COMMISSIE VOOR BOEKHOUDKUNDIGE NORMEN

CBN-advies 2009/7 - De boekhoudkundige verwerking van grensoverschrijdende fusies

Advies van 15 juli 2009

 

 

INLEIDING

Dit advies strekt ertoe de boekhoudkundige verwerking van grensoverschrijdende fusies te behandelen, inzonderheid van fusies die vanaf 12 januari 2009 in België in beginsel belastingneutraal kunnen worden gerealiseerd.

In het Verslag aan de Koning bij het Koninklijk Besluit tot uitvoering van het Wetboek van Vennootschappen van 30 januari 2001 (hierna KB W.Venn.) werd expliciet vermeld dat het toepassingsgebied van de boekhoudkundige regels voor het verwerken van een fusie (of een splitsing) zoals die vermeld werden in het K.B. van 8 oktober 1976 (met andere woorden de regels betreffende het boekhoudkundig continuïteitsprincipe met betrekking tot dergelijke verrichtingen) werden aangepast derwijze dat niet langer wordt verwezen naar fusieverrichtingen gerealiseerd overeenkomstig de bepalingen van het vennootschappenrecht, maar enkel nog naar fusies (of splitsingen) zoals gedefinieerd in het Wetboek van Vennootschappen (hierna W.Venn.). Dit is de uitvoering van wat reeds werd aangekondigd in het Advies 126/16 van de Commissie (Bull. CBN, nr. 45, p. 11-14). Derhalve worden hierna dan ook alleen fusieverrichtingen behandeld waarvan het begrip in overeenstemming is met het W.Venn. en die in boekhoudkundige continuïteit kunnen worden gerealiseerd.

Vermits de begripsomschrijving van een grensoverschrijdende fusie zoals die wordt geformuleerd in de Richtlijn van 26 oktober 20051 volledig overeenstemt met het fusiebegrip zoals geformuleerd in het W.Venn., impliceert dit dat in de Belgische boeken van de bij dergelijke grensoverschrijdende fusie betrokken vennootschappen de verrichting eveneens volgens de regels van het boekhoudkundig continuïteitsprincipe moet worden verwerkt, d.w.z. met in achtneming van de artikelen 41, §1, tweede lid, 78 en 79 van het KB W.Venn.

Verder wordt uitgegaan van de hypothese dat de in België gevestigde bijkantoren en centra van werkzaamheden als bedoeld in artikel 1 van de Wet van 17 juli 1975 (hierna genoemd de Belgische inrichtingen) die n.a.v. grensoverschrijdende fusies ontstaan of bij grensoverschrijdende fusies betrokken zijn – op basis van voormelde wet en artikel 92, § 2 van het W.Venn. – gehouden zijn hun boekhouding te voeren en hun jaarrekening op te stellen overeenkomstig het Belgisch boekhoudrecht. Het begrip “Belgische inrichting” stemt niet noodzakelijk overeen met de gelijkaardige fiscale begrippen, t.t.z. “Belgische inrichting” als bedoeld in artikel 229 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (hierna WIB92) of “vaste inrichting” in de zin van de door België gesloten dubbelbelastingverdragen.
Niettemin wordt in de hierna vermelde voorbeelden steeds uitgegaan van de hypothese dat deze “Belgische inrichtingen“ tevens aan te merken zijn als vaste inrichtingen in fiscaal opzicht.

In dit advies wordt onder het begrip “dotatie” verstaan de eigen middelen van de Belgische inrichting die door de buitenlandse vennootschap aan de bedrijfsuitoefening van die inrichting duurzaam worden besteed, voor zover deze middelen niet hun oorsprong vinden in gereserveerde of overgedragen winsten van die inrichting (zie artikel 95, § 2, I.A., eerste lid, e) en laatste lid, KB W.Venn.). Deze dotatie wordt geboekt onder de rekening 10 van het algemeen rekeningenstelsel. Wanneer deze inrichting ontstaat naar aanleiding van een grensoverschrijdende fusie zijn deze middelen gelijkwaardig aan het maatschappelijk kapitaal en de uitgiftepremie van een Belgische vennootschap. Dit begrip stemt niet noodzakelijk overeen met het fiscaal begrip “kapitaaldotatie” in het WIB 92.

