COMMISSIE VOOR BOEKHOUDKUNDIGE NORMEN

CBN-advies 2016/23 – Herwaarderingsmeerwaarden: gevolgen van de wijzigingen aan artikel 57 KB W.Venn. door het koninklijk besluit van 18 december 2015

Advies van 7 september 20161

Inleiding

In zowel het volledige als het verkorte schema van de jaarrekening wordt op het passief van de balans een post III. Herwaarderingsmeerwaarden voorzien. Onder herwaarderingsmeerwaarden moeten worden verstaan de in de rekeningen bijgeschreven, niet gerealiseerde meerwaarden op vaste activa overeenkomstig artikel 57 van het koninklijk besluit van 30 januari 2001 tot uitvoering van het Wetboek van Vennootschappen  (hierna: KB W.Venn.). De terugnemingen van waardeverminderingen overeenkomstig artikel 100 KB W.Venn. en de herwaarderingsmeerwaarden bedoeld in artikel 44, vierde lid KB W.Venn.2 worden eveneens onder de post Herwaarderingsmeerwaarden opgenomen3. De algemene beginselen van herwaarderingsmeerwaarden en de boekhoudkundige verwerking daarvan worden reeds uitvoerig uiteengezet in CBN-advies 2011/14 - Herwaarderingsmeerwaarden.

Het koninklijk besluit van 18 december 2015 tot omzetting van Richtlijn 2013/34/EU van 26 juni 2013 van het Europees Parlement en van de Raad betreffende de jaarlijkse financiële overzichten, geconsolideerde financiële overzichten en aanverwante verslagen van bepaalde ondernemingsvormen, tot wijziging van Richtlijn 2006/43/EG van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijnen 78/660/EEG en 83/349/EEG van de Raad4, heeft een aantal wijzigingen aangebracht aan de regeling met betrekking tot de boeking van herwaarderingsmeerwaarden.5 Meer bepaald worden beperkingen opgelegd aan de omzetting van herwaarderingsmeerwaarden in kapitaal6 (zie punt II van dit advies) en wordt het uitkeringsverbod van geboekte herwaarderingsmeerwaarden nader toegelicht (zie punt IV van dit advies).

Omdat met het boeken van herwaarderingsmeerwaarden uiterst voorzichtig moet worden omgesprongen, achtte de Regering het nuttig om tegelijk met de omzetting van voormelde richtlijn in artikel 57 KB W.Venn. te specifiëren dat een in kapitaal omgezette herwaarderingsmeerwaarde niet mag aangewend worden om overgedragen verliezen aan te zuiveren voor wat betreft het niet-afgeschreven gedeelte van die herwaarderingsmeerwaarde (punt III van dit advies). Het spreekt voor zich dat de herwaarderingsmeerwaarden die op grond van artikel 57 KB W.Venn. rechtstreeks zijn toegerekend aan rubriek III van het passief Herwaarderingsmeerwaarden steeds de brutobedragen betreffen, i.e. inclusief de geraamde belastingen.7

De Commissie beoogt in onderhavig advies de toepassing van het artikel 57 KB W.Venn. in zijn nieuwe vorm, voor de boekjaren die aanvangen na 31 december 2015, te verduidelijken.

Omzetting herwaarderingsmeerwaarden in kapitaal (artikel 57, § 3, eerste lid, 2°, in fine KB W.Venn.)

Krachtens artikel 57, § 3 KB W.Venn. mogen de meerwaarden die werden geboekt op bepaalde vaste activa in kapitaal worden omgezet. Aangezien de nieuwe richtlijn het reeds in de Vierde Richtlijn opgenomen principe dat de “herwaarderingsreserve te allen tijde geheel of gedeeltelijk in kapitaal kan worden omgezet” 8herneemt, blijft dit principe ook behouden in artikel 57 KB W.Venn.

