COMMISSIE VOOR BOEKHOUDKUNDIGE NORMEN

Advies CBN 2012/11 - Overdracht van eigen vermogen in het kader van een fusie, splitsing of partiële splitsing in boekhoudkundige continuïteit en fiscale continuïteit en artikel 78, § 8 van het koninklijk besluit tot uitvoering van het Wetboek van vennootschappen 

Advies van 5 september 2012

Inleiding en onderwerp van het advies

Dit advies behandelt de overdracht van eigen-vermogensbestanddelen, verricht in het kader van een fusie, een splitsing of een partiële splitsing, in boekhoudkundige continuïteit en fiscale continuïteit, tegen de achtergrond van de recente wijziging van artikel 78 van het koninklijk besluit tot uitvoering van het Wetboek van vennootschappen (hierna: KB W.Venn.) bij koninklijk besluit van 7 november 20111. Het advies licht een aantal specifieke gevallen toe van overdracht of wedersamenstelling van eigen-vermogensbestanddelen in hoofde van de overnemende of verkrijgende vennootschap. 

Artikel 78 KB W.Venn., zoals gewijzigd bij koninklijk besluit van 7 november 2011

In haar advies over fusies van Belgische vennootschappen had de Commissie aangegeven dat zij aan de Regering voorstellen zou doen indien, naar aanleiding van de wijzigingen aan de fiscale regeling voor zowel Belgische als grensoverschrijdende fusies ingevolge de wet van 11 december 2008, zou blijken dat de doelstellingen die de wetgever voor ogen had, niet langer kunnen worden bereikt op basis van artikel 78, § 6,  in fine, KB W.Venn. 

De voorstellen van de Commissie hebben geleid tot een wijziging van artikel 78 KB W.Venn., dat na wijziging bij koninklijk besluit van 7 november 2011 voortaan als volgt luidt:

“Onderafdeling 11. - Bijzondere regels betreffende bestanddelen verworven in het kader van een fusie

Art. 78.

§ 1. Fusie door overneming, zoals gedefinieerd in artikel 671 van het Wetboek van vennootschappen, en de door artikel 676 van hetzelfde wetboek hiermee gelijkgestelde verrichtingen, worden in de boekhouding verwerkt volgens de bepalingen van §§ 2 tot 8.

§ 2. Alle actief- en passiefbestanddelen van de overgenomen vennootschap, inclusief de verschillende bestanddelen van haar eigen vermogen, de afschrijvingen, waardeverminderingen en door haar gevormde voorzieningen, haar rechten en verplichtingen alsook haar opbrengsten en kosten van het boekjaar, worden, onverminderd §§ 3 tot 8, opgenomen in de boekhouding van de overnemende vennootschap tegen de waarde waarvoor zij in de boekhouding van de overgenomen vennootschap voorkwamen op het tijdstip als bedoeld in artikel 693, 5° van het Wetboek van vennootschappen.

§ 3. Bij de fusie vervallen:
1° de eigen aandelen die de overgenomen vennootschap bezit en die krachtens artikel 703, § 2, 2°, van het Wetboek van vennootschappen niet mogen worden omgewisseld tegen aandelen van de overnemende vennootschap;
2° ten belope van de boekwaarde van deze eigen aandelen, de onbeschikbare reserve voor eigen aandelen die door de overgenomen vennootschap daartoe is gevormd; wanneer er geen reserve voor eigen aandelen werd gevormd, is artikel 623, tweede lid, van het Wetboek van vennootschappen van toepassing.

§ 4. Indien, rekening houdend met de ruilverhouding en de nominale of fractiewaarde van de als vergoeding toegekende aandelen, het bedrag, waarmee het kapitaal van de overnemende vennootschap wordt verhoogd groter is dan het kapitaal van de overgenomen vennootschap, wordt het verschil onttrokken aan de andere bestanddelen van het eigen vermogen van de overgenomen vennootschap, volgens de regels vastgesteld door de algemene vergadering die tot fusie besluit; in het tegenovergestelde geval wordt het verschil geboekt als een uitgiftepremie.

