COMMISSIE VOOR BOEKHOUDKUNDIGE NORMEN

CBN-advies 2021/13 – Herwaarderingsmeerwaarden bij vennootschappen: gevolgen van de wijzigingen aangebracht door het WVV en KB WVV

Advies van 10 februari 20211 

Inleiding

Zowel in het volledig schema, in het verkort schema als in het microschema van de jaarrekening voor vennootschappen2 bevindt zich aan de passiefzijde van de balans de rubriek II. Herwaarderingsmeerwaarden

Onder rubriek II. Herwaarderingsmeerwaarden worden opgenomen3: de in de rekeningen bijgeschreven, niet-gerealiseerde meerwaarden op vaste activa overeenkomstig artikel 3:354 van het koninklijk besluit tot uitvoering van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen (hierna: KB WVV). Worden eveneens opgenomen onder deze rubriek: de terugnemingen van waardeverminderingen overeenkomstig artikel 3:94 KB WVV5, de terugnemingen van waardeverminderingen geboekt op immateriële vaste activa en op materiële vaste activa zonder beperkte gebruiksduur (art. 3:89, § 2, II, 2° KB WVV) en de herwaarderingsmeerwaarden bedoeld in artikel 3:22, vierde lid KB WVV6

Het Wetboek van vennootschappen en verenigingen (hierna: WVV) alsook het KB WVV brengen enkele wijzigingen aan in verband met de regelgeving voor herwaarderingsmeerwaarden. De Commissie acht het bijgevolg nuttig een update uit te brengen van het CBN-advies 2011/14 – Herwaarderingsmeerwaarden en het CBN-advies 2016/23 – Herwaarderingsmeerwaarden: gevolgen van de wijzigingen aan artikel 57 KB W.Venn. door het koninklijk besluit van 18 december 2015. Na publicatie zal het CBN-advies 2016/23 worden opgeheven. 

In onderhavig advies beperkt de Commissie zich tot het toelichten van de nieuwe wetgeving alsook van de impact ervan op de boekhoudkundige verwerking van een herwaarderingsmeerwaarde. De Commissie zal hierna zowel de herwaarderingsmeerwaarden behandelen in hoofde van kapitaalhoudende7 als in hoofde van kapitaalloze vennootschappen8.

Wettelijk kader

Artikel 3:35 KB WVV luidt als volgt: 

“§ 1. De vennootschappen, VZW’s, IVZW’s en stichtingen mogen de materiële vaste activa, de deelnemingen en aandelen die onder de financiële vaste activa voorkomen of bepaalde soorten hiervoor genoemde vaste activa herwaarderen, wanneer de waarde van deze activa, bepaald in functie van hun nut voor de vennootschap, VZW, IVZW of stichting, op vaststaande en duurzame wijze uitstijgt boven hun boekwaarde. Wanneer de betrokken activa noodzakelijk zijn voor de voortzetting van het bedrijf van de vennootschap, VZW, IVZW of stichting of van een onderdeel daarvan, mogen zij slechts worden geherwaardeerd in de mate waarin de aldus uitgedrukte meerwaarde wordt verantwoord door de rentabiliteit van de vennootschap of de activiteiten van de VZW, IVZW of stichting of van het betrokken onderdeel daarvan.

De geherwaardeerde waarde die voor deze vaste activa in aanmerking wordt genomen wordt verantwoord in de toelichting bij de jaarrekening waarin de herwaardering voor het eerst werd toegepast.

§ 2. Heeft de herwaardering betrekking op materiële vaste activa met een beperkte gebruiksduur, dan wordt op basis van de geherwaardeerde waarde afgeschreven volgens een overeenkomstig artikel 3:6, § 1, opgemaakt plan dat ertoe strekt de toerekening van de geherwaardeerde waarde te spreiden over de vermoedelijke residuele gebruiksduur van de betrokken activa.

§ 3. De geboekte meerwaarden worden rechtstreeks toegerekend aan rubriek III van het passief “Herwaarderingsmeerwaarden” en daar behouden zolang de goederen waarop zij betrekking hebben, niet werden gerealiseerd. Deze meerwaarden mogen nochtans:

1° worden overgebracht naar een reserve tot het beloop van de op de meerwaarde geboekte afschrijvingen;

2° bij latere vastgestelde minderwaarde worden afgeboekt tot het beloop van het nog niet afgeschreven gedeelte van de meerwaarde.

