens een vorig boekjaar zijn ontstaan en waarvoor nog geen rechtstitel bestaat, indien het bedrag daarvan vaststaat of met nauwkeurigheid kan worden geschat.
De pro rata van opbrengsten worden evenwel onder de overlopende rekeningen geboekt.
De vorderingen die voor de eigenaar of de verhuurder ontstaan uit de onder post III. D. van de activa bedoelde overeenkomsten worden onder post V. B. opgenomen.
VI. Voorraden en bestellingen in uitvoering
VI. A. 1. Grond- en hulpstoffen
Onder die post worden opgenomen de toeleveringen van grond- en hulpstoffen.
VI. A. 2. Goederen in bewerking
De kosten die moeten worden toegerekend aan bestellingen in uitvoering worden niet onder deze post opgenomen maar wel onder post
VI. A. 4. Handelsgoederen
Die post omvat de goederen ingekocht om zonder bewerking of na een lichte bewerking te worden verkocht.
VI. B. Bestellingen in uitvoering
Onder die post worden opgenomen:
- het onderhanden werk dat voor rekening van een derde op bestelling wordt uitgevoerd en waarvoor nog geen oplevering is geschied;
- de goederen in bewerking die voor rekening van een derde op bestelling worden gemaakt en die nog niet werden geleverd, tenzij het gaat om seriewerk;
- dienstprestaties die voor rekening van een derde op bestelling worden uitgevoerd en die nog niet werden geleverd, tenzij het gaat om een standaardtype van dienstprestaties.
VII. Vorderingen op ten hoogste één jaar
In deze rubriek worden de vorderingen opgenomen waarvan de oorspronkelijke looptijd ten hoogste één jaar bedraagt, evenals de vorderingen of de gedeelten van vorderingen die oorspronkelijk op langer dan één jaar luidden doch die binnen twaalf maanden vervallen.
Leden 2 en 3 van de omschrijving van rubriek “V. Vorderingen op meer dan één jaar” zijn van overeenkomstige toepassing op de vorderingen op ten hoogste één jaar.
Onder post “B. Overige vorderingen” worden onder meer de door belastingdiensten terug te betalen belastingen vermeld; de voorafbetalingen en de verrekenbare voorheffingen worden echter niet onder deze post opgenomen, maar onder post X van de resultatenrekening, behalve het gedeelte van die voorafbetalingen en voorheffingen dat uitgaat boven het geraamde bedrag van de verschuldigde belastingen.
VIII. B. Overige beleggingen
Onder die post worden opgenomen de vorderingen op kredietinstellingen, uit termijndeposito's, alsmede de met beleggingsdoeleinden verkregen effecten die niet het kenmerk hebben van financiële vaste activa, de verworven edele metalen, met de bedoeling deze op korte of middellange termijn opnieuw te verkopen. De aandelen in verbonden ondernemingen of in ondernemingen waarmee een deelnemingsverhouding bestaat, mogen niet onder deze post worden opgenomen, tenzij het om effecten gaat die zijn verkregen of waarop is ingeschreven met het oog op de wederafstand daarvan, of tenzij ze, krachtens een beslissing van de vennootschap, bestemd zijn om binnen twaalf maanden te worden gerealiseerd.
IX. Liquide middelen
De liquide middelen omvatten, behalve de kasmiddelen en de te incasseren vervallen waarden, alleen de tegoeden op zicht bij kredietinstellingen.
X. Overlopende rekeningen
Naast de bedragen bedoeld in artikel 3:55 worden onder deze post opgenomen:
- de over te dragen kosten, dit wil zeggen de pro rata van kosten die werden gemaakt tijdens het boekjaar of tijdens een vorig boekjaar maar die ten laste van een of meerdere volgende boekjaren moeten worden gebracht;
- de verworven opbrengsten, dit wil zeggen de pro rata van opbrengsten die slechts in de loop van een volgend boekjaar zullen worden geïnd maar die betrekking hebben op een verstreken boekjaar.
§ 2. De inhoud van bepaalde rubrieken van het passief wordt als volgt gedefinieerd:
I. Inbreng
1° Voor de naamloze vennootschappen, Europese vennootschappen en Europese coöperatieve vennootschappen wordt de rubriek I. A Kapitaal als volgt gedefinieerd: het bedrag van het kapitaal, bestaande uit het deel van het kapitaal dat werd gevormd door (a) de inbreng vanwege de aandeelhouders in het kapitaal; (b) in voorkomend geval de omzetting van uitgiftepremies; en (c) in voorkomend geval de omzetting van geboekte herwaarderingsmeerwaarden of van reserves; indien niet terugbetaald of verminderd via een kapitaalvermindering.
2° Voor besloten vennootschappen en coöperatieve vennootschappen omvat de rubriek I. Inbreng:
- het bedrag van het ingebracht eigen vermogen, dat bestaat uit de bedongen waarde van alle door de aandeelhouders toegezegde inbrengen in geld of in natura, voor zover niet terug uitgekeerd, in voorkomend geval uitgesplitst tussen (a) het ingebracht eigen vermogen dat krachtens de statuten onbeschikbaar is en (b) het overige ingebrachte eigen vermogen.
- de reserves die op grond van een statutaire bepaling slechts aan de aandeelhouders kunnen worden uitgekeerd mits een statutenwijziging of waarop de aandeelhouders in geval van uittreding of uitsluiting geen recht hebben.
3° voor vennootschappen onder firma of commanditaire vennootschappen wordt onder I. Inbreng begrepen: het vennootschapsvermogen dat bestaat uit het bedongen bedrag van de in de vennootschap ingebrachte of nog in te brengen waarden, in voorkomend geval zoals statutair vastgelegd;
4° wat de natuurlijke personen betreft en de bijkantoren in België van ondernemingen naar buitenlands recht wordt onder I. Inbreng begrepen: de verbindingsrekening met het vermogen van respectievelijk de exploitant en de zetel die de eigen middelen bevat die de buitenlandse onderneming duurzaam besteedt aan de bedrijfsuitoefening van haar bijkantoren in België.
In de onder 3° bedoelde gevallen wordt de benaming “Inbreng” aangepast naar “Vennootschapsvermogen” en in het geval 4° naar “Verbindingsrekening”.
II. Herwaarderingsmeerwaarden
Onder herwaarderingsmeerwaarden moeten worden verstaan de in de rekeningen bijgeschreven, niet gerealiseerde meerwaarden op vaste activa overeenkomstig artikel 3:35.
Worden eveneens onder deze post opgenomen:
- de terugnemingen van waardeverminderingen overeenkomstig artikel 3:94;
- de terugneming van waardeverminderingen geboekt op immateriële vaste activa en op materiële vaste activa zonder beperkte gebruiksduur;
- de herwaarderingsmeerwaarden bedoeld in artikel 3:22, vierde lid.
III. A. Onbeschikbare reserves
De reserves die op grond van een statutaire bepaling slechts aan de aandeelhouders kunnen worden uitgekeerd mits een statutenwijziging of waarop de aandeelhouders in geval van uittreding of uitsluiting geen recht hebben;
- voor eigen aandelen:
Onder die post worden de onbeschikbare reserves opgenomen, bedoeld bij artikel 5:148, § 2 en 7:217, § 2, van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen. - voor verleende financiële steunverlening: onder die post worden de onbeschikbare reserves opgenomen bedoeld bij de artikelen 5:152, § 1, eerste lid, 4°, 6:118, § 1, eerste lid, 4°, en 7:227, § 1, eerste lid, 3°, van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen.
- voor vennootschappen onder firma of commanditaire vennootschappen: onder die post worden de reserves opgenomen die op grond van een statutaire bepaling slechts aan de vennoten kunnen worden uitgekeerd mits een statutenwijziging of waaruit de vennoten in geval van uittreding of uitsluiting geen recht hebben.
III. B. Belastingvrije reserves
Deze post omvat de gerealiseerde meerwaarden en de winsten – na aftrek van de desbetreffende uitgestelde belastingen – waarvoor belastingvrijdom of -uitstel slechts geldt als zij in het vermogen van de vennootschap behouden blijven, met uitzondering van de meerwaarden die met toepassing van artikel 3:41 in de overlopende rekeningen zijn geboekt.
In deze rubriek worden ook de afschrijvingen opgenomen die geboekt werden op materiële en immateriële vaste activa, voor zover ze gevestigd zijn op een basis die hoger is dan de aanschaffingsprijs van die activa, wanneer de afschrijving op die verhoogde basis in fiscaal opzicht een aftrekbare last is.
V. Kapitaalsubsidies
Deze post omvat de kapitaalsubsidies die van overheidswege werden verkregen voor investeringen in vaste activa, na aftrek van de uitgestelde belastingen op deze subsidies; deze uitgestelde belastingen worden opgenomen in de passiefpost “VII. B. Uitgestelde belastingen”.
Deze subsidies worden geleidelijk afgeboekt via overboeking naar post “IV. C. Andere financiële opbrengsten”, volgens hetzelfde ritme als de afschrijvingen op de vaste activa voor de verwerving waarvan ze werden verkregen of, in voorkomend geval, ten belope van het saldo, bij realisatie of buitengebruikstelling van de betrokken vaste activa.
De kapitaalsubsidies die niet afhankelijk zijn van een investering in vaste activa worden bij de verkrijging geboekt onder post “I. D. Andere bedrijfsopbrengsten” of onder post “IV. C. Andere financiële opbrengsten”.
VII. A. Voorzieningen voor risico's en kosten
1° Pensioenen en soortgelijke verplichtingen
Onder die post worden opgenomen de voorzieningen die door de vennootschap werden gevormd om te voldoen aan de verplichtingen inzake rust- en overlevingspensioenen, werkloosheid met bedrijfstoeslag en andere pensioenen en renten die zij ten opzichte van haar actuele of gewezen personeels- of directieleden heeft aangegaan.
2° Belastingen
Onder die post worden opgenomen de voorzieningen die werden gevormd met het oog op belastingverplichtingen die uit een wijziging in de belastbare basis of in de berekening van de belasting kunnen voortvloeien.
VII. B. Uitgestelde belastingen
Deze post omvat uitsluitend:
- de naar latere boekjaren uitgestelde belastingen op kapitaalsubsidies die van overheidswege werden verkregen voor investeringen in vaste activa;
- de naar latere boekjaren uitgestelde belastingen op gerealiseerde meerwaarden op immateriële en materiële vaste activa en op effecten die zijn uitgegeven door de Belgische openbare sector ingeval de belasting op deze meerwaarden is uitgesteld;
- de naar latere boekjaren uitgestelde buitenlandse belastingen van dezelfde aard als de sub a) en b) bedoelde belastingen.
VIII. Schulden op meer dan één jaar
Onder die post worden de schulden opgenomen die een contractuele looptijd hebben van meer dan één jaar. De schulden of de gedeelten van de schulden op meer dan één jaar die binnen de twaalf maanden vervallen worden uit deze rubriek gelicht en overgebracht naar rubriek IX. A.
Worden hier onder de overeenkomstige post geboekt de te betalen kosten die in de loop van het boekjaar of van een vorig boekjaar werden gemaakt en waarvoor nog geen titel bestaat maar waarvan het bedrag vaststaat of met nauwkeurigheid kan worden geschat. De pro rata van kosten worden evenwel onder de overlopende rekeningen geboekt.
De verplichtingen die voortvloeien uit achtergestelde leningen, obligatieleningen, leasing of soortgelijke overeenkomsten, worden vermeld onder de daarvoor bestemde posten, ook al zijn zij aangegaan jegens kredietinstellingen of leveranciers of worden zij door een handelseffect vertegenwoordigd.
Onder de schulden ten aanzien van kredietinstellingen worden onder meer opgenomen de orderbriefjes (promessen) die door de vennootschap werden onderschreven op naam of aan de order van een kredietinstelling, alsmede de schulden aan kredietinstellingen uit hoofde van bankaccepten die door de vennootschap in omloop werden gebracht, ook al vinden zij hun oorsprong in de aankoop van goederen en diensten.
De schulden vertegenwoordigd door een wissel of een orderbriefje worden slechts onder de post “B. 2. Te betalen wissels” opgenomen, wanneer zij hun oorsprong vinden in de aankoop van goederen of diensten.
IX. Schulden op ten hoogste één jaar
De leden 2 tot 5 van de omschrijving van rubriek “VIII. Schulden op meer dan één jaar” zijn van overeenkomstige toepassing.
X. Overlopende rekeningen
Naast de bedragen bedoeld in artikel 3:45, § 2, worden onder die post opgenomen:
- de toe te rekenen kosten, dit wil zeggen de pro rata van kosten die pas in een later boekjaar zullen worden betaald maar die betrekking hebben op een verstreken boekjaar;
- de over te dragen opbrengsten, dit wil zeggen de pro rata van opbrengsten die in de loop van het boekjaar of van een vorig boekjaar zijn geïnd, doch die betrekking hebben op een later boekjaar.
