COMMISSIE VOOR BOEKHOUDKUNDIGE NORMEN

CBN-advies 2011/11 - De boekhoudkundige verwerking van grensoverschrijdende partiële splitsingen

Advies van 16 maart 2011

  1. INLEIDING
  2. BOEKHOUDKUNDIGE VERWERKING
    1. Partiële splitsing van een Belgische vennootschap, zonder buitenlandse inrichting, waarbij een deel van haar maatschappelijk vermogen overgaat op een vennootschap gevestigd in een andere EU-lidstaat
      1. Een Belgische vennootschap A, zonder buitenlandse inrichting, wordt partieel gesplitst waarbij een deel van haar maatschappelijk vermogen overgaat op een in een andere EU-lidstaat gevestigde vennootschap B. Vennootschap B bezit geen A aandelen en bezit geen Belgische inrichting.
      2. Een Belgische vennootschap A, zonder buitenlandse inrichting, wordt partieel gesplitst waarbij een deel van haar maatschappelijk vermogen overgaat op een in een andere EU-lidstaat gevestigde vennootschap B. Vennootschap B bezit A aandelen en deze A participatie is belegd in een Belgische inrichting van vennootschap B.
      3. Een Belgische vennootschap A, zonder buitenlandse inrichting, wordt partieel gesplitst waarbij een deel van haar maatschappelijk vermogen overgaat op een in een andere EU-lidstaat gevestigde vennootschap B. Vennootschap B bezit A aandelen maar heeft vóór de partiële splitsing geen Belgische inrichting.
    2. Partiële splitsing van een vennootschap gevestigd in een andere EU-lidstaat, waarbij een deel van haar maatschappelijk vermogen overgaat op een Belgische vennootschap
      1. Een in een andere EU-lidstaat gevestigde vennootschap B wordt partieel gesplitst waarbij een deel van haar maatschappelijk vermogen overgaat op een Belgische vennootschap A. De Belgische vennootschap A bezit geen aandelen in de partieel gesplitste vennootschap B en de partieel gesplitste vennootschap B heeft geen Belgische inrichting.
      2. Een in een andere EU-lidstaat gevestigde vennootschap B wordt partieel gesplitst waarbij een deel van haar maatschappelijk vermogen overgaat op een Belgische vennootschap A. De Belgische vennootschap A bezit aandelen in de partieel gesplitste vennootschap B en de partieel gesplitste vennootschap B heeft geen Belgische inrichting.
      3. Een in een andere EU-lidstaat gevestigde vennootschap B met een Belgische inrichting wordt partieel gesplitst waarbij de Belgische inrichting overgaat op een Belgische vennootschap A. De Belgische vennootschap A bezit geen aandelen in de partieel gesplitste vennootschap B.
      4. Een in een andere EU-lidstaat gevestigde vennootschap B met een Belgische inrichting wordt partieel gesplitst waarbij de Belgische inrichting overgaat op een Belgische vennootschap A. De Belgische verkrijgende vennootschap A bezit aandelen in de partieel gesplitste vennootschap B.

INLEIDING

Dit advies strekt ertoe de boekhoudkundige verwerking van grensoverschrijdende partiële splitsingen  te behandelen, inzonderheid van partiële splitsingen die vanaf 12 januari 2009 in beginsel belastingneutraal kunnen worden gerealiseerd, i.e. “intra-Europese” partiële splitsingen. 

1. Onder partiële splitsing wordt verstaan “een verrichting waarbij een deel van het maatschappelijk vermogen van een vennootschap A op een andere vennootschap B overgaat, en waarbij de aandeelhouders van vennootschap A, benevens het behoud van hun aandelen A, ook nieuwe aandelen B ontvangen. De vennootschap A die aldus slechts een deel van haar maatschappelijk vermogen heeft overgedragen blijft dus voortbestaan: zij ondergaat evenwel een vermogensvermindering die gelijk is aan het deel van haar maatschappelijk vermogen dat werd overgedragen aan vennootschap B” 1.

De partiële splitsingen, die in het Wetboek van Vennootschappen (hierna : W.Venn.) worden aangemerkt als “met splitsing gelijkgestelde verrichtingen”, worden hier gedefinieerd als de verrichtingen omschreven in de artikelen 673 tot 675, zonder dat alle overdragende vennootschappen ophouden te bestaan (artikel 677 W.Venn.).

2. Door de wet van 8 juni 20082 werd in Boek XI van het W.Venn. een nieuwe “Titel Vbis” ingevoerd houdende “Bijzondere regels inzake grensoverschrijdende fusies en gelijkgestelde verrichtingen”. Voor grensoverschrijdende (partiële) splitsingen werd in het W.Venn. daarentegen geen specifieke procedure voorzien. 

Dit betekent evenwel niet dat een grensoverschrijdende splitsing, of een grensoverschrijdende partiële splitsing, onrealiseerbaar zou zijn, althans vanuit het standpunt van de Belgische wetgeving. 

We verwijzen in dit opzicht, mutatis mutandis, naar de bepalingen van het CBN-advies 2011/10 met betrekking tot de boekhoudkundige verwerking van grensoverschrijdende splitsingen (Inleiding). 

3. Naar de mening van de Commissie dienen partiële splitsingen, zoals gedefinieerd door het artikel 677 W.Venn., behandeld te worden volgens het boekhoudkundig continuïteitsbeginsel, zoals voorzien voor fusies door de artikelen 78 en 79 van het koninklijk besluit van 30 januari 2001 tot uitvoering van het W.Venn. (hierna: KB W.Venn.) en voor splitsingen door artikel 80 van hetzelfde besluit3 (zie advies 2009/11 met betrekking tot de boekhoudkundige verwerking van partiële splitsingen4, Inleiding).  

Indien de grensoverschrijdende partiële splitsing beantwoordt aan het begrip “partiële splitsing”, zoals gedefinieerd door het W.Venn., dient deze bijgevolg verwerkt te worden overeenkomstig het boekhoudkundig continuïteitsbeginsel, t.t.z. rekening houdend met de artikelen 78, 79 en 80 KB W.Venn. en artikel 41, § 1, tweede lid van hetzelfde besluit.

