COMMISSIE VOOR BOEKHOUDKUNDIGE NORMEN

CBN-advies 2011/10 De boekhoudkundige verwerking van grensoverschrijdende splitsingen

Advies van 16 maart 2011

  1. INLEIDING
  2. BOEKHOUDKUNDIGE VERWERKING
    1.     Splitsing van een Belgische vennootschap, zonder buitenlandse inrichting, in een Belgische vennootschap en een vennootschap gevestigd in een andere EU-lidstaat
      1. Een Belgische vennootschap A, zonder buitenlandse inrichting, wordt gesplitst door oprichting van een Belgische vennootschap B en door overname door een in een andere EU-lidstaat gevestigde vennootschap C. Vennootschap C bezit geen A aandelen en bezit geen Belgische inrichting; vennootschap A bezit geen eigen aandelen.
      2. Een Belgische vennootschap A, zonder buitenlandse inrichting, wordt gesplitst door oprichting van een Belgische vennootschap B en door overname door een in een andere EU-lidstaat gevestigde vennootschap C. Vennootschap C bezit A aandelen en deze A participatie is belegd in een Belgische inrichting van vennootschap C; vennootschap A bezit geen eigen aandelen.
      3. Een Belgische vennootschap A, zonder buitenlandse inrichting, wordt gesplitst door oprichting van een Belgische vennootschap B en door overname door een in een andere EU-lidstaat gevestigde vennootschap C. Vennootschap C bezit A aandelen maar heeft vóór de splitsing geen Belgische inrichting; vennootschap A bezit geen eigen aandelen.
    2. Splitsing van een vennootschap gevestigd in een andere EU-lidstaat, in een Belgische vennootschap en een vennootschap gevestigd in een andere EU-lidstaat
      1. Een in een andere EU-lidstaat gevestigde vennootschap C wordt gesplitst door overname door een Belgische vennootschap A en door oprichting van een in een andere EU-lidstaat gevestigde vennootschap B. De Belgische vennootschap A bezit geen aandelen in de gesplitste vennootschap C en de gesplitste vennootschap C heeft geen Belgische inrichting.
      2. Een in een andere EU-lidstaat gevestigde vennootschap C wordt gesplitst door overname door een Belgische vennootschap A en door oprichting van een in een andere EU-lidstaat gevestigde vennootschap B. De Belgische vennootschap A bezit aandelen in de gesplitste vennootschap C en de gesplitste vennootschap C heeft geen Belgische inrichting.
      3. Een in een andere EU-lidstaat gevestigde vennootschap C wordt gesplitst door overname door een Belgische vennootschap A en door oprichting van een in een andere EU-lidstaat gevestigde vennootschap B. De Belgische vennootschap A bezit geen aandelen in de gesplitste vennootschap C en de gesplitste vennootschap C heeft een Belgische inrichting.
      4. Een in een andere EU-lidstaat gevestigde vennootschap C wordt gesplitst door overname door een Belgische vennootschap A en door oprichting van een in een andere EU-lidstaat gevestigde vennootschap B. De Belgische vennootschap A bezit aandelen in de gesplitste vennootschap C en de gesplitste vennootschap C heeft een Belgische inrichting.

INLEIDING

Dit advies strekt ertoe de boekhoudkundige verwerking van grensoverschrijdende splitsingen te behandelen, inzonderheid van splitsingen die vanaf 12 januari 2009 in België in beginsel belastingneutraal kunnen worden gerealiseerd, i.e. “intra-Europese” splitsingen. 

1. Door de wet van 8 juni 20081 werd in Boek XI van het Wetboek van Vennootschappen (hierna: W.Venn.) een nieuwe “Titel Vbis” ingevoegd houdende “Bijzondere regels inzake grensoverschrijdende fusies en gelijkgestelde verrichtingen”. Voor grensoverschrijdende splitsingen werd in het Wetboek van Vennootschappen daarentegen geen specifieke procedure voorzien. 

Dit betekent evenwel niet dat een grensoverschrijdende splitsing onrealiseerbaar zou zijn. 

Dit wordt bevestigd door de voorbereidende werkzaamheden van de (fiscale) wet van 11 december 20082, waarin wordt gesteld dat “De grensoverschrijdende groeperingen van ondernemingen werden mogelijk gemaakt in het Belgisch vennootschapsrecht door de inwerkingtreding van het nieuwe Wetboek van Vennootschappen”.3. Er is namelijk geen enkele bepaling van het Wetboek van Vennootschappen die zich (nog) verzet tegen de realisatie van grensoverschrijdende splitsingen.

Dit uitgangspunt wordt eveneens bevestigd door de rechtsleer4

Overigens, indien uit de Belgische wetgeving afgeleid zou moeten worden dat deze zich verzet tegen de realisatie van grensoverschrijdende splitsingen, ook indien het zou gaan om een splitsing van een of meerdere vennootschappen die ressorteren onder het recht van andere lidstaten van de Europese Unie, zou zulks impliceren dat deze in strijd zou zijn met het Europees recht. De hergroepering van vennootschappen binnen de Europese Unie, zoals een fusie of splitsing, is namelijk een vorm van uitoefening van de vrijheid van vestiging van de desbetreffende vennootschappen, zoals het Europees Hof van Justitie heeft geoordeeld in haar arrest van 23 december 2005, Sevic Systems AG5. Bijgevolg zou België, op het gevaar af deze vrijheid te schenden, grensoverschrijdende (intra-Europese) splitsingen niet op algemene wijze mogen verbieden aangezien zij onder bepaalde voorwaarden zuiver interne splitsingen wel toestaat 67

2. Overeenkomstig artikel 80 van het koninklijk besluit tot uitvoering van het Wetboek van Vennootschappen van 30 januari 2001 (hierna KB W.Venn) moet een splitsing door overneming, door oprichting van nieuwe vennootschappen of een gemengde splitsing zoals gedefinieerd in de artikelen 673, 674 en 675 W.Venn. boekhoudkundig worden verwerkt overeenkomstig het boekhoudkundig continuïteitsbeginsel zoals bepaald in de artikelen 78 en 79 KB W.Venn. met betrekking tot fusies. 

Indien derhalve de grensoverschrijdende splitsing beantwoordt aan het begrip splitsing zoals gedefinieerd in het W.Venn., dient deze te worden verwerkt volgens het boekhoudkundig continuïteitsprincipe, d.w.z. met inachtneming van de artikelen 78, 79 en 80 KB W.Venn. en het artikel 41, § 1, tweede lid KB W.Venn. 

3. Op fiscaal vlak is het neutraliteitsbeginsel voor grensoverschrijdende (intra-Europese) splitsingen uitdrukkelijk voorzien. Dit neutraliteitsbeginsel is echter enkel van toepassing indien “de verrichting wordt verwezenlijkt overeenkomstig de bepalingen van het Wetboek van Vennootschappen en, desgevallend, conform vennootschapsrechtelijke bepalingen van gelijke aard die van toepassing zijn op de overnemende of verkrijgende intra-Europese vennootschap” (Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, hierna WIB 1992, artikel 211, § 1, vierde lid, 2° en artikel 231, § 2, derde lid, 1°).

