§ 1. De kosten voor de neerlegging van de in artikel 3:66 bedoelde documenten omvatten de openbaarmakingskosten bedoeld in paragraaf 2, de bijdrage in de kosten gemaakt door de federale toezichthoudende overheden bedoeld in artikel 3:13, derde lid, van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen, alsook alle bijdragen, belastingen of kosten die krachtens andere wettelijke of reglementaire bepalingen tegelijk met voornoemde kosten moeten worden betaald.
§ 2. De kosten voor de openbaarmaking van de in artikel 3:66 bedoelde documenten, worden vastgesteld op:
- 300,70 euro wanneer de documenten in de vorm van een gestructureerd databestand worden neergelegd overeenkomstig artikel 3:69, § 1;
- 356,90 euro wanneer de documenten in de vorm van een PDF-bestand worden neergelegd overeenkomstig artikel 3:69, § 2.
De openbaarmakingskosten bedoeld in het vorige lid worden evenwel vastgesteld op respectievelijk 68,70 euro en 124,80 euro voor:
- de jaarrekening voorgesteld volgens het “Verkort model van jaarrekening” bedoeld in artikel 3:67, § 4, tweede lid, 1°;
- de jaarrekening van instellingen bedoeld in artikel III.82, § 1, eerste lid, 5° van het Wetboek van economisch recht;
- de jaarrekening van de kredietinstellingen bedoeld in artikel III.95, § 1 van het Wetboek van economisch recht, op voorwaarde dat hun balanstotaal voor het betrokken boekjaar 5.000.000 euro niet overschrijdt, evenals de jaarrekening van de verzekerings- en herverzekeringsondernemingen die voldoen aan de criteria vermeld in artikel 1:24 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen;
- de jaarrekening van buitenlandse vennootschappen of van Europese economische samenwerkingsverbanden naar buitenlands recht die voldoen aan de criteria vermeld in artikel 1:24 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen;
- VZW’s, IVZW’s en stichtingen.
De openbaarmakingskosten bedoeld in het eerste lid worden evenwel vastgesteld op respectievelijk 50,80 euro en 107 euro voor de jaarrekening voorgesteld volgens het “Micromodel van jaarrekening” bedoeld in artikel 3:67, § 4, tweede lid, 2°.
De kosten voor de openbaarmaking van de overeenkomstig artikel 3:66, tweede lid, afzonderlijk van de jaarrekening of geconsolideerde jaarrekening neergelegde stukken en voor de openbaarmaking van een in artikel 3:73 bedoelde behoorlijk verbeterde jaarrekening, geconsolideerde jaarrekening of integrale set van de in artikel 3:66 bedoelde andere stukken worden vastgesteld op 68,70 euro. Deze openbaarmakingskosten worden evenwel vastgesteld op 43,70 euro wanneer de jaarrekening wordt voorgesteld volgens het “Micromodel van jaarrekening”.
De in deze paragraaf bepaalde openbaarmakingskosten worden jaarlijks, op 1 januari, aangepast aan de evolutie van het indexcijfer van de consumptieprijzen volgens de volgende formule: het nieuwe bedrag is gelijk aan het basisbedrag bepaald in deze paragraaf vermenigvuldigd met het nieuwe indexcijfer, met name het indexcijfer van de maand oktober van het jaar voordien, en gedeeld door het aanvangsindexcijfer, met name het indexcijfer van de maand oktober 2018. Het verkregen resultaat wordt afgerond op het hogere veelvoud van 10 eurocent. De aangepaste bedragen worden uiterlijk op 15 december van elk jaar in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt.
§ 3. De neerleggingskosten bedoeld in paragraaf 1 worden betaald aan de Nationale Bank van België door een girale overschrijving uitgevoerd volgens de voorwaarden en de technische modaliteiten die de Nationale Bank van België bepaalt en die op haar website ter beschikking worden gesteld.
§ 4. Elke vennootschap die een geval van overmacht inroept waardoor zij haar jaarrekening of haar geconsolideerde jaarrekening niet binnen de termijn van acht maanden bedoeld in artikel 3:13, derde lid, van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen heeft kunnen neerleggen, kan de terugbetaling van de door haar betaalde bijdrage tot de kosten gemaakt door de federale toezichthoudende overheden vorderen binnen een termijn van achttien maanden na de afsluitingsdatum van die jaarrekening bij gewone brief gericht aan de FOD Economie. In deze aanvraag vermeldt de betrokken vennootschap de omstandigheden die voor haar een geval van overmacht hebben gevormd en het nummer van de bankrekening waarop de bijdrage kan worden terugbetaald. Aan deze aanvraag worden alle bewijsstukken die de ingeroepen overmacht kunnen staven toegevoegd, alsook een kopie van de mededeling van de neerlegging bedoeld in artikel 3:72, tweede lid, voor zover dit reeds mogelijk is.
De FOD Economie bevestigt onmiddellijk de ontvangst van deze aanvraag bij gewone brief. Hij kan de betrokken vennootschap vragen om hem bijkomende inlichtingen te verstrekken of om de toegezonden bewijsstukken aan te vullen.
De met redenen omklede beslissing van de Minister tot wiens bevoegdheid Economie behoort of diens afgevaardigde betreffende de aanvraag wordt bij gewone brief gericht aan de betrokken vennootschap; wanneer de Minister tot wiens bevoegdheid Economie behoort of diens afgevaardigde het bestaan vaststelt van een omstandigheid die voor de betrokken vennootschap een geval van overmacht vormt, geeft hij de opdracht aan de FOD Financiën om de bijdrage tot de kosten gemaakt door de federale toezichthoudende overheden terug te betalen. Te dien einde deelt de FOD Economie aan de FOD Financiën mee:
- het terug te betalen bedrag en het rekeningnummer waarop de terugbetaling kan worden verricht;
- het ondernemingsnummer van de betrokken vennootschap alsook de kenmerken en de afsluitingsdatum van de laattijdig neergelegde jaarrekening; deze gegevens worden als mededeling aan de begunstigde opgenomen.
Wanneer blijkt dat uitzonderlijke omstandigheden noodzakelijkerwijze een geval van overmacht zullen vormen voor het geheel of een groot deel van de vennootschappen die ertoe gehouden zijn hun jaarrekening of geconsolideerde jaarrekening neer te leggen, kan de Minister die Economie onder zijn bevoegdheden heeft met het oog op administratieve vereenvoudiging overgaan tot een algemene vrijstelling van heffing van de bijdrage tot de kosten gemaakt door de federale toezichthoudende overheden voor een duur die hij vaststelt en die hoogstens twee maanden bedraagt. Deze beslissing dient bij een met redenen omkleed ministerieel besluit uiterlijk één maand voor het vervallen van de termijn van acht maanden bedoeld in artikel 3:13, derde lid, van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen in het Belgisch Staatsblad te worden bekendgemaakt.