Een herwaarderingsmeerwaarde mag nooit rechtstreeks of onrechtstreeks aangewend worden om overgedragen verliezen geheel of gedeeltelijk aan te zuiveren voor het nog niet afgeschreven gedeelte van de herwaarderingsmeerwaarde.” 

Boekhoudkundige verwerking van herwaarderingsmeerwaarden 

De wetgever stelt de kapitaalvennootschappen in staat een herwaarderingsmeerwaarde om te zetten in kapitaal. Voor kapitaalloze vennootschappen bestaat er echter geen expliciete bepaling hieromtrent. Dit betekent evenwel niet dat de kapitaalloze vennootschappen niet in staat zijn een herwaarderingsmeerwaarde om te zetten in inbreng.

De wetgever heeft in dit verband eveneens enkele verduidelijkingen aangebracht aan de wettelijke bepalingen inzake uitkeringen9. De Commissie zal ook deze kwestie toelichten voor de kapitaalhoudende en kapitaalloze vennootschappen. 

Kapitaalhoudende vennootschappen 

Omzetting in kapitaal van een herwaarderingsmeerwaarde en kapitaalvermindering (artikel 3:76 KB WVV en artikel 7:208 WVV)

De mogelijkheid om een herwaarderingsmeerwaarde om te zetten in kapitaal is, zoals hierboven reeds aangegeven, enkel voor de kapitaalhoudende vennootschappen expliciet bepaald.

Deze mogelijkheid tot omzetting van een uitgedrukte, niet-gerealiseerde meerwaarde wordt als volgt bepaald in artikel 3:76 KB WVV: 

“Naamloze vennootschappen, Europese vennootschappen en Europese coöperatieve vennootschappen mogen de in artikel 3:35 bedoelde geboekte meerwaarden in kapitaal omzetten voor het gedeelte van de geherwaardeerde waarde verminderd met de geraamde belastingen hierop”.10 

De definitie van inbreng bevestigt dat een herwaarderingsmeerwaarde kan worden omgezet in kapitaal van de vennootschap. Artikel 3:89, § 2, I, 1° KB WVV definieert inbreng bij kapitaalhoudende vennootschappen namelijk als volgt: 

“1° Voor de naamloze vennootschappen, Europese vennootschappen en Europese coöperatieve vennootschappen wordt de rubriek I. A Kapitaal als volgt gedefinieerd: het bedrag van het kapitaal, bestaande uit het deel van het kapitaal dat werd gevormd door (a) de inbreng vanwege de aandeelhouders in het kapitaal; (b) in voorkomend geval de omzetting van uitgiftepremies; en (c) in voorkomend geval de omzetting van geboekte herwaarderingsmeerwaarden of van reserves; indien niet terugbetaald of verminderd via een kapitaalvermindering”. 

De Commissie merkte in het verleden reeds op dat een in kapitaal omgezette herwaarderingsmeerwaarde soms werd gevolgd door een kapitaalvermindering via terugbetaling aan de aandeelhouders of ter aanzuivering van verliezen11

In het vroegere Wetboek van vennootschappen (hierna: W.Venn.) werd de kapitaalvermindering geregeld in artikel 612 en volgende.12 Er werd evenwel niets vermeld over de beperking om het niet-afgeschreven gedeelte van de in het kapitaal geïncorporeerde herwaarderingsmeerwaarde niet aan te wenden ter aanzuivering van overgedragen verliezen of voor terugbetaling aan de aandeelhouders. Het was pas via het koninklijk besluit van 18 december 2015 dat in artikel 57, § 3, eerste lid, 2° KB W.Venn.13 de aanwending werd geregeld van (in kapitaal omgezette) herwaarderingsmeerwaarden in geval van een kapitaalvermindering ter aanzuivering van overgedragen verliezen: het nog niet afgeschreven gedeelte van de in het kapitaal opgenomen herwaarderingsmeerwaarde mocht nooit rechtstreeks of onrechtstreeks aangewend worden om overgedragen verliezen geheel of gedeeltelijk aan te zuiveren.14  

Wat betreft een kapitaalvermindering via terugbetaling aan de aandeelhouders15 werd de aanwending (van het nog niet afgeschreven gedeelte) van de herwaarderingsmeerwaarde tot voor de inwerkingtreding van het WVV nog niet expliciet geregeld door de wetgever16

De aanwending van een in kapitaal omgezette herwaarderingsmeerwaarde via terugbetaling aan de aandeelhouders of ter aanzuivering van verliezen wordt in het WVV voortaan wel expliciet geregeld. 

