COMMISSIE VOOR BOEKHOUDKUNDIGE NORMEN

CBN-advies 2022/14 - Belgische bijkantoren van buitenlandse vennootschappen: toepassing van het Belgisch boekhoudrecht - begrip “bijkantoor” – publicatieplicht (update)

Advies van 26 oktober 20221 

  1. Inleiding
  2. Belgisch boekhoudrecht en buitenlandse vennootschappen
    1. Toepassingsgebied van het Belgisch boekhoudrecht
    2. Begrip “bijkantoor”
      1. Bijkantoren en centra van werkzaamheden
      2. Gebrek aan wettelijke definitie - definitie uit de rechtspraak 
        1. Rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie
        2. Rechtspraak van het Hof van Cassatie
      3. Bijkantoor en hoofdkwartier van een groep van vennootschappen
  3. Publicatieverplichting van de jaarrekening van de buitenlandse vennootschap
    1. Inleiding
    2. Samenvattende tabellen van de publicatieverplichtingen van Belgische vennootschappen en van buitenlandse vennootschappen met een Belgisch bijkantoor
    3. Toelichting bij de samenvattende tabellen: verplichte openbaarmaking van de (statutaire) jaarrekening 
      1. Vennootschappen die, gelet op hun rechtsvorm, wettelijk verplicht zijn hun jaarrekening zowel in België als in hun Staat van herkomst openbaar te maken
        1. Bedoelde vennootschappen
        2. Toepassing van de artikelen 2:24 en 3:20 WVV
          1. Verplichting 
          2. Vorm van de jaarrekening 
          3. Afwezigheid van publicatie in de Staat van herkomst 
      2. Vennootschappen opgericht in een rechtsvorm waarvoor in België een wettelijke verplichting tot openbaarmaking van de jaarrekening bestaat, terwijl dat niet het geval is in hun Staat van herkomst
        1. Niet-Europese vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid of hiermee gelijkgestelde vennootschappen en Europese vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid
        2. (Europese of niet-Europese) buitenlandse vennootschappen met onbeperkte aansprakelijkheid
          1. Bedoelde vennootschappen
          2. Toepassing van de artikelen 2:24 en 3:20 WVV 
      3. Buitenlandse vennootschappen die - indien zij vennootschappen naar Belgisch recht zouden zijn - op grond van hun rechtsvorm of hun geringe omvang, niet verplicht zouden zijn hun jaarrekening openbaar te maken
    4. Toelichting bij de samenvattende tabellen: verplichting tot openbaarmaking van de geconsolideerde jaarrekening
    5. Toelichting bij de samenvattende tabellen: verplichting tot openbaarmaking van het jaarverslag, van het geconsolideerde jaarverslag en het verslag van de commissaris

Inleiding

Onderhavig advies heeft tot doel het toepassingsgebied te verduidelijken van het Belgisch boekhoudrecht op de buitenlandse vennootschappen met een bijkantoor in België, alsook de verplichting om hun jaarrekening en geconsolideerde jaarrekening in België openbaar te maken en het begrip “Belgisch bijkantoor” toe te lichten. Het betreft een actualisatie van oud CBN-advies 2018/06 – Belgische bijkantoren van buitenlandse vennootschappen: toepassing van het Belgisch boekhoudrecht - begrip “bijkantoor” – publicatieplicht.

Dit advies is het eerste gedeelte van een thema-advies over de boekhoudkundige regeling voor Belgische bijkantoren van buitenlandse vennootschappen. Het tweede gedeelte, opgenomen in CBN-advies 2022/152, behandelt de boekhoudkundige verplichtingen eigen aan de Belgische bijkantoren van buitenlandse vennootschappen.

Onderhavig advies behandelt slechts de toepassing van het Belgisch boekhoudrecht op de belichte verrichtingen, met uitsluiting van de fiscaalrechtelijke aspecten.

