CBN-advies 172/1 - Opneming van de rekeningen van een buitenlands bijkantoor

  1. Inleiding
  2. Opneming van de verrichtingen van het bijkantoor in de boekhouding van de zetel
  3. Omrekening van de rekeningen van het bijkantoor in euro bij hun opneming in de boekhouding van de zetel
  4. Interne weglatingen
    1. Weglating van wederzijdse vorderingen en schulden 
    2. Weglating van de resultaten uit interne verrichtingen 
  5. Praktische voorbeelden
    1. VOORBEELD 1 : Dekking van de monetaire rekeningen
      1. De waarde van het £ bedraagt, aan het einde van de eerste periode, 1,1 €
        1. Balans bijkantoor in £ (periode x)
        2. Resultatenrekening bijkantoor in £ (periode x)
        3. Balans van de zetel voor de opneming in € (periode x)
        4. Balans van de zetel na opneming in € (periode x)
        5. Geïntegreerde resultatenrekening in € (x)
      2. De plaatselijke munt verliest aan waarde ten opzichte van de munt van de zetel; de waarde van het £ bedraagt, aan het einde van de periode (x+1), 1 €
        1. Invloed van de waardedaling van het £ op de geïntegreerde rekeningen in € tijdens x
        2. De stromen van het bijkantoor in £ voor de periode x+1 
        3. Balans van de zetel na opneming in € (periode x+1)
        4. Geïntegreerde resultatenrekening in € (periode x+1)
      3. De plaatselijke munt stijgt, in waarde ten opzichte van die van de zetel; de waarde van het £ bedraagt, aan het einde van de periode (x+1), 1,2 €
        1. Invloed van de waardestijging van het £ op de geïntegreerde rekeningen in € tijdens x 
        2. De stromen van het bijkantoor in £ voor de periode (x+1)    
        3. Balans van de zetel na opneming in € (periode x+1)
        4. Geïntegreerde resultatenrekening in € (periode x+1)
    2. VOORBEELD 2 : Geen dekking
      1. De waarde van het £ bedraagt, aan het einde van de eerste periode, 1,1 €
        1. Balans bijkantoor in £ (periode x)
        2.  Resultatenrekening bijkantoor in £ (periode x)  
        3.    Balans van de zetel voor de opneming in € (periode x) 
        4. Balans van de zetel na opneming in € (periode x)
        5. Geïntegreerde resultatenrekening in € (periode x)      
      2. De plaatselijke munt verliest aan waarde ten opzichte van de munt van de zetel; de waarde van het £ bedraagt, aan het einde van de periode (x+1), 1 €
        1. Invloed van de waardedaling van het £ op de geïntegreerde rekeningen in € tijdens x
        2. De stromen van het bijkantoor in £ voor de periode x+1
        3.  Balans van de zetel na opneming in € (periode x+1)
        4. Geïntegreerde resultatenrekening in € (periode x+1)
      3. De plaatselijke munt stijgt, in waarde ten opzichte van die van de zetel; de waarde van het £ bedraagt, aan het einde van de periode x+1, 1,2 €
        1. Invloed van de waardestijging van het £ op de geïntegreerde rekeningen in € tijdens x
        2. De stromen van het bijkantoor in £ voor de periode x+1
        3. Balans van de zetel na opneming in € (periode x+1) 
        4.  Geïntegreerde resultatenrekening in € (periode x+1) 
    3. VOORBEELD 3 : Volledige dekking
      1. De waarde van het £ bedraagt, aan het einde van de eerste periode, 1,1 €
        1. Balans bijkantoor in £ (periode x)
        2. Resultatenrekening bijkantoor in £ (periode x)
        3. Balans van de zetel voor de opneming in € (periode x)      
        4. Balans van de zetel na opneming in € (periode x)     
        5. Geïntegreerde resultatenrekening in € (periode x)      
      2. De plaatselijke munt verliest aan waarde ten opzichte van de munt van de zetel; de waarde van het £ bedraagt, aan het einde van de periode x+1, 1 €
        1. Invloed van de waardedaling van het £ op de geïntegreerde rekeningen in € tijdens x
        2. De stromen van het bijkantoor in £ voor de periode x+1
        3. Balans van de zetel na opneming in € (periode x+1)
        4. Geïntegreerde resultatenrekening in € (periode x+1)
      3. De plaatselijke munt stijgt, in waarde ten opzichte van die van de zetel; de waarde van het £ bedraagt, aan het einde van de periode x+1, 1,2 €
        1. Invloed van de waardestijging van het £ op de geïntegreerde rekeningen in € tijdens periode x
        2. De stromen van het bijkantoor in € voor de periode x+1
        3.  Balans van de zetel na opneming in € (periode x+1) 
        4.         Geïntegreerde resultatenrekening in € (periode x+1)
  6. Conclusie

Inleiding

Op burgerrechtelijk en handelsrechtelijk vlak maakt een bijkantoor van een onderneming daarvan integraal deel uit. De verrichtingen, tegoeden, schulden, verbintenissen, opbrengsten en kosten van het bijkantoor zijn dus verrichtingen, tegoeden, schulden, verbintenissen, opbrengsten en kosten van de onderneming zelf.

Bijgevolg bestaan er geen echte wederzijdse vorderingen en schulden, noch opbrengsten of kosten die voortvloeien uit interne verrichtingen tussen de zetel en de bijkantoren of tussen de bijkantoren onderling van eenzelfde onderneming. 

In het kader van een verantwoord beheer worden, in de praktijk, de bijkantoren boekhoudkundig echter vaak als een afzonderlijke persoon beschouwd. Daardoor kunnen, in de interne boekhouding van de onderneming, alle elementen worden geïdentificeerd die op een welbepaald bijkantoor betrekking hebben. De bedoeling is aldus de resultaten en de beheersverantwoordelijkheden van het bijkantoor beter te kunnen identificeren. 

Vaak wordt in dergelijke gevallen een "relatierekening" geopend in de boekhouding van zowel het bijkantoor als van de zetel. In de boekhouding van het bijkantoor functioneert die relatierekening over het algemeen als een rekening-courant. Daaruit blijkt welke middelen de zetel ter beschikking stelt van het bijkantoor, hetzij voor de duurzame financiering van de infrastructuur, hetzij voor de courante kasbehoeften. Het is trouwens best mogelijk dat de relatierekening in de boekhouding van het bijkantoor een debetsaldo vertoont. Bij de zetel wordt die relatierekening gebruikt voor de mutaties die pas een definitieve bestemming krijgen bij de eerstvolgende opneming van de verrichtingen van het bijkantoor. De relatierekening fungeert dus als wachtrekening.

De relatierekening is niet te verwarren met de verbindingsrekening die, sedert het koninklijk besluit van 18 december 2015 tot omzetting van de Richtlijn 2013/34/EU1, de titel van de rubriek "Geplaatst kapitaal" vervangt met betrekking tot de interne jaarrekening van de Belgische bijkantoren van vennootschappen naar buitenlands recht. De verbindingsrekening omvat "de eigen middelen die door de vennootschap naar buitenland recht aan de bedrijfsuitoefening van hun bijkantoren in België, [...] worden besteed"2.

Op het vlak van de boekhouding en de jaarrekening stelt zich geen enkel principieel probleem3 wanneer zetel en bijkantoor van eenzelfde onderneming in hetzelfde land zijn gevestigd.

