Artikel III.90

§ 1. Nadat de rekeningen in overeenstemming zijn gebracht met de gegevens van de inventaris, worden ze samengevat en beschreven in een staat, zijnde de jaarrekening.

§ 2. De boekhoudplichtige ondernemingen die niet zijn onderworpen aan het Wetboek van Vennootschappen en de uitvoeringsbesluiten ervan [...] moeten zich gedragen naar de bepalingen daarvan wat de vorm, de inhoud, de controle en de neerlegging van de jaarrekening en het jaarverslag betreft.

De inhoud en de omvang van hun verplichtingen worden bepaald op basis van dezelfde criteria inzake personeelsbestand, jaaromzet en balanstotaal als degene die gelden voor de ondernemingen onderworpen aan het Wetboek van Vennootschappen.

De jaarrekening van de openbare instellingen bedoeld in artikel III.82, § 1, eerste lid, 4°, moet worden neergelegd binnen zeven maanden na de afsluitingsdatum van het boekjaar, ook al werd de procedure van toezicht en goedkeuring waaraan zij in voorkomend geval is onderworpen nog niet beëindigd. In dergelijk geval maakt de neergelegde jaarrekening van dit feit uitdrukkelijk melding.

Deze paragraaf is niet van toepassing op:

  1. de ondernemingen vermeld in artikel III.82, § 1, eerste lid, 1° en die bedoeld worden in artikel III.85, § 1;
  2. de ondernemingen bedoeld in artikel III. 82, § 1, eerste lid, 5°, waarop dit hoofdstuk 2 niet van toepassing is verklaard;
  3. de ondernemingen bedoeld in artikel III.95, § 1;
  4. de verzekerings- en herverzekeringsondernemingen;
  5. de door buitenlandse ondernemingen die niet zijn onderworpen aan het Wetboek van Vennootschappen in België gevestigde bijkantoren en centra van werkzaamheden, wanneer die bijkantoren en centra van werkzaamheden geen eigen opbrengsten hebben door verkoop van goederen of dienstverlening aan derden of door geleverde goederen of verleende diensten aan de buitenlandse onderneming waarvan zij afhangen en waarvan de werkingskosten volledig door de laatstgenoemde worden gedragen;
  6. de ondernemingen vermeld in artikel III.82, § 1, eerste lid, 1°, wat de neerlegging van de jaarrekening en het jaarverslag betreft;
  7. de verenigingen zonder winstoogmerk, de internationale verenigingen zonder winstoogmerk, de stichtingen en de centra van werkzaamheden van buitenlandse verenigingen zonder winstoogmerk en buitenlandse stichtingen zoals bedoeld in artikelen 26octies, § 1, en 45 van de wet van 27 juni 1921 betreffende de verenigingen zonder winstoogmerk, de stichtingen en de Europese politieke partijen en stichtingen, de internationale verenigingen zonder winstoogmerk en de stichtingen.