4. Op fiscaal vlak is het neutraliteitsbeginsel voor grensoverschrijdende (intra-Europese) partiële splitsingen uitdrukkelijk voorzien. Dit neutraliteitsbeginsel is echter enkel van toepassing indien “de verrichting wordt verwezenlijkt overeenkomstig de bepalingen van het Wetboek van Vennootschappen en, desgevallend, conform vennootschapsrechtelijke bepalingen van gelijke aard die van toepassing zijn op de overnemende of verkrijgende intra-Europese vennootschap” (Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, hierna WIB 1992, artikel 211, § 1, vierde lid, 2° en artikel 231, § 2, derde lid, 1°).

Dit advies vertrekt van de hypothese dat deze verrichtingen onder fiscale neutraliteit plaatsvinden.

5. Hierna worden enkel partiële splitsingen behandeld die in boekhoudkundige continuïteit en, bij hypothese onder het stelsel van de fiscale neutraliteit, worden gerealiseerd. De boekhoudkundige verwerking van deze grensoverschrijdende partiële splitsingen dient te gebeuren met toepassing van de principes die in het voormelde CBN-advies 2009/11 werden uiteengezet voor interne partiële splitsingen. Net zoals bij interne partiële splitsingen is het bij grensoverschrijdende partiële splitsingen aangewezen bij de toebedeling van de boekhoudkundige bestanddelen van het eigen vermogen van de partieel gesplitste vennootschap aan de Belgische (inrichting van de) verkrijgende vennootschap(pen) rekening te houden met de fiscale samenstelling en kwalificatie van het overgedragen eigen vermogen (fiscaal gestort kapitaal, kapitaaldotatie, belaste reserves en vrijgestelde reserves).

Verder wordt uitgegaan van de hypothese dat de in België gevestigde bijkantoren en centra van werkzaamheden als bedoeld in artikel 1 van de wet van 17 juli 1975 (hierna genoemd de “Belgische inrichtingen”) die n.a.v. grensoverschrijdende partiële splitsingen ontstaan of bij grensoverschrijdende partiële splitsingen betrokken zijn, gehouden zijn hun boekhouding te voeren en hun jaarrekening op te stellen overeenkomstig het Belgisch boekhoudrecht (overeenkomstig de  voormelde wet van 17 juli 1975 en artikel 92, § 2 van het W.Venn.). Het begrip “Belgische inrichting” stemt niet noodzakelijk overeen met de gelijkaardige fiscale begrippen, t.t.z. “Belgische inrichting” als bedoeld in artikel 229, WIB 1992 of “vaste inrichting” in de zin van de door België gesloten verdragen ter voorkoming van dubbele belasting. Niettemin wordt in de hierna vermelde voorbeelden steeds uitgegaan van de hypothese dat deze “Belgische inrichtingen“ tevens aan te merken zijn als vaste inrichtingen in fiscaal opzicht.

6. Het gedeelte van het maatschappelijk kapitaal en de uitgiftepremie van een Belgische partieel gesplitste vennootschap dat bij de partiële splitsing wordt overgedragen naar een in het buitenland gevestigde verkrijgende vennootschap, wordt bij de Belgische inrichting van de verkrijgende vennootschap, die al dan niet naar aanleiding van de grensoverschrijdende partiële splitsing ontstaat, geboekt als dotatie (rekening 10 van het algemeen rekeningenstelsel).

Wat het begrip “dotatie” betreft, wordt verwezen naar de bepalingen van het CBN-advies 2009/7 met betrekking tot grensoverschrijdende fusies. Dit begrip stemt niet noodzakelijk overeen met het fiscaal begrip “kapitaaldotatie” in het WIB 1992.

7. Zoals in de CBN-adviezen 2009/7 en 2011/10, met betrekking tot respectievelijk grensoverschrijdende fusies5 en splitsingen, zullen telkens voorbeelden worden gegeven van een grensoverschrijdende partiële splitsing, waarbij de bij de verrichting betrokken vennootschappen hun boekhouding in euro voeren.

BOEKHOUDKUNDIGE VERWERKING

In een eerste afdeling wordt de situatie behandeld waarbij een Belgische vennootschap, zonder buitenlandse inrichting, partieel wordt gesplitst en waarbij een deel van haar maatschappelijk vermogen overgaat op een vennootschap gevestigd in een andere EU-lidstaat. In een tweede afdeling wordt de situatie behandeld waarbij een vennootschap gevestigd in een andere EU-lidstaat partieel wordt gesplitst en waarbij een deel van haar maatschappelijk vermogen overgaat op een Belgische vennootschap.

Partiële splitsing van een Belgische vennootschap, zonder buitenlandse inrichting, waarbij een deel van haar maatschappelijk vermogen overgaat op een vennootschap gevestigd in een andere EU-lidstaat

Een Belgische vennootschap A, zonder buitenlandse inrichting, wordt partieel gesplitst waarbij een deel van haar maatschappelijk vermogen overgaat op een in een andere EU-lidstaat gevestigde vennootschap B. Vennootschap B bezit geen A aandelen en bezit geen Belgische inrichting.

Voorbeeld 1

Onderstel dat onderstaande vennootschap A (belastingneutraal) partieel wordt gesplitst waarbij 8.500 activa en 2.500 schulden worden overgedragen aan een in een andere EU-lidstaat gevestigde vennootschap B. A behoudt 5.500 activa en 1.500 schulden. 

A (Belgische partieel te splitsen vennootschap)
Activa 14.000 Kapitaal6 3.000
    Belastingvrije reserves7 2.000
    Beschikbare reserves 5.000
    Schulden 4.000
  14.000   14.000

De reële waarde van A op het ogenblik van de partiële splitsing bedraagt 20.000. De reële waarde van het aan B overgedragen netto actief bedraagt 11.000 en de reële waarde van het door A behouden netto actief bedraagt 9.000.

Naar aanleiding van de partiële splitsing ontstaat een Belgische inrichting van vennootschap B.

Er wordt ondersteld dat A een aandeelhouder-vennootschap C heeft die 80 % van de aandelen A heeft aangeschaft voor een bedrag gelijk aan 7.500.

In hoofde van A en de Belgische inrichting van B wordt dan als volgt gehandeld

Op basis van bovenstaande gegevens, en de samenstelling van de eigen vermogens van A (na afsplitsing) en de Belgische inrichting van B buiten beschouwing latend, zien A en de Belgische inrichting van B er na de partiële splitsing als volgt uit:

A (na afsplitsing)
Activa 5.500 Eigen vermogen 4.000
    Schulden 1.500
  5.500   5.500
Belgische inrichting van B
Activa 8.500 Eigen vermogen 6.000
    Schulden 2.500
  8.500   8.500

Om de bestanddelen van de eigen vermogens te bepalen, wordt rekening gehouden met de fiscale toewijzing van het fiscaal eigen vermogen van A (vóór afsplitsing) aan de Belgische inrichting van B en aan A (na afsplitsing).