§ 5. Als de vennoten van de overgenomen vennootschap een opleg in geld verkrijgen, wordt die geacht te zijn onttrokken aan het eigen vermogen van de overgenomen vennootschap. Deze onttrekking aan het eigen vermogen gebeurt op de wijze vastgesteld door de algemene vergadering die tot fusie besluit met naleving van de wettelijke en statutaire bepalingen. Indien de algemene vergadering die tot fusie besluit, niet heeft beslist aan welke post van het eigen vermogen die opleg moet worden onttrokken, gebeurt dit in deze volgorde : aan de overgedragen winst, aan de beschikbare reserves en aan de andere reserves die volgens de wet of de statuten mogen worden uitgekeerd.

§ 6. Indien de overnemende vennootschap of een andere gelijktijdig overgenomen vennootschap aandelen bezat van de overgenomen vennootschap, worden deze aandelen bij de fusie ingetrokken en worden de verschillende bestanddelen van het eigen vermogen van de overgenomen vennootschap in de boekhouding van de overnemende vennootschap slechts opgenomen ten belope van de fractie die overeenstemt met de aandelen van de overgenomen vennootschap die omgewisseld werden tegen aandelen van de overnemende vennootschap.

§ 7. Indien de aandelen van de overgenomen vennootschap, die met toepassing van artikel 703, § 2, 1°, van het Wetboek van vennootschappen niet werden omgewisseld tegen aandelen van de overnemende vennootschap, in de boekhouding van de vennootschap die ze bezat waren opgenomen tegen een waarde die niet overeenstemt met de fractie die zij vertegenwoordigen in het eigen vermogen van de overgenomen vennootschap, dan wordt het verschil verwerkt volgens zijn aard of zijn oorsprong:
a) Wanneer de boekwaarde van de betrokken aandelen groter is dan de fractie die zij vertegenwoordigen in het eigen vermogen van de overgenomen vennootschap, wordt dit verschil voor zover mogelijk toegerekend aan de actiefbestanddelen, inclusief de immateriële activa, met een grotere waarde dan het bedrag waarvoor zij in de boekhouding van de overgenomen vennootschap voorkwamen. Voor zover dit verschil voortvloeit uit een overwaardering van de schulden of uit afschrijvingen, waardeverminderingen of voorzieningen die door de overgenomen vennootschap in resultaat waren genomen maar die niet langer dienstig dan wel overtollig zijn, dan worden die bij de fusie via de resultatenrekening teruggenomen dan wel gecorrigeerd ten belope van dit overschot. 
Het verschil dat overblijft na deze toerekeningen wordt, naargelang van het geval, opgenomen in de post "Goodwill" of in resultaat genomen.
b) In het tegenovergestelde geval wordt het verschil als volgt verwerkt : voor zover dit voortvloeit uit een overwaardering van activa of een onderwaardering van passiva door de overgenomen vennootschap, worden op het tijdstip van de fusie voor het desbetreffende bedrag in de resultatenrekening afschrijvingen, waardeverminderingen, voorzieningen en correcties geboekt. 
Het verschil dat overblijft na deze correctieboekingen wordt in resultaat genomen.

§ 8. Bij de opname van het eigen vermogen van de overgenomen vennootschap in de boekhouding van de overnemende vennootschap, wordt rekening gehouden met de fiscale samenstelling en kwalificatie van de bestanddelen van dit eigen vermogen ten name van de overnemende vennootschap.”.

Verder schrijven de artikelen 79, 80 en 80bis KB W.Venn. voor dat artikel 78 KB W.Venn. dient te worden toegepast op, respectievelijk, fusies door oprichting van een nieuwe vennootschap, op splitsingen door overneming, door oprichting van nieuwe of gemengde vennootschappen en op partiële splitsingen.

In zijn vroegere versie bepaalde artikel 78, § 6 KB W.Venn. enkel dat bij fusie waarbij de overnemende vennootschap aandelen van de overgenomen vennootschap bezat, rekening gehouden werd met de eventuele wijziging van de fiscale kwalificatie van de reserves van de overgenomen vennootschap ingevolge de fusie. Artikel 78, § 8 KB W.Venn. neemt die regel over en verklaart die van toepassing op alle eigen-vermogensbestanddelen. De regel wordt, ten opzichte van de gevallen van moeder-dochter-fusie of -splitsing, verruimd.

