Artikel III.93/1

§ 1. Onder Individuele Beslissing inzake Boekhoudrecht wordt verstaan het antwoord waarbij het College overeenkomstig de van kracht zijnde bepalingen vaststelt hoe de wet in hoofde van de aanvrager wordt toegepast op een bijzondere situatie of verrichting die op jaarrekeningrechtelijk vlak nog geen uitwerking heeft gehad.

§ 2. De aanvraag om een Individuele Beslissing inzake Boekhoudrecht wordt schriftelijk gericht aan het College. Zij moet gemotiveerd zijn en ondertekend zijn door een persoon die daartoe gemachtigd is door de aanvrager.

Zij moet bevatten:
–    de identiteit van de aanvrager en, in voorkomend geval, die van de betrokken partijen en derden;
–    de beschrijving van de activiteiten van de aanvrager;
–    de volledige beschrijving van de bijzondere situatie of verrichting;
–    de verwijzing naar de wettelijke of reglementaire bepalingen waarop het antwoord moet slaan.

De aanvraag bevat, in voorkomend geval, een volledige kopie van de aanvragen die voor hetzelfde onderwerp werden ingediend bij een overheid, en van de beslissingen met betrekking tot deze aanvragen.

Zolang het College geen antwoord heeft gegeven, moet de aanvraag worden aangevuld met elk nieuw element dat betrekking heeft op de voorgenomen situatie of verrichting.

§ 3. De Individuele Beslissing inzake Boekhoudrecht wordt meegedeeld aan de aanvrager binnen een termijn van twee maanden vanaf de datum waarop het dossier alle nodige elementen bevat om een Individuele Beslissing inzake Boekhoudrecht af te leveren. Het College en de aanvrager kunnen in onderlinge overeenstemming deze termijn wijzigen.

Ten laatste binnen vijftien werkdagen vanaf het ogenblik dat de aanvraag volledig is, licht het College de aanvrager in over de overeenkomstig het vorige lid vastgestelde antwoordtermijn.

§ 4. Een Individuele Beslissing inzake Boekhoudrecht kan niet worden gegeven wanneer:

  1. de aanvraag betrekking heeft op situaties of verrichtingen die identiek zijn aan die welke op jaarrekeningrechtelijk vlak reeds gevolgen hebben ten name van de aanvrager of op jaarrekeningrechtelijk vlak het voorwerp uitmaken van een administratief beroep of gerechtelijke handeling tussen de Belgische Staat en de aanvrager of aanhangig zijn gemaakt bij de rechterlijke macht;
  2. het treffen van een Individuele Beslissing inzake Boekhoudrecht niet aangewezen is of zonder uitwerking is op grond van de in de aanvraag aangevoerde wettelijke of reglementaire bepalingen;
  3. de aanvraag voornamelijk fiscaalrechtelijke gevolgen ressorteert, tenzij in casu de primauteit van het boekhoudrecht reeds werd erkend of tenzij de aanvrager ermee instemt dat een overleg plaatsvindt met de bevoegde belastingautoriteit of er mee instemt dat met betrekking tot de voorliggende verrichting of situatie een aanvraag om voorafgaande beslissing in fiscale zaken zal worden ingediend die een overleg met de Dienst Voorafgaande Beslissingen in fiscale zaken bij de Federale Overheidsdienst Financiën, opgericht bij koninklijk besluit van 13 augustus 2004, tot gevolg heeft.

Een Individuele Beslissing inzake Boekhoudrecht kan bovendien niet worden gegeven wanneer:

  1. bij het indienen van de aanvraag, essentiële elementen van de beschreven verrichting of situatie betrekking hebben op een vluchtland dat niet samenwerkt met de OESO;
  2. de beschreven verrichting of situatie geen economische substantie heeft in België.

§ 5. De Koning bepaalt wie de leden van het College dient voor te dragen, gekozen uit de leden van de Commissie waarbij minstens één lid tevens deel uitmaakt van het College dat overeenkomstig artikel 26 van de wet van 24 december 2002 belast is met de leiding van de Dienst Voorafgaande Beslissingen in fiscale zaken bij de Federale Overheidsdienst Financiën, benoemt de leden van het College, bepaalt de werkingsmodaliteiten van het College, bepaalt de in paragraaf 4, eerste lid, 2°, bedoelde materies en bepalingen, stelt nadere regels op met betrekking tot de termijn waarvoor een individuele Beslissing inzake Boekhoudrecht kan worden gegeven en duidt aan wanneer een Individuele Beslissing inzake Boekhoudrecht ophoudt te bestaan.

§ 6. De Individuele Beslissingen inzake Boekhoudrecht worden op anonieme wijze gepubliceerd op de website van de Commissie.

§ 7. De minister van Economie zendt elk jaar een verslag over de toepassing van artikel III.93, § 2, van het Wetboek van economisch recht naar de Kamer van volksvertegenwoordigers.

De identiteit van de aanvragers, de leden van het College en de leden van het wetenschappelijk secretariaat wordt niet in het verslag vermeld.

Het verslag wordt door de Kamer van volksvertegenwoordigers openbaar gemaakt.