§ 1. De beheerder van het elektronisch register zorgt voor de bewaring van de technische informatie die noodzakelijk is voor de controle van de raadplegingen en verrichtingen bedoeld in artikel 7:12, § 5, tweede en derde lid.
§ 2. De toegangscontrole bedoeld in artikel 7:12, § 5, eerste lid, omvat zowel een aspect van identificatie van de persoon, door middel van een geheel van elektronische gegevens dat aan een bepaalde persoon kan worden toegerekend, als een controle van het welbepaalde en precieze karakter van de wettelijke hoedanigheid die deze derde toelaat om toegang te krijgen en naar het relevante karakter van de gevraagde gegevens, evenals de omvang van deze toegang.
Voor de toepassing van deze bepaling dienen de in het kader van deze toegangscontrole gebruikte elektronische identificatiemiddelen te beantwoorden aan het betrouwbaarheidsniveau “hoog”, overeenkomstig artikel 6 van Verordening (EU) nr. 910/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014 betreffende elektronische identificatie en vertrouwensdiensten voor elektronische transacties in de interne markt en tot intrekking van Richtlijn 1999/93/EG.
De hoedanigheid als houder van een effect voor de rechtstreekse raadpleging van het register dat betrekking heeft op zijn categorie van effecten, wordt bewezen door zijn inschrijving in het register.
De hoedanigheid als lid van een bestuursorgaan voor de rechtstreekse raadpleging van het register wordt bewezen door de inschrijving als lid van dat bestuursorgaan in de Kruispuntbank van Ondernemingen. Voor de rechtstreekse inschrijving van een verrichting is bijkomend een controle vereist van hun vertegenwoordigingsbevoegdheid.
Andere personen die, hetzij namens de vennootschap, hetzij namens de effectenhouders of hun erfgenamen als gemachtigde optreden, ontlenen hun hoedanigheid voor de rechtstreekse raadpleging van het register en, in voorkomend geval, voor de inschrijving, aanvulling of ondertekening van het register aan deze machtiging. Hetzelfde geldt voor de tussenpersonen die, in voorkomend geval, worden gemachtigd indien de vennootschap beroep doet op een vertrouwensderde voor de bewaring en het beheer van het register. De beheerder neemt de gepaste maatregelen om het bewijs van deze hoedanigheid te bepalen en te controleren, zowel voor wat de rechtstreekse raadpleging als voor wat de rechtstreekse inschrijving van een verrichting betreft.