Analyse – specifieke gevallen waarbij eigen-vermogensbestanddelen worden overgedragen in het kader van een fusie, splitsing of partiële splitsing 

Fusie, splitsing of partiële splitsing waarbij de overnemende of verkrijgende vennootschap aandelen bezit in de overgenomen of gesplitste vennootschap

 In het kader van een moeder-dochter-fusie wordt het eigen vermogen van de overgenomen vennootschap verminderd, met andere woorden, het wordt niet door de overnemende vennootschap overgenomen, voor zover de overdracht van het vermogen van de overgenomen vennootschap niet wordt vergoed met nieuwe aandelen van de overnemende vennootschap. 

Het zelfde gebeurt, mutandis mutandis, in geval van een splitsing waarbij de verkrijgende vennootschap aandeelhouder is van de gesplitste vennootschap. De onderstaande analyse spitst zich hoofdzakelijk toe op fusies, met dien verstande dat voor splitsingen en partiële splitsingen, mutatis mutandis, dezelfde oplossingen van toepassing zijn.

Met betrekking tot de reserves

Krachtens de belastingwetgeving mag (of moet2) worden vermeden dat de, in het kader van een moeder-dochter-fusie overgedragen vrijgestelde reserves3, worden verminderd.

Boekhoudkundig gebeurt dit enerzijds via een aantal boekingen in het kader van de fusie, en anderzijds via een aantal boekingen na afloop van de fusie.

In het kader van de fusie schrijft artikel 78, § 8 KB W.Venn. voor dat bij de opname van het eigen vermogen van de overgenomen vennootschap in de boekhouding van de overnemende vennootschap, rekening moet worden gehouden met de fiscale samenstelling en kwalificatie van de bestanddelen van dit eigen vermogen ten name van de overnemende vennootschap. 

Nemen we het voorbeeld van vennootschap A die wordt overgenomen door vennootschap B die 90 % van de aandelen van A bezit. 

We gaan ervan uit dat de fiscale reserves van A er als volgt uitzien:

Vrijgestelde reserves 100
Belaste reserves   100

Boekhoudkundig stemmen die reserves overeen met:

Belastingvrije reserves         100
Beschikbare reserves  100

Vanuit fiscaal oogpunt wordt een bedrag van 100 aan vrijgestelde reserves fiscaal overgedragen. Boekhoudkundig geeft dit aanleiding tot de volgende boekingen, (nrs. 8 en 9).

a)    Aanrekening op de beschikbare reserves van A die worden overgedragen in het kader van de fusie en wedersamenstelling van het saldo van de vrijgestelde reserves in hoofde van B 

 Artikel 78, § 8 KB W.Venn. staat toe om de in het kader van de fusie aan B overgedragen boekhoudkundige reserves als volgt voor te stellen:

Belastingvrije reserves 20
Beschikbare reserves   0

 Na de fusie mag B het saldo van de vrijgestelde reserves (80) wedersamenstellen via een boeking op het debet van de resultatenrekening (kost):

689 Overboeking naar de belastingvrije reserves   80  
  aan 132 Belastingvrije reserves       80

B zal het saldo van de vrijgestelde reserves ook kunnen wedersamenstellen door in haar boekhouding subrekeningen van de rekening Kapitaal te creëren, de ene voor de in het kapitaal geïncorporeerde vrijgestelde reserve en de andere voor de in het kapitaal geïncorporeerde negatieve belaste reserve4.

Dat zou in ons voorbeeld de volgende boeking geven: 

10 (-) In het kapitaal geïncorporeerde negatieve belaste reserve    80  
  aan 10 In het kapitaal geïncorporeerde vrijgestelde reserve   80

b)    Proportionele overname van de belastingvrije reserves en de beschikbare reserves in het kader van de fusie en wedersamenstelling van het saldo van de vrijgestelde reserves in hoofde van B

Artikel 78, § 8 KB W.Venn. staat ook toe om de in het kader van de fusie aan B overgedragen boekhoudkundige reserves als volgt voor te stellen:

Belastingvrije reserves 

10

Beschikbare reserves     10

Na de fusie mag B het saldo van de vrijgestelde reserves (90) wedersamenstellen via een boeking op het debet van de resultatenrekening (kost):

689 Overboeking naar de belastingvrije reserves 90  
  aan 132 Belastingvrije reserves   90

 B zal het saldo van de vrijgestelde reserves ook kunnen wedersamenstellen door in haar boekhouding subrekeningen van de rekening Kapitaal te creëren, de ene voor de in het kapitaal geïncorporeerde vrijgestelde reserve en de andere voor de in het kapitaal geïncorporeerde negatieve belaste reserve (zie hierboven).