Belgisch boekhoudrecht en buitenlandse vennootschappen

Toepassingsgebied van het Belgisch boekhoudrecht

Voor buitenlandse vennootschappen is het Belgisch boekhoudrecht alleen van toepassing “op hun in België gevestigde bijkantoren en centra van werkzaamheden”3. Hun gezamenlijke bijkantoren en centra van werkzaamheden in België worden in boekhoudrechtelijke zin als één onderneming beschouwd.4 Ze vormen boekhoudkundig (maar niet juridisch5) dus een afzonderlijke entiteit, te onderscheiden van de boekhoudkundige (en niet juridische) entiteit van de buitenlandse vennootschap (het moederbedrijf).

De buitenlandse vennootschappen moeten bijgevolg een boekhouding6 voeren en een inventaris7 en jaarrekening opmaken8 eigen aan de verrichtingen en de situatie van hun bijkantoren en centra van werkzaamheden in België die samen als één onderneming worden beschouwd. Ze moeten hierbij de bepalingen van het Wetboek van economisch recht (hierna: WER) en zijn uitvoeringsbesluiten naleven, alsook de bepalingen van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen (hierna: WVV)9 en van zijn koninklijk uitvoeringsbesluit (hierna: KB WVV)10. Ze moeten de jaarrekening van hun Belgisch bijkantoor evenwel niet openbaar maken, behalve in het geval van een “bijkantoor van een vennootschap die niet is onderworpen aan het boekhoudrecht van een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte, en waarvan het boekhoudrecht ook niet gelijkwaardig is aan het Europese boekhoudstelsel neergelegd in Richtlijn 2013/34/EU van het Europees Parlement en van de Raad van 26 juni 2013, opgemaakt overeenkomstig artikel 3:1, § 2 [WVV]”.11

Los van de verplichtingen eigen aan hun bijkantoren en centra van werkzaamheden in België, moeten de buitenlandse vennootschappen, in toepassing van artikelen 2:23, 2:24, 2:27, 2:28, 2:29 en 3:20 WVV12, sommige van hun akten en hun jaarrekening en geconsolideerde jaarrekening openbaar maken “in de vorm waarin deze rekeningen zijn opgesteld, gecontroleerd en openbaar gemaakt volgens het recht van de Staat waaronder de vennootschap valt” (zie infra, randnummer 20). In tegenstelling tot de jaarrekening eigen aan hun bijkantoren en centra van werkzaamheden in België, moeten hun eigen jaarrekening en geconsolideerde jaarrekening bijgevolg de bepalingen van het KB WVV niet naleven. 

Begrip “bijkantoor”

Bijkantoren en centra van werkzaamheden

De Commissie is van mening dat de begrippen “bijkantoren en centra van werkzaamheden” gebruikt in artikel III.82, § 1, derde lid van het WER overeenstemmen met dezelfde termen gebruikt in het vroegere artikel 198 van de gecoördineerde wetten op de handelsvennootschappen (hierna: GWHV), dat in de verplichting tot openbaarmaking voorzag van toepassing op de buitenlandse vennootschappen die in België een bijkantoor of een centrum van werkzaamheden oprichten.

Tot de wet van 7 mei 1999 houdende het Wetboek van Vennootschappen13 van kracht werd, gebruikten het Belgisch boekhoudrecht en de GWHV de termen “bijkantoren” en “centra van werkzaamheden” door elkaar.14

De wet van 7 mei 1999 schrapt de term “centrum van werkzaamheden” en laat enkel de term “bijkantoor” voortbestaan in de artikelen van het Wetboek van Vennootschappen15 die het vroegere artikel 198 GWHV opnemen.16 Volgens de voorbereidende werken, werden “de woorden ‘centrum van werkzaamheden’ weggelaten aangezien zij ook niet voorkomen in de richtlijn van 21 december 1989 [elfde richtlijn], in uitvoering waarvan artikel 198 Venn.W. werd ingevoerd”.17  

Ook al bekritiseerde de Afdeling Wetgeving van de Raad van State deze uniformisering die “een vereenvoudiging van de bestaande regels”18 beoogde, aangezien de twee begrippen verschillend zouden zijn voor zover het centrum van werkzaamheden “une installation moins importante que la succursale”19 (een minder belangrijke inrichting dan een bijkantoor) tot doel zou hebben, heeft de wetgever deze uniformisering daarna (gedeeltelijk20) uitgebreid naar het Belgisch boekhoudrecht21 zonder nieuwe opmerking van de Raad van State22.  