Zoals in het CBN advies 2009/6 zullen telkens voorbeelden worden gegeven van een fusie door overneming, waarbij de bij de verrichting betrokken vennootschappen hun boekhouding in euro voeren.

BOEKHOUDKUNDIGE VERWERKING

In een eerste afdeling wordt de situatie behandeld waarbij een Belgische vennootschap, zonder buitenlandse inrichting, wordt overgenomen door een vennootschap gevestigd in een andere Lidstaat van de Europese Unie en in een tweede afdeling wordt de situatie behandeld waarbij een Belgische vennootschap een vennootschap gevestigd in een andere Lidstaat van de Europese Unie overneemt.

Overname van een Belgische vennootschap, zonder buitenlandse inrichting, door een vennootschap gevestigd in een andere EU-lidstaat

1.     Een Belgische vennootschap A, zonder buitenlandse inrichting, wordt overgenomen door een vennootschap B gevestigd in een andere EU-Lidstaat. Vennootschap B bezit geen A aandelen en bezit geen Belgische inrichting; vennootschap A bezit geen eigen aandelen.

Naar aanleiding van de fusie ontstaat normalerwijze een Belgische inrichting van de overnemende vennootschap B. Het boekhoudkundig continuïteitsprincipe houdt dan in dat in de rekeningen van deze Belgische inrichting de actiefbestanddelen, de voorzieningen en de schulden worden opgenomen tegen de boekwaarde die deze elementen hadden in de rekeningen van de overgenomen vennootschap. De eigen vermogensrekeningen van de overgenomen Belgische vennootschap worden in principe ook als dusdanig aan dezelfde boekwaarde als eigen vermogensrekeningen van de Belgische inrichting van de overnemende vennootschap opgenomen, met dien verstande dat het verschil tussen het boekhoudkundig eigen vermogen en het bedrag aan reserves, herwaarderingsmeerwaarden en kapitaalsubsidies in de balans van de Belgische inrichting wordt ingeschreven als dotatie, zijnde het maatschappelijk kapitaal en, in voorkomend geval, de uitgiftepremies van de overgenomen Belgische vennootschap A.

Voorbeeld 1

A (Belgische overgenomen vennootschap)
Vaste activa 5.500 Kapitaal 3.000
Vlottende activa 9.500 Reserves 7.000
    Voorzieningen 1.000
    Schulden 4.000
  15.000   15.000

De Belgische vennootschap A, zonder buitenlandse inrichting, wordt overgenomen door een vennootschap B gevestigd in een andere EU-Lidstaat waarbij B geen aandelen A bezit en geen Belgische inrichting heeft; A bezit geen eigen aandelen.

De balans van de Belgische inrichting van de overnemende vennootschap B zal er na de fusie als volgt uitzien:

Belgische inrichting van B (na de fusie)
Vaste activa 5.500 Dotatie 3.000
Vlottende activa 9.500 Reserves 7.000
    Voorzieningen 1.000
    Schulden 4.000
  15.000   15.000

2.     Een Belgische vennootschap A, zonder buitenlandse inrichting, wordt overgenomen door een vennootschap B gevestigd in een andere EU-Lidstaat. De vennootschap B bezit A aandelen en deze A participatie is belegd in een Belgische inrichting van de vennootschap B; vennootschap A bezit geen eigen aandelen.

De boekhoudkundige verwerking van de fusie waarbij A wordt overgenomen door B en B aandelen in A bezit welke belegd zijn in een Belgische inrichting, geschiedt op het Belgisch niveau op een identieke manier als in geval het een fusie betreft waarbij A wordt overgenomen door een Belgische vennootschap welke aandelen in de overgenomen vennootschap bezit.

Hierbij is artikel 78, § 6 van het KB W.Venn. onverkort van toepassing. Dit wil zeggen dat op het niveau van de Belgische inrichting van de overnemende vennootschap B,  de A aandelen worden ingetrokken en de verschillende bestanddelen van het eigen vermogen van de overgenomen vennootschap in de boekhouding van de Belgische inrichting van de overnemende vennootschap B slechts worden opgenomen ten belope van de fractie die overeenstemt met de aandelen in de overgenomen vennootschap die worden omgewisseld tegen de nieuw uitgegeven aandelen door de overnemende vennootschap.