Artikel 7:208 WVV bepaalt: 

“Een vermindering van het kapitaal vereist een statutenwijziging, waarbij de aandeelhouders die zich in gelijke omstandigheden bevinden gelijk worden behandeld. In voorkomend geval wordt toepassing gemaakt van artikel 7:155. 

De oproeping tot de algemene vergadering vermeldt het doel van de vermindering en de voor de verwezenlijking ervan te volgen werkwijze. 

Wanneer een herwaarderingsmeerwaarde in het kapitaal is omgezet mag het kapitaal niet worden verminderd tot een bedrag lager dan het minimumkapitaal,

1° verhoogd met het bedrag van de omgezette herwaarderingsmeerwaarde, en

2° in voorkomend geval, verminderd met het bedrag van de inmiddels gerealiseerde meerwaarde ingevolge overdracht van het betrokken actiefbestanddeel”. 

Het kapitaal mag dus niet worden verminderd tot een bedrag kleiner dan: het minimumkapitaal17 vermeerderd met het bedrag van de in kapitaal omgezette herwaarderingsmeerwaarde en, in voorkomend geval, verminderd met het bedrag van de gerealiseerde meerwaarde die werd behaald als gevolg van de realisatie van het betrokken actiefbestanddeel. Dit impliceert ook dat de techniek om eerst een herwaarderingsmeerwaarde te incorporeren in het kapitaal om deze meteen daarna middels een kapitaalvermindering te gebruiken om verliezen aan te zuiveren nu ook vanuit het WVV zelf niet meer mogelijk is.

Voorbeeld 1 

Het kapitaal van een naamloze vennootschap bedraagt 115.000 euro. In de loop van boekjaar N beslist deze NV om één van haar gebouwen18 te herwaarderen voor een bedrag van 45.000 euro19. De vennootschap zet deze meerwaarde om in kapitaal.

Door deze omzetting bedraagt het kapitaal van de vennootschap 148.75020 euro. Veronderstel een overdragen verlies van 100.000 euro. 

In de loop van jaar N+2 wil de vennootschap overgaan tot een kapitaalvermindering om de verliezen aan te zuiveren. Hiervoor wenst zij haar kapitaal te verminderen met 60.000 euro. Krachtens artikel 7:208 WVV mag de naamloze vennootschap (meer bepaald: de algemene vergadering) dergelijke verrichting niet uitvoeren21.

Indien de naamloze vennootschap de vermindering zou doorvoeren, zou het kapitaal 88.75022 euro bedragen. Het verminderde kapitaal is in dat geval kleiner dan het bedrag van het minimumkapitaal (61.500) vermeerderd met de in kapitaal omgezette herwaarderingsmeerwaarde (33.750), namelijk 95.250 euro.

Voorbeeld 2 

We hernemen de gegevens van het eerste voorbeeld. De naamloze vennootschap verkoopt in N+1 het gebouw waarop een herwaarderingsmeerwaarde werd geboekt. De gerealiseerde meerwaarde ten opzichte van de boekwaarde vóór (of zonder rekening te houden met) de geboekte herwaarderingsmeerwaarde bedraagt 20.000 euro. 

In de loop van jaar N+2 wil de vennootschap een kapitaalvermindering van 60.000 euro doorvoeren om haar verliezen aan te zuiveren. Het kapitaal mag na de kapitaalvermindering niet minder bedragen dan 75.250 euro23. Krachtens artikel 7:208 WVV mag de vennootschap deze kapitaalvermindering24 doorvoeren.

Uitkeerbare winst 

De wetgever heeft het begrip “uitkeerbare winst” licht gewijzigd.25 Artikel 7:212 WVV voegt het volgende toe aan de vroegere definitie van uitkeerbare winst26: “[...] Voor de toepassing van deze bepaling wordt het niet afgeschreven gedeelte van de herwaarderingsmeerwaarden gelijkgesteld met een krachtens de wet als onbeschikbaar gestelde reserve”. 