De Commissie neemt kennis van de rechtsleer volgens dewelke deze terminologische uniformisering op geen enkele wijze afbreuk doet “aan de draagwijdte van eerdere rechtspraak”23 (vrije vertaling) betreffende bijkantoren en centra van werkzaamheden (zie infra, randnummers 11 tot 14).

Omwille van de coherentie met het vennootschapsrecht en Richtlijn 2017/1132 van het Europees Parlement en van de Raad van 14 juni 2017 aangaande bepaalde aspecten van het vennootschapsrecht, P.B., L 169, 30 juni 2017 (hierna: Richtlijn 2017/1132), zal de Commissie hierna de “bijkantoren en centra van werkzaamheden” onder één term “bijkantoren” aanduiden in de zin van artikel III.82, § 1, derde lid van het WER. 

Gebrek aan wettelijke definitie - definitie uit de rechtspraak 

Noch het WER, noch zijn uitvoeringsbesluiten definiëren het begrip bijkantoor. Hun voorbereidende werken bevatten evenmin een definitie.

Hetzelfde geldt voor het vennootschapsrecht. Enkel de voorbereidende werken van de wet van 13 april 199524 tot omzetting van de elfde richtlijn analyseren het begrip bijkantoor. Ze herinneren er vooreerst aan dat de elfde richtlijn geen enkele definitie geeft van het begrip bijkantoor. Ze verwijzen vervolgens naar de definitie van het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ-EU)25 betreffende artikel 5, 5° van het Verdrag van 27 september 1968 betreffende de rechterlijke bevoegdheid en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (Verdrag van Brussel).26 Ze sluiten af met de analyse van de door het Hof van Cassatie aangenomen definitie met betrekking tot het vroegere artikel 198 GWHV.27 

Rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie

Volgens het Hof28 vereist het autonoom begrip van bijkantoor de vier volgende cumulatieve voorwaarden:

  1. “het bestaan een centrum van werkzaamheid, dat zich naar buiten toe duurzaam manifesteert als het verlengstuk van een moederbedrijf. 
  2. dat centrum moet beschikken over een eigen directie [onderworpen aan het toezicht en de leiding van het moederbedrijf] 
  3. en materiële uitrusting, zodat het zaken kan doen met derden, 
  4. zonder dat [ofschoon wetend dat eventueel een rechtsband met het in het buitenland gevestigde moederbedrijf zal ontstaan] die zich rechtstreeks tot het moederbedrijf hoeven te wenden [en zaken kunnen doen in bedoeld centrum, dat het verlengstuk ervan vormt]”.

Het Hof heeft beslist dat er geen sprake is van onderworpenheid aan de leiding en het toezicht van het moederbedrijf:

“wanneer de vertegenwoordiger ‘zijn werkzaamheid en zijn arbeidstijd in wezen vrij kan 
organiseren’ [...] zonder daarbij aan de instructies van het moederbedrijf te zijn gebonden; wanneer het hem vrij staat verscheidene firma's te vertegenwoordigen die bij de [productie] en verkoop van gelijke of soortgelijke [producten] met elkaar in concurrentie staan, en wanneer hij niet daadwerkelijk betrokken is bij de afwikkeling en uitvoering van de overeenkomsten, doch zich in wezen ertoe beperkt bestellingen door te geven aan de door hem vertegenwoordigde ondernemer”29.  