De fiscale nettowaarde van A (vóór afsplitsing) bedraagt 10.000 waarvan 6.000 wordt overgedragen aan de Belgische inrichting van B en 4.000 wordt behouden door A. A’s belaste reserves (5.000) en vrijgestelde reserves (2.000) worden in dezelfde verhouding aan de Belgische inrichting van B en aan A (na afsplitsing) toegewezen. Het gestort kapitaal van A (3.000) blijft eveneens bij A behouden in verhouding tot de fiscale nettowaarde van het vermogen dat bij A behouden blijft. In hoofde van de Belgische inrichting van B ontstaat een kapitaaldotatie gelijk aan het verschil tussen de fiscale nettowaarde van het overgedragen vermogen en de overgedragen reserves (6.000 - 3.000 - 1.200). 


De fiscale eigen vermogens van A (na afsplitsing) en van de Belgische inrichting van B zijn dus als volgt samengesteld:

                                         A (na afsplitsing)                                  Belgische inrichting B
Fiscaal gestort kapitaal 1.200 Kapitaaldotatie 1.800
Vrijgestelde reserves 800 Vrijgestelde reserves 1.200
Belaste reserves 2.000 Belaste reserves 3.000
  4.000   6.000

De boekhoudkundige eigen vermogens van A (na afsplitsing) (4.000) en van de Belgische inrichting van B (6.000) kunnen dus zo worden “opgevuld” dat er een volledige overeenstemming is met de fiscale samenstelling ervan.

Na de partiële splitsing zullen A en de Belgische inrichting van B er dan als volgt uitzien:

A (na afsplitsing) 
Activa 5.500 Kapitaal 1.200
    Belastingvrije res. 800
    Beschikbare res. 2.000
    Schulden 1.500
  5.500   5.500
Belgische inrichting van B
Activa 8.500 Dotatie 1.800
    Belastingvrije res. 1.200
    Beschikbare res. 3.000
    Schulden 2.500
  8.500   8.500

In hoofde van aandeelhouder C wordt als volgt gehandeld

C behoudt haar A participatie en verkrijgt 80 % van de nieuw uitgegeven B aandelen.

In hoofde van C moet de boekwaarde van de A participatie (7.500) worden omgedeeld in verhouding tot de reële waarden van het door A behouden vermogen en het aan B overgedragen vermogen.

De boekwaarde van de A participatie welke overeenstemt met het door A behouden vermogen bedraagt 3.375 (7.500 x 9.000/20.000) en de boekwaarde van de A participatie welke overeenstemt met het aan B overgedragen vermogen bedraagt 4.125 (7.500 x 11.000/20.000).

Naar aanleiding van de partiële splitsing wordt bij C het volgende geboekt:
 

  Participatie B  4.125  
  aan   Participatie A   4.125

In hoofde van C bedraagt de boekwaarde van de participatie A na de partiële splitsing 3.375.

Een Belgische vennootschap A, zonder buitenlandse inrichting, wordt partieel gesplitst waarbij een deel van haar maatschappelijk vermogen overgaat op een in een andere EU-lidstaat gevestigde vennootschap B. Vennootschap B bezit A aandelen en deze A participatie is belegd in een Belgische inrichting van vennootschap B.

De boekhoudkundige verwerking van een partiële splitsing waarbij de in de andere EU-lidstaat gevestigde vennootschap B aandelen in vennootschap A bezit welke belegd zijn in een Belgische inrichting, geschiedt op het Belgisch niveau op een gelijkaardige manier als bij een interne partiële splitsing waarbij een verkrijgende vennootschap aandelen in de partieel gesplitste vennootschap bezit. 

Hierbij is artikel 78, § 6 van het KB W.Venn. onverkort van toepassing. Dit wil zeggen dat de verschillende bestanddelen van het eigen vermogen van de partieel gesplitste vennootschap die aan de verkrijgende vennootschap B worden toegewezen (maar waarbij het bedrag van het toegewezen maatschappelijk kapitaal en uitgiftepremie wordt ingeschreven als dotatie) in de Belgische inrichting van B slechts worden opgenomen ten belope van de fractie die overeenstemt met de aandelen in de partieel gesplitste vennootschap waarvoor de verkrijgende vennootschap B nieuwe aandelen uitgeeft.   Overeenkomstig de laatste zin van artikel 78, §6 KB W.Venn. dient in voorkomend geval rekening te worden gehouden met de ten gevolge van de partiële splitsing gewijzigde fiscale kwalificatie van de toegewezen reserves van de partieel gesplitste vennootschap. Dit kan leiden tot bijkomende boekhoudkundige correcties.

Op het niveau van de Belgische inrichting van vennootschap B, dient de boekwaarde van de A participatie te worden opgedeeld in het gedeelte dat overeenstemt met het aan B overgedragen vermogen en in het gedeelte dat overeenstemt met het door A behouden vermogen. Deze opdeling gebeurt pro rata de reële waarden van het overgedragen en het behouden vermogen. Het gedeelte van de boekwaarde van de A aandelen dat overeenstemt met het aan B overgedragen vermogen wordt afgeboekt.

Voorbeeld 2

Onderstaande vennootschap A wordt (belastingneutraal) partieel gesplitst waarbij het afgesplitst vermogen wordt overgedragen aan een in een andere EU-lidstaat gevestigde vennootschap B. 

A (Belgische partieel te splitsen vennootschap)
Activa 14.000 Kapitaal8 3.000
    Belastingvrije reserves9 2.000
    Beschikbare reserves 5.000
    Schulden 4.000
  14.000   14.000

Vennootschap B heeft 90 % van de aandelen van A aangeschaft voor 10.800. Deze aandelen zijn belegd in de Belgische inrichting van B.

Belgische inrichting van B (vóór de afsplitsing)
Materiële vaste activa 200 Dotatie 2.500
Financiële vaste activa10 10.800 Beschikbare reserves 3.500
(Participatie A 90 %)      
    Schulden 5.000
  11.000   11.000

Naar aanleiding van de belastingneutrale partiële splitsing van A verkrijgt vennootschap B 8.500 activa en 2.500 schulden en behoudt vennootschap A 5.500 activa en 1.500 schulden.