Dat zou in ons voorbeeld de volgende boeking geven:

10 (-) In het kapitaal geïncorporeerde negatieve belaste reserve 90  
  aan 10 In het kapitaal geïncorporeerde vrijgestelde reserve    90

Met betrekking tot de kapitaalsubsidies en de herwaarderingsmeerwaarden

De belastingwetgeving voorziet niet in een vermindering van kapitaalsubsidies en herwaarderingsmeerwaarden5 die in het kader van een moeder-dochter-fusie worden overgedragen.

Boekhoudkundig vertaalt dit zich enerzijds in een aantal boekingen in het kader van de fusie en anderzijds in een aantal boekingen na afloop van de fusie.

Zoals eerder aangegeven, schrijft artikel 78, § 8 KB W.Venn. in het kader van de fusie voor dat bij de opname van het eigen vermogen van de overgenomen vennootschap in de boekhouding van de overnemende vennootschap, rekening moet worden gehouden met de fiscale samenstelling en kwalificatie van de bestanddelen van dit eigen vermogen ten name van de overnemende vennootschap. 

We hernemen het voorbeeld van vennootschap A die wordt overgenomen door vennootschap B die 90 % van de aandelen van A bezit. 

We gaan ervan uit dat de fiscale reserves van A er als volgt uitzien:

Herwaarderingsmeerwaarde 100
Belaste reserves  100

Boekhoudkundig wordt dit als volgt uitgedrukt:

Herwaarderingsmeerwaarden 100
Beschikbare reserves   100

 Vanuit fiscaal oogpunt zal de herwaarderingsmeerwaarde niet worden verminderd in het kader van de fusie. Boekhoudkundig kan dit in hoofde van de overnemende vennootschap op verschillende manieren gebeuren. 

a)    Proportionele overname, in het kader van de fusie, van de herwaarderingsmeerwaarde en de beschikbare reserves en wedersamenstelling van het saldo van de herwaarderingsmeerwaarde in hoofde van B

Artikel 78, § 8 KB W.Venn. staat toe om de in het kader van de fusie aan B overgedragen herwaarderingsmeerwaarde en reserves boekhoudkundig als volgt voor te stellen:

Herwaarderingsmeerwaarde 10
Beschikbare reserves   10

  Na de fusie mag B het saldo van de herwaarderingsmeerwaarde (90) wedersamenstellen via een mutatie, binnen haar eigen vermogen, van een rekening Beschikbare reserves naar de rekening Herwaarderingsmeerwaarde (zie het advies van de CBN 2009/6 over de boekhoudkundige verwerking van fusies6).

Voor B geeft dat aanleiding tot de volgende boeking (in de veronderstelling dat B hiertoe voldoende beschikbare reserves heeft): 

133 Beschikbare reserves    90  
  aan 121 Herwaarderingsmeerwaarden     90

Het saldo van de herwaarderingsmeerwaarde kan ook via het debet van de resultatenrekening worden wedersamengesteld (kost). Dat geeft de volgende boeking :

68XX Overboeking naar de herwaarderingsmeerwaarden 90  
  aan 121 Herwaarderingsmeerwaarden   90

B zal het saldo van de herwaarderingsmeerwaarde ook kunnen wedersamenstellen door in haar boekhouding subrekeningen van de rekening Kapitaal te creëren, de ene voor de in het kapitaal geïncorporeerde vrijgestelde reserve/herwaarderingsmeerwaarde en de andere voor de in het kapitaal geïncorporeerde negatieve belaste reserve. Boekhoudkundig wordt die wedersamenstelling als volgt verwerkt:

10 (-) In het kapitaal geïncorporeerde negatieve belaste reserve 90  
  aan 10 In het kapitaal geïncorporeerde vrijgestelde reserve/herwaarderingsmeerwaarde    90

b)    Aanrekening op de beschikbare reserves van A die worden overgedragen in het kader van een fusie en wedersamenstelling van het saldo van de herwaarderingsmeerwaarde in hoofde van B 