Rechtspraak van het Hof van Cassatie

et Hof van Cassatie heeft zich vóór het HvJ-EU op gelijkaardige wijze uitgesproken. 

Volgens het Hof vereist het begrip bijkantoor de drie volgende cumulatieve voorwaarden:

  1. “een [buitenlandse] vennootschap heeft [een bijkantoor] in België wanneer zij er regelmatig de handelingen verricht die tot haar maatschappelijke activiteit behoren en 
  2. ze er vertegenwoordigd is door een lasthebber die bevoegd is om haar tegenover derden te verbinden; […] de bevoegdheden die ze aan deze lasthebber verleent kunnen meer of minder uitgebreid zijn; […] 
  3. het is essentieel dat ze op Belgisch grondgebied een vertegenwoordiger heeft met wie derden rechtstreeks handelen en niet gewoon een tussenpersoon door wiens bemiddeling ze in het buitenland met de vennootschap zelf handelen”30.31

Het Hof heeft ook verduidelijkt dat de woorden bijkantoor of centrum van werkzaamheden niet van toepassing kunnen zijn op de Belgische situatie van een (buitenlandse) vennootschap die geen enkele verbintenis aangaat, maar er enkel een dienst van beambten heeft georganiseerd die moeten bemiddelen tussen de vennootschap en het publiek, met het oog op wettelijke verrichtingen die niet in België, maar in het buitenland dienen plaats te vinden.32 

Bijkantoor en hoofdkwartier van een groep van vennootschappen

Vele buitenlandse vennootschappen hebben in België een vestiging opgericht die tot taak heeft diensten te verlenen aan vennootschappen binnen de groep. Deze diensten kunnen van verschillende aard zijn: management services, voeren van de boekhouding, reclame, coördinatie en controle van de werkzaamheden van de ondernemingen behorend tot de groep, enz. 

Aan de Commissie werd gevraagd na te gaan of een dergelijke vestiging beantwoordt aan de voorwaarde dat de buitenlandse vennootschap, via haar bijkantoor, regelmatig handelingen verricht die tot haar maatschappelijke activiteit behoren. Meer bepaald wordt de vraag gesteld of deze vereiste zo moet worden geïnterpreteerd dat de vestiging in boekhoudrechtelijke zin slechts als een bijkantoor kan worden beschouwd indien de buitenlandse vennootschap er een eigen economische activiteit uitoefent, dit wil zeggen zelf goederen verkoopt of diensten verleent. 

Volgens de Commissie mag de werkzaamheid van een vestiging die een coördinerende of dienstverlenende rol vervult binnen eenzelfde groep niet los gezien worden van het economisch bedrijf van de buitenlandse vennootschap in haar geheel. Zo moeten handelingen die door de vestiging worden gesteld zoals de aanwerving van personeel, het huren van kantoren of het aanschaffen van de noodzakelijke kantoorinrichtingen geplaatst worden binnen het kader van de normale bedrijfsuitoefening van de buitenlandse vennootschap. Er moet worden aangenomen dat een vestiging van een buitenlandse vennootschap die in België geregeld handelingen stelt in het kader van de normale werkzaamheid van de buitenlandse vennootschap, een economische activiteit uitoefent en bijgevolg in boekhoudrechtelijke zin als een bijkantoor moet worden beschouwd, op voorwaarde dat uiteraard voldaan is aan de andere voorwaarden van het begrip bijkantoor (zie hierboven, randnummers 11 tot 13). Essentieel daarbij is de finaliteit van deze handelingen die gericht zijn op de normale uitoefening door de buitenlandse vennootschap van haar economische activiteit.

Artikel 3:1, § 2 WVV bepaalt echter dat een dergelijk hoofdkwartier, zoals elk ander bijkantoor, van zijn boekhoudkundige verplichtingen vrijgesteld wordt “wanneer [het] geen eigen opbrengsten [heeft] door verkoop van goederen of dienstverlening aan derden of door geleverde goederen of verleende diensten aan de […] buitenlandse vennootschap waarvan [het afhangt], en waarvan de werkingskosten volledig door de laatstgenoemde worden gedragen”33.