2. Inhoud van bepaalde rubrieken van de resultatenrekening.
Artikel 3:90
De inhoud van bepaalde rubrieken van de resultatenrekening wordt als volgt gedefinieerd:
I. A. Omzet (volledige schema)
Onder omzet wordt verstaan het bedrag van de verkoop van goederen en de levering van diensten aan derden, in het kader van de gewone bedrijfsuitoefening van de vennootschap, onder aftrek van de op de verkoopprijs in de handel toegestane kortingen (afslag, ristorno, rabat); dit bedrag omvat niet de belasting over de toegevoegde waarde, noch enige andere rechtstreeks met de omzet verbonden belasting.
Onder die post moeten eveneens worden opgenomen de tegemoetkomingen van de overheid in het kader van een tariferingspolitiek als compensatie voor lagere ontvangsten.
Voor de natuurlijke personen die zelfstandig een beroepsactiviteit uitoefenen, omvat de omzet ook de onttrekkingen in natura anders dan ten behoeve van hun bedrijf.
I. D. Andere bedrijfsopbrengsten (volledig schema)
Onder die post worden de van derden ontvangen en met de bedrijfsuitoefening verbonden opbrengsten opgenomen die:
- niet hun oorsprong vinden in een verkoop of een dienstverlening aan derden, binnen het kader van de gewone bedrijfsuitoefening van de vennootschap, en
- niet als een niet-recurrente bedrijfsopbrengst of financiële opbrengst kunnen worden aangemerkt.
In het bijzonder worden onder die post opgenomen de subsidies of compenserende bedragen bij in- of uitvoer alsmede de exploitatiesubsidies.
Onder die post worden eveneens opgenomen de meerwaarden die werden verwezenlijkt bij de realisatie van handelsvorderingen.
I. E. Niet-recurrente bedrijfsopbrengsten (volledig schema) of I. A. B. (verkort en microschema)
Onder die post worden de opbrengsten opgenomen die een bedrijfskarakter hebben maar geen verband houden met de gewone bedrijfsuitoefening van de vennootschap:
1° de terugneming van afschrijvingen en van waardeverminderingen op immateriële en materiële vaste activa. Onder die post worden opgenomen:
- de met toepassing van artikel 3:39, § 1, derde lid en artikel 3:42, § 1, derde lid, verrichte terugnemingen van afschrijvingen die tijdens een vorig boekjaar werden geboekt;
- de terugnemingen van waardeverminderingen die tijdens een vorig boekjaar werden geboekt op immateriële en materiële vaste activa en die te hoog zijn gebleken;
2° de terugneming van voorzieningen voor niet-recurrente bedrijfsrisico’s en -kosten die tijdens een vorig boekjaar werden gevormd en die te hoog zijn gebleken, tenzij het gaat om voorzieningen die werden gevormd voor risico's en kosten die verband houden met het gewone bedrijf van de vennootschap;
3° de meerwaarden die worden verwezenlijkt bij de realisering van materiële en immateriële vaste activa. Gaat het om materiële vaste activa, dan mogen deze meerwaarden onder de post “I. D. Andere bedrijfsopbrengsten” (volledig schema) worden opgenomen wanneer de realisatie kadert in de gewone bedrijfsuitoefening van de vennootschap; dit laatste zal blijken uit de regelmaat waarmee dergelijke activa worden gerealiseerd en het normale karakter ervan;
4° de andere niet-recurrente bedrijfsopbrengsten.
II. A. Handelsgoederen, grond- en hulpstoffen (volledig schema)
Na aftrek van de in de handel toegestane kortingen en van de belasting over de toegevoegde waarde, voor zover deze aftrekbaar is, worden onder deze post opgenomen de inkopen van handelsgoederen, grond- en hulpstoffen.
Worden eveneens onder deze post geboekt, de ingekochte diensten, werken en studies, voor zover deze een rechtstreekse invloed hebben op de vervaardigingsprijs van de geproduceerde goederen, de algemene onderaannemingen en de inkopen van onroerende goederen bestemd voor verkoop.
II. B. Diensten en diverse goederen (volledig schema)
Na aftrek van de in de handel toegestane kortingen en van de belasting over de toegevoegde waarde, voor zover deze aftrekbaar is, worden onder die post opgenomen de kosten verbonden met de dienstverlening of de levering van goederen door derden in het kader van de bedrijfsuitoefening, tenzij deze kosten onder rubrieken A of C moeten worden geboekt.
Worden eveneens onder deze post opgenomen, de vergoedingen van uitzendkrachten en ter beschikking van de vennootschap gestelde personen evenals de rechtstreekse en onrechtstreekse bezoldigingen en pensioenen van bestuurders, zaakvoerders en werkende vennoten, die niet worden toegekend uit hoofde van een arbeidsovereenkomst.
II. D. Afschrijvingen en waardeverminderingen op oprichtingskosten en op immateriële en materiële vaste activa (volledig schema) of I. D. (verkort en microschema)
Onder die post worden opgenomen de afschrijvingen en de waardeverminderingen die werden geboekt op oprichtingskosten – andere dan de kosten bij uitgifte van leningen en het disagio – en op immateriële en materiële vaste activa tenzij deze afschrijvingen en waardeverminderingen wegens hun uitzonderlijke aard als een niet-recurrente bedrijfskost moeten worden geboekt (post II. I. (volledig schema) of I. I. (verkort en microschema)).
De terugnemingen van afschrijvingen of van waardeverminderingen worden niet onder deze post opgenomen maar worden geboekt onder de niet-recurrente bedrijfsopbrengsten (post I. E. (volledig schema) of I. A. B. (verkort of microschema)).
II. E. Waardeverminderingen op voorraden, op bestellingen in uitvoering en op handelsvorderingen (toevoegingen +, terugnemingen -) (volledig schema) of I. E. (verkort en microschema)
Onder die post worden opgenomen de waardeverminderingen die werden geboekt op voorraden, op bestellingen in uitvoering of op handelsvorderingen bedoeld in de posten V. A. en VII. A. van de balans.
De terugnemingen van op voorraden of op handelsvorderingen geboekte waardeverminderingen worden op deze post aangerekend. Wat de voorraden betreft, moet deze aanrekening niet geschieden wanneer de toepassing van één van de in artikel 3:21 bedoelde waarderingsmethoden ertoe leidt dat bij de waardebepaling van de uitgaande voorraden wordt rekening gehouden met tijdens vorige boekjaren geboekte waardeverminderingen.
II. F. Voorzieningen voor risico's en kosten (toevoegingen +, bestedingen en terugnemingen -) (volledig schema) of I. F. (verkort en microschema)
Onder die post worden opgenomen:
- de voorzieningen gevormd voor bedrijfsrisico's en -verplichtingen;
- de bestedingen van voorzieningen voor risico's en kosten die vroeger werden gevormd, in zoverre deze risico's en verplichtingen tot bedrijfskosten aanleiding hebben gegeven;
- de terugnemingen van voorzieningen voor risico's en kosten die tijdens een vorig boekjaar werden gevormd voor gewone bedrijfsrisico's en -verplichtingen van de vennootschap en die overtollig zijn gebleken.
II. G. Andere bedrijfskosten (volledig schema) of I. G. (verkort en microschema)
Onder die post worden de aan derden betaalde of verschuldigde met de bedrijfsuitoefening verbonden kosten opgenomen, die:
- niet hun oorsprong vinden in een dienstverlening of een levering door derden, binnen het kader van de gewone bedrijfsuitoefening van de vennootschap en
- niet als een financiële of niet-recurrente bedrijfskost kunnen worden aangemerkt.
In het bijzonder worden onder die post opgenomen, de belastingen die als een bedrijfskost moeten worden aangemerkt, zoals de onroerende voorheffing, de belasting op de voertuigen, de belasting op drijfkracht of op tewerkgesteld personeel, de accijnsrechten en de uitvoerheffingen.
Onder die post worden eveneens opgenomen de minderwaarden die werden geboekt bij de realisatie van handelsvorderingen, tenzij deze minderwaarden gelijk zijn aan het disconto; het disconto wordt geboekt onder post “V. C. Andere financiële kosten” (volledig schema).
II. I. Niet-recurrente bedrijfskosten (volledig schema) of I. I. (verkort en microschema)
Onder die post worden de kosten opgenomen die een bedrijfskarakter hebben maar geen verband houden met de gewone bedrijfsuitoefening van de vennootschap:
- de niet-recurrente afschrijvingen en waardeverminderingen op oprichtingskosten, op immateriële en materiële vaste activa: de afschrijvingen en waardeverminderingen bedoeld in artikel 3:6, § 2, artikel 3:39, § 1, tweede lid, en § 2, en artikel 3:42, § 1, tweede lid en § 2;
- de voorzieningen voor niet-recurrente bedrijfsrisico's en kosten: toevoegingen (bestedingen en terugnemingen). Onder deze post worden de voorzieningen opgenomen die werden gevormd voor risico's en kosten die geen verband houden met de gewone bedrijfsuitoefening van de vennootschap;
- de minderwaarden bij de realisatie van materiële en immateriële vaste activa. Onder die post worden de minderwaarden opgenomen die worden geboekt bij de realisering van vaste activa. Gaat het om immateriële of materiële vaste activa dan moeten deze minderwaarden onder de post “II. G. Andere bedrijfskosten” worden opgenomen wanneer de realisatie kadert in de gewone bedrijfsuitoefening van de vennootschap; dit laatste zal blijken uit de regelmaat waarmee dergelijke activa worden gerealiseerd en het normale karakter daarvan;
- andere niet-recurrente bedrijfskosten ;
- de als herstructureringskosten geactiveerde niet-recurrente bedrijfskosten (-).
I. A. B. Brutomarge (+) (-) (verkort en microschema)
Deze post uit de resultatenrekening van het verkort en microschema bedoeld in bijlage 4 beantwoordt aan de algebraïsche som van de volgende posten uit het volledig schema van de resultatenrekening:
I. A. Omzet
I. B. Wijziging in de voorraad goederen in bewerking en gereed product en in de bestellingen in uitvoering
I. C. Geproduceerde vaste activa
I. D. Andere bedrijfsopbrengsten
I. E. Niet-recurrente bedrijfsopbrengsten
II. A. Handelsgoederen, grond- en hulpstoffen
II. B. Diensten en diverse goederen.
III. A. Kapitaal- en interestsubsidies (verkort en microschema)
Onder deze post uit de resultatenrekening uit het verkort schema of het microschema wordt het bedrag opgenomen van de kapitaal- en de interestsubsidies door de overheid toegekend en aangerekend op het resultaat van het boekjaar.
IV. B. Opbrengsten uit vlottende activa (volledig schema)
Onder die post worden opgenomen de opbrengsten (interesten, dividenden, enz.) uit activa opgenomen onder posten V., VII., VIII., IX. en X.
IV. C. Andere financiële opbrengsten (volledig schema) of III. B. (verkort en microschema)
Worden onder die post opgenomen:
- de meerwaarden verwezenlijkt bij de realisatie van vorderingen, andere dan handelsvorderingen, van geldbeleggingen en van liquide middelen;
- in het volledig schema van de jaarrekening: de als opbrengst geboekte kapitaal- en interestsubsidies;
- de wisselresultaten en de resultaten uit de omrekening van vreemde valuta tenzij deze specifiek verbonden zijn met een andere post van de resultatenrekening; in dit laatste geval mogen ze onder die post worden opgenomen;
- alle opbrengsten van financiële aard die geen verband houden met welbepaalde activa.
IV. D. Niet-recurrente financiële opbrengsten (volledig schema)
Onder die post worden opgenomen de terugneming van waardeverminderingen op financiële vaste activa, de terugneming van voorzieningen voor niet-recurrente financiële risico’s en kosten, de meerwaarden bij realisatie van financiële vaste activa en de andere niet-recurrente financiële opbrengsten.
V. A. Kosten van schulden (volledig schema)
Worden onder die post opgenomen:
- de interesten, de commissies en de kosten verbonden aan schulden;
- de afschrijving van de kosten bij uitgifte van leningen en van het disagio.
De geactiveerde interesten worden afgetrokken van het bedrag van de onder deze post opgenomen kosten.
V. B. Waardeverminderingen op vlottende activa andere dan bedoeld onder II. E. (toevoegingen +, terugnemingen -) (volledig schema)
Onder die post worden opgenomen de waardeverminderingen geboekt op vorderingen andere dan handelsvorderingen, op geldbeleggingen en op liquide middelen. De terugnemingen van waardeverminderingen op deze vlottende activa worden eveneens onder deze post geboekt.
