Artikel 3

Boekhoudplichtige ondernemingen die een onderneming zijn in de zin van artikel I.1, eerste lid, (a) of (c) van het Wetboek van economisch recht, de vennootschappen onder firma en de commanditaire vennootschappen die met hun bedrijf aanvangen, mogen tijdens het eerste boekjaar hun boekhouding voeren op de wijze bepaald bij artikel III.85, § 1, van het Wetboek van economisch recht, voor zover uit vooruitzichten te goeder trouw blijkt dat de omzet, exclusief de belasting over de toegevoegde waarde, die tijdens dit eerste boekjaar zal worden bereikt, het bedrag bepaald in artikel 1, dat in voorkomend geval werd berekend overeenkomstig artikel 2, niet zal overschrijden.