De situatie is anders wanneer het bijkantoor in een ander land is gevestigd dan de zetel. Zeer vaak moet het bijkantoor, overeenkomstig de wetgeving van de Staat van vestiging, dan niet alleen een afzonderlijke boekhouding voeren over zijn werkzaamheden aldaar, maar bovendien moet die boekhouding worden gevoerd volgens de in dat land geldende regels en in de munt van dat land. De opneming van de rekeningen van dat buitenlands bijkantoor in de boekhouding en in de boekhoudkundige synthesestaten van de betrokken onderneming kan dan ook soms voor problemen zorgen bij de herwerking en de omrekening. 

Een herwerking is meestal noodzakelijk omdat het bijkantoor de in de Staat van vestiging geldende verwerkingsregels, benamingen van rekeningen en waarderingsregels gebruikt, die echter afwijken van de regels en de beginselen in de Staat van de zetel. Deze specifieke problemen komen in dit advies niet aan bod. 

Een herwerking kan voorts ook nog noodzakelijk zijn voor het wegwerken van de wederzijdse boekhoudkundige relaties alsook van de resultaten uit verrichtingen tussen zetel en bijkantoor. Dit aspect komt hieronder aan bod in punt IV.

Opneming van de verrichtingen van het bijkantoor in de boekhouding van de zetel

In verband met de opneming van de verrichtingen van de buitenlandse bijkantoren in de boekhouding van de zetel, zegt artikel 4 van het koninklijk besluit van 12 september 1983 tot uitvoering van de wet van 17 juli 1975 op de boekhouding van de ondernemingen, het volgende: 

"Verrichtingen van een in het buitenland gevestigd bijkantoor (...) van een onderneming naar Belgisch recht die aldaar in een afzonderlijk stelsel van boeken en rekeningen worden ingeschreven, hoeven niet te worden opgenomen in de recapitulatieboeking bedoeld in artikel [III.84 van het Wetboek van economisch recht], wanneer de boekhouding van dit bijkantoor (...) gevoerd wordt overeenkomstig de in dat vreemd land geldende regels of gebruiken, in voorkomend geval aangepast met het oog op de toepassing van het bepaalde in het tweede lid. 

De saldi van de rekeningen van dit bijkantoor (...) worden ten minste halfjaarlijks in de centrale boekhouding van de onderneming opgenomen". 

Met die tekst erkent het Belgische boekhoudrecht het specifieke karakter van buitenlandse bijkantoren en verleent hen een zekere boekhoudkundige autonomie met betrekking tot de materiële regels voor het voeren van een boekhouding. 

De tekst bepaalt dat de betrokken rekeningen ten minste halfjaarlijks in de centrale boekhouding moeten worden opgenomen, in aansluiting op de halfjaarlijkse staat die door de kapitaalvennootschappen aan de commissarissen moet worden bezorgd. Het betreft echter een minimumregel. Om de verrichtingen van dichterbij te kunnen volgen en financieringsgebonden aspecten preciezer te kunnen identificeren, moeten de rekeningen van het bijkantoor uiteraard vaker in de centrale boekhouding worden opgenomen. 

De voornoemde tekst van het besluit vermeldt dat de saldi van de rekeningen van het bijkantoor in de centrale boekhouding worden opgenomen. Die verwoording is niet echt gelukkig gekozen, rekening houdend met het feit dat in de boekhouding alle verrichtingen en mutaties en niet alleen de saldi moeten worden opgenomen. Bijgevolg wordt voorgesteld ervan uit te gaan dat dit voorschrift geldt voor alle verrichtingen en mutaties die tijdens de periode uitgaan van het bijkantoor. 

Omrekening van de rekeningen van het bijkantoor in euro bij hun opneming in de boekhouding van de zetel

Zoals gezegd, wordt de boekhouding van het buitenlands bijkantoor normaliter gevoerd in de munt van de Staat van vestiging en de niet-monetaire activa (en passiva) worden dus in die munt uitgedrukt. Hetzelfde geldt voor de monetaire activa en passiva (met inbegrip van de relatie- en verbindingsrekeningen), zelfs indien die in een andere munt luiden, alsook voor de opbrengsten en kosten. 

Wanneer die rekeningen echter worden opgenomen in de boekhouding van de centrale zetel van de onderneming naar Belgisch recht, moeten zij worden omgerekend in haar munt, dus in euro. 

Nu bevat het KB W.Venn. geen regels voor de omrekening van de rekeningen van de buitenlandse bijkantoren in de jaarrekening van de centrale zetel, net zomin trouwens als voor de omrekening van verrichtingen, tegoeden en verbintenissen in deviezen in de jaarrekening. 

Daarom heeft de Commissie beslist om, in aansluiting op het CBN-advies 152/1 over de omrekening van verrichtingen, tegoeden en verbintenissen in deviezen4, een advies te wijden aan de omrekening van de rekeningen van buitenlandse bijkantoren, in de statutaire jaarrekening van Belgische ondernemingen. 

In de internationale doctrine genieten de monetaire/niet-monetaire methode, enerzijds, en de methode van de slotkoers/netto-investeringen, anderzijds, de grootste voorkeur voor de opneming van buitenlandse financiële staten. 

Artikel 42 van het koninklijk besluit van 6 maart 1990 op de geconsolideerde jaarrekening van de ondernemingen5, staat het gebruik van beide methodes toe voor de consolidatie. Het verslag aan de Koning dat dit koninklijk besluit voorafgaat, onderstreept dat de eerste methode in het bijzonder geschikt is voor de dochterondernemingen waarvan de bedrijfsuitoefening integraal deel uitmaakt van het bedrijf van de moederonderneming, terwijl de tweede meer geschikt is wanneer de dochterondernemingen een "bepaalde autonomie" vertonen. 

In verband met de opneming van verrichtingen van buitenlandse bijkantoren in de statutaire jaarrekening, blijkt uit een studie van het Europees boekhoudforum6 dat enkele Lid-Staten van de Europese Unie uitgaan van hetzelfde onderscheid tussen geïntegreerde en niet-geïntegreerde bijkantoren, met dezelfde implicaties wat de boekhoudkundige verwerking betreft, maar dat in vele Lid-Staten de monetaire/niet-monetaire methode de enige is die wordt aanvaard of toegepast in de statutaire jaarrekening. 

Het beginsel en de boekhoudkundige implicaties van beide methodes komen respectievelijk in § 1 en in § 2 van artikel 132 KB W.Venn. aan bod. 

Hierna volgt een bondig overzicht van die methodes : 

