Voor de toepassing van dit boek wordt verstaan onder:
1° overheid: eender welke nationale, regionale of lokale autoriteit van een lidstaat van de Europese Unie of van een derde land. Onder overheid vallen tevens enige departementen, organen of ondernemingen waarover die autoriteit controle uitoefent als bepaald in artikel 1:14 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen;
2° project: de operationele activiteiten die worden beheerst door in één enkele overeenkomst of één enkele licentie, huurovereenkomst, concessie of soortgelijke juridische overeenkomst, en die de basis voor betalingsverplichtingen ten aanzien van een overheid vormen. Indien verscheidene overeenkomsten van dien aard wezenlijk met elkaar zijn verbonden, wordt dit als een project beschouwd;
3° betaling: een in geld of in natura betaald bedrag voor de in het Wetboek van vennootschappen en verenigingen beschreven activiteiten die bestaan uit:
- productierechten;
- belastingen over de inkomsten, de productie of de winsten van vennootschappen, met uitzondering van verbruiksbelastingen zoals belastingen over de toegevoegde waarde, inkomstenbelastingen van natuurlijke personen of omzetbelastingen;
- royalty's;
- dividenden;
- ondertekenings-, opsporings- en productiebonussen;
- licentierechten, huurprijzen, toetredingsgelden en andere vergoedingen voor licenties en/of concessies; en
- betalingen voor infrastructuurverbeteringen.
4° fiscale jurisdictie die niet-coöperatief is op belastinggebied: een fiscale jurisdictie die opgenomen is in de bijlage I en II bij de conclusies van de Raad over de herziene EU-lijst van jurisdicties die nietcoöperatief zijn op belastinggebied, die elk jaar in februari en oktober worden bijgewerkt;
5° Belgische lijsten van fiscale jurisdicties: de lijsten van fiscale jurisdicties
- opgenomen in artikel 179 van het KB/WIB 92; en
- opgenomen in artikel 734quater van het KB/WIB 92.