De aanpassing aan paragraaf 3, eerste lid, 2° van artikel 57 KB W.Venn. voert een beperking in: de omzetting van een herwaarderingsmeerwaarde in het kapitaal kan slechts betrekking hebben op het gedeelte van de herwaarderingsmeerwaarde verminderd met het bedrag van de geschatte belasting die moet worden betaald bij de realisatie van deze herwaarderingsmeerwaarde. Deze beperking, reeds aanbevolen door de Commissie in haar advies 2011/14 – Herwaarderingsmeerwaarden, is nu verplicht van toepassing op herwaarderingsmeerwaarden die vanaf 1 januari 2016 in het kapitaal worden omgezet.9

Met deze aanpassing aan artikel 57 KB W.Venn. heeft de Regering willen benadrukken dat grote voorzichtigheid geboden is bij het herwaarderen en dat zeer omzichtig te werk moet worden gegaan met de omzetting van herwaarderingsmeerwaarden in kapitaal.10 Het Verslag aan de Koning bij het koninklijk besluit van 12 september 1983 vermeldde reeds dat het op grond van het voorzichtigheidsbeginsel aangewezen is om het gedeelte van de herwaarderingsmeerwaarde dat overeenstemt met de geraamde belasting die in geval van realisatie zou worden geheven, niet in kapitaal om te zetten. Ook de CBN benadrukte dit reeds in haar advies 2011/14 – Herwaarderingsmeerwaarden. Naar aanleiding van de realisatie van een geherwaardeerd actief is de kans immers reëel dat de gerealiseerde meerwaarde zal worden belast en dus een gedeelte van de eerder geboekte herwaarderingsmeerwaarde niet duurzaam tot het vermogen van de vennootschap kan worden toegerekend.11

De Commissie adviseert om in geval van omzetting van de herwaarderingsmeerwaarde in kapitaal voorzichtigheidshalve het belastingtarief toe te passen dat geldt op het ogenblik van de incorporatie van de herwaarderingsmeerwaarde in het kapitaal.12 Immers, eenmaal de kapitaalverhoging is uitgevoerd, kan daar in de regel niet meer op teruggekomen worden. Het bestuursorgaan van de vennootschap moet er dus zorg voor dragen dat toekomstige belastingen die deel uitmaken van het eigen vermogen13 op die wijze niet in het kapitaal terechtkomen.

Voorbeeld

Een vennootschap bezit een gebouw met een boekwaarde van 200.000 euro dat in aanmerking komt voor herwaardering. Er wordt op het gebouw een herwaarderingsmeerwaarde uitgedrukt van 50.000 euro. Deze herwaarderingsmeerwaarde wordt tijdens hetzelfde boekjaar omgezet in kapitaal ten belope van 66,01 %14 (het percentage dat overblijft na aftrek van het huidige vennootschapsbelastingpercentage van 33,99 %15). Op het moment van herwaardering heeft het gebouw nog een waarschijnlijke gebruiksduur van 10 jaar. De vennootschap wijzigt het oorspronkelijke afschrijvingsplan niet.

Boeking van de herwaardering:

2218 Gebouwen: Geboekte meerwaarden 50.000  
  aan 121 Herwaarderingsmeerwaarden op materiële vaste activa  

50.000

Boeking van de omzetting van de herwaarderingsmeerwaarde in kapitaal:

121 Herwaarderingsmeerwaarden op materiële vaste activa 33.00516  
  aan 100 Geplaatst kapitaal   33.005

Inventarisverrichtingen:

6302 Afschrijvingen op materiële vaste activa 25.000  
  aan 22109 Gebouwen: Geboekte afschrijvingen op aanschaffingswaarde  

20.000

    22189 Gebouwen: Geboekte afschrijvingen op meerwaarde  

5.000

Optionele inventarisboeking:

121   Herwaarderingsmeerwaarden op materiële vaste activa 1.699,517  
  aan 133 Beschikbare reserves18   1.699,5

Aanwending van in kapitaal opgenomen herwaarderingsmeerwaarden ter aanzuivering van verliezen (artikel 57, §3, eerste lid, 2° KB W.Venn.)19

Artikel 57 KB W.Venn. bepaalt nu uitdrukkelijk dat een in kapitaal opgenomen herwaarderingsmeerwaarde nooit rechtstreeks of onrechtstreeks aangewend mag worden om overgedragen verliezen geheel of gedeeltelijk aan te zuiveren voor het nog niet-afgeschreven gedeelte van de herwaarderingsmeerwaarde. De Commissie is van mening dat de incorporatie van een herwaarderingsmeerwaarde in het kapitaal gevolgd door een kapitaalvermindering zoals bedoeld in artikel 57, §3, eerste lid, 2° KB W.Venn. niet gebruikt kan worden om de winstuitkeringsregels van artikel 617 W.Venn. te omzeilen.