  1. volgens de monetaire/niet-monetaire methode worden de door het bijkantoor uitgevoerde verrichtingen en de daaraan verbonden monetaire risico's verwerkt alsof het verrichtingen betrof die rechtstreeks door de zetel werden uitgevoerd. 
    De niet-monetaire posten (en de daarmee samenhangende afschrijvingen en waardeverminderingen) worden geboekt tegen hun aanschaffingswaarde, omgerekend tegen de geldende omrekeningskoers op de aanschaffingsdatum. 
    De monetaire posten worden tegen slotkoers omgerekend, behalve wanneer het wisselrisico specifiek is gedekt; in dat geval worden ze omgerekend tegen de koers van de dekkingsverrichting. 
    De resultaten worden omgerekend hetzij tegen de geldende omrekeningskoers op de datum waarop ze zijn vastgesteld, hetzij tegen de gemiddelde koers voor de periode of de gemiddelde koers voor het boekjaar. 
    Wat de boekhoudkundige verwerking van omrekeningsverschillen betreft, bepaalt het artikel 132, § 2 KB W.Venn. dat zij, in de geconsolideerde jaarrekening, in beginsel in de resultatenrekening worden geboekt, maar dat zij ook mogen worden geboekt volgens de door de consoliderende onderneming gehanteerde methoden voor de boeking van omrekeningsverschillen in haar jaarrekening. 
    In verband daarmee wordt erop gewezen dat de Commissie in haar CBN-advies 152/1 niet uitsluit dat een onderneming alle - zowel positieve als negatieve - omrekeningsverschillen in resultaat neemt, maar dat zij er niettemin de voorkeur aan geeft dat zij, krachtens het voorzichtigheidsbeginsel, in resultaat worden genomen indien ze een potentieel verlies inhouden, en worden overgedragen indien zij een potentiële winst inhouden, in zoveel afzonderlijke rekeningen als er munten zijn. 
    Er wordt echter op gewezen dat de Commissie in hetzelfde advies heeft gesteld dat het voor een goed beheer aangewezen kon zijn de niet-monetaire activa (vaste activa, deelnemingen of voorraden) te dekken door passende leningen in vreemde munten, wanneer die activa - omwille van de omgeving waarin die ondernemingen actief zijn - normaliter een cash flow doen ontstaan in die vreemde munt en niet in euro. De onderneming is bijgevolg, in economisch opzicht, gedekt tegen monetaire schommelingen. 
    Bij deze benadering worden die activa beschouwd en verwerkt als monetaire activa en worden de monetaire schommelingen van die activa gecompenseerd door de monetaire schommelingen van de daarmee verbonden financieringsmiddelen. 
    De volledige of gedeeltelijke terugbetaling van de lening legt de omrekeningskoers vast op dat gedeelte van de niet-monetaire activa dat niet langer gedekt is. Dit advies met betrekking tot de verrichtingen van de onderneming als dusdanig geldt ook voor de verrichtingen van de bijkantoren. 
  2. Volgens de methode van de slotkoers/netto-investeringen worden alle - zowel monetaire als niet-monetaire actief- en passief bestanddelen tegen de slotkoers omgerekend. Bijgevolg ontstaat er geen enkel omrekeningsverschil op de actief- en passief-bestanddelen, behalve met betrekking tot het eigen vermogen van de buitenlandse instelling. De omrekeningsverschillen die voortvloeien uit de omrekening van de netto-positie van de buitenlandse onderneming bij de aanvang van de boekhoudperiode, tegen een andere koers dan de eerder gehanteerde koers, worden beschouwd als een wijziging in de netto-investering en worden als omrekeningsverschil toegerekend aan het eigen vermogen van de consoliderende onderneming. De omrekeningsverschillen die voortvloeien uit de toepassing van de slotkoers voor de geconsolideerde balans, en van een andere koers voor de omrekening van de resultaten van de buitenlandse onderneming, worden eveneens toegerekend aan het eigen vermogen van de consoliderende onderneming. 

In verband met de opneming van de rekeningen van de buitenlandse bijkantoren in de statutaire jaarrekening van de ondernemingen naar Belgisch recht, moet volgens de Commissie de voorkeur gaan naar de monetaire/niet-monetaire methode. Uit de informatie die de Commissie ter zake heeft verzameld - zonder die evenwel aan een exhaustief onderzoek te hebben onderworpen - blijkt in de eerste plaats dat die methode de enige is die in de praktijk in die context wordt gebruikt door ondernemingen naar Belgisch recht, meer bepaald door ondernemingen die in het buitenland belangrijke bijkantoren hebben, met een vrij grote beheersautonomie. Bovendien sluit die methode het best aan bij de in CBN-advies 152/1 van de Commissie aanbevolen verwerking van de verrichtingen en tegoeden, schulden en verbintenissen in deviezen, in de statutaire jaarrekening van een Belgische onderneming. 

Aangezien bepaalde omrekeningsverschillen ten slotte, volgens de logica van de methode van de slotkoers/ netto-investeringen, rechtstreeks aan het eigen vermogen moeten worden toegerekend, rijst de vraag in hoever die methode verenigbaar is met de bepalingen over de statutaire jaarrekening van het KB W.Venn. en van de Richtlijn 2013/34/EU7. Geen van deze bepalingen bevat immers een eigen-vermogenspost waarin dergelijke omrekeningsverschillen kunnen worden geboekt. De post "Omrekeningsverschillen" vormt geen reserve en stemt niet overeen met de manier waarop ze worden gevormd. In die context dient te worden onderstreept dat, in de geïntegreerde rekeningen van de zetel, bij de berekening van de tegoeden en verbintenissen in deviezen en van de omrekeningsverschillen alsook bij hun boekhoudkundige verwerking, rekening moet worden gehouden met de totale, geïntegreerde positie van de betrokken onderneming. Zo zal, bij voorbeeld, een haussepositie op een vreemde munt op het niveau van het bijkantoor moeten worden gecompenseerd door een baissepositie op dezelfde vreemde munt op het niveau van de zetel, of zal die positie moeten worden geneutraliseerd voor zover op het niveau van de zetel een dekkingsverrichting werd gesloten. 

Interne weglatingen

Om een getrouw beeld te geven van het bedrijf van het economisch complex dat de zetel met zijn bijkantoren vormt, mag bij de opneming van de stromen uit de verrichtingen van die bijkantoren, enkel rekening worden gehouden met de actiefbestanddelen op en de passiefbestanddelen ten aanzien van derden, alsook met de resultaten uit de verrichtingen met die derden. 

Weglating van wederzijdse vorderingen en schulden 

De vorderingen en de schulden tussen de zetel (relatierekening met betrekking tot de te boeken verrichtingen) en zijn bijkantoren en tussen de bijkantoren onderling, moeten worden weggelaten. 

Weglating van de resultaten uit interne verrichtingen 

Uit de resultatenrekening worden weggelaten : 

  1. de wederzijdse opbrengsten en kosten met betrekking tot interne verrichtingen tussen zetel en bijkantoren of tussen bijkantoren van eenzelfde onderneming; 
  2. de winsten en verliezen die zijn begrepen in de waarde van een actief in de balans van de zetel of het bijkantoor dat is verworven van een ander bijkantoor van de onderneming.

Praktische voorbeelden

Ter illustratie van de opneming van de verrichtingen van het bijkantoor in de rekeningen van de zetel met toepassing van de monetaire/niet-monetaire methode, komen hierna verschillende voorbeelden aan bod die rekening houden met de financieringswijze en -munt van het bijkantoor alsook met de waardestijging of -daling van de plaatselijke munt ten opzichte van de munt van de zetel.

De drie voorbeelden hierna uitgewerkt betreffen een vennootschap die haar zetel heeft in België en een bijkantoor heeft in Londen, waar de pond sterling als functionele munt wordt gebruikt (£).

Voorbeeld 1 wordt gekenmerkt door een dekking van de monetaire rekeningen, voorbeeld 2 door het gebrek aan deze dekking en voorbeeld 3 door een volledige dekking.

In elk voorbeeld worden er drie mogelijkheden overwogen: (i) de koers van de lokale munt varieert niet in verhouding tot die van de zetel, (ii) de lokale munt verliest aan waarde in verhouding tot die van de zetel en (iii) de lokale munt stijgt in waarde in verhouding tot die van de zetel.

Opmerkingen

Om de voorbeelden eenvoudig te houden, gaan we ervan uit dat:

  • de zetel geen eigen bedrijf heeft;
  • het bijkantoor geen resultaat verwezenlijkt;
  • de zetel de goederen «at cost» verkoopt aan het bijkantoor (de voorraden van het bijkantoor moeten dus niet worden aangepast bij de opneming van het bijkantoor in de rekeningen van de zetel);
  • geen financiële kosten werden geregistreerd.

VOORBEELD 1 : Dekking van de monetaire rekeningen

De niet-monetaire activa van het bijkantoor worden gefinancierd in de munt van de zetel (in dit geval door bestemming, via de verbindingsrekening van een gedeelte van het eigen vermogen van de onderneming naar Belgisch recht). De monetaire activa van het bijkantoor worden gefinancierd in de werkingsmunt van het bijkantoor (het Britse pond) of zijn in die munt gedekt. De onderneming naar Belgisch recht bevindt zich bijgevolg niet in een «deviezenpositie».