V. C. Andere financiële kosten (volledig schema)
Onder die post worden opgenomen alle kosten van financiële aard die niet werden geboekt onder de posten V. A.,V. B. of V. D en in het bijzonder:
- de minderwaarden verwezenlijkt bij de realisatie van vorderingen, andere dan handelsvorderingen, van geldbeleggingen en van liquide middelen;
- het disconto ten laste van de vennootschap bij het verhandelen van vorderingen (een wissel, een warrant, een factuur, enz.);
- de wisselresultaten en de resultaten uit de omrekening van vreemde valuta tenzij deze specifiek verbonden zijn met een andere post van de resultatenrekening; in dit laatste geval mogen ze onder die post worden opgenomen;
- de kosten betreffende posten van het eigen vermogen (kosten bij inbreng, kosten bij kapitaalverhoging, niet opgenomen onder de oprichtingskosten, de taks op ter beurze genoteerde effecten, enz.);
- de commissies en financiële kosten.
V. D. Niet-recurrente financiële kosten (volledig schema)
Onder die post worden opgenomen: de waardeverminderingen op financiële vaste activa, voorzieningen voor niet-recurrente financiële risico’s en kosten, de minderwaarden bij realisatie van financiële vaste activa, de andere niet-recurrente financiële kosten en de als herstructureringskosten geactiveerde niet-recurrente financiële kosten.
VIII. Belastingen op het resultaat (volledige schema) of VII. (verkort en microschema)
Onder die post worden opgenomen:
1°onder belastingen:
a) op het resultaat van het boekjaar:
- de voorafbetalingen en de werkelijke voorheffingen die met de belasting verrekenbaar zijn, voor zover het bedrag van deze voorafbetalingen en van deze voorheffingen niet hoger is dan het geraamde bedrag van de verschuldigde belastingen; dit overschot wordt geactiveerd; geactiveerd worden eveneens de voorafbetalingen van belastingen die naar het volgende boekjaar werden overgedragen of waarvan de terugbetaling werd gevraagd;
- het verschil tussen het geraamde bedrag van de op het resultaat van het boekjaar verschuldigde belastingen en het bedrag van de voorafbetalingen en verrekenbare bestanddelen;
- de belastingsupplementen waarvoor een voorziening werd gevormd;
- de in het buitenland betaalde of verschuldigde winstbelastingen;
b) op de winst van vorige boekjaren:
de betaalde, verschuldigde of geraamde belastingsupplementen alsmede de belastingsupplementen waarvoor een voorziening werd gevormd;
2° onder regularisering van belastingen en terugneming van voorzieningen voor belastingen:
de verkregen, vastgestelde of geraamde regularisering van belastingen die tijdens een vorig boekjaar ten laste werden genomen.
X. B. Overboeking naar de belastingvrije reserves (volledig schema) of IX. B. (verkort en microschema)
Deze post wordt gebruikt voor de overboeking van bepaalde opbrengsten of een gedeelte van de winst naar de belastingvrije reserves wanneer hun fiscale vrijstelling afhankelijk is van hun behoud in het vermogen van de vennootschap.
3. Inhoud van bepaalde verplichte vermeldingen in de toelichting.
Artikel 3:91
De inhoud van bepaalde verplichte vermeldingen in de toelichting wordt gedefinieerd als volgt:
A. Niet in de balans opgenomen rechten en verplichtingen
00 Zekerheden door derden gesteld of onherroepelijk beloofd voor rekening van de vennootschap
Op deze rekening worden de zakelijke of persoonlijke zekerheden geboekt die door derden ten behoeve van de crediteuren van de vennootschap zijn gesteld of onherroepelijk beloofd, als waarborg voor de voldoening van actuele of potentiële schulden of verplichtingen die de vennootschap jegens hen heeft aangegaan.
01 Persoonlijke zekerheden gesteld of onherroepelijk beloofd voor rekening van derden
Op deze rekening worden de persoonlijke zekerheden geboekt die door de vennootschap ten behoeve van derden zijn gesteld of onherroepelijk beloofd als waarborg voor de voldoening van actuele of potentiële schulden en verplichtingen die deze derden hebben aangegaan jegens andere schuldeisers dan de vennootschap zelf.
De wisselverplichtingen zijn die welke voor de vennootschap voortvloeien uit door haar getrokken, geëndosseerde of voor aval getekende wissels in omloop, met uitzondering van de door de vennootschap getrokken bankaccepten.
02 Zakelijke zekerheden gesteld of onherroepelijk beloofd op eigen activa
Op deze rekening worden de zakelijke zekerheden geboekt waarmee de vennootschap haar eigen activa heeft bezwaard of die ze onherroepelijk heeft beloofd voor de voldoening van actuele of potentiële schulden en verplichtingen van zichzelf of van derden.
In de rekeningen 021 en 023 betreffende de zekerheidstellingen moet in voorkomend geval een onderscheid worden gemaakt tussen de soorten van bezwaarde activa.
03 Ontvangen zekerheden
Op deze rekening worden de zakelijke en persoonlijke zekerheden geboekt die de vennootschap heeft ontvangen voor de voldoening van actuele of potentiële schulden en verplichtingen die derden jegens haar hebben aangegaan, met uitzondering van zekerheidstellingen en borgtochten in contanten.
04 Goederen en waarden gehouden door derden in hun naam, maar ten bate en op risico van de vennootschap
Op deze rekening worden de goederen en waarden geboekt die ten opzichte van derden aan een ander toebehoren en waarvan de vennootschap het risico draagt maar er tevens de opbrengsten uit int zoals de overeenkomsten tot het houden van een deelneming, indien deze goederen en waarden niet mogen worden opgenomen in de balans.
05 Verplichtingen tot aan- en verkoop van vaste activa
Op die rekening worden als verplichtingen tot aankoop geboekt de geplaatste bestellingen en de verplichtingen met optie van derden, en als verplichtingen tot verkoop de ontvangen bestellingen en de opties die aan derden op bezittingen van de vennootschap zijn verleend.
De verplichtingen tot aankoop evenals de verplichtingen tot verkoop die tot de gewone bedrijfsuitoefening van de vennootschap behoren en haar vermogen of resultaat niet aanmerkelijk beïnvloeden behoeven niet te worden geboekt.
06 Termijnovereenkomsten
Op deze rekening worden in de daartoe aangelegde rekeningen geboekt de koop- en verkoopovereenkomsten op termijn betreffende goederen en vreemde deviezen, alsmede de daartegenoverstaande betalingsverplichtingen en vorderingen.
07 Goederen en waarden van derden gehouden door de vennootschap
Op deze rekening worden in afzonderlijke rekeningen geboekt:
- de gebruiksrechten op lange termijn betreffende goederen die aan derden toebehoren en de daartegenoverstaande verplichtingen, voor zover deze rechten en verplichtingen niet in de balans worden vermeld;
- de goederen en waarden van derden die aan de vennootschap in bewaring, in consignatie of in bewerking zijn gegeven, alsmede de daartegenoverstaande verplichtingen jegens deponenten en committenten;
- de goederen en waarden die de vennootschap uit anderen hoofde voor rekening of ten bate en op risico van derden onder zich houdt, alsmede de daartegenoverstaande verplichtingen.
B. Reële waarde
Voor het opstellen van de staat XXII die de informatie bevat met betrekking tot het niet-gebruik van de waarderingsmethode op basis van de reële waarde voor financiële instrumenten:
- Dient te worden verstaan onder reële waarde : de waarde vastgesteld met verwijzing naar:
- een marktwaarde voor de financiële instrumenten waarvoor een betrouwbare markt gemakkelijk is aan te wijzen. Wanneer een marktwaarde voor een gegeven instrument niet eenvoudig kan worden bepaald, maar dit wel kan voor de samenstellende elementen of voor een gelijkaardig instrument, kan de marktwaarde berekend worden op basis van die van zijn bestanddelen of die van het gelijkaardige instrument, of
- een waarde berekend met behulp van modellen en algemeen aanvaarde waarderingstechnieken voor de instrumenten waarvoor een betrouwbare markt niet gemakkelijk aan te wijzen is. Deze waarderingsmodellen en -technieken dienen een redelijke benadering van de marktwaarde op te leveren.
- De grondstoffencontracten die ieder van de contractsluitende partijen het recht geven tot afwikkeling in contanten of enig ander financieel instrument worden als afgeleiden financiële instrumenten beschouwd, behalve wanneer:
- de contracten gesloten werden en duurzaam dienen voor de verwachte inkoop-, verkoop-, of gebruiksbehoeften van de vennootschap;
- zij bij de totstandkoming voor dat doeleinde werden bestemd, en
- de afwikkeling naar verwachting zal geschieden door levering van de grondstof.
Afdeling 3. — Diverse bepalingen en overgangsbepalingen.
Artikel 3:92
De verzekeringsondernemingen die niet worden bedoeld bij artikel III.95, § 2, tweede lid, van het Wetboek van economisch recht, alsmede de herverzekeringsondernemingen maken hun jaarrekening op overeenkomstig het koninklijk besluit van 17 november 1994 op de jaarrekening van de verzekerings- en herverzekeringsondernemingen.
Artikel 3:93
De herwaardering van de nijverheids-, handels- of landbouwoutillering en van de daarmede gelijkgestelde nijverheidsgebouwen waartoe wordt overgegaan in toepassing van artikel 511, § 2, van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992, wordt in de jaarrekening behandeld overeenkomstig de bepalingen van het koninklijk besluit genomen ter uitvoering van dit artikel.
Artikel 3:94
Onder post II van de passiefzijde “Herwaarderingsmeerwaarden” mogen rechtstreeks worden geboekt en gehandhaafd tot op het ogenblik waarop de betrokken goederen gerealiseerd zijn de terugneming van waardeverminderingen op deelnemingen, effecten en andere in portefeuille gehouden waardepapieren, voor zover deze waardeverminderingen werden geboekt vóór 1 januari 1976 of, indien de vennootschap het boekjaar anders dan per 31 december afsluit, vóór het begin van het boekjaar afgesloten in de loop van 1977.
Artikel 3:95
De vennootschappen en de publiekrechtelijke rechtspersonen en entiteiten, onderworpen aan boek III, titel 3, hoofdstuk 2, van het Wetboek van economisch recht, die voor hun personeelsleden en/of bedrijfsleiders, rust- of overlevingspensioenverplichtingen hebben aangegaan in het kader van een pensioenregeling, die door een instelling voor bedrijfspensioenvoorziening wordt beheerd, zijn vrijgesteld van de vorming van voorzieningen voor die verplichtingen. Die vrijstelling heeft betrekking op het gedeelte van de voorzieningen waarvoor de instelling voor bedrijfspensioenvoorziening van een vrijstelling geniet overeenkomstig artikel 163 tot 166, 168 of 169 van de wet van 27 oktober 2006 betreffende het toezicht op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening of waarvan de vennootschap of publiekrechtelijke rechtspersoon of entiteit geniet overeenkomstig respectievelijk artikel 165, eerste lid of 168, § 1, tweede lid, van de voormelde wet van 27 oktober 2006.
HOOFDSTUK 2. — Geconsolideerde jaarrekening
Afdeling 1. — Consolidatiekring
Artikel 3:96
De consoliderende vennootschap en al haar dochterondernemingen worden in de consolidatie opgenomen.
Artikel 3:97
Een dochteronderneming mag buiten de consolidatie worden gelaten:
- indien zij slechts van te verwaarlozen betekenis is en haar opneming geen betekenis zou hebben voor de beoordeling van het geconsolideerd vermogen, de geconsolideerde financiële positie of het geconsolideerd resultaat; indien meer dochterondernemingen aan deze voorwaarde voldoen, mag van deze mogelijkheid slechts gebruik worden gemaakt indien zij te zamen aan de gestelde voorwaarde voldoen;
- indien ingrijpende en duurzame beperkingen in wezenlijke mate de effectieve uitoefening van de controlebevoegdheid over de betrokken dochteronderneming dan wel de aanwending van het vermogen van laatstgenoemde bemoeilijken;
- indien de gegevens die nodig zijn om deze dochteronderneming in de consolidatie op te nemen, niet zonder onevenredige kosten of onverantwoorde vertraging kunnen worden verkregen;
- indien haar aandelen uitsluitend met het oog op latere vervreemding worden gehouden.
Gebruik van dit artikel moet worden gemotiveerd in de toelichting.
Artikel 3:98
Een dochteronderneming waarover de consoliderende vennootschap een controle in feite bezit wordt buiten de consolidatie gelaten indien de opneming ervan in de consolidatie zou indruisen tegen het in artikel 3:105 verwoorde beginsel.
De toepassing van deze bepaling wordt vermeld en gemotiveerd in de toelichting.
Artikel 3:99
De dochterondernemingen in vereffening alsmede de dochterondernemingen die hebben besloten hun bedrijf stop te zetten of waarvoor er niet meer kan van worden uitgegaan dat zij hun bedrijf zullen voortzetten, worden buiten de consolidatie gelaten.