Dit advies vertrekt van de hypothese dat deze verrichtingen onder fiscale neutraliteit plaatsvinden.

4. Hierna worden enkel splitsingverrichtingen behandeld die in boekhoudkundige continuïteit en, bij hypothese onder het stelsel van de fiscale neutraliteit, worden gerealiseerd. De boekhoudkundige verwerking van deze grensoverschrijdende splitsingen dient te gebeuren met toepassing van de principes die in het CBN-advies 2009/8 werden uiteengezet voor interne splitsingen. Net zoals bij interne splitsingen is het bij grensoverschrijdende splitsingen aangewezen bij de toebedeling van de boekhoudkundige bestanddelen van het eigen vermogen van de gesplitste vennootschap aan de Belgische (inrichting van de) verkrijgende vennootschap(pen) rekening te houden met de fiscale samenstelling en kwalificatie van het door de Belgische (inrichting van de) verkrijgende vennootschap(pen) verkregen eigen vermogen (fiscaal gestort kapitaal, kapitaaldotatie, belaste reserves en vrijgestelde reserves).

Verder wordt uitgegaan van de hypothese dat de in België gevestigde bijkantoren en centra van werkzaamheden als bedoeld in artikel 1 van de wet van 17 juli 1975 (hierna genoemd de Belgische inrichtingen) die n.a.v. grensoverschrijdende splitsingen ontstaan of bij grensoverschrijdende splitsingen betrokken zijn, gehouden zijn, op basis van voormelde wet van 17 juli 1975 en artikel 92, § 2 van het W.Venn., hun boekhouding te voeren en hun jaarrekening op te stellen overeenkomstig het Belgisch boekhoudrecht. Het begrip “Belgische inrichting” stemt niet noodzakelijk overeen met de gelijkaardige fiscale begrippen, t.t.z. “Belgische inrichting” als bedoeld in artikel 229, WIB 1992 of “vaste inrichting” in de zin van de door België gesloten verdragen ter voorkoming van dubbele belasting. Niettemin wordt in de hierna vermelde voorbeelden steeds uitgegaan van de hypothese dat deze “Belgische inrichtingen“ tevens aan te merken zijn als vaste inrichtingen in fiscaal opzicht.

5. Het gedeelte van het maatschappelijk kapitaal en de uitgiftepremie van een Belgische gesplitste vennootschap dat bij de splitsing wordt overgedragen naar een in het buitenland gevestigde verkrijgende vennootschap, wordt bij de Belgische inrichting van de verkrijgende vennootschap, die al dan niet naar aanleiding van de grensoverschrijdende splitsing ontstaat, geboekt als dotatie (rekening 10 van het algemeen rekeningenstelsel).

Wat het begrip “dotatie” betreft, wordt verwezen naar de inleiding van het CBN-advies 2009/7. Dit begrip stemt niet noodzakelijk overeen met het fiscaal begrip “kapitaaldotatie” in het WIB 1992.

6. Zoals in het CBN-advies 2009/7, zullen telkens voorbeelden worden gegeven van een grensoverschrijdende splitsing, waarbij de bij de verrichting betrokken vennootschappen hun boekhouding in euro voeren. Zoals in het CBN-advies 2009/8, wordt in de voorbeelden steeds ondersteld dat de aandeelhouders van de gesplitste vennootschap hun aandelen omruilen voor aandelen in de verkrijgende vennootschappen in evenredigheid met hun aandeelhouderschap in de gesplitste vennootschap.

BOEKHOUDKUNDIGE VERWERKING

In een eerste afdeling wordt de situatie behandeld waarbij een Belgische vennootschap, zonder buitenlandse inrichting, wordt gesplitst in een Belgische vennootschap en een vennootschap gevestigd in een andere EU-lidstaat. In een tweede afdeling wordt de situatie behandeld waarbij een vennootschap gevestigd in een andere EU-lidstaat wordt gesplitst in een Belgische vennootschap en een vennootschap gevestigd in een andere EU-lidstaat.

    Splitsing van een Belgische vennootschap, zonder buitenlandse inrichting, in een Belgische vennootschap en een vennootschap gevestigd in een andere EU-lidstaat

Een Belgische vennootschap A, zonder buitenlandse inrichting, wordt gesplitst door oprichting van een Belgische vennootschap B en door overname door een in een andere EU-lidstaat gevestigde vennootschap C. Vennootschap C bezit geen A aandelen en bezit geen Belgische inrichting; vennootschap A bezit geen eigen aandelen.

Voorbeeld 1

Onderstel dat onderstaande vennootschap A (belastingneutraal) wordt gesplitst door oprichting van een Belgische vennootschap B en door overname door een in een andere EU-lidstaat gevestigde vennootschap C.

A (Belgische te splitsen vennootschap)

Activa 14.000 Kapitaal8 3.000
    Belastingvrije reserves9 2.000
    Beschikbare reserves 5.000
    Schulden 4.000
  14.000   14.000

De naar aanleiding van de splitsing op te richten vennootschap B verkrijgt 5.500 activa en 1.500 schulden; vennootschap C verkrijgt naar aanleiding van de splitsing 8.500 activa en 2.500 schulden.

De reële waarde van A op het ogenblik van de splitsing bedraagt 20.000 en de reële waarde van het aan B, respectievelijk C overgedragen netto actief bedraagt 9.000, respectievelijk 11.000.

Naar aanleiding van de splitsing ontstaat een Belgische inrichting van vennootschap C.

Er wordt ondersteld dat A een aandeelhouder-vennootschap D heeft die 80 % van de aandelen A heeft aangeschaft voor een bedrag gelijk aan 7.500.

In hoofde van B en de Belgische inrichting van C wordt dan als volgt gehandeld

Op basis van bovenstaande gegevens, en de samenstelling van de eigen vermogens van B en de Belgische inrichting van C buiten beschouwing latend, zien B en de Belgische inrichting van C er na de splitsing als volgt uit:

B
Activa 5.500 Eigen vermogen 4.000
    Schulden 1.500
  5.500   5.500
Belgische inrichting van C
Activa 8.500 Eigen vermogen 6.000
    Schulden 2.500
  8.500   8.500

Om de bestanddelen van de eigen vermogens te bepalen wordt rekening gehouden met de fiscale toewijzing van het fiscaal eigen vermogen van A aan de verkrijgende vennootschap B en de Belgische inrichting van de verkrijgende vennootschap C.

De fiscale nettowaarde van A bedraagt 10.000 waarvan 4.000 wordt overgedragen aan B en 6.000 aan C. A’s belaste reserves (5.000) en vrijgestelde reserves (2.000) worden in dezelfde verhouding aan B en de Belgische inrichting van C overgedragen. Het gestort kapitaal van A (3.000) wordt aan B toegewezen in verhouding tot de fiscale nettowaarde van het vermogen dat aan B wordt overgedragen. In hoofde van de Belgische inrichting van C ontstaat een kapitaaldotatie gelijk aan het verschil tussen de fiscale nettowaarde van het overgedragen vermogen en de overgedragen reserves (6.000 - 3.000 - 1.200). 