De waarde van het £ bedraagt, aan het einde van de eerste periode, 1,1 €

De op te nemen boekhoudkundige stromen zijn de volgende:

Balans bijkantoor in £ (periode x)
Activa Passiva
Vaste activa  6.000.000 Verbindingsrekening   6.950.000
Afschrijvingen (50.000) Financiële schulden8 2.000.000
Voorraden 1.000.000 Handelsschulden 1.000.000
Handelsvorderingen 3.550.000 Andere schulden  550.000
  10.500.000   10.500.000
Resultatenrekening bijkantoor in £ (periode x)
Omzet  10.000.000
Aankoop handelsgoederen  (7.500.000)
Voorraadwijzigingen 1.000.000
Diensten & diverse goederen (1.500.000)
Bezoldigingen & sociale lasten  (1.950.000)
Afschrijvingen  (50.000)
  0
Balans van de zetel voor de opneming in € (periode x)
Activa Passiva
Verbindingsrekening9 7.645.000 Kapitaal  7.720.000
Bank  75.000    
   7.720.000     7.720.000
Balans van de zetel na opneming in € (periode x)
Activa Passiva
Vaste activa10  6.600.000  Kapitaal 7.720.000
Afschrijvingen11  (55.000)  Resultaten -
Voorraden12  1.100.000 Financiële schulden13 2.200.000
Handelsvorderingen14 3.905.000 Handelsschulden15 1.100.000
Bank 75.000 Andere schulden16 605.000
   11.625.000     11.625.000 
Geïntegreerde resultatenrekening in € (x)
  £     €
Omzet   10.000.000  11.000.000
Aankoop handelsgoederen    (7.500.000) (8.250.000)
Voorraadwijzigingen 1.000.000 1.100.000
Diensten & diverse goederen  (1.500.000)  (1.650.000)
Bezoldigingen & sociale lasten (1.950.000)   (2.145.000)
Afschrijvingen  (50.000) (55.000)
  0 0

De plaatselijke munt verliest aan waarde ten opzichte van de munt van de zetel; de waarde van het £ bedraagt, aan het einde van de periode (x+1), 1 €

Invloed van de waardedaling van het £ op de geïntegreerde rekeningen in € tijdens x
  Debet Credit
Omrekeningsverschillen op handelsvordering17 355.000  
Handelsschulden  100.000  
Financiële schulden 200.000  
Andere schulden   55.000   
Omrekeningsverschillen op handelsschulden18   100.000
Omrekeningsverschillen, op financiële schulden19   200.000
Omrekeningsverschillen op andere schulden20    55.000
Handelsvorderingen    355.000
  710.000  710.000

Opmerking

De waardedaling van het £ resulteert niet in een omrekeningsverschil voor zover de financiële schulden in £ monetaire activa in dezelfde munt perfect dekken. De negatieve en positieve omrekeningsverschillen compenseren elkaar.

De stromen van het bijkantoor in £ voor de periode x+1 
  Debet Credit
Handelsschulden  500.000  
Handelsvorderingen  150.000  
Verbindingsrekening 550.000  
Voorraden   500.000
Afschrijvingen   50.000
Andere schulden    150.000
Financiële schulden   500.000
Omzet   10.000.000
Voorraadwijzigingen  500.000  
Aankoop handelsgoederen   6.000.000  
Diensten & diverse goederen 1.500.000  
Bezoldigingen & sociale lasten  1.950.000  
Toevoegingen aan afschrijvingen 50.000  
  11.200.000 11.200.000
Balans van de zetel na opneming in € (periode x+1)
Activa Passiva
Vast activa21  6.600.000 Kapitaal    7.720.000
Afschrijvingen22 (110.000) Overgedragen resultaat (55.000)
Voorraden23  550.000 Financiële schulden24 2.750.000
Handelsvorderingen25 4.070.000 Handelsschulden26 550.000
Bank  625.000 Andere schulden27   770.000
  11.735.000   11.735.000

Opmerking

Het resultaat van de zetel wordt echter beïnvloed door de toepassing van de historische koers op de afschrijvingen en op de onttrekkingen aan de voorraden.

Geïntegreerde resultatenrekening in € (periode x+1)
    £
Omzet 10.000.000  10.000.000 
Aankoop handelsgoederen (6.000.000) (6.000.000)
Voorraadwijzigingen (500.000) (500.000)
Diensten & diverse goederen (1.500.000) (1.500.000)
Bezoldigingen & sociale lasten  (1.950.000) (1.950.000)
Toevoegingen aan afschrijvingen (50.000) (55.000)
  0 (55.000)

Opmerkingen

Terwijl het resultaat van het bijkantoor nul bedraagt, kan het verlies van de schade op het niveau van de zetel als volgt worden uitgesplitst:

Afschrijvingen op basis van de historische koersen van de vaste activa28 (5.000)
Onttrekkingen aan de voorraden gewaardeerd met behulp van de LIFO-methode aan de hand van de historische koersen29 (50.000) 
  (55.000)

De toepassing van het FIFO-systeem voor de waardering van de voorraden zou een bijkomend verlies van 50.000 € hebben opgeleverd. De hele voorraad zou dan gewaardeerd worden tegen 1 €/£. Met het LIFO-systeem blijft de voorraad van 500.000 £ gewaardeerd tegen een historische koers (1,1 €/£) voor zover die prijs in euro de marktwaarde niet overstijgt.

De gevolgen van de waardedaling van het £ op de rekeningen van de zetel worden in resultaat genomen:

  • onmiddellijk, wat de monetaire rekeningen betreft (tenlasteneming van de potentiële verliezen);
  • over de afschrijvingsperiode van de vaste activa en dit via de rekening «toevoegingen aan de afschrijvingen»:
  • in functie van de waarderingsmethode voor de voorraadafnamen (LIFO, FIFO, gewogen gemiddelde) via de rekening voorraadwijzigingen.

De plaatselijke munt stijgt, in waarde ten opzichte van die van de zetel; de waarde van het £ bedraagt, aan het einde van de periode (x+1), 1,2 €

Invloed van de waardestijging van het £ op de geïntegreerde rekeningen in € tijdens x 
  Debet Credit
Omrekeningsverschillen op handelsvorderingen30   355.000
Handelsschulden   100.000
Financiële schulden   200.000
Andere schulden   55.000
Omrekeningsverschillen op handelsschulden31 100.000  
Omrekeningsverschillen op financiële schulden32 200.000  
Omrekeningsverschillen op andere schulden33 55.000  
Handelsvorderingen 355.000  
  710.000 710.000

Opmerkingen

De waardestijging van het £ resulteert niet in een omrekeningsverschil voor zover de financiële schulden in £, monetaire activa in dezelfde munt perfect dekken. De negatieve en positieve omrekeningsverschillen compenseren elkaar.

De stromen van het bijkantoor in £ voor de periode (x+1)    
  Debet Credit
Handelsschulden  500.000  
Handelsvorderingen  150.000  
Verbindingsrekening 550.000  
Voorraden   500.000
Afschrijvingen   50.000
Andere schulden    150.000
Financiële schulden   500.000
Omzet   10.000.000
Voorraadwijzigingen  500.000  
Aankoop handelsgoederen   6.000.000  
Diensten & diverse goederen 1.500.000  
Bezoldigingen & sociale lasten  1.950.000  
Toevoegingen aan afschrijvingen 50.000  
  11.200.000 11.200.000
Balans van de zetel na opneming in € (periode x+1)
Activa Passiva
Vaste activa34  6.600.000  Kapitaal  7.720.000
Afschrijving 35 (110.000)  Overgedragen resultaat 55.000
Voorraden36 550.000 Financiële schulden37  3.000.000
Handelsvorderingen38  4.440.000 Handelsschulden39 600.000
Bank 4.731.000 Andere schulden40  840.000
  12.215.000    12.215.000

Opmerking

Het resultaat van de zetel wordt echter beïnvloed door de toepassing van de historische koersen op de afschrijvingen en op de onttrekkingen aan de voorraden.

