Een vennootschap wordt opgericht bij een rechtshandeling door één of meer personen, vennoten genaamd, die een inbreng doen. Zij heeft een vermogen en stelt zich de uitoefening van één of meer welbepaalde activiteiten tot voorwerp. Een van haar doelen is aan haar vennoten een rechtstreeks of onrechtstreeks vermogensvoordeel uit te keren of te bezorgen.
TITEL 1. Vennootschap, vereniging en stichting.
Artikel 1:1
Artikel 1:2
Een vereniging wordt opgericht bij een overeenkomst tussen twee of meer personen, leden genaamd. Zij streeft een belangeloos doel na in het kader van één of meer welbepaalde activiteiten die zij tot voorwerp heeft. Zij mag rechtstreeks noch onrechtstreeks enig vermogensvoordeel uitkeren of bezorgen aan de oprichters, de leden, de bestuurders of enig andere persoon behalve voor het in de statuten bepaald belangeloos doel. Elke verrichting in strijd met dit verbod is nietig.
Artikel 1:3
Een stichting is een rechtspersoon zonder leden, opgericht bij rechtshandeling door één of meer personen, stichters genoemd. Haar vermogen wordt bestemd om een belangeloos doel na te streven in het kader van één of meer welbepaalde activiteiten die zij tot voorwerp heeft. Zij mag rechtstreeks noch onrechtstreeks enig vermogensvoordeel uitkeren of bezorgen aan de stichters, de bestuurders of enig andere persoon, behalve voor het in de statuten bepaald belangeloos doel. Elke verrichting in strijd met dit verbod is nietig.
Artikel 1:4
Voor de doeleinden van de artikelen 1:2 en 1:3 wordt als onrechtstreekse uitkering van een vermogensvoordeel beschouwd elke verrichting waardoor de activa van een vereniging of stichting dalen of haar passiva stijgen en waarvoor zij hetzij geen tegenprestatie ontvangt, hetzij een tegenprestatie die kennelijk te laag is in verhouding tot de waarde van haar prestatie.
Het in de artikelen 1:2 en 1:3 bedoelde verbod belet niet dat de vereniging voor haar leden diensten om niet levert die binnen haar voorwerp en in het kader van haar doel vallen.
Artikel 1:5
§ 1. De maatschap is een vennootschap zonder rechtspersoonlijkheid.
§ 2. Dit wetboek erkent als vennootschappen met rechtspersoonlijkheid:
— de vennootschap onder firma, afgekort VOF;
— de commanditaire vennootschap, afgekort CommV;
— de besloten vennootschap, afgekort BV;
— de coöperatieve vennootschap, afgekort CV;
— de naamloze vennootschap, afgekort NV;
— de Europese vennootschap, afgekort SE;
— de Europese coöperatieve vennootschap, afgekort SCE.
§ 3. Dit wetboek erkent het Europees economisch samenwerkingsverband, afgekort EESV, als een rechtspersoon.
Artikel 1:6
§ 1. De feitelijke vereniging is een vereniging zonder rechtspersoonlijkheid beheerst door de overeenkomst tussen partijen.
§ 2. Dit wetboek erkent als verenigingen met rechtspersoonlijkheid:
— de vereniging zonder winstoogmerk, afgekort VZW;
— de internationale vereniging zonder winstoogmerk, afgekort
IVZW.
Artikel 1:7
Dit wetboek erkent als stichting met rechtspersoonlijkheid:
— de private stichting, afgekort PS;
— de stichting van openbaar nut, afgekort SON.