Artikel 3:100
De deelnemingen in de dochterondernemingen die met toepassing van de artikelen 3:98 en 3:99 buiten de consolidatie zijn gelaten, worden in de geconsolideerde jaarrekening opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode.
Artikel 3:101
Indien de jaarrekening of de geconsolideerde jaarrekening van de dochterondernemingen die met toepassing van de artikelen 3:98 en 3:99 buiten de consolidatie zijn gelaten, niet in België openbaar worden gemaakt, moeten zij bij de geconsolideerde jaarrekening worden gevoegd of voor het publiek verkrijgbaar worden gesteld op de zetel van de consoliderende vennootschap; in dit laatste geval moeten zij op verzoek verkrijgbaar zijn, tegen een prijs die niet hoger mag liggen dan de kostprijs van de kopie.
Artikel 3:102
Indien de samenstelling van het geconsolideerde geheel in de loop van het boekjaar een aanmerkelijke wijziging heeft ondergaan, dient de toelichting inlichtingen te bevatten die een zinvolle vergelijking van de achtereenvolgende geconsolideerde jaarrekeningen mogelijk maken.
Afdeling 2. — Algemene beginselen.
Artikel 3:103
De geconsolideerde jaarrekening bestaat uit de balans, de resultatenrekening en de toelichting. Deze stukken vormen één geheel.
Onverminderd artikel 3:30, § 2 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen worden in de geconsolideerde jaarrekening de bedragen in euro uitgedrukt.
Artikel 3:104
§ 1. De geconsolideerde jaarrekening wordt opgesteld overeenkomstig de bepalingen van deze titel.
§ 2. Het bestuursorgaan van elke consoliderende vennootschap kan echter de beslissing nemen om de geconsolideerde jaarrekening op te stellen met toepassing van het geheel van de internationale boekhoudnormen bepaald door de International Accounting Standards Board en die, op de datum van de afsluiting van de balans werden aangenomen door de Europese Commissie met toepassing van het artikel 3 van de Verordening 1606/2002/EG van 19 juli 2002 betreffende de toepassing van internationale standaarden voor de jaarrekeningen.
Dergelijke beslissing is onherroepbaar.
Wanneer er van deze mogelijkheid wordt gebruik gemaakt vermeldt de toelichting bij de geconsolideerde jaarrekening dat de onderneming daartoe over de nodige administratieve en organisatorische middelen beschikt, alsmede een beschrijving van deze middelen, en dat zij het geheel van de normen vastgesteld door de International Accounting Standards Board toepast die, op de datum van de afsluiting van de balans, werden aangenomen door de Europese Commissie met toepassing van artikel 3 van de in lid 1 vermelde verordening.
§ 3. De vennootschappen naar Belgisch recht, waarvan de financiële instrumenten op de datum van de afsluiting van de balans worden toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt, als bedoeld in artikel 3, 7°, van de wet van 21 november 2017 over de infrastructuren voor de markten voor financiële instrumenten en houdende omzetting van Richtlijn 2014/65/EU, worden gehouden hun geconsolideerde jaarrekening op te stellen met toepassing van het geheel van de internationale boekhoudnormen vastgesteld door de International Accounting Standards Board en die, op de dag van de afsluiting van de balans, werden aangenomen door de Europese Commissie met toepassing van artikel 3 van de in § 2, vermelde verordening.
§ 4. Wanneer door de toepassing van paragraaf 2 of paragraaf 3 de geconsolideerde jaarrekening wordt opgesteld met toepassing van het geheel van de internationale boekhoudnormen bepaald door de International Accounting Standards Board en die op de dag van de afsluiting van de balans, werden aangenomen door de Europese Commissie, omvat de toelichting bij de geconsolideerde jaarrekening naast de vermeldingen voorgeschreven door de aangenomen internationale boekhoudnormen en voor zover deze door de vermelde normen niet wordt vereist, de volgende inlichtingen:
- voor elke vennootschap opgenomen in of uitgesloten van de consolidatie, alsmede voor de geassocieerde vennootschappen, de naam, de zetel, en, wanneer het gaat om een vennootschap naar Belgisch recht, het ondernemingsnummer dat haar werd toegekend door de Kruispuntbank van de Ondernemingen;
- het gemiddelde aantal personeelsleden tewerkgesteld door de vennootschappen opgenomen in de consolidatie, uitgesplitst per categorie;
- het globaal bedrag van de bezoldigingen voor het boekjaar toegekend aan de bestuurders of zaakvoerders van de consoliderende vennootschap om reden van hun functies in deze vennootschap, in haar dochterondernemingen en in haar geassocieerde vennootschappen, inbegrepen het bedrag van de rustpensioenen toegekend om dezelfde reden aan gewezen bestuurders of zaakvoerders;
- het globaal bedrag van de voorschotten en de kredieten toegekend aan de bestuurders of zaakvoerders van de consoliderende vennootschap door deze vennootschap, door een dochteronderneming of door een geassocieerde vennootschap.
Artikel 3:105
De geconsolideerde jaarrekening moet een getrouw beeld geven van het vermogen, de financiële positie en het resultaat van het geconsolideerde geheel.
Wanneer de toepassing van de bepalingen van deze titel niet volstaat om te voldoen aan dit voorschrift, moeten aanvullende inlichtingen worden verstrekt in de toelichting.
Artikel 3:106
Indien in uitzonderingsgevallen blijkt dat de toepassing van een bepaling van de afdelingen 2 tot 4 van dit hoofdstuk strijdig zou zijn met het voorschrift van artikel 3:105, dient met toepassing van voornoemd artikel hiervan te worden afgeweken.
Zulke afwijking moet in de toelichting worden gemotiveerd.
De invloed ervan op het vermogen, de financiële positie en het resultaat van het geconsolideerde geheel wordt vermeld in de toelichting bij de geconsolideerde jaarrekening over het boekjaar waarin deze afwijking voor het eerst werd toegepast.
Artikel 3:107
De geconsolideerde jaarrekening moet duidelijk worden opgesteld en stelselmatig weergeven, enerzijds, op de dag waarop het boekjaar wordt afgesloten, de aard en het bedrag van de bezittingen en rechten van het geconsolideerde geheel, van zijn schulden en verplichtingen evenals van zijn eigen middelen, en anderzijds, voor het op die dag afgesloten boekjaar, de aard en het bedrag van zijn opbrengsten en zijn kosten. Zij moet zowel in de balans als in de resultatenrekening afzonderlijk de belangen van derden vermelden.
Compensatie tussen tegoeden en schulden, tussen rechten en verplichtingen en tussen opbrengsten en kosten is verboden, behoudens in de gevallen bij dit hoofdstuk bepaald.
Artikel 3:108
De geconsolideerde balans en resultatenrekening moeten voortvloeien uit een samenhangend en controleerbaar boekhoudsysteem, zodanig dat de boekhoudkundige continuïteit van de geconsolideerde jaarrekening van het ene jaar op het andere is verzekerd.
Artikel 3:109
De geconsolideerde jaarrekening wordt op dezelfde datum afgesloten als de jaarrekening van de consoliderende vennootschap.
De geconsolideerde jaarrekening kan evenwel op een ander tijdstip worden afgesloten om rekening te houden met de balansdatum van de meeste of van de belangrijkste van de in de consolidatie opgenomen ondernemingen.
Artikel 3:110
Onverminderd de artikelen 3:127, 2,134, 3:137 en 3:138, bevat de geconsolideerde jaarrekening alle actief- en passiefbestanddelen en alle rechten en verplichtingen van de consoliderende vennootschap en van de dochterondernemingen die in de consolidatie zijn opgenomen, op de afsluitingsdatum van de geconsolideerde jaarrekening, alsmede alle opbrengsten en kosten van de consoliderende vennootschap en van de in de consolidatie opgenomen dochterondernemingen, die betrekking hebben op de door de geconsolideerde resultatenrekening bestreken periode.
Indien het uiterst moeilijk zou blijken om actief- en passiefbestanddelen en rechten en verplichtingen van de consoliderende vennootschap of van een dochteronderneming, dan wel opbrengsten en kosten uit de door de geconsolideerde resultatenrekening bestreken periode in de geconsolideerde jaarrekening op te nemen op de afsluitingsdatum of zulks de opstelling en openbaarmaking van de geconsolideerde jaarrekening uitermate zou vertragen, dan mogen zij op een ander tijdstip in aanmerking worden genomen. Tussen beide data of de beschouwde periodes mag evenwel onder geen enkel beding meer dan drie maanden liggen.
Artikel 3:111
Gebruik van de in artikel 3:109, tweede lid of artikel 3:110, tweede lid bedoelde mogelijkheid wordt gemotiveerd in de toelichting en in de geconsolideerde jaarrekening wordt rekening gehouden met of in de toelichting daarbij melding gemaakt van belangrijke gebeurtenissen die zich tussen de balansdatum waarop de jaarrekening in de geconsolideerde jaarrekening is opgenomen en de datum van afsluiting van de geconsolideerde jaarrekening hebben voorgedaan en betrekking hebben op het vermogen, de financiële positie of het resultaat van de consoliderende vennootschap of van de betrokken dochteronderneming, inzonderheid verrichtingen tussen haar en de consoliderende vennootschap of de dochterondernemingen die in de consolidatie zijn opgenomen.
Artikel 3:112
Wanneer een vennootschap die er krachtens het Wetboek van vennootschappen en verenigingen niet toe verplicht is een geconsolideerde jaarrekening op te stellen en openbaar te maken, als gevolg van bijzondere bepalingen of op eigen initiatief een geconsolideerde jaarrekening openbaar maakt of mededeelt aan de werknemers of hun vertegenwoordigers, aan overheid of rechter, moet deze zijn opgesteld in overeenstemming met de bepalingen van dit hoofdstuk, tenzij de betrokken bijzondere bepalingen daarvan afwijken.
Artikel 3:113
De consoliderende vennootschap moet haar controlebevoegdheid aanwenden om vanwege de in de consolidatie opgenomen of op te nemen dochterondernemingen te verkrijgen dat zij haar op haar verzoek tijdig de gegevens verstrekken die zij nodig heeft om de verplichtingen na te komen die voor haar uit dit hoofdstuk voortvloeien.
Artikel 3:114
Behalve wanneer artikel 3:109, tweede lid, wordt toegepast, wordt de geconsolideerde balans opgesteld na toewijzing, dit wil zeggen, na bestemming van het niet-geconsolideerde resultaat van de consoliderende vennootschap. Wanneer die bestemming bij gebreke van een beslissing van het bevoegde orgaan niet definitief is, wordt de geconsolideerde balans opgesteld onder de opschortende voorwaarde van die beslissing.
Afdeling 3. — Waarderingsregels.
Artikel 3:115
De in de geconsolideerde jaarrekening opgenomen actief- en passiefbestanddelen en rechten en verplichtingen worden gewaardeerd overeenkomstig de artikelen 3:6 tot 3:55, met uitzondering van de artikelen 3:12, 3:22 en 3:54.
Zij worden gewaardeerd volgens uniforme regels. Indien in de financiële staten van de consoliderende vennootschap en van de in de consolidatie opgenomen dochterondernemingen actief- of passiefbestanddelen niet zijn gewaardeerd volgens de regels die voor de geconsolideerde jaarrekening zijn gehanteerd, moeten zij ten behoeve van de consolidatie opnieuw worden gewaardeerd, tenzij de uitkomst van deze nieuwe waardering slechts van een te verwaarlozen betekenis zou zijn, gelet op artikel 3:105.
Het tweede lid is niet van toepassing inzover principieel of qua toepassing afwijkende regels verantwoord zijn in het licht van de economische of juridische context waarin deze bestanddelen voorkomen.
In uitzonderingsgevallen mag van het tweede lid worden afgeweken.
De toelichting vermeldt in welke gevallen met toepassing van het derde en vierde lid verschillende waarderingsregels werden gehandhaafd en waarom.
Artikel 3:116
De consoliderende vennootschap moet, onverminderd artikel 3:118, voor haar geconsolideerde jaarrekening dezelfde waarderingsregels toepassen als voor haar jaarrekening.
In uitzonderingsgevallen mag van dit beginsel worden afgeweken op voorwaarde dat de gehanteerde regels stroken met titel 1 en hoofdstuk 1, afdeling 1 van deze titel. Eventuele afwijkingen worden in de toelichting bij de geconsolideerde jaarrekening gemotiveerd.
Artikel 3:117
De waarderingsregels moeten van het ene boekjaar op het andere identiek blijven en stelselmatig worden toegepast.
Zij worden evenwel aangepast wanneer, onder meer als gevolg van een belangrijke wijziging in het bedrijf van de consoliderende vennootschap, haar vermogensstructuur of in de economische dan wel technologische omstandigheden de voorheen gehanteerde waarderingsregels niet langer voldoen aan het voorschrift van artikel 3:105.