Geïntegreerde resultatenrekening in € (periode x+1)
    £
Omzet 10.000.000  12.000.000
Aankoop handelsgoederen (6.000.000) (7.200.000)
Voorraadwijzigingen (500.000) (550.000)
Diensten & diverse goederen (1.500.000)  (1.800.000)
Bezoldigingen & sociale lasten  (1.950.000) (2.340.000)
Toevoegingen aan afschrijvingen (50.000) (55.000)
  0 55.000

Opmerkingen

Terwijl het resultaat van het bijkantoor nul bedraagt, kan de winst van de periode op het niveau van de zetel als volgt worden uitgesplitst:

Afschrijvingen, op basis van de historische koersen, van de vaste activa 41 5.000
Onttrekkingen aan de voorraden waarvan de waarde wordt bepaald met behulp van de LIFO-methode en die worden gewaardeerd aan de hand van de historische koersen42  50.000
   55.000

De toepassing van een FIFO-systeem voor de valorisatie van de voorraden zou een bijkomende winst hebben opgeleverd van 50.000 €. De hele voorraad zou dan gewaardeerd worden tegen 1,2 €/£. Met het LIFO-systeem blijft de voorraad gewaardeerd tegen een historische koers (1,1 €/£).
De gevolgen van de waardestijging van het £ op de rekeningen van de zetel worden in resultaat genomen:

  • bij de realisatie van de monetaire schulden en de vorderingen, wanneer de omrekeningsverschillen op een wachtrekening werden geboekt:
  • over de afschrijvingsperiode van de vaste activa en dit via de rekening Toevoegingen aan de afschrijvingen;
  • in functie van de waarderingsmethode voor de voorraden (LIFO, FIFO. gewogen gemiddelde prijs) via de rekeningen Voorraadwijzigingen.

VOORBEELD 2 : Geen dekking

De niet-monetaire activa van het bijkantoor en een deel van zijn monetaire activa worden gefinancierd in de munt van de zetel (in dit geval door bestemming, via de verbindingsrekening, van een gedeelte van het eigen vermogen van de onderneming naar Belgisch recht of van leningen die door de onderneming zijn aangegaan in Belgische frank).
De monetaire activa worden slechts gedeeltelijk gefinancierd door schulden die zijn uitgedrukt in de werkingsmunt van het bijkantoor. De onderneming naar Belgisch recht heeft bijgevolg een «haussepositie» op de werkingsmunt van het bijkantoor.

De waarde van het £ bedraagt, aan het einde van de eerste periode, 1,1 €

De op te nemen boekhoudkundige stromen zijn de volgende:

Balans bijkantoor in £ (periode x)
Activa Passiva
Vaste activa   6.000.000 Verbindingsrekening  8.950.000
Afschrijvingen (50.000) Overgedragen resultaten -
Voorraden 1.000.000 Handelsschulden 10.000.000
Handelsvorderingen  3.550.000 Andere schulden 550.000
  10.500.000   10.500.000
 Resultatenrekening bijkantoor in £ (periode x)  
Omzet  10.000.000
Aankoop handelsgoederen  (7.500.000)
Voorraadwijzigingen 1.000.000
Diensten & diverse goederen (1.500.000)
Bezoldigingen & sociale lasten  (1.950.000)
Afschrijvingen  (50.000)
  0
   Balans van de zetel voor de opneming in € (periode x) 
Activa Passiva
Verbindingsrekening43  9.845.000 Kapitaal   7.720.000
    Financiële schulden 2.125.000
   9.845.000   9.845.000
Balans van de zetel na opneming in € (periode x)
Activa Passiva
Vaste activa44   6.600.000  Kapitaal   7.720.000
Afschrijvingen45   (55.000)  Financiële schulden 2.125.000
Voorraden46 1.100.000 Handelsschulden47  1.100.000
Handelsvorderingen48   3.905.000 Andere schulden49 605.000
 

11.550.000

  11.550.000
Geïntegreerde resultatenrekening in € (periode x)      
    £
Omzet 10.000.000  11.000.000
Aankoop handelsgoederen (7.500.000) (8.250.000)
Voorraadwijzigingen 1.000.000 1.100.000
Diensten & diverse goederen (1.500.000)  (1.650.000)
Bezoldigingen & sociale lasten  (1.950.000) (2.145.000)
Afschrijvingen (50.000) (55.000)
  0 0

De plaatselijke munt verliest aan waarde ten opzichte van de munt van de zetel; de waarde van het £ bedraagt, aan het einde van de periode (x+1), 1 €

Invloed van de waardedaling van het £ op de geïntegreerde rekeningen in € tijdens x
  Debet Credit
Omrekeningsverschillen op handels- vorderingen50 355.000  
Handelsschulden 100.000  
Andere schulden     55.000  
Omrekeningsverschillen op handelsschulden51   100.000
Omrekeningsverschillen op andere schulden52   55.000
Handelsvorderingen      355.000
  510.000  510.000 

Voor zover de monetaire rekeningen rekeningen van het bijkantoor niet zijn gedekt, neemt de zetel de omrekeningsverschillen ten laste die voortvloeien uit de waardedaling van het £, met andere woorden 355.000 € negatieve omrekeningsverschillen op de handelsvorderingen en 155.000 € positieve omrekeningsverschillen op de handelsschulden en de andere schulden. 

De stromen van het bijkantoor in £ voor de periode x+1
  Debet Credit
Handelsschulden  500.000  
Handelsvorderingen  150.000  
Verbindingsrekening 50.000   
Voorraden   500.000
Afschrijvingen   50.000
Andere schulden    150.000
Omzet   10.000.000
Voorraadwijzigingen  500.000  
Aankoop handelsgoederen   6.000.000  
Diensten & diverse goederen 1.500.000  
Bezoldigingen & sociale lasten  1.950.000  
Toevoegingen aan afschrijvingen 50.000  
  10.700.000 10.700.000
 Balans van de zetel na opneming in € (periode x+1)
Activa Passiva
Vaste activa53   6.600.000  Kapitaal  7.720.000
Afschrijvingen54 (110.000) Overgedragen resultaat (255.000)
Voorraden55  550.000 Financiële schulden 2.075.000
Handelsvorderingen56 3.700.000 Handelsschulden57 500.000
    Andere schulden58  700.000
  10.740.000   10.740.000

Opmerking

Het resultaat van de zetel wordt echter beïnvloed door de toepassing van de historische koersen op de afschrijvingen en op de onttrekkingen aan de voorraden.