Bijgevolg is het in geen geval mogelijk deze gelijkstelling te omzeilen via een bepaling in de statuten. Dit niet afgeschreven gedeelte van de herwaarderingsmeerwaarde mag niet beschikbaar gemaakt worden om daarna te kunnen uitkeren. Het betreft immers een geraamd bedrag van een potentiële meerwaarde en geen gerealiseerde opbrengst. 

Het uitkeringsverbod dat dus vroeger was opgenomen in artikel 57, § 3, derde lid KB W.Venn. is dus voortaan ook in het WVV ingeschreven.

Kapitaalloze vennootschappen 

Mogelijkheid om herwaarderingsmeerwaarden in inbreng om te zetten

Artikel 3:76 KB WVV beoogt enkel de naamloze vennootschappen, Europese vennootschappen en Europese coöperatieve vennootschappen (= kapitaalhoudende vennootschappen). 

De Commissie is van mening dat uit de afwezigheid van enige wettelijke bepaling voor kapitaalloze vennootschappen niet kan worden afgeleid dat de omzetting van een herwaarderingsmeerwaarde, na aftrek van de geraamde belasting die ingeval van realisatie zou worden geheven, in inbreng onmogelijk zou zijn. 

Noch de wet, noch de memorie van toelichting verbiedt immers de omzetting van herwaarderingsmeerwaarden in inbreng. De wetgever achtte het voor kapitaalloze vennootschappen, evenwel niet noodzakelijk om, bij ontstentenis van het begrip kapitaal, in afzonderlijke bepalingen te voorzien. 

Naar analogie met de kapitaalvennootschappen zal de omzetting van een herwaarderingsmeerwaarde in inbreng worden geboekt op de rekening 1119 Andere onbeschikbare inbreng buiten kapitaal. Evenzeer zal het niet-afgeschreven gedeelte van de herwaarderingsmeerwaarden, in geen geval beschikbaar kunnen worden gemaakt via de overboeking op rekening 1109 Andere beschikbare inbreng buiten kapitaal

In de praktijk kunnen bestaande BVBA’s27 (nu: BV’s) vóór de inwerkingtreding van het WVV reeds herwaarderingsmeerwaarden in kapitaal hebben omgezet. 

Sinds 1 januari 2020 worden het volstort gedeelte van het kapitaal en de wettelijke reserve van rechtswege en zonder vervulling van enige formaliteit omgevormd in een statutair onbeschikbare eigen vermogen28

In CBN-advies 2019/14 - Van een kapitaalhoudende BVBA naar een kapitaalloze BV benadrukt de Commissie dat er vennootschapsrechtelijk geen onderscheid wordt gemaakt tussen het aanwezige kapitaal dat het gevolg is van een inbreng door aandeelhouders (externe inbreng) en het kapitaal dat afkomstig is van andere in het aanwezige kapitaal opgenomen eigen vermogensbestanddelen, zoals bijvoorbeeld geïncorporeerde reserves (interne inbreng). De vroegere, in kapitaal omgezette herwaarderingsmeerwaarden vormen een inbreng uit vennootschapsmiddelen en vormen bijgevolg een interne inbreng. 

Deze voorheen in kapitaal omgezette herwaarderingsmeerwaarden worden (minstens voor wat het niet-afgeschreven gedeelte betreft) geboekt op de rekening 1119 Andere onbeschikbare inbreng buiten kapitaal.

Mede op grond van artikel 5:142 WVV blijft deze herwaarderingsmeerwaarde behouden op de rekening 1119 Andere onbeschikbare inbreng buiten kapitaal zolang zij niet werd afgeschreven. Het niet-afgeschreven gedeelte van de in inbreng opgenomen herwaarderingsmeerwaarde vormt immers geen gerealiseerde vermogen maar een geraamd bedrag. 

Uit het beschikbaar maken van het eerder niet-afgeschreven gedeelte van de in de inbreng omgezette herwaarderingsmeerwaarden zou foutief kunnen worden geconcludeerd dat dit gerealiseerde winst uitmaakt. 

Uitkering van het vermogen 

De wetgever heeft de wettelijke bepalingen herzien inzake de uitkering van het vermogen bij kapitaalloze vennootschappen. Wanneer de vennootschap wil overgaan tot uitkering dienen twee tests te worden uitgevoerd: de uitkerings- en liquiditeitstest. De Commissie werkt momenteel aan een ontwerpadvies waarin dit onderwerp wordt behandeld. 