De fiscale eigen vermogens van B en de Belgische inrichting van C zijn dus als volgt samengesteld:

 B           Belgische inrichting van C
Fiscaal gestort kapitaal 1.200 Kapitaaldotatie 1.800
Vrijgestelde reserves 800 Vrijgestelde reserves 1.200
Belaste reserves  2.000 Belaste reserves 3.000
  4.000   6.000

De boekhoudkundige eigen vermogens van B (4.000) en de Belgische inrichting van C (6.000) kunnen dus zo worden “opgevuld” dat er een volledige overeenstemming is met de fiscale samenstelling ervan.

Na de splitsing zullen B en de Belgische inrichting van C er dan als volgt uitzien:

                    B                              
Activa 5.500 Kapitaal 1.200
    Belastingvrije res. 800 
    Beschikbare res. 2.000
    Schulden 1.500
  5.500   5.500
Belgische inrichting van C
Activa 8.500 Dotatie 1.800
    Belastingvrije res. 1.200
    Beschikbare res. 3.000
    Schulden 2.500
  8.500   8.500

In hoofde van aandeelhouder D wordt als volgt gehandeld

De boekwaarde van de A participatie (7.500) moet worden omgedeeld in verhouding tot de reële waarden van de aan B en C toebedeelde vermogens.

De boekwaarde van de A participatie welke overeenstemt met het aan B overgedragen vermogen bedraagt 3.375 (7.500 x 9.000/20.000) en de boekwaarde van de A participatie welke overeenstemt met het aan C overgedragen vermogen bedraagt 4.125 (7.500 x 11.000/20.000).

Bij D wordt de aandelenruil naar aanleiding van de splitsing dan ook als volgt geboekt:

 

  Participatie B 3.375  
  Participatie C  4.125  
  aan   Participatie A     7.500

Een Belgische vennootschap A, zonder buitenlandse inrichting, wordt gesplitst door oprichting van een Belgische vennootschap B en door overname door een in een andere EU-lidstaat gevestigde vennootschap C. Vennootschap C bezit A aandelen en deze A participatie is belegd in een Belgische inrichting van vennootschap C; vennootschap A bezit geen eigen aandelen.

De boekhoudkundige verwerking van de splitsing waarbij de in de andere EU-lidstaat gevestigde vennootschap C aandelen in vennootschap A bezit welke belegd zijn in een Belgische inrichting, geschiedt op het Belgisch niveau op een gelijkaardige manier als bij een interne splitsing waarbij een verkrijgende vennootschap aandelen in de gesplitste vennootschap bezit. 

Hierbij is artikel 78, § 6 van het KB W.Venn. onverkort van toepassing. Dit wil zeggen dat de verschillende bestanddelen van het eigen vermogen van de gesplitste vennootschap die aan de verkrijgende vennootschap C worden toegewezen (maar waarbij het bedrag van het toegewezen maatschappelijk kapitaal en uitgiftepremie wordt ingeschreven als dotatie) in de Belgische inrichting van C slechts worden opgenomen ten belope van de fractie die overeenstemt met de aandelen in de gesplitste vennootschap die worden omgewisseld tegen de door de verkrijgende vennootschap C nieuw uitgegeven aandelen. Overeenkomstig de laatste zin van artikel 78, § 6 KB W.Venn. dient in voorkomend geval rekening te worden gehouden met de ten gevolge van de splitsing gewijzigde fiscale kwalificatie van de toegewezen reserves van de gesplitste vennootschap. Dit kan leiden tot bijkomende boekhoudkundige correcties.

Op het niveau van de Belgische inrichting van vennootschap C, worden de A aandelen ingetrokken. De verkregen B aandelen dienen te worden geboekt tegen het bedrag waarvoor de boekwaarde van de A aandelen overeenstemt met het aan de verkrijgende vennootschap B overgedragen vermogen. Hiervoor moet de boekwaarde van de A aandelen worden opgedeeld pro rata de werkelijke waarde van de overgedragen vermogens.

Voorbeeld 2

 

A (Belgische te splitsen vennootschap)
Activa  14.000  Kapitaal10 3.000
     Belastingvrije reserves11 2.000
    Beschikbare reserves 5.000
    Schulden 4.000
  14.000   14.000
Belgische inrichting van C (vóór de splitsing)
Materiële vaste activa 200 Dotatie  2.500
Financiële vaste activa12 10.800 Beschikbare reserves 3.500
(Participatie A 90 %)   Schulden 5.000
  11.000   11.000

De naar aanleiding van de splitsing op te richten vennootschap B verkrijgt 5.500 activa en 1.500 schulden; vennootschap C verkrijgt naar aanleiding van de splitsing 8.500 activa en 2.500 schulden.

De reële waarde van A op het ogenblik van de splitsing bedraagt 20.000 en de reële waarde van het aan B, respectievelijk C overgedragen netto actief bedraagt 9.000, respectievelijk 11.000.

De aan B en C overgedragen vermogens zien er dan, de samenstelling van de eigen vermogens ervan buiten beschouwing latend, als volgt uit :

B
Activa 5.500 Eigen vermogen 4.000
  20 Schulden 1.500
  5.500   5.500
Aan C overgedragen vermogen
Activa 8.500 Eigen vermogen 6.000
    Schulden 2.500
  8.500   8.500

Om de bestanddelen van de eigen vermogens te bepalen wordt rekening gehouden met de fiscale toewijzing van het fiscaal eigen vermogen van A aan de verkrijgende vennootschap B en de Belgische inrichting van de verkrijgende vennootschap C.

Dit is identiek met wat in voorbeeld 1 werd uiteengezet.

Vennootschap B en het aan C overgedragen vermogen zien er dan ook als volgt uit:

B        
Activa 5.500 Kapitaal 1.200
    Belastingvrije res. 800
    Beschikbare res.  2.000
    Schulden  1.500
  5.500   5.500
Aan C overgedragen vermogen
Activa 8.500 Passive 1.800
    Belastingvrije res 1.200
    Beschikbare res. 3.000
    Schulden 2.500
  8.500   8.500

In hoofde van de Belgische inrichting van C dient de boekwaarde van de A participatie (10.800) te worden opgedeeld in het gedeelte dat overeenstemt met het aan B overgedragen vermogen en in het gedeelte dat overeenstemt met het aan C overgedragen vermogen. Deze opdeling gebeurt pro rata de reële waarden van de aan B en C toebedeelde vermogens.

De boekwaarde van de A participatie welke overeenstemt met het aan B overgedragen vermogen bedraagt 4.860 (10.800 x 9.000/20.000) en de boekwaarde van de A participatie welke overeenstemt met het aan C overgedragen vermogen bedraagt 5.940 (10.800 x 11.000/20.000).