Geïntegreerde resultatenrekening in € (periode x+1)
    £
Omzet 10.000.000 10.000.000
Aankoop handelsgoederen (6.000.000) (6.000.000)
Voorraadwijzigingen (500.000) (550.000)
Diensten & diverse goederen (1.500.000) (1.500.000)
Bezoldigingen & sociale lasten  (1.950.000) (1.950.000)
Toevoegingen aan afschrijvingen (50.000) (55.000)
Omrekeningsverschillen   (200.000)
  0 (255.000)

Opmerkingen

Terwijl het resultaat van het bijkantoor nul bedraagt, kan het verlies van de periode op het niveau van de zetel als volgt worden uitgesplitst:

* Afschrijvingen op basis van de historische koersen, van de vaste activa59 (5.000)
* Onttrekkingen aan de voorraden gewaardeerd met behulp van de LIFO-methode aan de hand van de historische koersen60 (50.0000)
* Omrekeningsverschillen op de monetaire rekeningen  (200.000)
  (255.000)

De toepassing van het FIFO-systeem voor de waardering van de voorraden zou een bijkomend verlies van 50.000 € hebben opgeleverd. De hele voorraad zou dan gewaardeerd worden tegen 1 €/£. Met het LIFO-systeem blijft de voorraad van 500.000 £ gewaardeerd tegen een historische koers (1,1 €) voor zover die prijs in euro de marktwaarde niet overstijgt.


De gevolgen van de waardedaling van het £ op de rekeningen van de zetel worden in resultaat genomen:

  • onmiddellijk, wat de monetaire rekeningen betreft (tenlasteneming van de potentiële verliezen);
  • over de afschrijvingsperiode van de vaste activa en dit via de rekening Toevoegingen aan de afschrijvingen;
  • in functie van de waarderingsmethode voor de voorraadafnamen (LIFO, FIFO, gewogen gemiddelde) via de rekening Voorraadwijzigingen.

De plaatselijke munt stijgt, in waarde ten opzichte van die van de zetel; de waarde van het £ bedraagt, aan het einde van de periode x+1, 1,2 €

Invloed van de waardestijging van het £ op de geïntegreerde rekeningen in € tijdens x
  Debet Credit
Omrekeningsverschil. op handelsvordering beperkt61    155.000
Handelsschulden   100.000
Andere schulden   55.000
Handelsvorderingen 355.000  
Omrekeningsverschillen op handelsschulden62  100.000  
Omrekeningsverschillen op andere schulden63 55.000  
Overlopende rekeningen    200.000
  510.000 510.000

Opmerking

Voor zover de zetel een positie in £ heeft behouden en aangezien de monetaire rekeningen van het bijkantoor geenszins zijn gedekt, doet de zetel zijn voordeel met de waardestijging van het £.
De verrekening van de positieve en negatieve omrekeningsverschillen levert een batig saldo op van 200.000 € dat in de overlopende rekening wordt geboekt.

De stromen van het bijkantoor in £ voor de periode x+1
  Debet Credit
Handelsschulden  500.000  
Handelsvorderingen  150.000  
Verbindingsrekening  50.000  
Voorraden   500.000
Afschrijvingen    50.000
Andere schulden   150.000
Omzet   10.000.000
Voorraadwijzigingen  500.000  
Aankoop handelsgoederen  6.000.000  
Diensten & diverse goederen 1.500.000  
Bezoldigingen & sociale lasten 1.950.000  
Toevoegingen aan afschrijvingen  50.000  
  10.700.000 10.700.000
Balans van de zetel na opneming in € (periode x+1) 
Activa Passiva
Vaste activa64  6.600.000 Kapitaal 7.720.000
Afschrijving 65 (110.000)  Overgedragen resultaat  55.000
Voorraden66 550.000 Financiële schulden 2.065.000
Handelsvorderingen67 4.440.000

Handelsschulden68

600.000
    Andere schulden69 840.000
    Overlopende rekeningen 200.000
  11.480.000    11.480.000

Opmerking

Het resultaat van de zetel wordt echter beïnvloed door de toepassing van de historische koersen op de afschrijvingen en op de onttrekkingen aan de voorraden

 Geïntegreerde resultatenrekening in € (periode x+1) 
    £
Omzet 10.000.000  12.000.000
Aankoop handelsgoederen (6.000.000)  (7.200.000)
Voorraadwijzigingen (500.000) (550.000)
Diensten & diverse goederen (1.500.000) (1.800.000)
Bezoldigingen & sociale lasten  (1.950.000) (2.340.000)
Toevoegingen aan afschrijvingen (50.000)  (55.000)
  0 55.000

Opmerkingen

Terwijl het resultaat van het bijkantoor nul bedraagt, kan het verlies van de periode op het niveau van de zetel, alsvolgt worden uitgesplitst:

* Afschrijvingen op basis van de historische koersen, van de vaste activa70  5.000
* Onttrekkingen aan de voorraden waarvan de waarde wordt bepaald met behulp van de LIFO-methode en die worden gewaardeerd aan de hand van de historische koersen71 50.000
  55.000

De toepassing van een FIFO-systeem voor de valorisatie van de voorraden zou een bijkomende winst hebben opgeleverd van 50.000 €. De hele voorraad zou dan gewaardeerd worden tegen 1,2 €/£. Met het LIFO-systeem blijft de voorraad gewaardeerd tegen een historische koers (1,1 €/£).

De gevolgen van de waardestijging van het £ op de rekeningen van de zetel worden in resultaat genomen:

  • bij de realisatie van de monetaire schulden en de vorderingen wanneer de omrekeningsverschillen op een wachtrekening werden geboekt;
  • over de afschrijvingsperiode van de vaste activa en dit via de rekening Toevoegingen aan de afschrijvingen;
  • in functie van de waarderingsmethode voor de voorraden (LIFO, FIFO, gewogen gemiddelde) via de rekening Voorraadwijzigingen.

VOORBEELD 3 : Volledige dekking

Aangezien het merendeel van de financiële stromen verbonden aan de werkzaamheden van het bijkantoor in £ luiden, oordeelt de vennootschap dat alle - zowel monetaire als niet-monetaire - activa van het bijkantoor in die munt moeten worden gefinancierd.

De waarde van het £ bedraagt, aan het einde van de eerste periode, 1,1 €

De op te nemen boekhoudkundige stromen zijn de volgende:

Balans bijkantoor in £ (periode x)
Activa Passiva
Vaste activa   6.000.000 Verbindingsrekening  8.950.000
Afschrijvingen (50.000) Handelsschulden 1.000.000
Voorraden 1.000.000 Andere schulden 550.000
Handelsvorderingen  3.550.000    
  10.500.000   10.500.000
Resultatenrekening bijkantoor in £ (periode x)
Omzet 10.000.000
Aankoop handelsgoederen (7.500.000)
Voorraadwijzigingen 1.000.000
Diensten & diverse goederen (1.500.000)
Bezoldigingen & sociale lasten  (1.950.000)
Afschrijvingen (50.000)
  0
Balans van de zetel voor de opneming in € (periode x)      
Activa Passiva
Verbindingsrekening72  9.845.000 Kapitaal 7.720.000
Bank  7.720.000 Financiële schulden73 9.845.000
   17.565.000   17.565.000
Balans van de zetel na opneming in € (periode x)     
Activa Passiva
Vaste activa74  6.600.000 Kapitaal  7.720.000
Afschrijvingen75 (55.000) Overgedragen resultaat  -
Voorraden76 1.100.000 Financiële schulden77 9.845.000
Handelsvorderingen78 3.905.000 Handelsschulden79  1.100.000
Geldbeleggingen  7.720.000 Andere schulden80 605.000
  19.270.000   19.270.000
Geïntegreerde resultatenrekening in € (periode x)      
    £
Omzet 10.000.000 11.000.000
Aankoop handelsgoederen (7.500.000) (8.250.000)
Voorraadwijzigingen 1.000.000 1.100.000
Diensten & diverse goederen (1.500.000) (1.650.000)
Bezoldigingen & sociale lasten  (1.950.000) (2.145.000)
Afschrijvingen (50.000) (55.000)
  0 0

De plaatselijke munt verliest aan waarde ten opzichte van de munt van de zetel; de waarde van het £ bedraagt, aan het einde van de periode x+1, 1 €

Invloed van de waardedaling van het £ op de geïntegreerde rekeningen in € tijdens x
  Debet Credit
Credit Omrekeningsverschillen op vaste activa81 600.000   
Omrekeningsverschillen op voorraden (1.000.000 £ x (60-50))82  100.000   
Omrekeningsverschillen op handelsvorderingen83 355.000  
Handelsschulden 100.000  
Financiële schulden 895.000  
Andere schulden 55.000   
Afschrijvingen 5.000   
Omrekeningsverschillen op handelsschulden84   100.000
Omrekeningsverschillen op financiële schulden85    895.000
Omrekeningsverschillen op andere schulden86    55.000
Omrekeningsverschillen op afschrijvingen87     5.000
Vaste activa     600.000
Voorraden   100.000
Handelsvorderingen    355.000
  2.110.000 2.110.000

Opmerking

De waardedaling van het £ heeft geen enkele invloed op de resultatenrekening van de zetel. De dekking van de monetaire en niet-monetaire geneutraliseerde rekeningen door een passende lening heeft de omrekeningsverschillen die ontstonden op de monetaire en niet-monetaire rekeningen van de balans.