Boekhoudkundig mogen de in het kader van de fusie overgedragen herwaarderingsmeerwaarde en reserves als volgt worden voorgesteld: 

Herwaarderingsmeerwaarde  20
Beschikbare reserves  0

  Na de fusie mag B het saldo van de herwaarderingsmeerwaarde (80) wedersamenstellen via een mutatie, binnen haar eigen vermogen, van een rekening Beschikbare reserves naar de rekening Herwaarderingsmeerwaarden.

Voor B geeft dat aanleiding tot de volgende boeking (in de veronderstelling dat B hiertoe voldoende beschikbare reserves heeft):

133 Beschikbare reserves   80  
  aan 121 Herwaarderingsmeerwaarden   80

Het saldo van de herwaarderingsmeerwaarde kan ook via het debet van de resultatenrekening worden wedersamengesteld (kost). Dat geeft de volgende boeking: 

 68XX Overboeking naar de herwaarderingsmeerwaarden   80  
  aan 121 Herwaarderingsmeerwaarden     80

B zal het saldo van de herwaarderingsmeerwaarde ook kunnen wedersamenstellen door in haar boekhouding subrekeningen van de rekening Kapitaal te creëren (zie hierboven). Boekhoudkundig gebeurt dit als volgt:

10 (-) In het kapitaal geïncorporeerde negatieve belaste reserve  80  
  aan 10 In het kapitaal geïncorporeerde vrijgestelde reserve/herwaarderingsmeerwaarde     80

Een in het kader van een moeder-dochter-fusie over te dragen kapitaalsubsidie wordt, mutatis mutandis, op dezelfde wijze verwerkt. 

Verdeling van in het kader van een splitsing of partiële splitsing overgedragen eigen vermogen 

Artikel 78, § 8, juncto artikel 80 en 80bis KB W.Venn. bevestigt dat, bij splitsingen of partiële splitsingen, het eigen vermogen in de boekhouding wordt verdeeld zoals dat in fiscaal opzicht gebeurt (overeenkomstig artikel 213 WIB 1992) wanneer de verrichting op fiscaal neutrale manier plaatsvindt. Dit heeft de CBN toegelicht in haar advies 2009/8 over de boekhoudkundige verwerking van splitsingen7

“Artikel 80, tweede lid KB W.Venn. stelt dat het boekhoudkundig continuïteitsprincipe zoals vermeld in artikel 78 KB W.Venn. in hoofde van elke verkrijgende vennootschap tevens geldt voor het deel van het eigen vermogen van de gesplitste vennootschap dat aan de verkrijgende vennootschap wordt overgedragen. Aangezien het boekhoudrecht niet specificeert volgens welk criterium de verschillende bestanddelen van het eigen vermogen van de gesplitste vennootschap moeten worden toebedeeld aan de verkrijgende vennootschappen, zal het boekhoudkundig continuïteitsprincipe met betrekking tot deze bestanddelen in de regel enkel inhouden dat de som van elk bestanddeel van het eigen vermogen van de aan de verkrijgende vennootschappen toegewezen eigen vermogens gelijk is aan het overeenkomstig bestanddeel van het eigen vermogen van de gesplitste vennootschap. 

Daarentegen wordt op fiscaal vlak wel gespecificeerd hoe bij een belastingneutrale splitsing – en dit is de hypothese waarvan wordt uitgegaan – de verschillende bestanddelen (fiscaal gestort kapitaal, belaste reserves en vrijgestelde reserves) van het fiscaal eigen vermogen van de gesplitste vennootschap moeten worden toegewezen aan de verkrijgende vennootschappen, nl. pro rata de fiscale nettowaarden van de aan de verkrijgende vennootschappen toegewezen vermogens (artikel 213 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 – hierna WIB 1992). 

Bijgevolg lijkt het aangewezen dat bij de toebedeling van de boekhoudkundige bestanddelen van het eigen vermogen van de gesplitste vennootschap aan de verkrijgende vennootschappen, rekening wordt gehouden met die fiscale toewijzing om zoveel als mogelijk discrepanties tussen de boekhoudkundige en fiscale toewijzing te vermijden. Het is dan ook deze methodologie die in de uitgewerkte voorbeelden wordt aangehouden.”