De reële waarde van A (vóór afsplitsing) bedraagt 20.000 en de reële waarde van het aan B overgedragen netto actief bedraagt 11.000; de reële waarde van het door A behouden vermogen bedraagt 9.000.

Het aan B overgedragen vermogen en A (na afsplitsing) zien er dan, de samenstelling van de eigen vermogens buiten beschouwing latend, als volgt uit:

A (na afsplitsing)
Activa 5.500 Eigen vermogen 4.000
    Schulden 1.500
  5.500   5.500
Aan B overgedragen vermogen
Activa 8.500 Eigen vermogen 6.000
    Schulden 2.500
  8.500   8.500

Om de bestanddelen van de eigen vermogens te bepalen, wordt rekening gehouden met de fiscale toewijzing van het fiscaal eigen vermogen van A (vóór afsplitsing) aan het aan B overgedragen vermogen en aan A (na afsplitsing).

Dit is identiek met wat in voorbeeld 1 werd uiteengezet.

Het aan de Belgische inrichting van B overgedragen vermogen en vennootschap A (na afsplitsing) zien er dan ook als volgt uit:

A (na afsplitsing)
Activa  5.500 Passive 1.200
     Belastingvrije res. 800
    Beschikbare res. 2.000
    Schulden 1.500
  5.500   5.500
Aan B overgedragen vermogen
Activa 8.500 Dotatie 1.800
    Belastingvrije res. 1.200
    Beschikbare res. 3.000
    Schulden 2.500
  8.500   8.500

In hoofde van de Belgische inrichting van B dient de boekwaarde van de A participatie (10.800) te worden opgedeeld in het gedeelte dat overeenstemt met het aan B overgedragen vermogen en in het gedeelte dat overeenstemt met het door A behouden vermogen. Deze opdeling gebeurt pro rata de reële waarde van het overgedragen en het behouden vermogen.

Bijgevolg stemt in hoofde van de Belgische inrichting van B de boekwaarde van de A participatie (10.800) voor 5.940 (10.800 x 11.000/20.000) overeen met het aan B overgedragen vermogen en voor 4.860 (10.800 x 9.000/20.000) met het door A behouden vermogen. Het gedeelte van de boekwaarde van de A aandelen (5.940) dat overeenstemt met het aan B overgedragen vermogen wordt afgeboekt. De A participatie blijft bij de Belgische inrichting van B behouden en na de partiële splitsing bedraagt haar boekwaarde 4.860 (10.800 – 5.940).

In dit voorbeeld wordt beslist om de belastingvrije reserves toegewezen aan het aan B overgedragen vermogen uit te sluiten van het bedrag dat aan aandeelhouder B fiscaal kan worden uitgekeerd11. Bij de Belgische inrichting van B zal elk van de aan haar toegewezen eigen vermogensbestanddelen van A slechts worden overgenomen ten belope van 10 %, met inbegrip van de aan haar toegewezen belastingvrije reserves van A.

In toepassing van artikel 78, § 6, in fine, KB W.Venn. kan boekhoudkundig afgeweken worden van een proportionele overname van de verschillende bestanddelen van de reserves om aldus de belastingvrije reserves van de partieel gesplitste vennootschap A bij de Belgische inrichting van de verkrijgende vennootschap B te kunnen wedersamenstellen.

De vermindering van de reserves mag dan ook bij voorrang worden toegekend aan de andere dan de belastingvrije reserves.

Rekening houdend met al het bovenstaande, zal de balans van de Belgische inrichting van B er na de partiële splitsing als volgt uitzien:

Belgische inrichting van B (na de partiële splitsing)
Activa (ex A) 8.500 Dotatie (2.500 + 1.800 x 10 %) 2.680
Materiële vaste activa 200 Belastingvrije reserves ( 1.200 x 420
    10 % + 300)  
Financiële vaste activa 4.860 Beschikbare reserves (3.500 + 3.500
(Participatie A 90 %)   3.000 x 10 % - 300)  
    Overgedragen resultaat12 -540
    Schulden (5.000 + 2.500) 7.500
  13.560   13.560

Aangezien in dit voorbeeld de andere dan de belastingvrije reserves ontoereikend zijn om de vermindering van de belastingvrije reserves volledig op te vangen, kan het gedeelte van deze belastingvrije reserves dat, na de toerekening aan die andere reserves nog steeds niet is weder samengesteld, na de partiële splitsing worden heraangelegd via het debet van de resultatenrekening aan de hand van de volgende correctieboeking :

689 Overboeking naar de belastingvrije reserves 780  
  aan 132 Overboeking naar de belastingvrije reserves   780

Naar analogie van het gestelde in het advies 2009/6 (zie voorbeeld 6) en om redenen van praktische aard is de Commissie ook hier van mening dat teneinde rekening te houden met de fiscale kwalificatie van alle toegewezen reserves van de partieel gesplitste vennootschap de reserves proportioneel mogen worden overgenomen en de volledige wedersamenstelling van de belastingvrije reserves bij de Belgische inrichting van B lastens het resultaat mag gebeuren. De openingsbalans na de partiële splitsing is dan als volgt :

Belgische inrichting van B (na de partiële splitsing)
Activa (ex A) 8.500 Dotatie (2.500 + 1.800 x 10 %) 2.680
Materiële vaste activa 200 Belastingvrije reserves ( 1.200 x 120
    10 %)  
Financiële vaste activa 4.860 Beschikbare reserves (3.500 + 3.800
(Participatie A 90 %)   3.000 x 10 %)  
    Overgedragen resultaat13 -540
    Schulden (5.000 + 2.500) 7.500
  13.560   13.560

De Belgische inrichting van de verkrijgende vennootschap B zal evenwel de aan haar toegewezen belastingvrije reserves van de partiëel gesplitste vennootschap A (fiscaal vrijgestelde reserves) volledig overnemen (zodat deze reserves in fiscaal opzicht niet zullen worden verminderd). Hiertoe kan de belastingvrije reserve na de partiële splitsing bij de Belgische inrichting van B worden heraangelegd via de volgende correctieboeking :

689 Overboeking naar de belastingvrije reserves 1.080  
  aan 132 Belastingvrije reserves   1.080

Een Belgische vennootschap A, zonder buitenlandse inrichting, wordt partieel gesplitst waarbij een deel van haar maatschappelijk vermogen overgaat op een in een andere EU-lidstaat gevestigde vennootschap B. Vennootschap B bezit A aandelen maar heeft vóór de partiële splitsing geen Belgische inrichting.