Zoals in de laatste zin van artikel 78, §6 KB W.Venn. wordt bepaald, dient in voorkomend geval rekening te worden gehouden met de ten gevolge van de fusie gewijzigde fiscale kwalificatie van de reserves bij de overgenomen vennootschap2. Dit kan leiden tot bijkomende boekhoudkundige correcties.

Voorbeeld 2

A (Belgische overgenomen vennootschap)
Vaste activa 5.500 Kapitaal 3.000
Vlottende activa 9.500 Beschikbare reserves 7.000
    Voorzieningen 1.000
    Schulden 4.000
  15.000   15.000
Belgische inrichting van B (vóór de fusie)
Materiële vaste activa 200 Dotatie 2.500
Financiële vaste activa3 10.800 Beschikbare reserves 3.500
(Participatie A 90%)   Schulden 5.000
       
  11.000   11.000

Bij de fusie zal – met toepassing van artikel 78, §7, a), KB W.Venn. – in hoofde van de Belgische inrichting van de overnemende vennootschap, een boekhoudkundig fusieverlies worden toegewezen als “goodwill”4.

Na de fusie zal de balans van de Belgische inrichting van de overnemende vennootschap B er als volgt uitzien:

Belgische inrichting van B (na de fusie)
Goodwill 1.800 Dotatie (2.500 + 3.000 x 10%5) 2.800
Vaste activa (200 + 5.500) 5.700 Beschikbare reserves (3.500 + 7.000 x 10%) 4.200
Vlottende activa 9.500 Voorzieningen 1.000
    Schulden (4.000 + 5.000) 9.000
  17.000   17.000

In de hypothese dat de 7.000 reserves van A vóór de fusie zouden bestaan uit belastingvrije reserves kunnen zij na de (belastingneutrale) fusie slechts ten belope van 700 worden teruggevonden binnen het eigen vermogen van de Belgische inrichting van de overnemende vennootschap B. Indien men de belastingvrije reserves van A volledig wenst weder samen te stellen zal de inrichting van de overnemende vennootschap B nog een correctieboeking dienen door te voeren (cf. CBN advies 2009/6).

3.     Een Belgische vennootschap A, zonder buitenlandse inrichting, wordt overgenomen door een vennootschap B gevestigd in een andere EU-Lidstaat. De vennootschap B bezit A aandelen maar heeft geen Belgische inrichting voor de fusie; vennootschap A bezit geen eigen aandelen.

Voorbeeld 3

A (Belgische overgenomen vennootschap)
Vaste activa 5.500 Kapitaal 3.000
Vlottende activa 9.500 Beschikbare Reserves 7.000
    Voorzieningen 1.000
    Schulden 4.000
  15.000   15.000

De Belgische vennootschap A, zonder buitenlandse inrichting, wordt overgenomen door een vennootschap B gevestigd in een andere EU-Lidstaat waarbij deze overnemende vennootschap 90% van de A aandelen bezit. De vennootschap B bezit voor de fusie niet over een Belgische inrichting.

Tengevolge van de fusie ontstaat in principe een Belgische inrichting van de overnemende vennootschap B. De balans van deze Belgische inrichting van B na de fusie zal er als volgt uitzien:

Belgische inrichting van B (na de fusie)
Vaste activa 5.500 Dotatie6 3.000
Vlottende activa 9.500 Beschikbare reserves6 7.000
    Voorzieningen 1.000
    Schulden 4.000
  15.000   15.000

Overname van een vennootschap gevestigd in een andere EU-lidstaat door een Belgische vennootschap

1.     Een Belgische vennootschap A neemt een vennootschap B gevestigd in een andere EU-Lidstaat over; de overnemende Belgische vennootschap A bezit geen aandelen in de overgenomen vennootschap B en de overgenomen vennootschap B heeft geen Belgische inrichting.