Bij de Belgische inrichting van C wordt het gedeelte van de A aandelen dat overeenstemt met het aan B overgedragen vermogen omgeruild tegen 90 % van de aandelen die B zal uitgeven als vergoeding voor dat verkregen vermogen. Op basis van het continuïteitsprincipe worden deze aandelen geboekt tegen 4.860 (zijnde de boekwaarde van de A aandelen die correspondeert met het aan B overgedragen vermogen). 

Het gedeelte van de A aandelen dat overeenstemt met het aan C overgedragen vermogen (boekwaarde 5.940) wordt bij de Belgische inrichting van C ingetrokken. De boekhoudkundige verwerking van het aan C overgedragen vermogen gebeurt volgens de regels van een (belastingneutrale) moeder/dochter fusie.

In het voorbeeld wordt beslist om de belastingvrije reserves toegewezen aan het aan C overgedragen vermogen uit te sluiten van het bedrag dat aan C als aandeelhouder fiscaal kan worden uitgekeerd. In de Belgische inrichting van C zal elk van de aan C toegewezen eigen vermogensbestanddelen van A slechts worden overgenomen ten belope van 10 %, met inbegrip van de aan haar toegewezen belastingvrije reserves van A.

In toepassing van artikel 78, § 6, in fine, KB W.Venn. kan boekhoudkundig afgeweken worden van een proportionele overname van de verschillende bestanddelen van de reserves om aldus de toegewezen belastingvrije reserves van de gesplitste vennootschap A bij de Belgische inrichting van C te kunnen wedersamenstellen. De vermindering van de reserves mag dan ook bij voorrang worden toegerekend aan de andere dan de belastingvrije reserves.

Rekening houdend met al het bovenstaande, zal de balans van de Belgische inrichting van C er na de splitsing als volgt uitzien:

Belgische inrichting van C (na de splitsing)
Activa 8.500 Dotatie (2.500 + 1.800 x 10 %13) 2.680
Materiële vaste activa 200 Belastingvrije reserves 420
Financiële vaste activa 4.860 (1.200 x 10 % + 300)  
(Participatie B 90 %)   Beschikbare reserves 3.500
    (3.500 + 3.000 x 10 % - 300)  
    Overgedragen resultaat14 -540
    Schulden 7.500
  13.560   13.560

Aangezien in dit voorbeeld de andere dan de belastingvrije reserves die aan de Belgische inrichting van C werden toegewezen ontoereikend zijn om de vermindering van de belastingvrije reserves volledig op te vangen, kan het gedeelte van deze belastingvrije reserves dat, na de toerekening aan die andere reserves nog steeds niet is weder samengesteld, na de splitsing worden heraangelegd via het debet van de resultatenrekening aan de hand van de volgende correctieboeking :

689 Overboeking naar de belastingvrije reserves 780   
  aan 132 Belastingvrije reserves  

780

Naar analogie van het gestelde in het advies 2009/6 (zie voorbeeld 6) en om redenen van praktische aard is de Commissie ook hier van mening dat teneinde rekening te houden met de fiscale kwalificatie van alle toegewezen reserves van de gesplitste vennootschap de reserves proportioneel mogen worden overgenomen en de volledige wedersamenstelling van de belastingvrije reserves bij de Belgische inrichting van C lastens het resultaat mag gebeuren. 

De openingsbalans na de splitsing is dan als volgt :

Belgische inrichting van C (na de splitsing)
Activa (ex A) 8.500 Dotatie (2.500 + 1.800 x10 %15) 2.680
Materiële vaste activa 200 Belastingvrije reserves 120
Financiële vaste activa 4.860 (1.200 x 10 %)  
(Participatie B 90 %)   Beschikbare reserves 3.800
    (3.500 + 3.000 x 10 %)  
    Overgedragen resultaat -540
    Schulden (5.000 + 2.500) 7.500
  13.560   13.560

De Belgische inrichting van C zal evenwel de aan haar toegewezen belastingvrije reserves van de gesplitste vennootschap A (fiscaal vrijgestelde reserves) volledig overnemen (zodat deze reserves in fiscaal opzicht niet zullen worden verminderd). Hiertoe kan de belastingvrije reserve na de splitsing bij de Belgische inrichting van C worden heraangelegd via de volgende correctieboeking :

689 Overboeking naar de belastingvrije reserves 1.080  
  aan 132 Belastingvrije reserves   1.080

Een Belgische vennootschap A, zonder buitenlandse inrichting, wordt gesplitst door oprichting van een Belgische vennootschap B en door overname door een in een andere EU-lidstaat gevestigde vennootschap C. Vennootschap C bezit A aandelen maar heeft vóór de splitsing geen Belgische inrichting; vennootschap A bezit geen eigen aandelen.

Voorbeeld 3

 

A (Belgische te splitsen vennootschap)
Activa   14.000 Kapitaal16 3.000
    Belastingvrije reserves17 2.000
    Beschikbare reserves  5.000
    Schulden 4.000
  14.000   14.000

De Belgische vennootschap A, zonder buitenlandse inrichting, wordt gesplitst door oprichting van een Belgische vennootschap B en door overname door een in een andere EU-lidstaat gevestigde vennootschap C. Vennootschap C bezit 90 % van de A aandelen, maar heeft vóór de splitsing geen Belgische inrichting.

De naar aanleiding van de splitsing op te richten vennootschap B verkrijgt 5.500 activa en 1.500 schulden; vennootschap C verkrijgt naar aanleiding van de splitsing 8.500 activa en 2.500 schulden.

Ten gevolge van de splitsing ontstaat in principe een Belgische inrichting van vennootschap C. 

Op basis van bovenstaande gegevens, en de samenstelling van de eigen vermogens van B en de Belgische inrichting van C buiten beschouwing latend, zien B en de Belgische inrichting van C er na de splitsing als volgt uit:

Activa 5.500 Eigen vermogen 4.000
    Schulden 1.500
  5.500   5.500
Belgische inrichting van C
Activa 8.500 Eigen vermogen 6.000
    Schulden 2.500
  8.500   8.500

Om de bestanddelen van de eigen vermogens te bepalen wordt rekening gehouden met de fiscale toewijzing van het fiscaal eigen vermogen van A aan de verkrijgende vennootschap B en de Belgische inrichting van de verkrijgende vennootschap C.

Zoals in voorbeeld 1 worden 1.200 fiscaal gestort kapitaal, 800 vrijgestelde reserves en 2.000 belaste reserves toegewezen aan B en worden 1.200 vrijgestelde reserves aan de Belgische inrichting van C toegewezen.