Voorbeeld 3

A (Belgische partieel te splitsen vennootschap)
Activa 14.000 Kapitaal14 3.000
    Belastingvrije reserves15 2.000
    Beschikbare reserves 5.000
    Schulden 4.000
  14.000   14.000

De Belgische vennootschap A, zonder buitenlandse inrichting, wordt partieel gesplitst waarbij het afgesplitst vermogen wordt overgedragen aan een in een andere EU-lidstaat gevestigde vennootschap B. Vennootschap B bezit 90 % van de A aandelen, maar heeft vóór de afsplitsing geen Belgische inrichting.

Naar aanleiding van de belastingneutrale partiële splitsing van A worden aan vennootschap B 8.500 activa en 2.500 schulden overgedragen en behoudt vennootschap A 5.500 activa en 1.500 schulden.

Naar aanleiding van de partiële splitsing ontstaat in principe een Belgische inrichting van vennootschap B.

Op basis van bovenstaande gegevens, en de samenstelling van de eigen vermogens van A (na afsplitsing) en de Belgische inrichting van B buiten beschouwing latend, zien A en de Belgische inrichting van B er na de partiële splitsing als volgt uit:

A (na afsplitsing)
Activa 5.500 Eigen vermogen 4.000
    Schulden 1.500
  5.500   5.500
elgische inrichting van B
Activa 8.500 Eigen vermogen 6.000
    Schulden 2.500
  8.500   8.500

Om de bestanddelen van de eigen vermogens te bepalen, wordt rekening gehouden met de fiscale toewijzing van het fiscaal eigen vermogen van A (vóór afsplitsing) aan de Belgische inrichting van de verkrijgende vennootschap B en A (na de afsplitsing).

Zoals in voorbeeld 1 worden 1.200 vrijgestelde reserves aan de Belgische inrichting van B toegewezen en blijven bij A behouden 1.200 fiscaal gestort kapitaal, 800 vrijgestelde reserves en 2.000 belaste reserves.

Na de partiële splitsing zullen A en de Belgische inrichting van B er dan als volgt uitzien:

A (na afsplitsing)
Activa 5.500 Kapitaal 1.200
    Belastingvrije res. 800
    Beschikbare res. 2.000
    Schulden 1.500
  5.500   5.500
Belgische inrichting van B
Activa  8.500 Dotatie16 1.800
    Belastingvrije res. 1.200
    Beschikbare res. 3.000
    Schulden 2.500
  8.500   8.500

Partiële splitsing van een vennootschap gevestigd in een andere EU-lidstaat, waarbij een deel van haar maatschappelijk vermogen overgaat op een Belgische vennootschap

Een in een andere EU-lidstaat gevestigde vennootschap B wordt partieel gesplitst waarbij een deel van haar maatschappelijk vermogen overgaat op een Belgische vennootschap A. De Belgische vennootschap A bezit geen aandelen in de partieel gesplitste vennootschap B en de partieel gesplitste vennootschap B heeft geen Belgische inrichting.

Voorbeeld 4

Onderstel dat onderstaande in een andere EU-lidstaat gevestigde vennootschap B partieel wordt gesplitst waarbij een deel van haar maatschappelijk vermogen overgaat op een Belgische vennootschap A. 

A (Belgische verkrijgende vennootschap vóór de partiële splitsing)
Vaste activa 3.200 Kapitaal 2.000
Vlottende activa 6.800 Belastingvrije reserves 1.500
    Beschikbare reserves 4.500
    Voorzieningen 900
    Schulden 1.100
  10.000   10.000
B (partieel te splitsen vennootschap)
Activa 14.000 Kapitaal 3.000
Active   Reserves17 7.000
    Schulden 4.000
  14.000   14.000

Naar aanleiding van de partiële splitsing verkrijgt de Belgische vennootschap A 5.500 activa en 1.500 schulden. Om te bepalen uit welke bestanddelen het aan A toegewezen boekhoudkundig eigen vermogen (4.000) bestaat, wordt rekening gehouden met de samenstelling van het fiscaal eigen vermogen dat in hoofde van A ten gevolge van de partiële splitsing ontstaat. 

Er wordt uitgegaan van de onderstelling dat overeenkomstig de criteria die gelden om het fiscaal gestort kapitaal in hoofde van een Belgische vennootschap te bepalen, het maatschappelijk kapitaal van vennootschap B volledig kan worden aangemerkt als fiscaal gestort kapitaal. Het fiscaal gestort kapitaal dat in hoofde van A ten gevolge van de partiële splitsing ontstaat, wordt berekend pro rata de fiscale nettowaarde van het aan vennootschap A overgedragen vermogen. De fiscale nettowaarde van het aan vennootschap A overgedragen vermogen is gelijk aan 4.000 (i.e. gelijk aan de boekhoudkundige nettowaarde van het overgedragen vermogen18). Aangezien de fiscale nettowaarde van het volledige vermogen van vennootschap B 10.000 zou bedragen,  is het fiscaal gestort kapitaal dat in hoofde van vennootschap A ten gevolge van de partiële splitsing ontstaat gelijk aan 1.200 (3.000 x 4.000/10.000).

Het saldo van het fiscaal eigen vermogen (4.000 – 1.200 = 2.800) dat ten gevolge van de partiële splitsing in hoofde van A ontstaat, bestaat uit belaste reserves. De 2.800 reserves zullen aldus worden geboekt als beschikbare reserves.

Na de partiële splitsing zal vennootschap A er als volgt uitzien:

A (na de partiële splitsing)
Activa (ex B) 5.500 Kapitaal (2.000 + 1.200) 3.200
Vaste activa 3.200 Belastingvrije reserves 1.500
Vlottende activa 6.800 (1.500 + 0)  
    Beschikbare reserves 7.300
    Voorzieningen 900
    Schulden (1.100 + 1.500) 2.600
  15.500   15.500

Een in een andere EU-lidstaat gevestigde vennootschap B wordt partieel gesplitst waarbij een deel van haar maatschappelijk vermogen overgaat op een Belgische vennootschap A. De Belgische vennootschap A bezit aandelen in de partieel gesplitste vennootschap B en de partieel gesplitste vennootschap B heeft geen Belgische inrichting.