Het tweede en derde lid van artikel 3:106 zijn van toepassing op dergelijke aanpassingen.
Artikel 3:118
Wanneer in de jaarrekening van de consoliderende vennootschap of van een in de consolidatie opgenomen dochteronderneming, overeenkomstig de geldende fiscale voorschriften op de actiefbestanddelen grotere afschrijvingen of waardeverminderingen zijn toegepast dan economisch verantwoord, of wanneer in de jaarrekening van de consoliderende vennootschap of van een in de consolidatie opgenomen dochteronderneming, overeenkomstig de geldende fiscale voorschriften passiva werden geboekt, gevormd of gewaardeerd voor een groter bedrag dan economisch verantwoord, kunnen deze bestanddelen pas in de geconsolideerde jaarrekening worden opgenomen nadat deze distorsies ongedaan zijn gemaakt, tenzij indien het belang van betrokken bedragen verwaarloosbaar is, gelet op het doel van artikel 3:105.
Artikel 3:119
In de geconsolideerde balans en resultatenrekening wordt rekening gehouden met het verschil dat bij de consolidatie blijkt tussen de aan het boekjaar en de vorige boekjaren toe te rekenen belastingen en de met betrekking tot deze boekjaren betaalde of nog te betalen belastingen, voor zover mag worden aangenomen dat daaruit voor de consoliderende vennootschap of voor een in de consolidatie opgenomen dochteronderneming in de afzienbare toekomst inderdaad kosten zullen voortvloeien.
Deze belastinglatenties worden aan passiefzijde van de geconsolideerde balans geboekt in een afzonderlijke post IX. B. “ Uitgestelde belastingen en belastinglatenties”.
Artikel 3:120
Wanneer actief- of passiefbestanddelen voor hun opneming in de consolidatie worden aangepast of herberekend, worden de afschrijvingen, waardeverminderingen en resultaten uit overdracht in de geconsolideerde jaarrekening geboekt op grond van deze aangepaste of herberekende waarde.
Artikel 3:121
De actief- en passiefbestanddelen, de rechten en verplichtingen alsmede de opbrengsten en kosten van geconsolideerde buitenlandse dochterondernemingen worden, vooraleer in de geconsolideerde jaarrekening te worden opgenomen, omgerekend in euro, hetzij volgens de monetaire/niet-monetaire methode, hetzij volgens de slotkoersmethode.
De keuze van de methode moet voldoen aan het vereiste van het getrouwe beeld bedoeld in artikel 3:105.
Voor verschillende buitenlandse dochterondernemingen die in de consolidatie worden opgenomen, mogen beide methoden tegelijkertijd worden gebruikt, inzover:
- de keuze beantwoordt aan objectieve criteria en
- deze criteria stelselmatig worden toegepast.
In bijzondere gevallen en met naleving van artikel 3:105 en het 1° en 2° van voorgaand lid, kunnen de consoliderende vennootschappen andere omrekeningsmethoden toepassen.
Artikel 3:122
§ 1. Volgens de monetaire/niet-monetaire methode worden niet-monetaire activa alsmede afschrijvingen, waardeverminderingen en regularisaties met betrekking tot dergelijke activa, omgerekend tegen de geldende koers op het ogenblik waarop deze activa in het vermogen van de consoliderende vennootschap of van de betrokken dochteronderneming zijn opgenomen, zo niet op de in artikel 3:129, tweede lid bedoelde datum, indien later. De monetaire activa en passiva, rechten en verplichtingen worden omgerekend tegen slotkoers; wanneer het wisselrisico met betrekking tot een monetaire post specifiek wordt gedekt, worden de monetaire post en de dekkingsverrichting samen omgerekend, hetzij tegen slotkoers, hetzij tegen de koers van de dekkingsverrichting.
Volgens de slotkoersmethode worden alle zowel monetaire als niet-monetaire actief- en passiefbestanddelen, rechten en verplichtingen – inclusief de verrichtingen ter dekking van het wisselrisico, met uitzondering van diegene die conform het eerste lid moeten worden behandeld – omgerekend tegen slotkoers.
Opbrengsten en kosten worden omgerekend tegen de geldende koers op de datum waarop zij zijn vastgesteld; zij mogen evenwel worden omgerekend tegen een gemiddelde periodekoers of een gemiddelde koers voor het boekjaar.
§ 2. 1° Bij toepassing van de monetaire/niet-monetaire methode worden de omrekeningsverschillen in de resultatenrekening geboekt; ze kunnen evenwel worden verwerkt volgens de methoden die de consoliderende vennootschap hanteert om omrekeningsverschillen in haar jaarrekening te verwerken.
2° Bij toepassing van de slotkoersmethode worden in de passiefpost “Omrekeningsverschillen” geboekt:
- de omrekeningsverschillen uit de omrekening van de nettopositie van de dochteronderneming bij het begin van de periode tegen een andere koers dan voorheen;
- de omrekeningsverschillen na toepassing van de slotkoers in de balans en van een andere koers in de resultatenrekening;
- de omrekeningsverschillen uit andere wijzigingen in het eigen vermogen van de dochteronderneming.
3° Wanneer de omrekeningsverschillen aan passiefzijde in de post “Omrekeningsverschillen” worden geboekt, dan wordt het aan derden toe te rekenen gedeelte van deze omrekeningsverschillen aan passiefzijde in de post “Belangen van derden” geboekt; wanneer ze in resultaat worden genomen wordt het gedeelte van deze verschillen dat toerekenbaar is aan derden in de resultatenrekening in de post “Aandeel van derden in het resultaat” geboekt.
4° In bijzondere gevallen en met inachtneming van artikel 3:105 mogen de consoliderende vennootschappen andere methoden hanteren voor de verwerking van omrekeningsverschillen, inzover de voorwaarden bepaald bij artikel 3:121, tweede lid en derde lid, 1° en 2° worden nageleefd.
Afdeling 4. — Consolidatiemethoden
Onderafdeling 1. — Algemene beginselen
Artikel 3:123
In de geconsolideerde jaarrekening worden het vermogen, de financiële positie en het resultaat van het geconsolideerde geheel opgenomen alsof het om één enkele vennootschap ging.
Artikel 3:124
In de geconsolideerde jaarrekening:
- worden de actief- en passiefbestanddelen, rechten en verplichtingen alsmede opbrengsten en kosten van de consoliderende vennootschap en van haar dochterondernemingen waarover zij de exclusieve controle bezit integraal in de consolidatie opgenomen;
- worden de actief- en passiefbestanddelen, rechten en verplichtingen alsmede opbrengsten en kosten van gemeenschappelijke dochterondernemingen naar evenredigheid in de consolidatie opgenomen;
- worden de deelnemingen in geassocieerde vennootschappen zoals gedefinieerd in artikel 1:21 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen, gewaardeerd en het aandeel in het resultaat van deze vennootschappen vastgesteld met toepassing van de vermogensmutatiemethode.
De gemeenschappelijke dochterondernemingen mogen evenwel in de geconsolideerde jaarrekening worden opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode, wanneer hun bedrijf niet nauw geïntegreerd is in het bedrijf van de vennootschap die over de gezamenlijke controle beschikt.
Artikel 3:125
De consolidatiebeginselen en -methoden mogen niet van het ene boekjaar tot het andere worden gewijzigd.
Met toepassing van artikel 3:105 mag van het eerste lid worden afgeweken. In dit geval zijn het tweede en derde lid van artikel 3:106 van toepassing.
Onderafdeling 2. — Integrale consolidatie.
1. De geconsolideerde balans.
Artikel 3:126
Onverminderd de artikelen 3:127 en 3:134, worden alle actief- en passiefbestanddelen van de consoliderende vennootschap en van de dochterondernemingen die in de consolidatie zijn opgenomen, in de geconsolideerde balans opgenomen.
Artikel 3:127
In de geconsolideerde balans wordt het eigen vermogen van elke geconsolideerde dochteronderneming:
- ten belope van het deel van haar eigen vermogen dat de aandelen belichaamt in bezit van de consoliderende vennootschap en van de in de consolidatie opgenomen dochteronderneming, gecompenseerd met de boekwaarde van deze aandelen in de boekhouding van de consoliderende vennootschap en van de dochterondernemingen die ze bezitten, en
- ten belope van het deel van haar eigen vermogen dat de aandelen belichaamt in bezit van andere personen dan de consoliderende vennootschap en de in de consolidatie opgenomen dochterondernemingen, aan passiefzijde van de geconsolideerde balans geboekt, in de post “Belangen van derden”.
Artikel 3:128
Het eigen vermogen van de dochteronderneming, dat in aanmerking wordt genomen voor de toepassing van artikel 3:127, vloeit voort uit de boekwaarde van de actiefbestanddelen, de voorzieningen en schulden van deze dochteronderneming, eventueel na aanpassing van de boekwaarde van deze bestanddelen, overeenkomstig de artikelen 3:115, 3:116, 3:118 en 3:119. Het eigen vermogen omvat het resultaat van het boekjaar op datum van verwerving, behalve inzover hierop vóór de verwerving een interimdividend zou zijn toegekend.
Artikel 3:129
De vaststelling van de waarde van het eigen vermogen van de dochteronderneming en de in artikel 3:127, a), bedoelde compensatie geschieden voor elke dochteronderneming op de datum waarop de aandelen zijn verworven of op een nabijzijnde datum.
Wanneer evenwel:
- een vennootschap voor de eerste maal een geconsolideerde jaarrekening opstelt, mag deze compensatie, ten belope van de aandelen in haar bezit op die datum, geschieden op de aanvangsdatum van het boekjaar waarop deze eerste geconsolideerde jaarrekening betrekking heeft;
- een dochteronderneming die vroeger niet werd geconsolideerd, noch behandeld volgens de vermogensmutatiemethode, voor de eerste maal in de consolidatie wordt opgenomen, mag deze compensatie, ten belope van de aandelen in haar bezit op die datum, geschieden op de aanvangsdatum van het boekjaar waarop de geconsolideerde jaarrekening waarin de dochteronderneming voor de eerste maal wordt opgenomen, betrekking heeft.
Artikel 3:130
Het verschil uit deze compensatie overeenkomstig artikel 3:127, a), wordt zoveel mogelijk toegerekend aan de actief- en passiefbestanddelen waarvan de waarde hoger of lager is dan hun boekwaarde in de boekhouding van de dochteronderneming.
Het verschil dat overblijft na toepassing van het eerste lid, wordt in de post “Consolidatieverschillen” van de geconsolideerde balans opgenomen, aan actiefzijde zo het verschil positief is, aan passiefzijde zo het verschil negatief is.
De in het tweede lid bedoelde positieve en negatieve consolidatieverschillen mogen niet met elkaar gecompenseerd worden, tenzij zij betrekking hebben op eenzelfde dochteronderneming; in dit laatste geval is compensatie verplicht.
Indien met toepassing van het eerste lid, actief- en passiefbestanddelen van de dochterondernemingen worden herberekend, dan wordt het aandeel van derden in deze herberekeningen geboekt in de post “Belangen van derden” aan passiefzijde van de geconsolideerde balans.
Artikel 3:131
§ 1. De in artikel 3:130, tweede lid, bedoelde positieve consolidatieverschillen worden afgeschreven ten laste van de geconsolideerde resultatenrekening, volgens een passend afschrijvingsplan dat overeenstemt met de vermoedelijke gebruiksduur van dit actief. Indien hun afschrijving wordt gespreid over meer dan vijf jaar, moet zulks worden gemotiveerd in de toelichting.
Op deze verschillen worden aanvullende of niet-recurrente afschrijvingen toegepast wanneer het, ingevolge wijzigingen in de economische omstandigheden, niet langer economisch verantwoord is ze tegen die waarde te handhaven in de geconsolideerde balans.
Deze afschrijvingen worden in de resultatenrekening geboekt in een afzonderlijke post van de bedrijfskosten of van de financiële kosten.
§ 2. Negatieve consolidatieverschillen mogen niet in de geconsolideerde resultatenrekening worden opgenomen. Wanneer evenwel het negatieve consolidatieverschil te verklaren valt uit een op de overeenkomstig artikel 3:129 bepaalde datum verwachte ongunstige ontwikkeling van de resultaten van de betrokken dochteronderneming of uit kosten die deze dochteronderneming naar verwachting zal veroorzaken, wordt het in de geconsolideerde resultatenrekening opgenomen voor zover en op het ogenblik dat deze vooruitzichten werkelijkheid worden.
Artikel 3:132
Ingeval de aandelen van een in de consolidatie opgenomen dochteronderneming geheel of ten dele buiten de consolidatiekring worden gerealiseerd, wordt het overblijvende consolidatieverschil afgeboekt naar verhouding van de gerealiseerde aandelen.