Een concrete toepassing van dit principe is het geval waarin een actief als herbelegging verworven in het kader van de regeling inzake gespreid te belasten meerwaarden, als bedoeld in artikel 47 WIB 1992, naar aanleiding van de splitsing wordt overgedragen.   In fiscaal opzicht wordt het vrijgesteld gedeelte van de gespreid te belasten meerwaarden, wanneer de gesplitste vennootschap reeds de nodige herbelegging heeft verricht, "bij voorrang toegewezen" aan de verkrijgende vennootschap waarin het herbeleggingsactivum, wordt ingebracht. In voorkomend geval moet het bedrag van de "bij voorrang toegewezen" gespreid te belasten meerwaarden worden beperkt tot het bedrag dat wordt verkregen door de verhouding waarvan sprake in artikel 213 WIB 1992, berekend op de fiscale nettowaarden van het aan de verkrijgende vennootschap in het kader van de splitsing overgedragen vermogen, toe te passen op het totaal van die vrijgestelde reserves. Deze werkwijze wordt ook toegepast wanneer de gesplitste vennootschap de herbelegging nog niet heeft verricht maar de verkrijgende vennootschap de herbeleggingsverplichting op zich zal nemen. 

Het boekhoudkundig eigen vermogen van de verkrijgende vennootschap wordt derwijze samengesteld dat het overeenstemt met zijn fiscale samenstelling. 

Nemen we in dit verband het voorbeeld uit het advies van de CBN 2009/8 over de boekhoudkundige verwerking van splitsingen8: de gesplitste vennootschap A besloot een meerwaarde van 2.000 gespreid te laten belasten en herbelegde in de aankoop van activum
1. In het kader van de splitsing van vennootschap A komt dat activum 1 terecht bij de naar aanleiding van de splitsing op te richten vennootschap C. 

Overeenkomstig de fiscale opsplitsing van het eigen vermogen, moet C een bedrag van 1.200 aan vrijgestelde reserves ontvangen. Aangezien vanuit fiscaal oogpunt de gespreide belastingheffing op de meerwaarde die voordien door A was gerealiseerd, in hoofde van C zal gebeuren, wordt een bedrag van 680 aan uitgestelde belastingen overgedragen aan C. 

Het boekhoudkundig eigen vermogen van C kan worden aangevuld tot het integraal overeenstemt met zijn fiscale samenstelling. Aangezien zich bij C reeds een bedrag van 680 aan vrijgestelde reserves bevindt onder de post Uitgestelde belastingen9, wordt enkel het saldo van de vrijgestelde reserves (520) onder de belastingvrije reserves geboekt.

Na afloop van de splitsing ziet de balans van C er als volgt uit:

Balans van C (na splitsing)
Activa  6.500 Kapitaal  1.800
Activum 1 2.000 Belastingvrije reserves 520
    Beschikbare reserves 3.000
    Uitgestelde belastingen 680
    Schulden 2.500

Dezelfde principes gelden mutatis mutandis voor het vrijgesteld gedeelte van de kapitaalsubsidies, dat vanuit fiscaal oogpunt bij voorrang (inzover mogelijk) wordt toegewezen aan de verkrijgende vennootschap waarin de gesubsidieerde activa worden ingebracht. In de boekhouding wordt met die fiscale toewijzing rekening gehouden.

De overeenkomstig artikel 44, § 1, 1° WIB 1992 vrijgestelde herwaarderingsmeerwaarden worden op fiscaal vlak toegewezen aan de verkrijgende vennootschap waarin zich het bestanddeel bevindt waarop die meerwaarde is uitgedrukt. De boekhoudkundige opsplitsing van het eigen vermogen volgt die fiscale opsplitsing.

Nemen we in dit verband het voorbeeld uit het advies van de CBN 2009/8 over de boekhoudkundige verwerking van splitsingen10. De gesplitste vennootschap A heeft op haar activum 1 een herwaarderingsmeerwaarde geboekt van 1.000. In het kader van de splitsing van vennootschap A komt dat activum 1 terecht bij de naar aanleiding van de splitsing op te richten vennootschap C. 