De bestanddelen van het boekhoudkundig eigen vermogen die aan de verkrijgende vennootschap A worden toegewezen, worden in toepassing van art. 78, § 6 KB W.Venn slechts opgenomen ten belope van de fractie die overeenstemt met de aandelen in de partieel gesplitste vennootschap waarvoor de verkrijgende vennootschap A nieuwe aandelen uitgeeft. Hierbij dient tevens rekening te worden gehouden met de fiscale kwalificatie van de toegewezen reserves.

Voorbeeld 5

A (Belgische verkrijgende vennootschap vóór de partiële splitsing)
Materiële vaste activa 300 Kapitaal 2.000
Financiële vaste activa19 2.900 Belastingvrije reserves 1.500
(Participatie B 90 %)   Beschikbare reserves 4.500
Vlottende activa 6.800 Voorzieningen 900
    Schulden 1.100
  10.000   10.000

 

B (partieel te splitsen vennootschap)
Activa 14.000 Kapitaal 3.000
    Reserves20 7.000
    Schulden 4.000
  14.000   14.000

Naar aanleiding van de partiële splitsing verkrijgt de Belgische vennootschap A 5.500 activa en 1.500 schulden. De reële waarde van vennootschap B op het ogenblik van de partiële splitsing bedraagt 20.000; de reële waarde van het aan vennootschap A overgedragen netto actief bedraagt 9.000 en de reële waarde van het door B behouden netto actief bedraagt 11.000.

Zoals aangegeven in voorbeeld 4 bestaat het aan A toegewezen boekhoudkundig eigen vermogen uit 1.200 maatschappelijk kapitaal en 2.800 beschikbare reserves. Elk van deze bestanddelen zal in hoofde van A worden opgenomen ten belope van 10 %. 

In hoofde van vennootschap A dient de boekwaarde van de B participatie (2.900) te worden opgedeeld in het gedeelte dat overeenstemt met het aan A overgedragen vermogen en in het gedeelte dat overeenstemt met het door B behouden vermogen. Deze opdeling gebeurt pro rata de reële waarde van het aan A overgedragen vermogen en het door B behouden vermogen.

Bijgevolg stemt in hoofde van A de boekwaarde van de B participatie (2.900) voor 1.305 (2.900 x 9.000/20.000) overeen met het aan A overgedragen vermogen en voor 1.595 (2.900 x 11.000/20.000) met het door B behouden vermogen. Het gedeelte van de boekwaarde van de B aandelen (1.305) dat overeenstemt met het aan A overgedragen vermogen wordt afgeboekt. De B participatie blijft bij A behouden en na de partiële splitsing bedraagt haar boekwaarde 1.595 (2.900 – 1.305).

Na de partiële splitsing zal vennootschap A er als volgt uitzien:

A (Belgische verkrijgende vennootschap na de partiële splitsing)
Activa (ex B) 5.500 Kapitaal (2.000 + 1.200 x 10 %) 2.120
Materiële vaste activa 300 Belastingvrije reserves 1.500
Financiële vaste activa 1.595 (1.500 + 0)  
(Participatie B 90 %)   Beschikbare reserves 4.780
Vlottende activa 6.800 (4.500 + 2.800 x 10 %)  
    Overgedragen winst21 2.295
    Voorzieningen 900
    Schulden (1.100 + 1.500) 2.600
  14.195   14.195

Een in een andere EU-lidstaat gevestigde vennootschap B met een Belgische inrichting wordt partieel gesplitst waarbij de Belgische inrichting overgaat op een Belgische vennootschap A. De Belgische vennootschap A bezit geen aandelen in de partieel gesplitste vennootschap B.

De in een andere EU-lidstaat gevestigde vennootschap B splitst de vermogensbestanddelen van haar Belgische inrichting af naar de Belgische vennootschap A.  De boekhoudkundige verwerking van de partiële splitsing in hoofde van vennootschap A gebeurt op een analoge wijze als aangegeven in voorbeeld 4. Een verschil is evenwel dat de belastingvrije reserves van de partieel gesplitste vennootschap B welke verbonden zijn met haar Belgische inrichting en die overeenkomstig de fiscale bepalingen ter zake door de verkrijgende vennootschap A worden overgenomen, in beginsel het karakter van belastingvrije reserves ten name van de verkrijgende vennootschap A behouden.

Voorbeeld 6

A (Belgische verkrijgende vennootschap vóór de partiële splitsing)
Vaste activa 3.200 Kapitaal 2.000
Vlottende activa 6.800 Belastingvrije reserves 1.500
    Beschikbare reserves 4.500
    Voorzieningen 900
    Schulden 1.100
  10.000   10.000
B (partieel te splitsen vennootschap)
Activa 14.000 Kapitaal 3.000
    Reserves 7.000
    Schulden 4.000
  14.000   14.000
Belgische inrichting van B (vóór de partiële splitsing)
Materiële vaste activa 1.000 Dotatie 100
    Belastingvrije reserves 200
    Beschikbare reserves 450
    Schulden 250
  1.000   1.000

Naar aanleiding van de partiële splitsing worden de 1.000 activa en 250 schulden van de Belgische inrichting van B overgedragen aan A. De reële waarde van vennootschap B op het ogenblik van de partiële splitsing bedraagt 20.000; de reële waarde van het aan vennootschap A overgedragen netto  actief bedraagt 1.400 en de reële waarde van het door B behouden netto actief bedraagt 18.600.

Om te bepalen uit welke bestanddelen het aan A toegewezen boekhoudkundig eigen vermogen (750) bestaat, wordt rekening gehouden met de samenstelling van het fiscaal eigen vermogen dat in hoofde van A ten gevolge van de partiële splitsing ontstaat. 

Er wordt uitgegaan van de onderstelling dat overeenkomstig de criteria die gelden om het fiscaal gestort kapitaal in hoofde van een Belgische vennootschap te bepalen, het maatschappelijk kapitaal van vennootschap B volledig kan worden aangemerkt als fiscaal gestort kapitaal. Het fiscaal gestort kapitaal dat in hoofde van A ten gevolge van de partiële splitsing ontstaat, wordt berekend pro rata de fiscale nettowaarde van het aan vennootschap A overgedragen vermogen. De fiscale nettowaarde van de Belgische inrichting van B die aan A wordt overgedragen, bedraagt per hypothese 750. Aangezien de fiscale nettowaarde van het volledige vermogen van vennootschap B 10.000 zou bedragen, is het fiscaal gestort kapitaal dat in hoofde van vennootschap A ten gevolge van de partiële splitsing ontstaat gelijk aan 225 (3.000 x 750/10.000).