Voorbeeld 4

A (Belgische overnemende vennootschap)
Vaste activa 3.200 Kapitaal 2.000
Vlottende activa 6.800 Belastingvrije reserves 1.500
    Beschikbare reserves 4.500
    Voorzieningen 900
    Schulden 1.100
  10.000   10.000
B (overgenomen vennootschap)
Vaste activa 5.500 Kapitaal 3.000
Vlottende activa 9.500 Reserves7 7.000
    Voorzieningen 1.000
    Schulden 4.000
  15.000   15.000

Na de fusie door overneming van B door A, ziet de balans van A er als volgt uit

A (na de fusie)
Vaste activa (3.200 + 5.500) 8.700 Kapitaal (2.000 + 3.000) 5.000
Vlottende activa (6.800 + 9.500) 16.300 Belastingvrije reserves (1.500 + 07) 1.500
    Beschikbare reserves (4.500 + 7.0007) 11.500
    Voorzieningen (900 + 1.000) 1.900
    Schulden (1.100 + 4.000) 5.100
  25.000   25.000

2.     Een Belgische vennootschap A neemt een vennootschap B, gevestigd in een andere EU-Lidstaat over; de overnemende Belgische vennootschap A bezit aandelen in de overgenomen vennootschap B en de overgenomen vennootschap B heeft geen inrichting in België.

In toepassing van artikel 78, §6 KB W.Venn. worden ten name van de overnemende Belgische vennootschap de verschillende bestanddelen van het eigen vermogen van de overgenomen vennootschap slechts opgenomen ten belope van de fractie die overeenstemt met de aandelen van de overgenomen vennootschap die worden omgewisseld tegen aandelen van de overnemende vennootschap waarbij tevens rekening moet worden gehouden met de fiscale kwalificatie van de reserves van de overgenomen vennootschap.

Voorbeeld 5

A (Belgische overnemende vennootschap)
Materiële vaste activa 230 Kapitaal 2.000
Financiële vaste activa (aandelen B 90%)8 2.970 Belastingvrije reserves 1.500
Vlottende activa 6.800 Beschikbare reserves 4.500
    Voorzieningen 900
    Schulden 1.100
  10.000   10.000
B (overgenomen vennootschap)
Vaste activa 5.500 Kapitaal 3.000
Vlottende activa 9.500 Reserves 7.000
    Voorzieningen 1.000
    Schulden 4.000
  15.000   15.000

Na de fusie door overneming van B door A zal de balans van A er als volgt uitzien:

A (na de fusie)
Vaste activa (230 + 5.500) 5.730 Kapitaal (2.000 + 3.000 x 10%) 2.300
Vlottende activa (6.800 + 9.500) 16.300 Belastingvrije reserves (1.500 + 0) 1.500
    Beschikbare reserves (4.500 + 7.000 x 10%)  5.200
    Overgedragen winst9 6.030
    Voorzieningen (900 + 1.000) 1.900
    Schulden (1.100 + 4.000) 5.100
  22.030   22.030

3.     Een Belgische vennootschap A neemt een vennootschap B, gevestigd in een andere EU-Lidstaat over; de overnemende Belgische vennootschap A bezit geen aandelen in de overgenomen vennootschap B en de overgenomen vennootschap B heeft een Belgische inrichting.

De boekhoudkundige verwerking van de fusie door overneming van B door A gebeurt in de boeken van A op een analoge manier als aangegeven in voorbeeld 4, maar met dit verschil dat de belastingvrije reserves van de overgenomen vennootschap B welke verbonden zijn met haar Belgische inrichting na de fusie gelet op de fiscale bepalingen terzake in beginsel het karakter van belastingvrije reserves ten name van de overnemende vennootschap A behouden.

4.     Een Belgische vennootschap A neemt een vennootschap B, gevestigd in een andere EU-Lidstaat over; de overnemende Belgische vennootschap A bezit aandelen in de overgenomen vennootschap B en de overgenomen vennootschap B heeft een Belgische inrichting.

Deze situatie is een combinatie van de gevallen behandeld onder de punten 2.2. en 2.3.