In het kader van de fiscale verdeling van het boekhoudkundig eigen vermogen van A wordt de herwaarderingsmeerwaarde – met een fiscale waarde gelijk aan nul – integraal overgedragen aan C. 

Het fiscaal eigen vermogen van A dat in het kader van de splitsing aan C wordt overgedragen, is als volgt samengesteld:

Fiscaal gestort kapitaal   1.800
Vrijgestelde reserves begrepen in de fiscale nettowaarde 1.200
Belaste reserves 3.000
Herwaarderingsmeerwaarde  1.000

Het boekhoudkundig eigen vermogen van C wordt aangevuld tot het integraal overeenstemt met zijn fiscale samenstelling.

Na afloop van de splitsing zal de balans van C er als volgt uitzien:
 

Balans van C (na splitsing)
Activa   8.500 Kapitaal  1.800
 
Activum 1  1.000   Herwaarderingsmeerwaarde  1.000
     Belastingvrije reserves 1.200
    Beschikbare reserves 3.000
    Schulden  2.500

Overdracht van eigen vermogen in het kader van grensoverschrijdende reorganisaties

Artikel 78, § 8 KB W.Venn. is ook van toepassing bij grensoverschrijdende reorganisaties, die onder de fiscale regels vallen die door de wet van 11 december 2008 in het WIB 1992 zijn ingevoerd. 

Er wordt rekening gehouden met de fiscale samenstelling en kwalificatie van de eigen-vermogensbestanddelen in hoofde van de Belgische overnemende of verkrijgende vennootschap.

Wanneer een Belgische vennootschap door fusie of splitsing een vennootschap overneemt die gevestigd is in een andere lidstaat van de Europese Unie, worden de vanuit de overgenomen of gesplitste vennootschap overgedragen vrijgestelde reserves fiscaal gezien belaste reserves van de Belgische vennootschap (tenzij die reserves worden toegewezen aan een Belgische vaste inrichting van de buitenlandse vennootschap die bij de fusie of splitsing wordt overgenomen, in welk geval die reserves in hoofde van de overnemende of verkrijgende Belgische vennootschap vrijgestelde reserves blijven). 

De samenstelling van de boekhoudkundige reserves stemt overeen met hun fiscale samenstelling. 

In dit verband grijpen we terug naar het voorbeeld uit het advies van de CBN 2009/7 over de boekhoudkundige verwerking van grensoverschrijdende fusies11.

Dat voorbeeld gaat over de overname door een Belgische vennootschap A van een in een andere EU-lidstaat gevestigde vennootschap B; de overnemende Belgische vennootschap A bezit geen aandelen in de overgenomen vennootschap B en de overgenomen vennootschap B heeft geen Belgische inrichting.

Vóór de fusie zagen de balansen van A en B er als volgt uit:
 

Balans van A (Belgische overnemende vennootschap)
Vaste activa  3.200   Kapitaal    2.000
Vlottende activa  6.800   Belastingvrije reserves  1.500
    Beschikbare reserves 4.500
    Voorzieningen 900
    Schulden 1.100
Balans van B (overgenomen vennootschap)
Vaste activa    5.500   Kapitaal   3.000
Vlottende activa  9.500  Reserves   7.000
    Voorzieningen  1.000
    Schulden 4.000

Het advies 2009/7 wijst erop dat de eventuele belastingvrije reserves van vennootschap B (t.t.z. de reserves waarvoor belastingvrijstelling geldt als zij in het vermogen van de vennootschap behouden blijven – zie mutatis mutandis artikel 95, § 2, IV.C KB W.Venn.) die opgenomen zijn in de rekening Reserves, op fiscaal vlak in hoofde van de overnemende vennootschap A in beginsel het karakter van een belaste reserve krijgen. 

In de boekhouding wordt rekening gehouden met de fiscale samenstelling/kwalificatie van die reserves: de reserves die bij de fusie vanuit B worden overgedragen, worden in hoofde van A integraal als beschikbare reserves geboekt.

