De bieder moet alleen, rechtstreeks of onrechtstreeks, dan wel in onderling overleg, 95 % van de stemrechtverlenende effecten van de doelvennootschap bezitten; om dit quotum van 95 % te berekenen worden de effecten in bezit van met de bieder verbonden personen en van personen die in overleg met hem handelen, bij de effecten in bezit van de bieder geteld.
Dit percentage wordt berekend op het ogenblik waarop het verslag van de bieder als bedoeld in artikel 7:4, § 2, is opgesteld.