Krachtens artikel 5:142 WVV wordt het niet-afgeschreven gedeelte van de herwaarderingsmeerwaarde in dit kader als onbeschikbaar beschouwd. De wetgever heeft deze bepaling ingevoerd om te voorkomen dat vennootschappen dit gedeelte via een bepaling in de statuten uitkeerbaar zouden kunnen maken. Het niet-afgeschreven gedeelte van de meerwaarde is enkel uitgedrukt doch nog niet gerealiseerd. 

  • 1. Onderhavig advies is tot stand gekomen nadat het ontwerp van dit advies op 14 december 2020 ter publieke consultatie werd gepubliceerd op de website van de CBN.
  • 2. Artikel 3:89, § 2, II KB WVV.
  • 3. Artikel 3:89, § 2, II KB WVV.
  • 4. Zie randnummer 5.
  • 5. Artikel 3:94 KB WVV: “Onder post II van de passiefzijde “Herwaarderingsmeerwaarden” mogen rechtstreeks worden geboekt en gehandhaafd tot op het ogenblik waarop de betrokken goederen gerealiseerd zijn de terugneming van waardeverminderingen op deelnemingen, effecten en andere in portefeuille gehouden waardepapieren, voor zover deze waardeverminderingen werden geboekt vóór 1 januari 1976 of, indien de vennootschap het boekjaar anders dan per 31 december afsluit, vóór het begin van het boekjaar afgesloten in de loop van 1977”.
  • 6. Artikel 3:22, vierde lid KB WNN: “Zijn door een vennootschap meerwaarden geboekt tijdens een boekjaar dat voorafgaat aan het boekjaar dat ingaat na 31 december 1983, dan mogen deze meerwaarden in rubriek III (nu rubriek II) “Herwaarderingsmeerwaarden” behouden blijven”.
  • 7. Naamloze vennootschappen, Europese vennootschappen en Europese coöperatieve vennootschappen.
  • 8. Besloten vennootschappen en coöperatieve vennootschappen.
  • 9. Artikelen 5:142 en 7:212 WVV. Zie ook H. CULOT, “La suppression du capital dans la société à responsabilité limitée”, in Het Wetboek van vennootschappen en verenigingen: (r)evolutie? Analyse van de belangrijkste wijzigingen (onder leiding van E. POTTIER), Brussel, Larcier, 2019, 84-91; E. POTTIER, et al., “Nouveautés en matière de sociétés anonymes et de sociétés cotées”, in Het Wetboek van vennootschappen en verenigingen: (r)evolutie? Analyse van de belangrijkste wijzigingen (onder leiding van E. POTTIER), Brussel, Larcier, 2019, 189-197. Een ontwerpadvies over de uitkerings- en liquiditeitstest is in voorbereiding.
  • 10. Voorheen zat deze regeling vervat in artikel 57, § 3, eerste lid, 2° KB W.Venn.
  • 11. CBN-advies 2016/23 - Herwaarderingsmeerwaarden: gevolgen van de wijzigingen aan artikel 57 KB W.Venn. door het koninklijk besluit van 18 december 2015.
  • 12. Van toepassing op de NV’s. Voor de BVBA’s was artikel 316 e.v. W.Venn. van toepassing.
  • 13. Deze bepaling werd niet goed onthaald door een deel van de rechtsleer. Volgens de rechtsleer en een minderheid van de Commissie had het koninklijk besluit van 30 januari 2001 tot uitvoering van het Wetboek van vennootschappen geen verbod mogen invoeren op de aanzuivering van verliezen voor het nog niet afgeschreven gedeelte van de herwaarderingsmeerwaarde. Dit zorgt immers voor aantasting en beperking van de rechten die ondernemingen verkrijgen uit het Wetboek van vennootschappen of van de gebruiken inzake de samenstelling van het kapitaal (artikel 57, § 3, eerste lid, 2° KB W.Venn.; CBN-advies 2016/23 – Herwaarderingsmeerwaarden: gevolgen van de wijzigingen aan artikel 57 KB W.Venn. door het koninklijk besluit van 18 december 2015, voetnoot 19).