Voorbeeld 6

A (Belgische overnemende vennootschap)
Materiële vaste activa 230 Kapitaal 2.000
Financiële vaste activa (aandelen B 90%) 2.970 Belastingvrije reserves 1.500
Vlottende activa 6.800 Beschikbare reserves 4.500
    Voorzieningen 900
    Schulden 1.100
  10.000   10.000
B (overgenomen vennootschap)
Vaste activa 5.500 Kapitaal 3.000
Vlottende activa 9.500 Reserves 7.000
    Voorzieningen 1.000
    Schulden 4.000
  15.000   15.000
Belgische inrichting van B (vóór de fusie)
Vaste activa 1.300 Dotatie 2.600
Vlottende activa 7.200 Belastingvrije reserves 1.650
    Beschikbare reserves  1.850
    Voorzieningen 450
    Schulden 1.950
  8.500   8.500

Wanneer vennootschap A de buitenlandse vennootschap B overneemt, zou elk eigen-vermogensbestanddeel van B slechts overgenomen worden ten belope van 10  %, inclusief de belastingvrije reserves van de Belgische inrichting van vennootschap B.

In toepassing van artikel 78, § 6, in fine, KB W.Venn. kan boekhoudkundig afgeweken worden van een proportionele overname van de verschillende bestanddelen van de reserves om aldus de belastingvrije reserves van de Belgische inrichting van de overgenomen vennootschap B bij de overnemende vennootschap te kunnen wedersamenstellen.

De vermindering van de reserves van de overgenomen buitenlandse vennootschap mag dan ook bij voorrang worden toegerekend aan de andere dan de belastingvrije reserves van haar Belgische inrichting (7.000 – 1.650).

Na de fusie zal de balans van A er als volgt uitzien:

A (na de fusie)
Vaste activa (230 + 5.500) 5.730 Kapitaal (2.000 + 3.000 x 10%) 2.300
Vlottende activa (6.800 + 9.500) 16.300 Belastingvrije reserves (1.500 + 1.650 x 10%10 + 53511) 2.200
    Beschikbare reserves 4.500 + (7.000 – 1.650) x 10% - 53512 4.500
    Overgedragen winst12 6.030
    Voorzieningen (900 + 1.000) 1.900
    Schulden (1.100 + 4.000) 5.100
  22.030   22.030

Aangezien in dit voorbeeld de andere dan de belastingvrije reserves van de Belgische inrichting van de overgenomen buitenlandse vennootschap ontoereikend zijn om de vermindering van de belastingvrije reserves van haar Belgische inrichting volledig op te vangen, kan het gedeelte van deze belastingvrije reserves dat, na de toerekening aan die andere reserves nog steeds niet is weder samengesteld, na de fusie worden heraangelegd via het debet van de resultatenrekening aan de hand van de volgende correctieboeking :

689 Overboeking naar de belastingvrije reserves 950  
  aan 132 Belastingvrije reserves   950

Naar analogie van het gestelde in het CBN advies 2009/6 (zie voorbeeld 6) is de Commissie om redenen van praktische aard van mening dat de volledige wedersamenstelling van de belastingvrije reserves van de Belgische inrichting van de buitenlandse vennootschap ook lastens het resultaat mag gebeuren zonder artikel 78, § 6, in fine, KB W.Venn. toe te passen.

De openingsbalans na de fusie is dan als volgt :

A (na de fusie)
Vaste activa (230 + 5.500) 5.730 Kapitaal (2.000 + 3.000 x 10%) 2.300
Vlottende activa (6.800 + 9.500) 16.300 Belastingvrije reserves (1.500 + 1.650 x 10%13) 1.665
    Beschikbare reserves 4.500 + (7.000 – 1.650) x 10% 5.035
    Overgedragen winst14 6.030
    Voorzieningen (900 + 1.000) 1.900
    Schulden (1.100 + 4.000) 5.100
  22.030   22.030

De overnemende vennootschap A zal evenwel de belastingvrije reserves van de Belgische inrichting van de buitenlandse vennootschap B (fiscaal vrijgestelde reserves) volledig overnemen (zodat deze reserves in fiscaal opzicht niet zullen worden verminderd). Hiertoe kan de belastingvrije reserve na de fusie worden heraangelegd via de volgende correctieboeking :

689 Overboeking naar de belastingvrije reserves 1.485  
  aan 132 Belastingvrije reserves   1.485

 