Publicatieverplichting van de jaarrekening van de buitenlandse vennootschap

Inleiding

De buitenlandse vennootschappen die in België een bijkantoor oprichten moeten, in toepassing van de artikelen 2:23, 2:24, 2:27, 2:28, 2:29 en 3:20 WVV, sommige akten, hun jaarrekening en geconsolideerde jaarrekening openbaar maken. Deze verplichting beoogt de rechten van derden te beschermen die via hun bijkantoren in contact treden met buitenlandse vennootschappen.34  

Om de publicatieverplichtingen opgelegd aan de buitenlandse vennootschappen die een bijkantoor in België oprichten, goed te kunnen begrijpen, moet er een drieledig onderscheid gemaakt worden: 

  1. tussen de (statutaire) jaarrekening en de geconsolideerde jaarrekening; 
  2. volgens de rechtsvorm van de betrokken vennootschappen; 
  3. tussen vennootschappen die ressorteren onder het recht van een andere Lidstaat van de Europese Unie35 (Europese vennootschappen) en vennootschappen die ressorteren onder het recht van een andere Staat dan een Lidstaat van de Europese Unie (niet-Europese vennootschappen). 

Samenvattende tabellen van de publicatieverplichtingen van Belgische vennootschappen en van buitenlandse vennootschappen met een Belgisch bijkantoor

Staat van herkomst België
Rechtsvorm NV, BV, CV VOF, CommV
Neerlegging van de jaarrekening, het jaarverslag, verslag van de commissaris “Grote” vennootschappen


Onderworpen

Volledig schema 

(art. 3:10 WVV)
Kleine niet-genoteerde vennootschappen36 

Onderworpen

Verkort schema 

(art. 3:11 WVV)
Microvennootschappen37 

Onderworpen

Microschema

(art. 3:11 WVV)
Niet onderworpen 

behalve indien niet klein en indien alle of een deel van hun onbeperkt aansprakelijke vennoten geen natuurlijke personen zijn

(art. 3:9 WVV)
Neerlegging van de geconsolideerde jaarrekening, het geconsolideerde jaarverslag, verslag van de commissaris Onderworpen38
 
tenzij van te verwaarlozen betekenis (art. 3:23 WVV), groep van beperkte omvang (art. 3:25 WVV) of vrijstelling van subconsolidatie (art. 3:26 WVV)
Consolidatie in geval van een consortium (art. 3:24 WVV)
Neerlegging sociale balans39 Onderworpen

(artikel 3:12, 8° WVV)
Niet onderworpen 

behalve indien niet klein en indien alle of een deel van hun onbeperkt aansprakelijke vennoten geen natuurlijke personen zijn

(artikel 44 van de wet van 22.12.1995)40
Staat van herkomst EU
Rechtsvorm Rechtsvorm vergelijkbaar met NV, BV, CV Rechtsvorm vergelijkbaar met VOF, CommV
Neerlegging van de jaarrekening, het jaarverslag, verslag van de commissaris Grote vennootschappen


Onderworpen

tenzij vrijstellingen (art. 37 en 39 accounting-richtlijn)
Kleine en middelgrote ondernemingen 

Onderworpen

tenzij vrijstellingen (art. 31, 37 en 39 accounting-richtlijn)
Microvennootschappen