  • 14. Artikel 57, § 3, 2° KB W.Venn.: “[...] in kapitaal worden omgezet; een in kapitaal opgenomen herwaarderingsmeerwaarde mag evenwel nooit rechtstreeks of onrechtstreeks aangewend worden om overgedragen verliezen geheel of gedeeltelijk aan te zuiveren voor het nog niet afgeschreven gedeelte van de herwaarderingsmeerwaarde. Meerwaarden toegerekend aan rubriek III van het passief “Herwaarderingsmeerwaarden” mogen slechts in kapitaal worden omgezet voor het gedeelte van de geherwaardeerde waarde verminderd met de geraamde belastingen hierop”. Deze meerwaarde vormt geen resultaat dat aanleiding kan zijn tot winstbestemming (Koninklijk besluit tot omzetting van Richtlijn 2013/34/EU van 26 juni 2013 van het Europees Parlement en van de Raad betreffende de jaarlijkse financiële overzichten, geconsolideerde financiële overzichten en aanverwante verslagen van bepaalde ondernemingsvormen, tot wijziging van Richtlijn 2006/43/EG van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijnen 78/660/EEG en 83/349/EEG van de Raad, Verslag aan de Koning, BS, 30 december 2015, 80382). Zie ook CBN-advies 2016/23 – Herwaarderingsmeerwaarden: gevolgen van de wijzigingen aan artikel 57 KB W. Venn. door het koninklijk besluit van 18 december 2015.
  • 15. De Commissie bracht hierover een advies uit, meer bepaald over artikel 18 WIB 92 (CBN-advies 2019/13 – Pro rata-regel van artikel 18 WIB 92 bij terugbetaling van inbreng / kapitaalvermindering). Bij de berekening van de pro rata wordt geen rekening gehouden met de herwaarderingsmeerwaarden die niet werden omgezet in kapitaal en evenmin met de herwaarderingsmeerwaarden die werden omgezet in kapitaal, in de mate dat ze niet uitgekeerd kunnen worden (artikel 18, vijfde lid WIB 92).
  • 16. De verwerking van de in kapitaal omgezette herwaarderingsmeerwaarden bij terugbetaling aan de aandeelhouders wordt immers nergens opgenomen in het W.Venn. of in het KB W.Venn.
  • 17. Artikel 7:2 WVV: “Het kapitaal mag niet minder bedragen dan 61.500 euro”.
  • 18. Om de aanschaffingswaarde van materiële vaste activa of financiële vaste activa te herwaarderen, dienen de voorwaarden van artikel 3:35 KB WVV vervuld te zijn.
  • 19. Mag niet worden omgezet in kapitaal: het gedeelte van de herwaarderingsmeerwaarde dat overeenstemt met de geraamde belasting waarmee deze meerwaarde, bij realisatie ervan, belast zou zijn (artikel 3:76 KB WVV). De Commissie hanteert een belastingtarief van 25 %.
    45.000 euro x 25 % = 11.250 euro.
    Er kan slechts een bedrag van 33.750 euro worden omgezet in kapitaal.
  • 20. 115.000 euro + 33.750 euro = 148.750 euro.
  • 21. De naamloze vennootschap mag slechts overgaan tot een kapitaalvermindering voor een bedrag ten belope van 53.500 euro.
  • 22. 148.750 – 60.000.
  • 23. 61.500 euro + 33.750 euro - 20.000 euro = 75.250 euro.
  • 24. 148.750 euro - 60.000 euro = 88.750 euro. 88.750 euro > 75.250 euro (cf. artikel 7:208, derde lid WVV).
  • 25. Artikel 7:212 WVV; E. POTTIER, et al., “Nouveautés en matière de sociétés anonymes et de sociétés cotées”, in Het Wetboek van vennootschappen en verenigingen: (r)evolutie? Analyse van de belangrijkste wijzigingen (onder leiding van E. POTTIER), Brussel, Larcier, 2019, 189.
  • 26. Artikel 617 W.Venn.
  • 27. Hier worden de BVBA’s bedoeld die werden opgericht vóór 1 mei 2019 en die niet voor een opt-in hadden gekozen.
  • 28. Wet van 23 maart 2019 tot invoering van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen en houdende diverse bepalingen, BS, 4 april 2019, artikel 39, § 2, eerste lid.