Niet- afgeschreven gedeelte van de herwaarderingsmeerwaarde

De Commissie is van oordeel dat het niet-afgeschreven gedeelte van de in het kapitaal geïncorporeerde herwaarderingsmeerwaarde onder geen enkel beding kan worden aangewend ter aanzuivering van overgedragen verliezen. Geboekte meerwaarden worden krachtens artikel 57, § 3 KB W.Venn. namelijk rechtstreeks toegerekend aan de passiefrubriek III. Herwaarderingsmeerwaarden. Deze bepaling wijst erop dat een herwaarderingsmeerwaarde geen “resultaat” uitmaakt dat aanleiding kan zijn tot winstbestemming. Zoals reeds op algemene wijze uiteengezet in haar advies 2011/14 - Herwaarderingsmeerwaarden is het volgens de Commissie voor Boekhoudkundige Normen derhalve principieel uitgesloten dat de bedragen, geboekt onder de rubriek Herwaarderingsmeerwaarden rechtstreeks of onrechtstreeks zouden worden aangewend om bijvoorbeeld geleden verliezen geheel of gedeeltelijk aan te zuiveren.20

De Commissie is van mening dat een onderscheid moet worden gemaakt tussen twee situaties. Zo kan er enerzijds sprake zijn van een vennootschap die, als zij geen herwaarderingsmeerwaarde in haar kapitaal had geïncorporeerd, geen kapitaalvermindering had kunnen doorvoeren. Met andere woorden, de incorporatie van de herwaarderingsmeerwaarde in het kapitaal zou hier noodzakelijk geweest zijn om nadien de kapitaalsvermindering te kunnen doorvoeren. In dit geval is het volgens de Commissie niet toegelaten de in kapitaal geïncorporeerde herwaarderingsmeerwaarde aan te wenden ter aanzuivering van overgedragen verliezen.

Anderzijds kan er sprake zijn van een vennootschap die een herwaarderingsmeerwaarde in haar kapitaal heeft geïncorporeerd en daarna overgaat tot een kapitaalvermindering21, waarbij ze die kapitaalvermindering ook had kunnen doen zonder dat zij de herwaarderingsmeerwaarde in het kapitaal had geïncorporeerd. Het niet-afgeschreven gedeelte van de herwaarderingsmeerwaarde kan aldus geacht worden na de kapitaalvermindering nog in het kapitaal aanwezig te zijn. Op die manier is er geen schending van het verbod tot aanzuivering van overgedragen verliezen door aanwending van het niet-afgeschreven gedeelte van de in kapitaal opgenomen herwaarderingsmeerwaarde.

Afgeschreven gedeelte van de herwaarderingsmeerwaarde

Met het afgeschreven gedeelte van de herwaarderingsmeerwaarde kunnen de overgedragen verliezen wel steeds aangezuiverd worden.

Uitkering van geboekte herwaarderingsmeerwaarden (artikel 57, § 3, tweede lid KB W.Venn.)

Tot slot werd op basis van artikel 7.2, derde lid van de richtlijn een lid toegevoegd in artikel 57, § 3 KB W.Venn. dat bepaalt dat de geboekte herwaarderingsmeerwaarde noch rechtstreeks, noch onrechtstreeks mag worden uitgekeerd, zolang dit deel niet overeenstemt met een gerealiseerde meerwaarde of met een afschrijving op de herwaarderingsmeerwaarde die al dan niet werd overgebracht naar een reserve overeenkomstig artikel 57, § 3, eerste lid, 1° KB W.Venn.