Na de fusie ziet de balans van A er als volgt uit:

Balans van A (na fusie)
Vaste activa (3.200 + 5.500) 8.700 Kapitaal (2.000 + 3.000) 5.000
Vlottende activa (6.800 + 9.500) 16.300 Belastingvrije reserves (1.500 + 0) 1.500
    Beschikbare reserves 
(4.500 + 7.000)
11.500
    Voorzieningen (900 + 1.000) 1.900
    Schulden (1.100 + 4.000)    5.100
  • 1. Koninklijk besluit van 7 november 2011 tot wijziging van het koninklijk besluit van 30 janvier 2001 tot uitvoering van het Wetboek van vennootschappen (BS 21 november 2011).
  • 2. Meer bepaald vereist de belastingwetgeving dat, voor vrijgestelde reserves die overeenstemmen met overeenkomstig artikel 47 WIB 1992 gespreid belaste meerwaarden, zij in hoofde van de overnemende vennootschap worden wedersamengesteld.
  • 3. De uitdrukking “vrijgestelde reserves” staat voor fiscaal vrijgestelde reserves op het tijdstip van de verrichting terwijl de uitdrukking “belastingvrije reserves” verwijst naar de balanspost met die benaming
  • 4. Deze techniek wordt beschreven in de voorbereidende werken bij de wet van 22 december 1998 houdende fiscale en andere bepalingen (Parl.St., Kamer, 1997-1998, nr. 1608/1, pp. 18 en 20, zie infra). Een meer veralgemeende toepassing vindt men voortaan terug in de voorbereidende werken bij de wet van 11 december 2008 houdende wijziging van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 teneinde het in overeenstemming te brengen met de Richtlijn 90/434/EEG van de Raad van 23 juli 1990 betreffende de gemeenschappelijke fiscale regeling voor fusies, splitsingen, partiële splitsingen, inbreng van activa en aandelenruil met betrekking tot vennootschappen uit verschillende lidstaten en voor de verplaatsing van de statutaire zetel van een SE of een SCE van een lidstaat naar een andere lidstaat, gewijzigd bij de Richtlijn 2005/19/EEG van de Raad van 17 februari 2005 (Parl.St., Kamer, 2007-2008, nr. 1398/001, p. 40).
  • 5. Het betreft de overeenkomstig artikel 44, § 1, 1° WIB 1992 vrijgestelde herwaarderingsmeerwaarden. In fiscaal opzicht stemmen herwaarderingsmeerwaarden overeen met vrijgestelde reserves
  • 6. Bull. CBN, nr. 53, september 2010, p. 29-30
  • 7. Bull. CBN, nr. 53, september 2010, p. 46. Zie ook het advies van de CBN 2009/11 over de boekhoudkundige verwerking van partiële splitsingen, Bull. CBN, nr. 53, september 2010, p. 61, het advies van de CBN 2011/10 over de boekhoudkundige verwerking van grensoverschrijdende splitsingen en het advies van de CBN 2011/11 over de boekhoudkundige verwerking van grensoverschrijdende partiële splitsingen, Bull. CBN, nr 59, september 2011, respectievelijk pp. 6 en 22.
  • 8. Bull. CBN, nr. 53, september 2010, pp. 50 en 51. Voor een gelijkaardig voorbeeld, zie ook het advies CBN 2009/11 over de boekhoudkundige verwerking van partiële splitsingen, Bull. CBN, nr. 53, september 2010, pp. 65 en 66.
  • 9. Boekhoudkundig worden « uitgestelde belastingen » daarentegen als een schuld beschouwd
  • 10. Bull. CBN, nr. 53, september 2010, pp. 52,53 en 54. Voor een gelijkaardig voorbeeld, zie ook het advies CBN 2009/11 over de boekhoudkundige verwerking van partiële splitsingen, Bull. CBN, nr. 53, september 2010, pp. 67, 68 en 69.
  • 11. Bull. CBN, nr. 53, september 2010, pp. 39 en 40 (zie ook de voorbeelden pp. 40 tot 44). Zie ook advies 2011/10 over de boekhoudkundige verwerking van grensoverschrijdende splitsingen, Bull. CBN, nr. 59, september 2011, pp. 14 tot 20 en het advies van de CBN CNC 2011/11 over de boekhoudkundige verwerking van grensoverschrijdende partiële splitsingen, Bull. CBN, nr. 59, september 2011, pp. 30 tot 35.