  • 1. Richtlijn 2005/56/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende grensoverschrijdende fusies van kapitaalvennootschappen, PB L 310 van 25 november 2005.
  • 2. Conform de fiscale fusierichtlijn van 23 juli 1990, zoals aangevuld en geamendeerd door de Richtlijn van 17 februari 2005, stelt de Wet van 11 december 2008 dat in geval een Belgische vennootschap (belastingneutraal) wordt overgenomen door een intra-Europese vennootschap de vrijgestelde reserves van de overgenomen vennootschap, andere dan de vrijgestelde reserves verbonden aan een buitenlandse inrichting, worden teruggevonden binnen het eigen vermogen van de Belgische inrichting van de overnemende vennootschap. Onder intra-Europese vennootschap wordt een vennootschap van een EU-lidstaat, andere dan België, verstaan, met een rechtsvorm vermeld in de bijlage bij de fiscale fusierichtlijn van 23 juli 1990, zoals gewijzigd door de richtlijn van 17 februari 2005, die fiscaal in die lidstaat is gevestigd (zonder volgens een met een derde staat gesloten verdrag inzake dubbele belastingheffing te worden geacht fiscaal buiten de EU te zijn gevestigd) en die zonder mogelijkheid van keuze en zonder ervan te zijn vrijgesteld, is onderworpen aan een van de belastingen gelijkaardig aan de vennootschapsbelasting opgesomd in artikel 3, c) van de fiscale fusierichtlijn (artikel 2, § 1, 5°, b)bis WIB 92, ingevoegd door artikel 3 van de Wet van 11 december 2008, BS 12 januari 2009).
  • 3. De participatie werd aangeschaft op een ogenblik dat de reële waarde van A 12.000 bedroeg. Bij hypothese is de reële waarde van A op het ogenblik van de fusie nog minstens gelijk aan 12.000.
  • 4. In beginsel wordt het boekhoudkundig fusieverlies verwerkt overeenkomstig artikel 78, § 7, a), KB/W.Venn. In dit voorbeeld wordt evenwel uitgegaan van de hypothese dat het fusieverlies dient te worden opgenomen in de post “Goodwill” (zie mutatis mutandis CBN advies 2009/6, nr. 4.2.1).
  • 5. De boekhoudkundige voorstelling van het bedrag van “3.000 x 10 %” onder “Dotatie” impliceert geen stellingname van de Commissie nopens de fiscale kwalificatie van dit bestanddeel.
  • 6. De boekhoudkundige voorstelling van deze vermogensposten impliceert geen stellingname van de Commissie nopens de fiscale kwalificatie van deze bestanddelen.
  • 7. De eventuele zogenaamde belastingvrije reserves van de overgenomen vennootschap B (t.t.z. de reserves waarvoor een belastingvrijdom geldt als zij in het vermogen van de vennootschap behouden blijven – zie mutatis mutandis artikel 95, § 2, IV.C, KB W.Venn.), en die begrepen zijn in de rekening “Reserves” van 7.000, krijgen op fiscaal vlak ten name van A in beginsel het karakter van een belaste reserve.
  • 8. A verwierf de 90% participatie in B op het ogenblik dat de reële waarde van B 3.300 bedroeg.
  • 9. Het boekhoudkundig fusieresultaat bedraagt 6.030 (10.000 x 90% = 9.000; 9.000 – 2.970 = 6.030).
  • 10. De belastingvrije reserves van 1.650 verbonden met de Belgische inrichting van B behouden ten name van de overnemende vennootschap A op fiscaal vlak, in beginsel, het karakter van vrijgestelde reserves.
  • 11. (7.000 – 1.650) x 10% = 535.
  • 12. Het boekhoudkundig fusieresultaat op de participatie bedraagt 6.030 (10.000 x 90% = 9.000; 9.000 – 2.970 = 6.030).
  • 13. De belastingvrije reserves van 1.650 verbonden met de Belgische inrichting behouden ten name van de overnemende vennootschap op fiscaal vlak het karakter van vrijgestelde reserves.
  • 14. Het boekhoudkundig fusieresultaat op de participatie bedraagt 6.030 (10.000 x 90% = 9.000; 9.000 – 2.970 = 6.030).