Dit uitkeringsverbod vloeit opnieuw logischerwijs voort uit het feit dat de geboekte meerwaarden rechtstreeks worden toegerekend aan rubriek III van het passief Herwaarderingsmeerwaarden en daar worden behouden zolang de goederen waarop zij betrekking hebben niet worden gerealiseerd, en uit het feit dat zij slechts mogen worden overgebracht naar een reserve ten belope van de op de herwaarderingsmeerwaarde geboekte afschrijvingen.

Vermelding in de toelichting

De Commissie is van mening dat een passende vermelding in de toelichting van het bedrag van de herwaarderingsmeerwaarde en de geraamde belasting erop meestal noodzakelijk is, aangezien dit doorgaans significante bedragen betreft.

Door het voormelde koninklijk besluit van 18 december 2015 is inderdaad voor de toelichting verduidelijkt (in de aanhef van de artikelen 91 en 94 KB W.Venn.) dat naast de vermeldingen die in voorkomend geval moeten worden opgenomen krachtens artikel 24 KB W.Venn.22, de toelichting de opgesomde bepalingen dient te bevatten indien deze van materieel belang zijn zoals bepaald door artikel 82, § 3/1, tweede lid KB W.Venn. Voor de microvennootschappen is deze verplichting niet expliciet opgenomen maar het spreekt voor zich dat dit principe ook voor microvennootschappen impliciet aanwezig is.

Overgangsregeling

De wijzigingen aan artikel 57 KB W.Venn. zijn van toepassing voor de boekjaren die aanvangen na 31 december 2015. De Commissie benadrukt hierbij dat dit advies niet impliceert dat de geraamde belasting met betrekking tot afgesloten periodes wordt herberekend en in aftrek gebracht van het desgevallend in het kapitaal opgenomen gedeelte van de herwaarderingsmeerwaarde, voor zover dit al vennootschapsrechtelijk mogelijk zou zijn.

De Commissie neemt zich voor om na te gaan welke gevolgen de wijziging van artikel 57 KB W.Venn. met zich meebrengt voor verenigingen en stichtingen.

 