Artikel 3:133
De eigen aandelen van de consoliderende vennootschap alsmede de aandelen in de consoliderende vennootschap gehouden door een in de consolidatie opgenomen dochteronderneming, worden in de geconsolideerde balans geboekt in actiefpost IX.
De toelichting vermeldt hoeveel aandelen van de consoliderende vennootschap in bezit zijn van haarzelf en van haar in de consolidatie opgenomen dochteronderneming, alsook welk percentage van de uitgegeven aandelen ze vertegenwoordigen.
Artikel 3:134
Worden uit de geconsolideerde balans weggelaten:
1° de onderlinge vorderingen en schulden van de consoliderende vennootschap en van de in de consolidatie opgenomen dochterondernemingen;
2° de winsten en verliezen die zijn begrepen in de waarde van een actief in de geconsolideerde balans, verworven van de consoliderende vennootschap of van een in de consolidatie opgenomen dochteronderneming.
2. De geconsolideerde resultatenrekening.
Artikel 3:135
Alle opbrengsten en kosten van de consoliderende vennootschap en van de in de consolidatie opgenomen dochterondernemingen worden onverminderd de artikelen 3:136, 3:143 en 3:145 in de geconsolideerde resultatenrekening opgenomen.
Ze bevat onder de kosten het gedeelte van het resultaat van de dochterondernemingen dat bij bestemming anderszins dan als dividend wordt toegekend.
De overboeking naar de belastingvrije reserves wordt uit de resultatenrekening gehaald en in de resultaatverwerking opgenomen. Dit geldt ook voor de onttrekkingen aan deze belastingvrije reserves.
Artikel 3:136
Worden uit de geconsolideerde resultatenrekening weggelaten:
- de onderlinge opbrengsten en kosten die verband houden met verrichtingen tussen de consoliderende vennootschap en de in de consolidatie opgenomen dochterondernemingen of tussen deze laatste;
- de winsten en verliezen die zijn begrepen in de waarde van een actief dat op de geconsolideerde balans voorkomt en is verworven van de consoliderende vennootschap of van een in de consolidatie opgenomen dochteronderneming;
- de gerealiseerde meer- en minderwaarden op deelnemingen in de consoliderende vennootschap of in de dochterondernemingen opgenomen in de consolidatie, hetzij behandeld volgens de vermogensmutatiemethode, die zijn overgedragen aan de consoliderende vennootschap of aan in de consolidatie opgenomen dochterondernemingen;
- de dividenden toegekend door de consoliderende vennootschap of door in de consolidatie opgenomen dochterondernemingen aan de consoliderende vennootschap of aan in de consolidatie opgenomen dochterondernemingen;
- de waardeverminderingen op deelnemingen in de consoliderende vennootschap of in dochterondernemingen opgenomen in de consolidatie, hetzij behandeld volgens de vermogensmutatiemethode.
Artikel 3:137
Het gedeelte van het resultaat van de volledig geconsolideerde dochterondernemingen dat kan worden toegerekend aan aandelen die worden gehouden door andere personen dan de consoliderende vennootschap of de in de consolidatie opgenomen dochterondernemingen, wordt in de geconsolideerde resultatenrekening vermeld onder de post “Aandeel van derden in het resultaat”.
3. De geconsolideerde toelichting.
Artikel 3:138
De inlichtingen met betrekking tot het geheel van de consoliderende vennootschap en de in de consolidatie opgenomen dochterondernemingen die krachtens dit besluit in de toelichting moeten worden opgenomen, slaan niet op de wederzijdse rechten en verplichtingen die worden weggelaten.
4. Gemeenschappelijke bepaling.
Artikel 3:139
De in de artikelen 3:134, 3:136, eerste lid, 1° en 2°, en 3:138 bedoelde weglatingen mogen achterwege blijven wanneer de betrokken bedragen, gelet op het doel van artikel 3:105 slechts van te verwaarlozen betekenis zijn.
Onderafdeling 3. — Evenredige consolidatie
Artikel 3:140
In geval van evenredig geconsolideerde gemeenschappelijke dochterondernemingen:
- zijn de artikelen 3:127, a) en 3:128 tot 3:133 van toepassing;
- worden de actief- en passiefbestanddelen, rechten en verplichtingen, opbrengsten en kosten van gemeenschappelijke dochterondernemingen in de geconsolideerde jaarrekening opgenomen naar rato van de rechten in het kapitaal of voor wat de kapitaalloze vennootschappen betreft, in de inbreng die door de consoliderende vennootschap en door de in de consolidatie opgenomen dochterondernemingen worden gehouden; de artikelen 3:134, 3:136, 3:138 en 3:139 zijn van toepassing.
Afdeling 5. — De vermogensmutatie
Artikel 3:141
Deelnemingen in vennootschappen waarop de vermogensmutatiemethode is toegepast, worden in de geconsolideerde balans opgenomen onder een afzonderlijke post van de financiële vaste activa, genoemd “Vennootschappen waarop vermogensmutatie is toegepast”.
Artikel 3:142
§ 1. Wanneer op een deelneming de vermogensmutatiemethode wordt toegepast, wordt zij in de geconsolideerde balans opgenomen voor het bedrag dat overeenkomt met het deel van het eigen vermogen van de betrokken vennootschap, inclusief het resultaat over het boekjaar, dat deze deelneming belichaamt.
Artikel 3:129 is van overeenkomstige toepassing wat de datum betreft waarop deze deelneming wordt herberekend.
§ 2. Voor de toepassing van paragraaf 1 bestaat het eigen vermogen van de betrokken vennootschap uit het verschil tussen de boekwaarde van het actief en de boekwaarde van de voorzieningen en schulden van deze vennootschap. Het eigen vermogen omvat het resultaat van het boekjaar op datum van verwerving, behalve inzover hierop vóór de verwerving een interimdividend is toegekend.
Wanneer geen uniforme regels werden gehanteerd voor de waardering van actief- of passiefbestanddelen van de geassocieerde vennootschap en voor de consolidatie, kunnen deze bestanddelen opnieuw worden gewaardeerd volgens de voor de consolidatie gehanteerde methoden. Wanneer niet opnieuw wordt gewaardeerd, moet zulks in de toelichting onder de waarderingsregels worden vermeld.
§ 3. Voorzover het verschil tussen de boekwaarde van de deelneming en de hiermee overeenstemmende fractie van het eigen vermogen zoals vastgesteld overeenkomstig paragraaf 2, kan worden toegerekend aan identificeerbare actief- of passiefbestanddelen van de betrokken vennootschap met een grotere of kleinere waarde dan waartegen zij in de boekhouding van de betrokken vennootschap staan geboekt, dan wordt dit verschil toegerekend aan de waarde waartegen deze deelneming in de geconsolideerde jaarrekening wordt geboekt.
§ 4. Het verschil dat overblijft na toepassing van paragraaf 3 wordt in de post “Consolidatieverschillen” van de geconsolideerde balans opgenomen, aan actiefzijde bij een positief verschil, aan passiefzijde bij een negatief verschil. Positieve en negatieve verschillen mogen niet worden gecompenseerd, tenzij zij betrekking hebben op een zelfde geassocieerde vennootschap; in dit laatste geval is compensatie verplicht.
§ 5. De artikelen 3:131 en 3:132 zijn van toepassing op de verschillen na vermogensmutatie.
Artikel 3:143
De waarde waartegen de deelneming in de geconsolideerde jaarrekening, overeenkomstig artikel 3:142, §§ 1 en 2, is opgenomen, wordt vervolgens, naar gelang van het geval, verhoogd of verminderd met het bedrag van de tijdens het boekjaar of het gedeelte van het boekjaar opgetreden verandering in het deel van het eigen vermogen van de betrokken vennootschap dat deze deelneming belichaamt. Dit eigen vermogen omvat, naast het resultaat van het boekjaar, met uitsluiting evenwel van het gedeelte hiervan dat bij bestemming anderszins dan als dividend wordt toegekend, tevens de uitdrukking van een herwaarderingsmeerwaarde, de verkrijging van een kapitaalsubsidie, de overboeking van een gerealiseerde meerwaarde naar de belastingvrije reserves en de boeking van een uitgiftepremie naar aanleiding van de uitgifte van een converteerbare obligatielening.
Deze waarde wordt verminderd met het bedrag van de dividenden met betrekking tot deze deelneming.
Bij toepassing van artike 3:142, § 3, wordt deze waarde zonodig aangepast om rekening te houden met de gevolgen van de waardeherberekeningen met toepassing van genoemd artikel 3:142, § 3.
Artikel 3:144
De bepalingen over de omrekening in euro, van tegoeden en verplichtingen in deviezen en van de financiële staten van dochterondernemingen in het buitenland, zijn van toepassing op de vennootschappen waarop de vermogensmutatie is toegepast.
Artikel 3:145
§ 1. Het aandeel in het resultaat van de betrokken vennootschap dat aan deze deelneming kan worden toegerekend, wordt vermeld in de geconsolideerde resultatenrekening onder een afzonderlijke post “Aandeel in het resultaat van de vennootschappen waarop vermogensmutatie is toegepast”.
§ 2. De resultaten van verrichtingen tussen de consoliderende vennootschap en de in de consolidatie opgenomen dochterondernemingen alsmede vennootschappen waarop de vermogensmutatiemethode wordt toegepast en die begrepen zijn in de boekwaarde van de activa van de consoliderende vennootschap of van een dochteronderneming opgenomen in de consolidatie, hetzij van een vennootschap waarop de vermogensmutatiemethode wordt toegepast, worden voor zover de daartoe noodzakelijke gegevens bekend of toegankelijk zijn, uit de geconsolideerde resultaten weggelaten.
Ten aanzien van voorgaand lid zijn de artikelen 3:136 en 3:139 van toepassing.
Artikel 3:146
Het aandeel in de herwaarderingsmeerwaarde, de verkrijging van een kapitaalsubsidie, de overboeking van een gerealiseerde meerwaarde naar de belastingvrije reserves en de boeking van een uitgiftepremie naar aanleiding van de uitgifte van een converteerbare obligatielening van de betrokken vennootschap dat aan deze deelneming kan worden toegerekend, wordt vermeld in de geconsolideerde balans onder de rubriek “Reserves”.
Artikel 3:147
Wanneer een vennootschap waarop de vermogensmutatiemethode wordt toegepast, een geconsolideerde jaarrekening opstelt, zijn de bepalingen van deze afdeling van toepassing onder verwijzing naar de geconsolideerde jaarrekening van deze vennootschap.
Artikel 3:148
De vermogensmutatiemethode hoeft niet te worden toegepast wanneer de toepassing ervan slechts van te verwaarlozen betekenis zou zijn, gelet op het doel van artikel 3:105.
Afdeling 6. — Vorm en inhoud van de geconsolideerde jaarrekening
Onderafdeling 1. — Algemene beginselen
Artikel 3:149
§ 1. De geconsolideerde balans en resultatenrekening worden opgesteld overeenkomstig de schema's opgenomen in bijlage 5 van dit besluit, onverminderd de bepalingen van dit hoofdstuk, samengevat in onderafdeling 2 van deze afdeling en met inachtneming van de aanpassingen die noodzakelijk zijn wegens de eigen kenmerken van de geconsolideerde jaarrekening.
De omschrijving van de in de schema's door een hoofdletter aangegeven posten en van de subposten moet, wanneer de naleving van het voorschrift van artikel 3:105 dit vereist, worden aangepast aan de bijzondere aard van het bedrijf, het vermogen en de opbrengsten en kosten van het geconsolideerd geheel.
De omschrijving van de posten in de jaarrekeningschema's opgelegd bij titel 2, hoofdstuk 1 van dit boek zijn, onverminderd onderafdeling 2 van deze afdeling, van toepassing op de overeenstemmende posten in de schema's van de geconsolideerde jaarrekening.
§ 2. De bedrijfsresultaten kunnen, in afwijking van paragraaf 1, in de geconsolideerde resultatenrekening worden gerangschikt naar hun bestemming, overeenkomstig onderafdeling 2 van deze afdeling.
§ 3. Indien het bedrijf van de consoliderende vennootschap en van de in de consolidatie opgenomen dochterondernemingen, als geheel beschouwd, voornamelijk bestaat uit een bankbedrijf, wordt de geconsolideerde jaarrekening opgesteld volgens de schema's en waarderingsregels die naar gelang van het geval, van toepassing zijn op de jaarrekening van de kredietinstellingen. De staten XIII en XV van artikel 3:156 zijn niet van toepassing.
Indien het bedrijf van de consoliderende vennootschap en van de in de consolidatie opgenomen dochterondernemingen, als geheel beschouwd, voornamelijk bestaat uit een verzekerings- of herverzekeringsbedrijf, is de consoliderende vennootschap onderworpen aan de bepalingen van het koninklijk besluit van 13 februari 1996 betreffende de geconsolideerde jaarrekening van verzekeringsondernemingen en herverzekeringsondernemingen.
