Wanneer een vordering wordt ingesteld tegen de door de rechtbank aangewezen vereffenaars, kan de rechtbank op de activa die op de dag van het te vellen vonnis nog geconsigneerd zouden zijn ten bate van de leden, een inhouding bevelen ten gunste van de eiser, ten belope van wat hem verschuldigd blijft op de dag van de sluiting van de vereffening om ze te bestemmen voor de aflossing van het saldo van zijn schuldvordering.
Wanneer de rechter de door de rechtbank aangewezen vereffenaars veroordeelt op grond van artikel 2:143, § 2, van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen, kan hij de activa die op de dag van het vonnis nog zijn geconsigneerd ten bate van de leden ten belope van het bedrag van de veroordeling bestemmen voor de uitvoering daarvan.