De stromen van het bijkantoor in £ voor de periode x+1
  Debet Credit
Handelsschulden   500.000  
Handelsvorderingen  150.000  
Verbindingsrekening  50.000  
Voorraden     500.000
Afschrijvingen    50.000
Andere schulden    150.000
Omzet     10.000.000
Voorraadwijzigingen  500.000  
Aankoop handelsgoederen  6.000.000  
Diensten & diverse goederen 1.500.000  
Bezoldigingen & sociale lasten 1.950.000  
Toevoegingen aan afschrijvingen  50.000  
  10.700.000 10.700.000
Balans van de zetel na opneming in € (periode x+1)
Activa Passiva
Vaste activa88 6.000.000   Kapitaal  7.720.000
Afschrijvingen 89 (100.000) Overgedragen resultaat   -
Voorraden90  500.000  Financiële schulden91 8.900.000
Handelsvorderingen92  3.700.000 Handelsschulden93 500.000
Geldbeleggingen 7.720.000  Andere schulden94  700.000
  17.820.000   17.820.000

Opmerking

Het resultaat van de zetel wordt echter beïnvloed door de toepassing van de historische koersen op de afschrijvingen en op de onttrekkingen aan de voorraden.

Geïntegreerde resultatenrekening in € (periode x+1)
    £
Omzet 10.000.000 10.000.000
Aankoop handelsgoederen (6.000.000) (6.000.000)
Voorraadwijzigingen (500.000) (500.000)
Diensten & diverse goederen (1.500.000) (1.500.000)
Bezoldigingen & sociale lasten  (1.950.000) (1.950.000)
Toevoegingen aan afschrijvingen (50.000) (50.000)
  0 0

Opmerkingen

De zetel heeft geen positie genomen in £ en bijgevolg is de invloed van de waardedaling van de vreemde munt van het bijkantoor volledig neutraal op de resultatenrekening. De zetel zal de voorraadwaardering helemaal niet herwerken, ongeacht de gebruikte waarderingsmethode.

De plaatselijke munt stijgt, in waarde ten opzichte van die van de zetel; de waarde van het £ bedraagt, aan het einde van de periode x+1, 1,2 €

Invloed van de waardestijging van het £ op de geïntegreerde rekeningen in € tijdens periode x
  Debet Credit
Omrekeningsverschillen op vaste activa95    600.000
Omrekeningsverschillen op voorraden96    100.000
Omrekeningsverschillen op handelsvorderingen97   355.000
Handelsschulden   100.000
Financiële schulden   895.000
Andere schulden    55.000
Afschrijvingen    5.000
Omrekeningsverschillen op handelsschulden98   100.000  
Omrekeningsverschillen op financiële schulden99 895.000  
Omrekeningsverschillen op andere schulden100  55.000  
Omrekeningsverschillen op afschrijvingen101   5.000  
Vaste activa  600.000  
Voorraden  100.000  
Handelsvorderingen 355.000  
  2.110.000 2.110.000

Opmerking

De waardestijging van het £ heeft geen enkele invloed op de resultatenrekening van de zetel. De dekking van de monetaire en niet-monetaire rekeningen door een passende lening heeft de omrekeningsverschillen geneutraliseerd die ontstonden op de monetaire en niet-monetaire rekeningen van de balans.

De stromen van het bijkantoor in € voor de periode x+1
  Debet Credit
Handelsschulden   500.000  
Handelsvorderingen  150.000  
Verbindingsrekening  50.000  
Voorraden     500.000
Afschrijvingen    50.000
Andere schulden    150.000
Omzet     10.000.000
Voorraadwijzigingen  500.000   
Aankoop handelsgoederen  6.000.000  
Diensten & diverse goederen 1.500.000   
Bezoldigingen & sociale lasten 1.950.000  
Toevoegingen aan afschrijvingen  50.000  
  10.700.000 10.700.000
 Balans van de zetel na opneming in € (periode x+1) 
Activa Passiva
Vaste activa102  7.200.000  Kapitaal 7.720.000
Afschrijvingen103   (120.000) Overgedragen resultaat   -
Voorraden104   600.000 Financiële schulden105  10.680.000
Handelsvorderingen106  4.440.000 Handelsschulden107  600.000
Geldbeleggingen 7.720.000  Andere schulden108  840.000
  19.840.000   19.840.000
        Geïntegreerde resultatenrekening in € (periode x+1)
    £
Omzet 10.000.000 12.000.000
Aankoop handelsgoederen (6.000.000) (7.200.000)
Voorraadwijzigingen (500.000)  (600.000)
Diensten & diverse goederen (1.500.000)  (1.800.000)
Bezoldigingen & sociale lasten  (1.950.000)  (2.340.000)
Toevoegingen aan afschrijvingen (50.000)    (60.000)
  0 0

Opmerkingen

De zetel heeft geen positie genomen in £; bijgevolg is er geen invloed van de waardestijging van de vreemde munt van het bijkantoor op de resultatenrekening. De zetel zal de waardering van de voorraden helemaal niet herwerken, ongeacht de gebruikte waarderingsmethode.

Conclusie

  1. Het koninklijk besluit van 12 september 1983 tot uitvoering van de wet van 17 juli 1975 op de boekhouding van de ondernemingen bepaalt dat de saldi van de rekeningen van de bijkantoren ten minste halfjaarlijks in de centrale boekhouding van de onderneming moeten worden opgenomen. De Commissie stelt voor ervan uit te gaan dat dit voorschrift geldt voor alle verrichtingen en mutaties die tijdens de periode uitgaan van het bijkantoor.