Na de splitsing zullen B en de Belgische inrichting van C er dan als volgt uitzien:

B
Activa 5.500 Kapitaal 1.200
    Belastingvrije res. 800
    Beschikbare res. 2.000
    Schulden 1.500
  5.500   5.500
Belgische inrichting van C
Activa 8.500 Dotatie18 1.800
  20 Belastingvrije res. 1.200
    Beschikbare res. 3.000
    Schulden 2.500
  8.500   8.500

Splitsing van een vennootschap gevestigd in een andere EU-lidstaat, in een Belgische vennootschap en een vennootschap gevestigd in een andere EU-lidstaat

Een in een andere EU-lidstaat gevestigde vennootschap C wordt gesplitst door overname door een Belgische vennootschap A en door oprichting van een in een andere EU-lidstaat gevestigde vennootschap B. De Belgische vennootschap A bezit geen aandelen in de gesplitste vennootschap C en de gesplitste vennootschap C heeft geen Belgische inrichting.

Voorbeeld 4

Onderstel dat onderstaande in een andere EU-lidstaat gevestigde vennootschap C wordt gesplitst door overname door de Belgische vennootschap A en door oprichting van een in een andere EU-lidstaat gevestigde vennootschap B. 
 

A (Belgische verkrijgende vennootschap vóór de splitsing)
Vaste activa 3.200 Kapitaal 2.000
Vlottende activa 6.800 Belastingvrije reserves 1.500
    Beschikbare reserves 4.500
    Voorzieningen 900
    Schulden 1.100
  10.000   10.000
C (te splitsen vennootschap)
Activa 14.000 Kapitaal 3.000
    Reserves19 7.000
    Schulden  4.000
  14.000   14.000

Naar aanleiding van de splitsing verkrijgt de Belgische vennootschap A 5.500 activa en 1.500 schulden. Om te bepalen uit welke bestanddelen het aan A toegewezen boekhoudkundig eigen vermogen (4.000) bestaat, wordt rekening gehouden met de samenstelling van het fiscaal eigen vermogen dat in hoofde van A ten gevolge van de splitsing ontstaat. 

Er wordt uitgegaan van de onderstelling dat overeenkomstig de criteria die gelden om het fiscaal gestort kapitaal in hoofde van een Belgische vennootschap te bepalen, het maatschappelijk kapitaal van vennootschap C volledig kan worden aangemerkt als fiscaal gestort kapitaal. Het fiscaal gestort kapitaal dat in hoofde van A ten gevolge van de splitsing ontstaat, wordt berekend pro rata de fiscale nettowaarde van het aan vennootschap A overgedragen vermogen. De fiscale nettowaarde van het aan vennootschap A overgedragen vermogen is gelijk aan 4.000 (i.e gelijk aan de boekhoudkundige nettowaarde van het overgedragen vermogen20). Aangezien de fiscale nettowaarde van het volledige vermogen van vennootschap C 10.000 zou bedragen, is het fiscaal gestort kapitaal dat in hoofde van vennootschap A ten gevolge van de splitsing ontstaat gelijk aan 1.200 (3.000 x 4.000/10.000).

Het saldo van het fiscaal eigen vermogen (4.000 – 1.200 = 2.800) dat ten gevolge van de splitsing in hoofde van A ontstaat, bestaat uit belaste reserves.

Na de splitsing zal vennootschap A er als volgt uitzien :

A (Belgische verkrijgende vennootschap na de splitsing)
Activa (ex C) 5.500 Kapitaal (2.000 + 1.200) 3.200
Vaste activa 3.200 Belastingvrije reserves 1.500
Vlottende activa 6.800 (1.500 + 0)  
    Beschikbare reserves 7.300
    (4.500 + 2.800)  
    Voorzieningen 900
    Schulden (1.100 + 1.500) 2.600
  15.500   15.500

Een in een andere EU-lidstaat gevestigde vennootschap C wordt gesplitst door overname door een Belgische vennootschap A en door oprichting van een in een andere EU-lidstaat gevestigde vennootschap B. De Belgische vennootschap A bezit aandelen in de gesplitste vennootschap C en de gesplitste vennootschap C heeft geen Belgische inrichting.

De bestanddelen van het boekhoudkundig eigen vermogen die aan de verkrijgende vennootschap A worden toegewezen, worden in toepassing van artikel 78, § 6 KB W.Venn slechts opgenomen ten belope van de fractie die overeenstemt met de aandelen van de gesplitste vennootschap die worden omgewisseld tegen de door de verkrijgende vennootschap A nieuw uitgegeven aandelen. Hierbij dient tevens rekening te worden gehouden met de fiscale kwalificatie van de toegewezen reserves.

Voorbeeld 5

 

A (Belgische verkrijgende vennootschap vóór de splitsing)
Materiële vaste activa 300 Kapitaal 2.000
Financiële vaste activa 2.900 Belastingvrije reserves  1.500
(Participatie C 90 %)    Beschikbare reserves 4.500
Vlottende activa 6.800 Voorzieningen 900
    Schulden 1.100
  10.000   10.000
C (te splitsen vennootschap)
Activa 14.000 Kapitaal 3.000
    Reserves21 7.000
    Schulden 4.000
  14.000   14.000

Naar aanleiding van de splitsing verkrijgt de Belgische vennootschap A 5.500 activa en 1.500 schulden. De reële waarde van vennootschap C op het ogenblik van de splitsing bedraagt 20.000; de reële waarde van het aan vennootschap A overgedragen netto-actief bedraagt 9.000.

Om te bepalen uit welke bestanddelen het aan A toegewezen boekhoudkundig eigen vermogen bestaat, wordt rekening gehouden met de samenstelling van het fiscaal eigen vermogen dat in hoofde van A ten gevolge van de splitsing ontstaat.

Zoals aangegeven in voorbeeld 4 bestaat het aan A toegewezen boekhoudkundig eigen vermogen uit 1.200 maatschappelijk kapitaal en 2.800 beschikbare reserves. Elk van deze bestanddelen zullen in hoofde van A worden opgenomen ten belope van 10 %. 

In hoofde van vennootschap A dient de boekwaarde van de C participatie (2.900) te worden opgedeeld in het gedeelte dat overeenstemt met het aan A overgedragen vermogen en in het gedeelte dat overeenstemt met het aan B overgedragen vermogen. Deze opdeling gebeurt pro rata de reële waarden van de aan A en B toebedeelde vermogens.

De boekwaarde van de C participatie welke overeenstemt met het aan A overgedragen vermogen bedraagt 1.305 (2.900 x 9.000/20.000) en de boekwaarde van de C participatie welke overeenstemt met het aan B overgedragen vermogen bedraagt 1.595 (2.900 x 11.000/20.000).

Bij vennootschap A wordt het gedeelte van de C aandelen dat overeenstemt met het aan B overgedragen vermogen omgeruild tegen 90 % van de aandelen die B zal uitgeven als vergoeding voor dat verkregen vermogen. Op basis van het continuïteitsprincipe worden deze aandelen geboekt tegen 1.595 (zijnde de boekwaarde van de C aandelen die correspondeert met het aan B overgedragen vermogen). 

Het gedeelte van de C aandelen dat overeenstemt met het aan A overgedragen vermogen (boekwaarde 1.305) wordt bij vennootschap A ingetrokken. De boekhoudkundige verwerking van het aan A overgedragen vermogen gebeurt volgens de regels van een (belastingneutrale) moeder/dochter fusie.