  • 1. Onderhavig advies is tot stand gekomen nadat een ontwerp van het advies op 1 juni 2016 ter consultatie werd gepubliceerd op de website van de CBN.
  • 2. Artikel 44, vierde lid KB W.Venn. is een overgangsbepaling op grond waarvan de meerwaarden geboekt tijdens een boekjaar dat voorafgaat aan het boekjaar dat ingaat na 31 december 1983 in de rubriek III. Herwaarderingsmeerwaarden behouden mogen blijven.
  • 3. Artikel 95, § 2 KB W.Venn.
  • 4. BS 30 december 2015.
  • 5. De Minister die de Economische Zaken onder zijn bevoegdheid heeft, verklaarde in zijn beleidsverklaring reeds dat het boeken van herwaarderingsmeerwaarden ter flattering van het eigen vermogen aan banden zal worden gelegd, zie http://www.dekamer.be/flwb/pdf/54/0020/54K0020007.pdf .
  • 6. In overeenstemming met de aanbevelingen die de Commissie hieromtrent reeds formuleerde in haar advies 2011/14 – Herwaarderingsmeerwaarden.
  • 7. Artikel 57 KB W.Venn. mag dus niet in die zin worden geïnterpreteerd dat enkel het gedeelte van de herwaarderingsmeerwaarde verminderd met de geschatte belasting als herwaarderingsmeerwaarde wordt geboekt, om zo het volledige bedrag van deze geboekte herwaarderingsmeerwaarde te kunnen incorporeren in het kapitaal.
  • 8. Artikel 33, 2. b) Vierde Richtlijn.
  • 9. Artikel 50 van het koninklijk besluit van 18 december 2015.
  • 10. Verslag aan de Koning bij het koninklijk besluit van 18 december 2015 tot omzetting van Richtlijn 2013/34/EU van 26 juni 2013 van het Europees Parlement en van de Raad betreffende de jaarlijkse financiële overzichten, geconsolideerde financiële overzichten en aanverwante verslagen van bepaalde ondernemingsvormen, tot wijziging van Richtlijn 2006/43/EG van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijnen 78/660/EEG en 83/349/EEG van de Raad.
  • 11. Verslag aan de Koning bij het koninklijk besluit van 18 december 2015.
  • 12. Dit is in overeenstemming met de basismethode voor de initiële waardering van uitgestelde belastingen op kapitaalsubsidies en gerealiseerde meerwaarden (artikel 76, § 1 KB W.Venn.), zoals voorgeschreven in randnummer 5 van CBN-advies 2013/14 – De boekhoudkundige verwerking van de uitgestelde belastingen bij gerealiseerde meerwaarden waarvoor de uitgestelde belastingregeling geldt en bij kapitaalsubsidies.
  • 13. Omdat ze geboekt zijn op de passiefrekening Herwaarderingsmeerwaarden.
  • 14. Toegepaste percentage is beslissing van de raad van bestuur.
  • 15. Toegepaste percentage is beslissing van de raad van bestuur.
  • 16. 50.000 x 0,6601.
  • 17. 50.000 x 0,3399 x 0,1.
  • 18. Overeenkomstig artikel 57, § 3, 1° KB W.Venn. mag een herwaarderingsmeerwaarde tot het beloop van de op de herwaarderingsmeerwaarde geboekte afschrijvingen worden overgeboekt naar een reserve.
  • 19. Twee leden van de Commissie hebben niet ingestemd met dit onderdeel. Zij zijn van mening dat een koninklijk besluit niet vermocht de rechten die de ondernemingen verkrijgen uit het Wetboek van vennootschappen of de gebruiken inzake de samenstelling van het kapitaal, in te perken. Indien de praktijk van opname in het kapitaal van herwaarderingsmeerwaarden die nog niet zijn afgeschreven, moest worden afgeschaft, dan had dit bij wet en niet louter bij koninklijk besluit moeten zijn gebeurd. Bovendien kan aan de nieuwe vereiste van een voorafgaande afschrijving onmogelijk worden voldaan voor wat betreft de geboekte herwaarderingsmeerwaarden op niet-afschrijfbare goederen, bijvoorbeeld een terrein. Een voorwaarde die onmogelijk kan worden vervuld is nietig (zie met name artikel 1172 van het Burgerlijk wetboek). Ten slotte zou het verbod in bepaalde omstandigheden eenvoudigweg kunnen worden omzeild door een onmiddellijke afschrijving van het gedeelte van de herwaarderingsmeerwaarde dat de algemene vergadering in kapitaal wenst op te nemen en dit vooral omdat deze afschrijving hoe dan ook fiscaal wordt geneutraliseerd. Dit zou echter tot gevolg hebben dat een niet-gerealiseerde herwaarderingsmeerwaarde kan worden aangewend om werkelijk geleden verliezen aan te zuiveren ook al zou dat niet gekund hebben zonder voorafgaandelijk een herwaarderingsmeerwaarde te boeken.
  • 20. Zie ook het Verslag aan de Koning bij het koninklijk besluit van 18 december 2015 tot omzetting van Richtlijn 2013/34/EU van 26 juni 2013 van het Europees Parlement en van de Raad betreffende de jaarlijkse financiële overzichten, geconsolideerde financiële overzichten en aanverwante verslagen van bepaalde ondernemingsvormen, tot wijziging van Richtlijn 2006/43/EG van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijnen 78/660/EEG en 83/349/EEG van de Raad.
  • 21. In de akte van kapitaalvermindering zal om fiscale redenen doorgaans vermeld worden op welke fiscale bestanddelen van het kapitaal deze kapitaalvermindering moet worden aangerekend.
  • 22. Artikel 24 van het KB W.Venn. bepaalt immers dat de jaarrekening een getrouw beeld moet geven van het vermogen, de financiële positie en het resultaat van de vennootschap. Wanneer de toepassing van de bepalingen van deze titel niet volstaat om te voldoen aan dit voorschrift moeten aanvullende inlichtingen worden verstrekt in de toelichting.