Titel 1, 2 en 3 zijn niet van toepassing op VZW’s, IVZW’s en stichtingen die overeenkomstig artikel III.85, § 2, van het Wetboek van economisch recht een vereenvoudigde boekhouding voeren. Voor deze VZW’s, IVZW’s en stichtingen gelden de bepalingen opgenomen in onderhavige titel.
TITEL 4. — Jaarrekening van VZW, IVZW en stichtingen die een vereenvoudigde boekhouding voeren
HOOFDSTUK 1. – Algemeen.
Artikel 3:176
Artikel 3:177
De in artikel 3:47, § 2, en 3:51, § 2, van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen bedoelde jaarrekening bevat de staat van ontvangsten en uitgaven alsook de toelichting. Deze stukken vormen een geheel. De jaarrekening wordt in euro geformuleerd, zonder decimalen.
HOOFDSTUK 2. — Waarderingsregels
Artikel 3:178
Het bestuursorgaan van de VZW, IVZW of stichting bepaalt de regels die, rekening houdend met de kenmerken van de VZW, IVZW of stichting, ten grondslag liggen aan de waarderingen in de inventaris. Bezittingen worden gewaardeerd tegen de som van de waarde van de tegenprestaties en uitgaven ingevolge de verwerving.
In afwijking van het eerste lid mogen de bezittingen verworven tijdens een boekjaar dat aanvangt vóór 1 mei 2019, waarvoor de som van de waarde van de tegenprestaties en uitgaven ingevolge de verwerving niet wordt teruggevonden, worden gewaardeerd tegen de waarde bepaald door het bestuursorgaan.
De waarderingsregels zijn samengevat in de toelichting. Deze samenvatting moet voldoende nauwkeurig zijn teneinde de toegepaste waarderingsmethodes te kunnen beoordelen.
Artikel 3:179
De waarderingsregels en de toepassing ervan moeten voor alle boekjaren dezelfde zijn.
Zij worden evenwel aangepast ingeval zij niet langer de mogelijkheid bieden om voorzichtig, oprecht en te goeder trouw de in artikel III.89, § 1, van het Wetboek van economisch recht bedoelde verrichtingen uit te voeren.
Deze aanpassingen worden vermeld en verantwoord in de toelichting. De inschatting van de invloed van deze aanpassingen wordt vermeld in de toelichting betreffende de rekeningen van het boekjaar waarin deze aanpassing voor het eerst werd ingevoerd.
Artikel 3:180
De waarderingen moeten beantwoorden aan de criteria van voorzichtigheid, oprechtheid en goede trouw.
HOOFDSTUK 3. — Vorm en inhoud van de jaarrekening
Artikel 3:181
De jaarrekening wordt voorzichtig, oprecht, te goeder trouw en duidelijk opgemaakt.
Ingeval de toepassing van de bepalingen van deze titel niet volstaat om te voldoen aan dit bepaalde, moeten in de toelichting bijkomende inlichtingen worden verschaft.
Artikel 3:182
De staat van de ontvangsten en de uitgaven vloeit rechtstreeks voort uit het in artikel III.85, § 2, van het Wetboek van economisch recht bedoelde ongesplitst dagboek.
De staat moet voor het afgesloten boekjaar stelselmatig de aard en het bedrag van de ontvangsten en de uitgaven van de VZW, IVZW of stichting vermelden.
Enige compensatie tussen ontvangsten en uitgaven is verboden.
De staat van ontvangsten en uitgaven moet overeenkomstig het minimaal schema in bijlage 8 van dit besluit worden opgemaakt.
Artikel 3:183
De toelichting bevat de inlichtingen zoals bepaald in de artikelen 3:178, 3:179, 3:181 en 3:184 alsook een staat van het vermogen van de VZW, IVZW of stichting. Zij moet worden opgemaakt overeenkomstig het minimaal schema in bijlage 8 van dit besluit.
Artikel 3:184
De staat van het vermogen vloeit rechtstreeks voort uit de in artikel III.89, § 1, van het Wetboek van economisch recht bedoelde inventaris.
De staat moet op de datum van de afsluiting van het boekjaar stelselmatig de aard en het bedrag van het geheel van de bezittingen en van de schulden van de VZW, IVZW of stichting vermelden.
De staat van het vermogen moet bovendien de rechten en de verplichtingen vermelden die een belangrijke invloed kunnen hebben op de financiële toestand van de VZW, IVZW of stichting. Ingeval deze rechten en verplichtingen niet in cijfers kunnen worden vertaald, worden zij enkel op passende wijze in de toelichting vermeld.
Artikel 3:185
Een VZW, IVZW of stichting die een vereenvoudigde boekhouding kan voeren en haar jaarrekening kan opmaken overeenkomstig de bepalingen van deze titel, kan evenwel beslissen zich vrijwillig te onderwerpen aan de verplichtingen die gelden voor de VZW’s, IVZW’s en stichtingen die niet voldoen aan de voorwaarden zoals bepaald in artikel III.85, § 2, van het Wetboek van economisch recht.
In dit geval past de VZW, IVZW of stichting het geheel van de bepalingen toe die gelden voor de opmaak en openbaarmaking van de jaarrekening van de VZW’s, IVZW’s en stichtingen die niet voldoen aan de voorwaarden zoals bepaald in artikel III.85, § 2, van het Wetboek van economisch recht.
Ingeval de VZW, IVZW of stichting later beslist opnieuw een vereenvoudigde boekhouding te voeren wordt deze beslissing vermeld en verantwoord in de toelichting bij de jaarrekening met opgave van de belangrijkste gevolgen voor de VZW, IVZW of stichting.