Na de splitsing zal vennootschap A er als volgt uitzien:

A (Belgische verkrijgende vennootschap na de splitsing)
Activa (ex C) 5.500 Kapitaal (2.000 + 1.200 x 10 %) 2.120
Materiële vaste activa 300 Belastingvrije reserves  1.500
Financiële vaste activa 1.595 (1.500 + 0)  
(Participatie B 90 %)   Beschikbare reserves 4.780
Vlottende activa 6.800 (4.500 + 2.800 x 10 %)   
    Overgedragen winst22 2.295
    Voorzieningen 900
    Schulden (1.100 + 1.500) 2.600
  14.195   14.195

Een in een andere EU-lidstaat gevestigde vennootschap C wordt gesplitst door overname door een Belgische vennootschap A en door oprichting van een in een andere EU-lidstaat gevestigde vennootschap B. De Belgische vennootschap A bezit geen aandelen in de gesplitste vennootschap C en de gesplitste vennootschap C heeft een Belgische inrichting.

De vermogensbestanddelen van de Belgische inrichting van C worden bij hypothese volledig aan vennootschap A overgedragen. De boekhoudkundige verwerking van de splitsing in hoofde van de Belgische verkrijgende vennootschap A gebeurt op een analoge wijze als aangegeven in voorbeeld 4. Een verschil is evenwel dat de belastingvrije reserves van de gesplitste vennootschap C welke verbonden zijn met haar Belgische inrichting en die overeenkomstig de fiscale bepalingen ter zake door de verkrijgende vennootschap A worden overgenomen, in beginsel het karakter van belastingvrije reserves ten name van de verkrijgende vennootschap A behouden. 

Voorbeeld 6

 

A (Belgische verkrijgende vennootschap vóór de splitsing)
Vaste activa 3.200 Kapitaal 2.000
Vlottende activa 6.800 Belastingvrije reserves 1.500
    Beschikbare reserves 4.500
    Voorzieningen 900
    Schulden 1.100
  10.000   10.000
C (te splitsen vennootschap)
Activa 14.000 Kapitaal 3.000
    Reserves 7.000
    Schulden 4.000
  14.000   14.000
Belgische inrichting van C (vóór de splitsing)
Materiële vaste activa 1.000 Dotatie 100
    Belastingvrije reserves 200
    Beschikbare reserves 450
    Schulden 250
  1.000   1.000

Naar aanleiding van de splitsing verkrijgt de Belgische vennootschap A 5.500 activa en 1.500 schulden. De vermogensbestanddelen van de Belgische inrichting van C worden bij hypothese volledig aan vennootschap A overgedragen. Om te bepalen uit welke bestanddelen het aan A toegewezen boekhoudkundig eigen vermogen (4.000) bestaat, wordt rekening gehouden met de samenstelling van het fiscaal eigen vermogen dat in hoofde van A ten gevolge van de splitsing ontstaat. 

Er wordt uitgegaan van de onderstelling dat overeenkomstig de criteria die gelden om het fiscaal gestort kapitaal in hoofde van een Belgische vennootschap te bepalen, het maatschappelijk kapitaal van vennootschap C volledig kan worden aangemerkt als fiscaal gestort kapitaal. Het fiscaal gestort kapitaal dat in hoofde van A ten gevolge van de splitsing ontstaat, wordt berekend pro rata de fiscale nettowaarde van het aan vennootschap A overgedragen vermogen. 

De fiscale nettowaarde van de Belgische inrichting van C bedraagt per hypothese 750. De fiscale nettowaarde van de overige bestanddelen die aan A worden overgedragen bedragen 3.250 (i.e gelijk aan de boekhoudkundige nettowaarde23), zodat de fiscale nettowaarde van het aan A overgedragen vermogen in zijn geheel 4.000 bedraagt. Aangezien de fiscale nettowaarde van het volledige vermogen van vennootschap C 10.000 zou bedragen, is het fiscaal gestort kapitaal dat in hoofde van vennootschap A ten gevolge van de splitsing ontstaat gelijk aan 1.200 (3.000 x 4.000/10.000).

Daarnaast behouden de 200 belastingvrije reserves van de gesplitste vennootschap C welke verbonden zijn met haar Belgische inrichting en die overeenkomstig de fiscale bepalingen ter zake door de verkrijgende vennootschap A worden overgenomen, in beginsel hun karakter van belastingvrije reserves ten name van de verkrijgende vennootschap. Het saldo van het fiscaal eigen vermogen (4.000 – 1.200 – 200 = 2.600) dat ten gevolge van de splitsing in hoofde van A ontstaat, bestaat uit belaste reserves.

Na de splitsing zal vennootschap A er als volgt uitzien:

A (Belgische verkrijgende vennootschap na de splitsing)
Activa (ex C) 5.500 Kapitaal (2.000 +1.200) 3.200
Vaste activa 3.200 Belastingvrije reserves (1.500 + 1.700
    200)  
Vlottende activa 6.800 Beschikbare reserves (4.500 + 7.100
    2.600)  
    Voorzieningen 900
    Schulden 2.600
  15.500   15.500

Een in een andere EU-lidstaat gevestigde vennootschap C wordt gesplitst door overname door een Belgische vennootschap A en door oprichting van een in een andere EU-lidstaat gevestigde vennootschap B. De Belgische vennootschap A bezit aandelen in de gesplitste vennootschap C en de gesplitste vennootschap C heeft een Belgische inrichting.

Deze situatie is een combinatie van de gevallen behandeld onder 2. en 3.

Voorbeeld 7

 

A (Belgische verkrijgende vennootschap vóór de splitsing)
Materiële vaste activa 300 Kapitaal 2.000
Financiële vaste activa 2.900 Belastingvrije reserves 1.500
Participatie C 90 %)   Beschikbare reserves 4.500
Vlottende activa  6.800 Voorzieningen 900
    Schulden 1.100
  10.000   10.000
C (te splitsen vennootschap)
Activa 14.000  Kapitaal 3.000
    Reserves 7.000
    Schulden 4.000
  14.000   14.000
Belgische inrichting van C (vóór de splitsing)
Materiële vaste activa 1.000 Dotatie  100
    Belastingvrije reserves 200
    Beschikbare reserves  450
    Schulden 250
  1.000   1.000

Naar aanleiding van de splitsing verkrijgt de Belgische vennootschap A 5.500 activa en 1.500 schulden. De vermogensbestanddelen van de Belgische inrichting van C worden bij hypothese volledig aan vennootschap A overgedragen. 

De reële waarde van vennootschap C op het ogenblik van de splitsing bedraagt 20.000; de reële waarde van het aan vennootschap A overgedragen netto actief bedraagt 9.000.