Onderworpen

tenzij vrijstellingen 
(art. 36, 37 en 39 accounting-richtlijn)
Niet onderworpen 

behalve indien niet klein41 en indien alle directe of indirecte vennoten die onbeperkt aansprakelijk zijn, vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid zijn (maar vrijstellingen art. 30, § 2, 31, 36, 37, 38 en 39 van de accountingrichtlijn)
Neerlegging van de geconsolideerde jaarrekening, het geconsolideerde jaarverslag, verslag van de commissaris Onderworpen
 
indien verplicht te publiceren in de Lidstaat van herkomst

tenzij vrijstelling van subconsolidatie: op een hoger niveau opgestelde geconsolideerde jaarrekening, geconsolideerd jaarverslag en verslag van de commissaris die moeten worden neergelegd (art. 23 accountingrichtlijn)
Niet onderworpen 

behalve indien alle directe of indirecte vennoten die onbeperkt aansprakelijk zijn, vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid zijn en indien Lidstaat van herkomst publicatieplicht voorziet
Indien geen consolidatie voor consortium in Lidstaat van herkomst: geen geconsolideerde jaarrekening neer te leggen
Neerlegging sociale balans Onderworpen

(artikel 18, eerste lid van het KB van 04.08.199642)
Niet onderworpen 

behalve indien niet klein en indien alle of een deel van hun onbeperkt aansprakelijke vennoten geen natuurlijke personen zijn43 

(artikel 18, vierde lid van het KB van 04.08.1996 en artikel 44 van de wet van 22.12.1995)
Staat van herkomst Buiten EU
Rechtsvorm Rechtsvorm vergelijkbaar met NV, BV, CV Rechtsvorm vergelijkbaar met VOF, CommV
Neerlegging van de jaarrekening, het jaarverslag, verslag van de commissaris Onderworpen

tenzij vrijstellingen analoog aan de accountingrichtlijn
Niet onderworpen 

behalve indien niet klein44 en indien alle directe of indirecte vennoten die onbeperkt aansprakelijk zijn, vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid zijn (maar vrijstellingen analoog aan de accountingrichtlijn)
Neerlegging van de geconsolideerde jaarrekening, het geconsolideerde jaarverslag, verslag van de commissaris Onderworpen
 
indien ze dochterondernemingen controleren en voldoen aan de groottecriteria van de accountingrichtlijn
Niet onderworpen 

behalve indien (1) ze dochterondernemingen controleren en voldoen aan de groottecriteria van de accountingrichtlijn, (2) alle directe of indirecte vennoten die onbeperkt aansprakelijk zijn, vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid zijn en (3) Staat van herkomst publicatieplicht voorziet
Indien geen consolidatie voor consortium in Staat van herkomst: geen geconsolideerde jaarrekening neer te leggen
Neerlegging sociale balans Onderworpen

(artikel 18, eerste lid van het KB van 04.08.1996)
Niet onderworpen 

behalve indien niet klein en indien alle of een deel van hun onbeperkt aansprakelijke vennoten geen natuurlijke personen zijn45

(artikel 18, vierde lid van het KB van 04.08.1996 en artikel 44 van de wet van 22.12.1995)

Toelichting bij de samenvattende tabellen: verplichte openbaarmaking van de (statutaire) jaarrekening 

Vennootschappen die, gelet op hun rechtsvorm, wettelijk verplicht zijn hun jaarrekening zowel in België als in hun Staat van herkomst openbaar te maken

Bedoelde vennootschappen

Tot deze categorie behoren: 