Artikel 3:150
De posten van de geconsolideerde balans en resultatenrekening en de vermeldingen in de toelichting mogen worden weggelaten wanneer zij niet dienstig zijn voor het betrokken boekjaar en het voorafgaande boekjaar.
Artikel 3:151
Kunnen actief- of passiefbestanddelen tot meer dan één post of subpost van de balans behoren, of opbrengsten dan wel kosten tot meer dan één post of subpost van de resultatenrekening, dan worden ze ingeschreven onder die post die ten opzichte van het voorschrift van artikel 3:105 het meest is aangewezen. In dergelijk geval wordt in de toelichting het verband met de andere posten vermeld.
De consoliderende vennootschappen kunnen de posten en subposten die verplicht worden vermeld, verder indelen.
Er mag in bijkomende subposten worden voorzien voor zover hun inhoud niet door een andere subpost, vermeld in de schema's, wordt gedekt.
Artikel 3:152
Bij elke post en subpost van de geconsolideerde balans en resultatenrekening wordt het bedrag van de overeenkomstige post van het voorafgaande boekjaar vermeld.
Wanneer de bedragen van het voorafgaande boekjaar niet vergelijkbaar zijn, moet de toelichting de nodige gegevens bevatten om een betekenisvolle vergelijking tussen de opeenvolgende geconsolideerde jaarrekeningen mogelijk te maken.
De verplichting om cijfers over het voorgaande boekjaar te vermelden, geldt niet voor de geconsolideerde jaarrekening over het eerste boekjaar waarin de bepalingen van dit hoofdstuk van toepassing zijn.
Artikel 3:153
De indeling van de geconsolideerde jaarrekening moet identiek zijn van het ene jaar tot het andere; ze wordt echter gewijzigd wanneer zij, onder meer ingevolge een belangrijke wijziging in de structuur van het vermogen, van de opbrengsten en van de kosten van het geconsolideerde geheel, niet meer beantwoordt aan het voorschrift van artikel 3:105. Deze wijzigingen worden gemotiveerd in de toelichting over het boekjaar waarin zij werden ingevoerd.
Onderafdeling 2. — Geconsolideerde jaarrekening
1. Schema van de balans.
Artikel 3:154
De balans wordt opgesteld overeenkomstig het schema opgenomen in bijlage 5.
2. Schema's van de resultatenrekening.
Artikel 3:155
Naar gelang van de gekozen opsplitsing van de bedrijfsresultaten moet de resultatenrekening worden opgesteld overeenkomstig de schema’s opgenomen in bijlage 5.
3. Inhoud van de toelichting.
Artikel 3:156
In de toelichting moeten, naast de door andere bepalingen van dit hoofdstuk voorgeschreven vermeldingen, de volgende gegevens worden opgenomen indien van materieel belang zoals gedefinieerd in artikel 3:58, § 5, tweede lid:
I.
De criteria die worden gehanteerd, respectievelijk voor de integrale consolidatie, voor de evenredige consolidatie en voor de opneming volgens de vermogensmutatiemethode, alsmede de gevallen waarin van deze criteria wordt afgeweken, met motivering ervan.
II.
- Naam en zetel – en zo het gaat om een dochteronderneming naar Belgisch recht, het ondernemingsnummer dat haar werd toegekend door de Kruispuntbank van Ondernemingen – van de volledig in de consolidatie opgenomen dochterondernemingen, alsmede het deel van het kapitaal of de inbreng van deze dochterondernemingen, dat wordt gehouden door de consoliderende vennootschap en de in de consolidatie opgenomen dochterondernemingen, alsmede door personen die in eigen naam optreden maar voor rekening van de consoliderende vennootschap of van de in de consolidatie opgenomen dochterondernemingen.
- Dezelfde gegevens moeten worden verstrekt met betrekking tot de dochterondernemingen die, met toepassing van artikel 3:97 niet volledig worden geconsolideerd, alsmede de reden van die uitsluiting.
III.
- Naam en zetel – en zo het gaat om een dochteronderneming naar Belgisch recht, het ondernemingsnummer dat haar werd toegekend door de Kruispuntbank van Ondernemingen – van de gemeenschappelijke dochterondernemingen waarop, met toepassing van artikel 3:124, eerste lid, 2°, een evenredige consolidatie is toegepast, de gegevens waaruit het gezamenlijke bestuur blijkt, alsmede het deel van het kapitaal of de inbreng van deze gemeenschappelijke dochterondernemingen dat wordt gehouden door de consoliderende vennootschap en door de volledig in de consolidatie opgenomen dochterondernemingen, alsmede door personen die in eigen naam optreden maar voor rekening van de consoliderende vennootschap of van de in de consolidatie opgenomen dochterondernemingen.
- Dezelfde gegevens worden verstrekt met betrekking tot de gemeenschappelijke dochterondernemingen waarop, met toepassing van artikel 3:97, geen evenredige consolidatie wordt toegepast, alsmede de reden van deze uitsluiting.
IV.
- Naam en zetel – en zo het gaat om een vennootschap naar Belgisch recht, het ondernemingsnummer dat haar werd toegekend door de Kruispuntbank van Ondernemingen – van de vennootschappen waarop, met toepassing van de artikelen 3:100 en 3:124, eerste lid, 3°, de vermogensmutatiemethode wordt toegepast, met opgave van het deel van hun kapitaal of hun inbreng dat wordt gehouden door de consoliderende vennootschap en door de in de consolidatie opgenomen dochterondernemingen, alsmede door personen die optreden in eigen naam maar voor rekening van de consoliderende vennootschap of van de in de consolidatie opgenomen dochterondernemingen.
- Dezelfde gegevens moeten worden verstrekt met betrekking tot de geassocieerde vennootschappen waarop, met toepassing van artikel 3:148, geen vermogensmutatiemethode wordt toegepast.
V.
Naam en zetel – en zo het gaat om een vennootschap naar Belgisch recht, het ondernemingsnummer dat haar werd toegekend door de Kruispuntbank van Ondernemingen – van de niet in de nummers II tot IV bedoelde vennootschappen, waarin de consoliderende vennootschap en de in de consolidatie opgenomen dochterondernemingen en de op grond van de artikelen 3:97 of 3:98, buiten de consolidatie gelaten dochterondernemingen, hetzij zelf, hetzij via een persoon die in eigen naam, maar voor hun rekening optreedt, ten minste 10 % van het kapitaal of de inbreng bezitten, met opgave van hun deel in het kapitaal of de inbreng, alsmede van het bedrag van het eigen vermogen en van het resultaat van de betrokken vennootschap over het laatste boekjaar waarvoor een jaarrekening is opgesteld. Deze gegevens mogen achterwege worden gelaten, indien zij, gelet op het doel van artikel 3:105, van te verwaarlozen betekenis zijn. De vermelding van het eigen vermogen en van het resultaat mag eveneens achterwege blijven, wanneer de betrokken vennootschap niet verplicht is deze gegevens openbaar te maken.
VI.
De gehanteerde criteria voor de waardering van de verschillende posten van de geconsolideerde jaarrekening, en inzonderheid:
- voor de vorming en aanpassing van afschrijvingen, waardeverminderingen en voorzieningen voor risico's en kosten, alsmede voor de herwaarderingen;
- voor de omrekeningsgrondslagen die worden toegepast om in de geconsolideerde jaarrekening bedragen te boeken die in een andere munt zijn of oorspronkelijk waren uitgedrukt, dan de munt waarin de geconsolideerde jaarrekening is gesteld, en voor de omrekening van de boekhoudstaten van dochterondernemingen en van geassocieerde vennootschappen naar buitenlands recht in de geconsolideerde jaarrekening.
VII.
Een staat van de oprichtingskosten (actiefpost I), met opgave van hun nettoboekwaarde aan het einde van het voorafgaande boekjaar, de wijzigingen tijdens het boekjaar (nieuwe kosten, afschrijvingen, omrekeningsverschillen, overige), alsmede van hun nettoboekwaarde aan het einde van het boekjaar, uitgesplitst in:
- kosten van oprichting, kapitaalverhoging of verhoging van de inbreng, kosten bij uitgifte van leningen, disagio en andere oprichtingskosten;
- herstructureringskosten.
VIII.
Een staat van de immateriële vaste activa (actiefpost II) uitgesplitst in:
- kosten van ontwikkeling,
- concessies, octrooien, licenties, knowhow, merken en soortgelijke rechten,
- goodwill,
- vooruitbetalingen,
en die voor elk van deze posten de gegevens vermeldt bedoeld in de punten a), c) en d) van staat IX hieronder.
IX.
Een staat van de materiële vaste activa (actiefpost IV) uitgesplitst in:
- gebouwen en terreinen (IV.A),
- installaties, machines en uitrusting (IV.B),
- meubilair en rollend materieel (IV.C),
- leasing en soortgelijke rechten (IV.D),
- andere materiële vaste activa (IV.E),
- vaste activa in aanbouw en vooruitbetalingen (IV.F),
en die voor elk van deze posten volgende gegevens vermeldt:
- het bedrag van de aanschaffingswaarde aan het einde van het voorgaande boekjaar, de wijzigingen ervan tijdens het boekjaar (aanschaffingen, met inbegrip van de geproduceerde vaste activa, overboekingen van één post naar een andere, overdrachten en buitengebruikstellingen, omrekeningsverschillen), (andere wijzigingen) en het bedrag ervan aan het einde van het boekjaar;
- het bedrag van de meerwaarden aan het einde van het voorafgaande boekjaar, de wijzigingen ervan tijdens het boekjaar (geboekte meerwaarden, meerwaarden verworven van derden, afgeboekte meerwaarden, overboekingen van één post naar een andere, omrekeningsverschillen), (andere wijzigingen) en het bedrag ervan aan het einde van het boekjaar;
- het bedrag van de afschrijvingen en de waardeverminderingen aan het einde van het voorafgaande boekjaar, de wijzigingen ervan tijdens het boekjaar (geboekt of teruggenomen via de resultatenrekening, verworven van derden, afgeboekt of overgeboekt, van één post naar een andere, omrekeningsverschillen, andere wijzigingen), en het bedrag van deze afschrijvingen en waardeverminderingen aan het einde van het boekjaar;
- het bedrag van de nettoboekwaarde aan het einde van het boekjaar.
Voor de rechten voortvloeiend uit leasing of een gelijkaardige overeenkomst wordt de nettoboekwaarde aan het einde van het boekjaar uitgesplitst in: terreinen en gebouwen; installaties, machines en uitrusting; meubilair en rollend materieel.
X.
Een staat van de financiële vaste activa (actiefpost V) met volgende afzonderlijke vermeldingen:
A. Voor de posten V. A. 1. en V. B. 1.:
- de gegevens bedoeld in de punten a), b), c) en d) van voornoemde staat nr. IX, evenals de verhogingen of verminderingen na toepassing van artikel 3:143;
- het bedrag aan het einde van het voorafgaande boekjaar, de wijzigingen ervan tijdens het boekjaar en het bedrag ervan aan het einde van het boekjaar, van de niet-opgevraagde bedragen.
B. Voor de posten V. A. 2. en V. B. 2., de nettoboekwaarde aan het einde van het voorafgaande boekjaar, de wijzigingen ervan tijdens het boekjaar (toevoegingen, terugbetalingen, geboekte en teruggenomen waardeverminderingen, omrekeningsverschillen, overige), de boekwaarde aan het einde van het boekjaar en het gecumuleerde bedrag van de waardeverminderingen aan het einde van het boekjaar.
XI.
Een staat van de reserves en het overgedragen resultaat (passiefpost IV) met vermelding van de oorzaak van de schommelingen van het bedrag van deze reserves van het ene boekjaar tot het andere.
XII.
Een staat van de consolidatieverschillen en de verschillen na toepassing van de vermogensmutatiemethode, uitgesplitst naar positieve of negatieve consolidatieverschillen dan wel naar positieve of negatieve verschillen na toepassing van de vermogensmutatiemethode, met vermelding van:
- de nettoboekwaarde aan het einde van het voorafgaande boekjaar;
- de wijzigingen tijdens het boekjaar:
- ingevolge een stijging van het deelnemingspercentage;
- ingevolge een daling van het deelnemingspercentage;
- afschrijvingen;
- in resultaat genomen verschillen (artikel 3:131, § 2);
- andere wijzigingen;
- de nettoboekwaarde aan het einde van het boekjaar.
XIII.