Om te bepalen uit welke bestanddelen het aan A toegewezen boekhoudkundig eigen vermogen  (4.000) bestaat, wordt rekening gehouden met de samenstelling van het fiscaal eigen vermogen dat in hoofde van A ten gevolge van de splitsing ontstaat. Zoals aangegeven in voorbeeld 6 is het fiscaal gestort kapitaal dat in hoofde van vennootschap A ten gevolge van de splitsing ontstaat gelijk aan 1.200 (3.000 x 4.000/10.000). Daarnaast behouden de 200 belastingvrije reserves van de gesplitste vennootschap C  welke verbonden zijn met haar Belgische inrichting en die overeenkomstig de fiscale bepalingen ter zake door de verkrijgende vennootschap A worden overgenomen, in beginsel hun karakter van belastingvrije reserves ten name van de verkrijgende vennootschap. Het saldo van het fiscaal eigen vermogen (4.000 – 1.200 – 200 = 2.600) dat ten gevolge van de splitsing in hoofde van A ontstaat, bestaat uit belaste reserves. Omwille van de participatie die vennootschap A in de gesplitste vennootschap C bezit, wordt het fiscaal gestort kapitaal verminderd tot 120 (1.200 x 10 %) en de belaste reserves tot 260 (2.600 x 10 %). De 200 fiscaal vrijgestelde reserves worden niet verminderd.

Het aan A toegewezen boekhoudkundig eigen vermogen bestaat, vóór de vermindering omwille van de participatie die vennootschap A bezit in de gesplitste vennootschap C, aldus uit 1.200 kapitaal, 200 belastingvrije reserves en 2.600 beschikbare reserves. Omwille van de participatie die A bezit, worden deze bestanddelen, met inbegrip van de belastingvrije reserves, in hoofde van vennootschap A slechts opgenomen ten belope van 10 %. 

In toepassing van artikel 78, § 6, in fine, KB W.Venn. kan boekhoudkundig afgeweken worden van een proportionele overname van de verschillende bestanddelen van de reserves om aldus de belastingvrije reserves van de Belgische inrichting van de gesplitste vennootschap C bij de verkrijgende vennootschap A te kunnen wedersamenstellen. De vermindering van de reserves mag dan ook bij voorrang worden toegerekend aan de andere dan de belastingvrije reserves.

In hoofde van vennootschap A dient de boekwaarde van de C participatie (2.900) te worden opgedeeld in het gedeelte dat overeenstemt met het aan A overgedragen vermogen en in het gedeelte dat overeenstemt met het aan B overgedragen vermogen. Deze opdeling gebeurt pro rata de reële waarden van de aan A en B toebedeelde vermogens.

De boekwaarde van de C participatie welke overeenstemt met het aan A overgedragen vermogen bedraagt 1.305 (2.900 x 9.000/20.000) en de boekwaarde van de C participatie welke overeenstemt met het aan B overgedragen vermogen bedraagt 1.595 (2.900 x 11.000/20.000).

Bij vennootschap A wordt het gedeelte van de C aandelen dat overeenstemt met het aan B overgedragen vermogen omgeruild tegen 90 % van de aandelen die B zal uitgeven als vergoeding voor dat verkregen vermogen. Op basis van het continuïteitsprincipe worden deze aandelen geboekt tegen 1.595 (zijnde de boekwaarde van de C aandelen die correspondeert met het aan B overgedragen vermogen). 

Het gedeelte van de C aandelen dat overeenstemt met het aan A overgedragen vermogen (boekwaarde 1.305) wordt bij vennootschap A ingetrokken. De boekhoudkundige verwerking van het aan A overgedragen vermogen gebeurt volgens de regels van een (belastingneutrale) moeder/dochter fusie.

Na de splitsing zal vennootschap A er als volgt uitzien:

A (Belgische verkrijgende vennootschap na de splitsing)
Activa (ex C) 5.500 Kapitaal (2.000 + 1.200 x 10 %) 2.120
Materiële vaste activa 300 Belastingvrije reserves 1.700
Financiële vaste activa 1.595 (1.500 + 200 x 10 % + 180)  
(Participatie B 90 %)   Beschikbare reserves 4.580
Vlottende activa 6.800 (4.500 + 2.600 x 10 % - 180)  
    Overgedragen winst24 2.295
    Voorzieningen 900
    Schulden (1.100 + 1.500) 2.600
  14.195   40

In dit voorbeeld zijn de andere dan de belastingvrije reserves die bij de splitsing aan A worden toegewezen toereikend om de vermindering van de belastingvrije reserves volledig op te vangen. Mocht dit niet het geval zijn dan kan het gedeelte van de belastingvrije reserves dat, na de toerekening aan die andere reserves, nog steeds niet is weder samengesteld na de splitsing worden heraangelegd via het debet van de resultatenrekening.

Naar analogie van het gestelde in het advies 2009/6 (zie voorbeeld 6) en om redenen van praktische aard is de Commissie ook hier van mening dat teneinde rekening te houden met de fiscale kwalificatie van alle aan A toegewezen reserves, de reserves proportioneel mogen worden overgenomen en de volledige wedersamenstelling van de belastingvrije reserves van de Belgische inrichting van C bij A lastens het resultaat mag gebeuren. De openingsbalans na de splitsing is dan als volgt :

A (Belgische verkrijgende vennootschap na de splitsing)
Activa (ex C) 5.500 Kapitaal (2.000 + 1.200 x 10 %) 2.120
Materiële vaste activa 300 Belastingvrije reserves 1.520
Financiële vaste activa 1.595 (1.500 + 200 x 10 % )  
(Participatie B 90 %)    Beschikbare reserves 4.760
Vlottende activa 6.800 (4.500 + 2.600 x 10 %)   
    Overgedragen winst25 2.295
    Voorzieningen 900
    Schulden 2.600
  14.195   14.195

De verkrijgende vennootschap A zal evenwel de belastingvrije reserves van de Belgische inrichting van de gesplitste vennootschap C (fiscaal vrijgestelde reserves) volledig overnemen (zodat deze reserves in fiscaal opzicht niet zullen worden verminderd). Hiertoe kan de belastingvrije reserve na de splitsing bij vennootschap A worden heraangelegd via de volgende correctieboeking :