    Het maandelijks opnemen van de rekeningen is een minimum. De verrichtingen van het bijkantoor beter opvolgen zal algemeen gezien een frequentere opvolging vragen. Een maandelijkse opneming heeft tot gevolg dat de resultaten van het bijkantoor worden omgerekend met behulp van de gemiddelde koers van het boekjaar.
  2. Wanneer bij hun opneming in de rekeningen van de zetel, de rekeningen van het bijkantoor die zijn uitgedrukt in de munt van de Staat van vestiging worden omgerekend in euro, wordt de monetaire/ niet-monetaire methode gebruikt. Deze methode lijkt in België het meest frequent te worden gebruikt. Zij lijkt ook het best aan te sluiten bij het Belgische boekhoudrecht. Bovendien wordt zij aanbevolen door het Europees boekhoudforum. 
  3. De omrekeningsverschillen die voortvloeien uit de koersschommelingen van de werkingsmunt van het bijkantoor ten opzichte van de euro, worden overeenkomstig de volgende beginselen in resultaat genomen : 
    • afhankelijk van het geval, onder de opbrengsten of de kosten, voor de resterende afschrijvingstermijn van de immateriële en de materiële vaste activa; 
    • afhankelijk van het geval, onder de opbrengsten of de kosten in functie van het waarderingssysteem voor de voorraden; 
    • afhankelijk van het geval, onder de opbrengsten of de kosten bij de realisatie van de monetaire activa en passiva; 
    • aan het einde van de periode, bij een mogelijk wisselverlies op de monetaire activa en passiva. 
  4. In haar CBN-advies 152/1 heeft de Commissie er de aandacht op gevestigd dat het, aangezien de kasstromen van het bijkantoor in hoofdzaak in de munt van dat bijkantoor zijn uitgedrukt en de niet-monetaire activa bijgevolg voordelen opleveren die in die munt zijn uitgedrukt (en niet in de munt van de zetel), vaak voorkomt dat de onderneming beslist het merendeel van de zowel monetaire als niet-monetaire activa met betrekking tot het bijkantoor, te financieren in de munt van dat bijkantoor.

In dat geval is het dan ook logisch dat de niet-monetaire posten op dezelfde manier worden omgerekend als de monetaire posten; zij zullen in dat geval worden gewaardeerd op basis van de slotkoers en de omrekeningsverschillen met betrekking tot die niet-monetaire rekeningen, die voortvloeien uit de koersschommelingen van de munt van het bijkantoor ten opzichte van die van de zetel, worden verrekend met de omrekeningsverschillen uit de daaraan gekoppelde leningen. 

  • 1. Art. 29, 5°, koninklijk besluit van 18 december 2015 tot omzetting van de Richtlijn 2013/34/EU van het Europees parlement en van de Raad van 26 juni 2013 betreffende de jaarlijkse financiële overzichten, geconsolideerde financiële overzichten en aanverwante verslagen van bepaalde ondernemingsvormen, tot wijziging van Richtlijn 2006/43/EG van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijnen 78/660/EEG en 83/349/EEG van de Raad.
  • 2. Art. 95, § 2, I.A., al. 1er, e), KB W.Venn, vervangen door artikel 29, 5° van het koninklijk besluit van 18 december 2018 tot omzetting van de Richtlijn 2013/34/EU.
  • 3. Voor zover, in voorkomend geval, de wederzijdse interne vorderingen en schulden alsook de resultaten van interne verrichtingen tussen zetel en bijkantoren of tussen bijkantoren onderling van eenzelfde onderneming worden weggelaten.
  • 4. CBN-advies 152/1 - Boekingen van deviezenverrichtingen en verwerking van tegoeden en verplichtingen in deviezen in de jaarrekening.
  • 5. Vandaag in artikel 131 KB W.Venn. opgenomen.
  • 6. Paper of the Accounting Advisory Forum - Foreign currencies translation (Editions de la Commission Européenne, Luxembourg, 1995). 
  • 7. Richtlijn 2013/34/EU van 26 juni 2013 van het Europees Parlement en van de Raad betreffende de jaarlijkse financiële overzichten, geconsolideerde financiële overzichten en aanverwante verslagen van bepaalde ondernemingsvormen, tot wijziging van Richtlijn 2006/43/EG van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijnen 78/660/EEG en 83/349/EEG van de Raad.
  • 8. Plaatselijke dekking van de monetaire rekeningen.
  • 9. £ 6.950.000
  • 10. £ 6.000.000.
  • 11. (£ 50.000).
  • 12. £ 1.000.000.
  • 13. £ 2.000.000.
  • 14. £ 3.550.000.
  • 15. £ 1.000.000.
  • 16. £ 550.000.
  • 17. £ 3.550.000 x (1,1-1).
  • 18. £ 1.000.000 x (1,1-1).
  • 19. £ 2.000.000 x (1,1-1).
  • 20. £ 550.000 x (1,1-1).
  • 21. £ 6.000.000.
  • 22. (£ 100.000).
  • 23. £ 500.000.
  • 24. £ 2.500.000.
  • 25. £ 3.700.000.
  • 26. £ 500.000.
  • 27. £ 700.000.
  • 28. £ 50.000 x (1-1,1).
  • 29. £ 500.000 x (1-1,1).
  • 30. £ 3.550.000 x (1,2-1,1).
  • 31. £ 1.000.000 x (1,2-1,1).
  • 32. £ 2.000.000 x (1,2-1,1).
  • 33. £ 550.000 x (1,2-1,1).
  • 34. £ 6.000.000.
  • 35. (£ 100.000).
  • 36. £ 500.000.
  • 37. £ 2.500.000.
  • 38. £ 3.700.000.
  • 39. £ 500.000.
  • 40. £ 700.000.
  • 41. £ 50.000 x (1,2-1,1). 
  • 42. £ 500.000 x (1,2-1,1).
  • 43. £ 8.950.000.
  • 44. £ 6.000.000.
  • 45. £ 50.000.
  • 46. £ 1.000.000.
  • 47. £ 1.000.000.
  • 48. £ 3.550.000.
  • 49. £ 550.000.
  • 50. £ 3.550.000 x (1,1-1).
  • 51. £ 1.000.000 x (1,1-1).
  • 52. £ 550.000 x (1,1-1).
  • 53. £ 6.000.000.
  • 54. £ 100.000.
  • 55. £ 500.000.
  • 56. £ 3.700.000.
  • 57. £ 500.000.
  • 58. £ 700.000.
  • 59. £ 50.000 x (1-1,1).
  • 60. £ 500.000 x (1-1,1).
  • 61. £ 3.550.000 x (1,2-1,1).
  • 62. £ 1.000.000 x (1,2-1,1).
  • 63. £ 2.000.000 x (1,2-1,1).
  • 64. £ 6.000.000.
  • 65. (£ 100.000).
  • 66. £ 500.000.
  • 67. £ 3.700.000.
  • 68. £ 500.000.
  • 69. £ 700.000.
  • 70. £ 50.000 x (1,2-1,1).
  • 71. £ 500.000 x (1,2-1,1).
  • 72. £ 8.950.000.
  • 73. £ 8.950.000.
  • 74. £ 6.000.000.
  • 75. (£ 50.000).
  • 76. £ 1.000.000.
  • 77. £ 8.950.000.
  • 78. £ 3.550.000.
  • 79. £ 1.000.000.
  • 80. £ 550.000.
  • 81. £ 6.000.000 x (1,1-1).
  • 82. £ 1.000.000 x (1,1-1).
  • 83. £ 3.550.000 x (1,1-1).
  • 84. £ 1.000.000 x (1,1-1).
  • 85. £ 8.950.000 x (1,1-1).
  • 86. £ 550.000 x (1,1-1).
  • 87. £ 50.000 x (1,1-1).
  • 88. £ 6.000.000.
  • 89. (£ 100.000).
  • 90. £ 500.000.
  • 91. £ 8.900.000.
  • 92. £ 3.700.000.
  • 93. £ 500.000.
  • 94. £ 700.000.
  • 95. £ 600.000 x (1,2-1,1).
  • 96. £ 1.000.000 x (1,2-1,1).
  • 97. £ 3.550.000 x (1,2-1,1).
  • 98. £ 1.000.000 x (1,2-1,1).
  • 99. £ 8.950.000 x (1,2-1,1).
  • 100. £ 550.000 x (1,2-1,1).
  • 101. £ 50.000 x (1,2-1,1).
  • 102. £ 6.000.000.
  • 103. (£ 100.000).
  • 104. £ 500.000.
  • 105. £ 8.900.000.
  • 106. £ 3.700.000.
  • 107. £ 500.000.
  • 108. £ 700.000.