Daarnaast behouden de 200 belastingvrije reserves van de partieel gesplitste vennootschap B welke verbonden zijn met haar Belgische inrichting en die overeenkomstig de fiscale bepalingen ter zake door de verkrijgende vennootschap A worden overgenomen, in beginsel hun karakter van belastingvrije reserves ten name van de verkrijgende vennootschap. Het saldo van het fiscaal eigen vermogen (750 – 225 – 200 = 325) dat ten gevolge van de partiële splitsing in hoofde van A ontstaat bestaat uit belaste reserves.

Na de partiële splitsing zal vennootschap A er als volgt uitzien:

A (na de partiële splitsing)
Activa (ex B) 1.000 Kapitaal (2.000 + 225) 2.225
Vaste activa 3.200  Belastingvrije reserves 1.700
Vlottende activa 6.800 (1.500 + 200)  
    Beschikbare reserves 4.825
    (4.500 + 325)  
    Voorzieningen 900
    Schulden (1.100 + 250) 1.350
  11.000   11.000

Een in een andere EU-lidstaat gevestigde vennootschap B met een Belgische inrichting wordt partieel gesplitst waarbij de Belgische inrichting overgaat op een Belgische vennootschap A. De Belgische verkrijgende vennootschap A bezit aandelen in de partieel gesplitste vennootschap B.

Deze situatie is een combinatie van de gevallen behandeld onder 2. en 3.

Voorbeeld 7

A (Belgische verkrijgende vennootschap vóór de partiële splitsing)
Materiële vaste activa 300 Kapitaal 2.000
Financiële vaste activa22 2.900 Belastingvrije reserves 1.500
(Participatie B 90 %)   Beschikbare reserves 4.500
Vlottende activa 6.800 Voorzieningen 900
    Schulden 1.100
  10.000   10.000
B (partieel te splitsen vennootschap)
Activa 14.000 Kapitaal 3.000
    Reserves 7.000
    Schulden 4.000
  14.000   14.000
Belgische inrichting van B (vóór de partiële splitsing)
Materiële vaste activa 1.000 Dotatie 100
    Belastingvrije reserves 200
    Beschikbare reserves 450
    Schulden 250
  1.000   1.000

Naar aanleiding van de partiële splitsing worden de 1.000 activa en 250 schulden van de Belgische inrichting van B overgedragen aan A. De reële waarde van vennootschap B op het ogenblik van de partiële splitsing bedraagt 20.000; de reële waarde van het aan vennootschap A overgedragen netto actief bedraagt 1.400 en de reële waarde van het door B behouden netto actief bedraagt 18.600.

Zoals aangegeven in voorbeeld 6 bestaat het fiscaal eigen vermogen dat in hoofde van A ten gevolge van de partiële splitsing ontstaat in beginsel uit 225 fiscaal gestort kapitaal, 200 vrijgestelde reserves en 325 belaste reserves. Omwille van de participatie die vennootschap A in de partieel gesplitste vennootschap B bezit, wordt het fiscaal gestort kapitaal en de belaste reserves met 90 % verminderd. De 200 vrijgestelde reserves worden niet verminderd.

Het aan A toegewezen boekhoudkundig eigen vermogen bestaat, vóór de vermindering omwille van de participatie die vennootschap A bezit in de partieel gesplitste vennootschap B, aldus uit 225 kapitaal, 200 belastingvrije reserves en 325 beschikbare reserves. Omwille van de participatie die A bezit, worden deze bestanddelen, met inbegrip van de belastingvrije reserves, in hoofde van vennootschap A slechts opgenomen ten belope van 10 %. 

In toepassing van artikel 78, § 6, in fine, KB W.Venn. kan boekhoudkundig afgeweken worden van een proportionele overname van de verschillende bestanddelen van de reserves om aldus de belastingvrije reserves van de Belgische inrichting van de partieel gesplitste vennootschap B bij de verkrijgende vennootschap A te kunnen wedersamenstellen. De vermindering van de reserves mag dan ook bij voorrang worden toegerekend aan de andere dan de belastingvrije reserves.

In hoofde van vennootschap A dient de boekwaarde van de B participatie (2.900) te worden opgedeeld in het gedeelte dat overeenstemt met het aan A overgedragen vermogen en in het gedeelte dat overeenstemt met het door B behouden vermogen. Deze opdeling gebeurt pro rata de reële waarde van het aan A overgedragen vermogen en het door B behouden vermogen.

De boekwaarde van de B participatie welke overeenstemt met het aan A overgedragen vermogen bedraagt 203 (2.900 x 1.400/20.000) en de boekwaarde van de B participatie welke overeenstemt met het door B behouden vermogen bedraagt 2.697 (2.900 x 18.600/20.000).
Het gedeelte van de boekwaarde van de B aandelen (203) dat overeenstemt met het aan A overgedragen vermogen wordt afgeboekt. De B participatie blijft bij A behouden en na de partiële splitsing bedraagt haar boekwaarde 2.697 (2.900 – 203).

Rekening houdend met al het bovenstaande, zal de balans van A er na de partiële splitsing als volgt uitzien:

A (Belgische verkrijgende vennootschap na de partiële splitsing)
Activa (ex B)  1.000 Kapitaal (2.000 + 225 x 10 %) 2.022,50
Materiële vaste activa 300 Belastingvrije reserves 1.552,50
Financiële vaste activa 2.697 (1.500 + 200 x 10 % + 32,50)  
(Participatie B 90 %)   Beschikbare reserves 4.500
Vlottende activa 6.800 (4.500 + 325 x 10 % - 32,50)  
    Overgedragen winst23 472
    Voorzieningen 900
    Schulden (1.100 + 250) 1.350
  10.797   10.797

Aangezien in dit voorbeeld de andere dan de belastingvrije reserves ontoereikend zijn om de vermindering van de belastingvrije reserves volledig op te vangen, kan het gedeelte van deze belastingvrije reserves dat, na de toerekening aan die andere reserves nog steeds niet is weder samengesteld, na de partiële splitsing worden heraangelegd via het debet van de resultatenrekening aan de hand van de volgende correctieboeking:

689 Overboeking naar de belastingvrije reserves 147,50  
  aan 132 Belastingvrije reserves   147,50

Naar analogie van het gestelde in het advies 2009/6 (zie voorbeeld 6) en om redenen van praktische aard is de Commissie ook hier van mening dat teneinde rekening te houden met de fiscale kwalificatie van alle toegewezen reserves, de reserves proportioneel mogen worden overgenomen en de volledige wedersamenstelling van de belastingvrije reserves van de Belgische inrichting van B bij A lastens het resultaat mag gebeuren. De openingsbalans na de partiële splitsing is dan als volgt:

A (Belgische verkrijgende vennootschap na de partiële splitsing)
Activa (ex B) 1.000 Kapitaal (2.000 + 225 x 10 %) 2.022,50
Materiële vaste activa 300 Belastingvrije reserves 1.520
Financiële vaste activa 2.697 (1.500 + 200 x 10 %)  
(Participatie B 90 %)   Beschikbare reserves 4.532,50
Vlottende activa 6.800 (4.500 + 325 x 10 %)  
    Overgedragen winst24 472
    Voorzieningen 900
    Schulden (1.100 + 250) 1.350
  10.797   10.797

De verkrijgende vennootschap A zal evenwel de belastingvrije reserves van de Belgische inrichting van de partieel gesplitste vennootschap B (fiscaal vrijgestelde reserves) volledig overnemen (zodat deze reserves in fiscaal opzicht niet zullen worden verminderd). Hiertoe kan de belastingvrije reserve na de partiële splitsing bij vennootschap A worden heraangelegd via de volgende correctieboeking:

689 Overboeking naar de belastingvrije reserves 180  
  aan 132 Belastingvrije reserves   180

 

  • 1. Zie de verantwoording van de amendementen van de regering, bij het wetsontwerp dat geleid heeft tot de wet van 16 juli 2001 houdende wijziging van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt, van de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige producten en andere door middel van leidingen en van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (Parl. st., Kamer, 2000-2001, nr. 50-1052/3, p. 6). Deze wet heeft het stelsel van de fiscale neutraliteit ingevoerd voor partiële splitsingen.
  • 2. Wet die de Richtlijn 2005/56/EG van het Europees Parlement en de Raad van 26 oktober 2005 met betrekking tot grensoverschrijdende fusies van kapitaalvennootschappen omzet naar Belgisch recht.
  • 3. Dat verwijst naar de voornoemde artikelen 78 en 79 KB W.Venn.
  • 4. CBN-advies 2009/11 «De boekhoudkundige verwerking van partiële splitsingen», Bulletin CBN, nr. 53, september 2010, p. 59 en volgende.
  • 5. CBN-advies 2009/7 «Boekhoudkundige verwerking van grensoverschrijdende fusies», Bulletin CBN, nr. 53, september 2010, p. 33 en volgende.
  • 6. Er wordt ondersteld dat het maatschappelijk kapitaal vanuit fiscaal oogpunt volledig uit fiscaal gestort kapitaal bestaat.
  • 7. De belastingvrije reserves zijn geen belastingvrije reserves die op basis van artikel 47 WIB 1992 kunnen genieten van het regime van de gespreide taxatie.
  • 8. Er wordt ondersteld dat het maatschappelijk kapitaal vanuit fiscaal oogpunt volledig uit fiscaal gestort kapitaal bestaat.
  • 9. De belastingvrije reserves zijn geen belastingvrije reserves die op basis van artikel 47 WIB 1992 kunnen genieten van het regime van de gespreide taxatie.
  • 10. De participatie werd aangeschaft op een ogenblik dat de reële waarde van A 12.000 bedroeg.
  • 11. Onder naleving van artikel 211, § 1 WIB 1992.
  • 12. Het boekhoudkundig fusieresultaat bedraagt -540 (6.000 x 90 % = 5.400; 5.400 – 5.940 = -540).
  • 13. Het boekhoudkundig fusieresultaat bedraagt -540 (6.000 x 90 % = 5.400; 5.400 – 5.940 = -540).
  • 14. Er wordt ondersteld dat het maatschappelijk kapitaal vanuit fiscaal oogpunt volledig uit fiscaal gestort kapitaal bestaat.
  • 15. De belastingvrije reserves zijn geen belastingvrije reserves die op basis van artikel 47 WIB 1992 kunnen genieten van het regime van de gespreide taxatie.
  • 16. De boekhoudkundige voorstelling van deze vermogenspost impliceert geen stellingname van de Commissie nopens de fiscale kwalificatie van dit bestanddeel.
  • 17. Het aan A toegewezen gedeelte van de eventuele zogenaamde belastingvrije reserves van de partieel gesplitste vennootschap B (t.t.z. de reserves waarvoor een belastingvrijdom geldt als zij in het vermogen van de vennootschap behouden blijven – zie mutatis mutandis artikel 95, § 2, IV.C, KB W.Venn.), en die begrepen zijn in de rekening “Reserves” van 7.000, krijgt op fiscaal vlak ten name van A in beginsel het karakter van een belaste reserve.
  • 18. Cf. art. 184bis en 184ter, WIB 1992.
  • 19. De participatie werd aangeschaft op een ogenblik dat de reële waarde van vennootschap B 3222,22 bedroeg.
  • 20. Het aan A toegewezen gedeelte van de eventuele zogenaamde belastingvrije reserves van de partieel gesplitste vennootschap B (t.t.z. de reserves waarvoor een belastingvrijdom geldt als zij in het vermogen van de vennootschap behouden blijven – zie mutatis mutandis artikel 95, § 2, IV.C, KB W.Venn.), en die begrepen zijn in de rekening “Reserves” van 7.000, krijgt op fiscaal vlak ten name van A in beginsel het karakter van een belaste reserve.
  • 21. Het boekhoudkundig fusieresultaat bedraagt 2.295 (4.000 x 90 % = 3.600; 3.600 – 1.305 = 2.295).
  • 22. De participatie werd aangeschaft op een ogenblik dat de reële waarde van vennootschap B 3222,22 bedroeg.
  • 23. Het boekhoudkundig fusieresultaat bedraagt 472 (750 x 90 % = 675; 675 – 203 = 472).
  • 24. Het boekhoudkundig fusieresultaat bedraagt 472 (750 x 90 % = 675; 675 – 203 = 472).