689 Overboeking naar de belastingvrije reserves 180   
  aan 132 Belastingvrije reserves    180 
  • 1. Wet die de Richtlijn 2005/56/EG van het Europees Parlement en de Raad van 26 october 2005 met betrekking tot grensoverschrijdende fusies van kapitaalvennootschappen omzet naar Belgisch recht.
  • 2. Wet houdende wijziging van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 teneinde het in overeenstemming te brengen met de Richtlijn 90/434/EEG van de Raad van 23 juli 1990 betreffende de gemeenschappelijke fiscale regeling voor fusies, splitsingen, gedeeltelijke splitsingen, inbreng van activa en aandelenruil met betrekking tot vennootschappen uit verschillende lidstaten en voor de verplaatsing van de statutaire zetel van een SE of een SCE van een lidstaat naar een andere lidstaat, gewijzigd bij de Richtlijn 2005/19/EEG van de Raad van 17 februari 2005.
  • 3. Memorie van Toelichting, Parl. St., Kamer, 2007-2008, nr. 52-1398/001, p. 6.
  • 4. Zie met name T. TILQUIN en J.-A. DELCORDE, in « Les fusions transfrontalières », Cahier du juriste/van de jurist, 2010/2, p. 29 - 40, voornamelijk p. 32 en « La fusion transfrontalière de sociétés de capitaux en droit belge après la transposition de la Directive 2005/56/CE », R.P.S., 2009, p. 7 en volgende, voornamelijk p. 50 en 62 - 64 ; D. WILLERMAIN, « Les fusions transfrontalières en droit des sociétés : modifications apportées par la loi du 8 juin 2008 », Seminarie Vanham en Vanham, 30 april 2009, p. 39 en 40 en « Les fusions transfrontalières de sociétés », J.T., 2009, p. 581 en volgende, voornamelijk p. 584, noot 24 ; A. BROHEZ, K. DE SCHUTTER, M. DHAENE, A. GUBBELS, L. KETELS, G. PALMAERS, F. SAELENS, Les réorganisations transfrontalières. Evolutions législatives récentes en droit des sociétés, droit social et droit fiscal, Waterloo, Kluwer, 2009, p. 107; P. SMET, « De nieuwe fiscale regels inzake fusies na omzetting van de Fusierichtlijn », in Fiscoloog-tribune, 7 oktober 2008, p. 20 en 21.
  • 5. Zaak C-411/03.
  • 6. T. TILQUIN en J.-A. DELCORDE, « La fusion transfrontalière de sociétés de capitaux en droit belge après la transposition de la Directive 2005/56/CE », p. cito., p. 13 en volgende, voornamelijk p. 19 en 20 ; D. WILLERMAIN, « Les fusions transfrontalières en droit des sociétés : modifications apportées par la loi du 8 juin 2008 », op. cit., p. 39 en « Les fusions transfrontalières de sociétés », op.cit., p. 583 ; F. PARREIN, « De wet van 8 juni 2008 en de grensoverschrijdende fusie », RW, 2010-11, nr. 8, p. 306 en volgende, voornamelijk p. 320 ; H. DE WULF, « Grensoverschrijdende fusies na Sevic en de Tiende Richtlijn. Noot onder H.v.J. 13 december 2005, zaak nr. C-411/03 (Sevic)», T.I.P.R., 2006, nr. 1, p. 80 - 95, voornamelijk p. 88.
  • 7. In het arrest Sevic Systems AC, wijst het Europees Hof van Justitie er nogmaals op dat, in bepaalde omstandigheden en onder bepaalde voorwaarden, dwingende redenen van algemeen belang, zoals de bescherming van de belangen van de schuldeisers, de minderheidsaandeelhouders en de werknemers, alsook de waarborging van de doeltreffendheid van de fiscale controles en de eerlijkheid van de handelstransacties, een maatregel kunnen rechtvaardigen die de vrijheid van vestiging beperkt. De toepassing van een dergelijke beperkende maatregel moet echter geschikt zijn om het nagestreefde doel te verwezenlijken en mag niet verder gaan dan wat nodig is om dit doel te bereiken. Volgens het Hof gaat het feit dat de wetgeving van een lidstaat de realisatie van een hergroepering van vennootschappen binnen de Europese Unie in het algemeen niet toelaat, in ieder geval verder dan wat noodzakelijk is om de dwingende redenen van het voormelde algemeen belang te bereiken (punt 23 en 28 – 31 van het arrest).
  • 8. Er wordt ondersteld dat het maatschappelijk kapitaal vanuit fiscaal oogpunt volledig uit fiscaal gestort kapitaal bestaat.
  • 9. De belastingvrije reserves zijn bij hypothese geen belastingvrije reserves die op basis van artikel 47 WIB 1992 kunnen genieten van het regime van de gespreide taxatie.
  • 10. Er wordt ondersteld dat het maatschappelijk kapitaal vanuit fiscaal oogpunt volledig uit fiscaal gestort kapitaal bestaat.
  • 11. De belastingvrije reserves zijn bij hypothese geen belastingvrije reserves die op basis van artikel 47 WIB 1992 kunnen genieten van het regime van de gespreide taxatie.
  • 12. De participatie werd aangeschaft op een ogenblik dat de reële waarde van A 12.000 bedroeg.
  • 13. De boekhoudkundige voorstelling van het bedrag van “1.800 x 10 %” onder “Dotatie” impliceert geen stellingname van de Commissie nopens de fiscale kwalificatie van dit bestanddeel.
  • 14. Het boekhoudkundig fusieresultaat bedraagt -540 (6.000 x 90 % = 5.400; 5.400 - 5.940 = -540).
  • 15. De boekhoudkundige voorstelling van het bedrag van “1.800 x 10 %” onder “Dotatie” impliceert geen stellingname van de Commissie nopens de fiscale kwalificatie van dit bestanddeel.
  • 16. Er wordt ondersteld dat het maatschappelijk kapitaal vanuit fiscaal oogpunt volledig uit fiscaal gestort kapitaal bestaat.
  • 17. De belastingvrije reserves zijn bij hypothese geen belastingvrije reserves die op basis van artikel 47 WIB 1992 kunnen genieten van het regime van de gespreide taxatie.
  • 18. De boekhoudkundige voorstelling van deze vermogenspost impliceert geen stellingname van de Commissie nopens de fiscale kwalificatie van dit bestanddeel.
  • 19. Het aan A toegewezen gedeelte van de eventuele zogenaamde belastingvrije reserves van de gesplitste vennootschap C (t.t.z. de reserves waarvoor een belastingvrijdom geldt als zij in het vermogen van de vennootschap behouden blijven – zie mutatis mutandis artikel 95, § 2, IV.C, KB W.Venn.), en die begrepen zijn in de rekening “Reserves” van 7.000, krijgt op fiscaal vlak ten name van A in beginsel het karakter van een belaste reserve.
  • 20. Cf. art. 184bis en 184ter, WIB 1992.
  • 21. Het aan A toegewezen gedeelte van de eventuele zogenaamde belastingvrije reserves van de gesplitste vennootschap C (t.t.z. de reserves waarvoor een belastingvrijdom geldt als zij in het vermogen van de vennootschap behouden blijven – zie mutatis mutandis artikel 95, § 2, IV.C, KB W.Venn.), en die begrepen zijn in de rekening “Reserves” van 7.000, krijgt op fiscaal vlak ten name van A in beginsel het karakter van een belaste reserve.
  • 22. Het boekhoudkundig fusieresultaat bedraagt 2.295 (4.000 x 90 % = 3.600; 3.600 – 1.305 = 2.295).
  • 23. Cf. art. 184bis en 184ter, WIB 1992.
  • 24. Het boekhoudkundig fusieresultaat bedraagt 2.295 (4.000 x 90 % = 3.600; 3.600 – 1.305 = 2.295).
  • 25. Het boekhoudkundig fusieresultaat bedraagt 2.295 (4.000 x 90 % = 3.600; 3.600 – 1.305 = 2.295).