Een staat van de schulden, met:
A. een uitsplitsing, per post van passiefpost X, van de schulden met een oorspronkelijke looptijd van meer dan één jaar, naargelang hun resterende looptijd ten hoogste één jaar, meer dan één jaar doch ten hoogste vijf jaar, of meer dan vijf jaar bedraagt;
B. het bedrag van de schulden (passiefposten X en XI) of van het gedeelte van de schulden die gewaarborgd zijn door zakelijke zekerheden die zijn gesteld of onherroepelijk beloofd op de activa van de consoliderende vennootschap of van de in de consolidatie opgenomen dochtervennootschappen.
Bevoorrechte schulden worden niet opgenomen onder de gewaarborgde schulden, tenzij het gaat om het voorrecht van de verkoper. Het eigendomsvoorbehoud wordt gelijkgesteld met een zakelijke zekerheid. Worden daarentegen niet gelijkgesteld met een zakelijke zekerheid: het uitdrukkelijke ontbindend beding, de verbintenis om bepaalde goederen niet te vervreemden, niet te belasten met zakelijke rechten ten voordele van derden, of er geen zakelijke zekerheid op te stellen zonder de instemming van een schuldeiser.
De onder B bedoelde bedragen worden uitgesplitst per post onder de passiefposten X en XI, zonder onderscheid naar gelang van hun termijn.
XIV.
De volgende gegevens met betrekking tot het resultaat over het boekjaar en over het voorafgaande boekjaar:
A. Een uitsplitsing van de netto-omzet (post I. A.) naar categorie van bedrijfsactiviteit en naar geografische markten, voor zover deze categorieën en markten, vanuit het oogpunt van de organisatie van de verkoop van goederen en de verlening van diensten in het kader van de normale bedrijfsuitoefening van de consoliderende vennootschap en van de in de consolidatie opgenomen dochterondernemingen, onderling aanzienlijk verschillen.
B. 1° Het gemiddeld personeelsbestand bij de consoliderende vennootschap en bij de volledig geconsolideerde dochterondernemingen, uitgesplitst naar categorie, alsook de personeels- en pensioenkosten die betrekking hebben op het boekjaar, indien niet afzonderlijk vermeld in de geconsolideerde resultatenrekening;
2° verhoudingsgewijs dezelfde gegevens voor het personeelsbestand bij de dochterondernemingen waarop een evenredige consolidatie is toegepast.
C. Wat de niet-recurrente resultaten betreft, een uitsplitsing van de posten “Andere niet-recurrente bedrijfsopbrengsten”, “Andere niet-recurrente bedrijfskosten”, “Andere niet-recurrente financiële opbrengsten” en “Andere niet-recurrente financiële kosten”, wanneer in deze posten belangrijke bedragen voorkomen.
D. Wat de belastingen op het resultaat betreft (post VIII):
1° het verschil tussen (a) enerzijds, de som (op geconsolideerd niveau) van de belastingen bestemd voor het boekjaar in de statutaire financiële overzichten van de geconsolideerde ondernemingen, met name de moedervennootschap en haar dochterondernemingen (de aan de geconsolideerde resultatenrekening van het boekjaar en de vorige boekjaren toegerekende belastingen) en (b) anderzijds, de som van de belastingen die effectief betaald werden of opgelegd werden voor het boekjaar of een voorgaand boekjaar, voor zover dit verschil van belang is met het oog op de in de toekomst te betalen belastingen;
2° gegevens omtrent de invloed van de niet-recurrente resultaten op de belastingen op het resultaat van het boekjaar.
XV.
De volgende gegevens met betrekking tot de niet in de balans opgenomen rechten en verplichtingen:
A. 1° Het bedrag van de persoonlijke zekerheden die door de consoliderende vennootschap of door de in de consolidatie opgenomen dochterondernemingen werden gesteld of onherroepelijk beloofd als waarborg voor schulden of verplichtingen van derden;
2° het bedrag van de zakelijke zekerheden die door de consoliderende vennootschap en door de in de consolidatie opgenomen dochterondernemingen werden gesteld of onherroepelijk beloofd op hun eigen activa als waarborg voor schulden en verplichtingen van de consoliderende vennootschap of van de in de consolidatie opgenomen dochterondernemingen, enerzijds, en van derden anderzijds;
3° de goederen en waarden gehouden door derden in hun naam maar ten bate en op het risico van de consoliderende vennootschap en van de in de consolidatie opgenomen dochterondernemingen, voor zover deze goederen en waarden niet op de balans voorkomen;
4° de verplichtingen tot aan- of verkoop van vaste activa, uitgesplitst naar verplichtingen tot aankoop en verplichtingen tot verkoop;
5° de rechten en verplichtingen uit verrichtingen op rentestanden, wisselkoersen, prijzen van grondstoffen of handelsgoederen en andere gelijkaardige verrichtingen.
B. Inlichtingen betreffende de technische waarborgen verbonden aan reeds gepresteerde verkopen of diensten.
C. Rust- en overlevingspensioenverplichtingen ten gunste van personeelsleden of ondernemingsleiders, ten laste van de consoliderende vennootschap en van de in de consolidatie opgenomen dochterondernemingen.
D. De aard en de financiële gevolgen van materiële gebeurtenissen die zich na balansdatum hebben voorgedaan bij de consoliderende vennootschap of bij de in de consolidatie opgenomen dochterondernemingen en die niet in de resultatenrekening of balans worden weergegeven.
E. Het bedrag, de aard en de vorm van belangrijke hangende geschillen en andere belangrijke verplichtingen die hierboven niet zijn bedoeld.
XVI.
Aard en zakelijk doel van buitenbalans regelingen
De aard en het zakelijke doel van iedere regeling die niet in de geconsolideerde balans wordt opgenomen, en de financiële gevolgen van deze regelingen, mits de risico's of voordelen die uit dergelijke regelingen voortvloeien van enige betekenis zijn en voor zover de openbaarmaking van dergelijke risico's of voordelen noodzakelijk is voor de beoordeling van de financiële positie van de ondernemingen die in de consolidatie zijn opgenomen als één geheel.
XVII.
A. Een staat over de betrekkingen met verbonden, niet in de consolidatie opgenomen ondernemingen, die zowel voor het afgesloten boekjaar als voor het voorafgaande boekjaar volgende gegevens vermeldt:
- het bedrag van de deelnemingen en aandelen;
- het bedrag van de vorderingen op respectievelijk meer dan één jaar en hoogstens één jaar;
- de geldbeleggingen, met een onderscheid tussen de aandelen en de vorderingen;
- het bedrag van de schulden op respectievelijk meer dan één jaar en hoogstens één jaar;
- het bedrag van de persoonlijke en zakelijke zekerheden die werden gesteld of onherroepelijk beloofd als waarborg voor schulden of verplichtingen van verbonden ondernemingen;
- de andere betekenisvolle financiële verplichtingen;
- de financiële resultaten, met een onderscheid:
a) inzake opbrengsten, naar:
- opbrengsten uit financiële vaste activa;
- opbrengsten uit vlottende activa;
- andere financiële opbrengsten.
b) inzake kosten, naar:
- kosten van schulden;
- andere financiële kosten.
B. De vermeldingen bedoeld in A, 1°, 2° en 4°, worden ook verstrekt voor de niet in de consolidatie opgenomen ondernemingen waarmee een deelnemingsverhouding bestaat.
XVIII.
A. Het totaal bedrag van de ten laste van het boekjaar toegekende bezoldigingen aan de bestuurders of zaakvoerders van de consoliderende vennootschap uit hoofde van hun werkzaamheden in de consoliderende vennootschap, haar dochterondernemingen en geassocieerde vennootschappen, inclusief het bedrag van aan de gewezen bestuurders of zaakvoerders uit dien hoofde toegekende rustpensioenen.
B. Het totaalbedrag van de voorschotten en kredieten toegekend aan de bestuurders of zaakvoerders van de consoliderende vennootschap, door deze laatste, door een dochteronderneming of een geassocieerde vennootschap.
C. De volgende gegevens over de commissaris en over de personen met wie hij verbonden is:
- de bezoldiging van de commissaris voor de uitoefening van een mandaat van commissaris;
- de bezoldiging van de commissaris voor de uitoefening van uitzonderlijke werkzaamheden of bijzondere opdrachten uitgevoerd bij de vennootschappen van de groep, volgens de volgende categorieën: andere controle-opdrachten, belastingadviesopdrachten, en andere opdrachten buiten de revisorale opdrachten;
- de bezoldiging van personen met wie de commissaris verbonden is voor de uitoefening van een mandaat van commissaris;
- de bezoldiging van personen met wie de commissaris verbonden is voor de uitoefening van uitzonderlijke werkzaamheden of bijzondere opdrachten uitgevoerd bij de vennootschappen van de groep, volgens de volgende categorieën: andere controle-opdrachten, belastingadviesopdrachten, en andere opdrachten buiten de revisorale opdrachten;
- de vermeldingen vereist in toepassing van het artikel 3:64, § 2, tweede lid, van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen.
XIX.
Transacties met verbonden partijen buiten normale marktvoorwaarden.
De transacties, met uitzondering van transacties binnen de groep, aangegaan door de moederonderneming, of door andere ondernemingen die in de consolidatie zijn opgenomen, met verbonden partijen, met inbegrip van het bedrag van dergelijke transacties, de aard van de betrekking met de verbonden partij en andere informatie over de transacties die noodzakelijk is voor het verkrijgen van inzicht in de financiële positie van de ondernemingen die in de consolidatie als één geheel zijn opgenomen, indien dergelijke transacties van enige betekenis zijn en niet onder normale marktvoorwaarden zijn verricht. Informatie over individuele transacties kan overeenkomstig de aard daarvan worden samengevoegd, behalve wanneer gescheiden informatie nodig is voor het verkrijgen van inzicht in de gevolgen van de transacties met verbonden partijen voor de financiële positie van de ondernemingen die in de consolidatie als één geheel zijn opgenomen.
Deze informatie is niet vereist voor transacties die zijn aangegaan tussen twee of meer leden van een groep, mits de dochterondernemingen die partij zijn bij de transactie, geheel in eigendom zijn van een dergelijk lid.
Onder 'verbonden partij' wordt hetzelfde verstaan als in de internationale standaarden voor jaarrekeningen die zijn goedgekeurd overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1606/2002.
XX.
De volgende gegevens betreffende het niet-gebruik van de waarderingsmethode op basis van de reële waarde:
In geval van niet-gebruik van de waarderingsmethode op basis van de reële waarde voor de financiële instrumenten: voor iedere categorie afgeleide financiële instrumenten, voor het boekjaar en het vorig boekjaar, een overzicht van de omvang en de aard van de instrumenten, het ingedekte risico en een vergelijking tussen de boekwaarde en reële waarde van de instrumenten indien een dergelijke waarde kan worden bepaald middels een van de in artikel 3:91. B voorgeschreven methoden.
Voor financiële vaste activa die in aanmerking worden genomen tegen een hoger bedrag dan hun reële waarde: de boekwaarde en de reële waarde van de afzonderlijke activa, dan wel van de passende groepen van deze afzonderlijke activa en de redenen waarom de boekwaarde niet is verminderd, met opgave van de aard van de aanwijzingen die aan de veronderstelling ten grondslag liggen dat de boekwaarde zal kunnen worden gerealiseerd.
Artikel 3:157
De gegevens die krachtens dit besluit in de toelichting moeten worden vermeld, mogen achterwege blijven wanneer hun belang verwaarloosbaar is, gelet op artikel 3:105.
Onderafdeling 3. — Inhoud van sommige posten van de geconsolideerde jaarrekening
Artikel 3:158
Inbreng: deze rubriek bevat uitsluitend het kapitaal of de inbreng van de consoliderende vennootschap.
Uitgiftepremie: deze post bevat uitsluitend de uitgiftepremie van de consoliderende vennootschap.
Herwaarderingsmeerwaarden: deze rubriek bevat de herwaarderingsmeerwaarden van de consoliderende vennootschap en de herwaarderingsmeerwaarden op materiële en financiële vaste activa van de in de consolidatie opgenomen dochterondernemingen, die sinds hun opneming in de consolidatie zijn geboekt.
Reserves: deze rubriek bevat de reserves (daaronder begrepen het overgedragen resultaat) van de consoliderende vennootschap vóór de eerste consolidatie, vermeerderd met het aandeel van de groep in de geconsolideerde resultaten na aftrek van de uitkeringen verricht door de consoliderende vennootschap. De reserves mogen slechts worden gestijfd door bestemming van het geconsolideerde resultaat.
Kosten van verkopen: de kosten van verkopen omvatten alle productiekosten, inclusief de afschrijvingen, waardeverminderingen en voorzieningen voor risico's en kosten die slaan op de verkopen van de periode.
Commerciële en administratieve kosten: de commerciële en administratieve kosten omvatten alle kosten, daaronder begrepen de afschrijvingen, waardeverminderingen en voorzieningen voor risico's en kosten, die verband houden met respectievelijk de handelsfunctie en de administratieve functie.