  1. de Europese vennootschappen onderworpen aan Richtlijn 2013/34/EU van 26 juni 2013 van het Europees Parlement en van de Raad betreffende de jaarlijkse financiële overzichten, geconsolideerde financiële overzichten en aanverwante verslagen van bepaalde ondernemingsvormen, tot wijziging van Richtlijn 2006/43/EG van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijnen 78/660/EEG en 83/349/EEG van de Raad (hierna: de accountingrichtlijn), namelijk de Europese vennootschappen die een rechtsvorm hebben vergelijkbaar met:  
    1. de naamloze vennootschappen (NV’s),  
    2. de besloten vennootschappen (BV’s), en 
    3. de vennootschappen die krachtens artikel 1, § 1, b van de accountingrichtlijn gelijkgesteld zijn met een vennootschap met beperkte aansprakelijkheid, namelijk de vennootschappen met onbeperkte aansprakelijkheid46 waarvan “alle directe of indirecte vennoten die anders onbeperkt aansprakelijk zouden zijn, de facto beperkt aansprakelijk zijn omdat die vennoten [vennootschappen zijn als bedoeld onder a of b]47”;
  2. de andere Europese vennootschappen dan die bedoeld onder (i), die, krachtens hun nationaal recht, verplicht zijn om hun jaarrekening openbaar te maken en die zijn opgericht in een vorm die hen in België publicatieplichtig zou maken. 
  3. de niet-Europese vennootschappen die zijn opgericht met een rechtsvorm op grond waarvan zij in België onderworpen zouden zijn aan de verplichting om hun jaarrekening openbaar te maken en die, krachtens de wetgeving van hun Staat van herkomst, een jaarrekening dienen op te stellen en openbaar te maken. 
Toepassing van de artikelen 2:24 en 3:20 WVV
Verplichting 

Wanneer buitenlandse vennootschappen in België werkzaam zijn via een bijkantoor, moeten deze vennootschappen vóór de opening van dit bijkantoor48 hun jaarrekening neerleggen ter griffie van de ondernemingsrechtbank van het rechtsgebied waarbinnen het bijkantoor zal worden gevestigd en daarna jaarlijks49 bij de Balanscentrale van de Nationale Bank van België50

Ze moeten, vóór de opening van het bijkantoor, tevens overgaan tot neerlegging van de documenten opgesomd in de artikelen 2:24, § 1 en 2 WVV (Europese en niet-Europese vennootschappen) ter griffie van de ondernemingsrechtbank van het rechtsgebied waarbinnen het bijkantoor zal worden gevestigd (of ingeval verscheidene bijkantoren worden geopend, ter griffie van de ondernemingsrechtbank van het rechtsgebied waarbinnen een bijkantoor zal worden gevestigd, naar keuze van de vennootschap).51 De griffie schrijft hen in in het rechtspersonenregister, onderdeel van de Kruispuntbank van Ondernemingen, en ze krijgen een ondernemingsnummer toegekend.52 

De buitenlandse vennootschappen dienen zich vervolgens tot het ondernemingsloket van hun keuze te richten, en dit vóór de aanvang van hun activiteiten in België, om in de hoedanigheid van inschrijvingsplichtige onderneming53 ingeschreven te worden in de Kruispuntbank van Ondernemingen en om een vestigingsnummer54 aan het Belgisch bijkantoor toegekend te krijgen.  

Vorm van de jaarrekening 

De jaarrekening wordt ter griffie van de ondernemingsrechtbank van het rechtsgebied waarbinnen het bijkantoor zal worden gevestigd, neergelegd en daarna jaarlijks bij de Balanscentrale in de vorm waarin zij in de Staat van herkomst is opgesteld, gecontroleerd en openbaar gemaakt55. Die vennootschappen moeten, met andere woorden, geen andere (nieuwe of herwerkte) jaarrekening of aanvullende informatie openbaar maken dan die welke zij in hun Staat van herkomst moeten publiceren. Ze leggen er hun jaarrekening dus neer in de originele versie, met andere woorden desgevallend uitgedrukt in een vreemde munt56 en niet voorgesteld volgens een standaardschema van de Nationale Bank van België57. Ze dienen zich echter wel te houden aan de wettelijke bepalingen inzake het taalgebruik.  

Hieruit volgt onder meer dat: 

  1. indien een Staat van herkomst, met toepassing van artikel 31, § 1, van de accountingrichtlijn of door een vergelijkbare bepaling van buitenlands recht, de kleine vennootschappen heeft vrijgesteld van de publicatie van hun resultatenrekeningen en hun jaarverslagen, die vrijstelling ook zal gelden voor de in België neer te leggen jaarrekening, ook al heeft België die bepaling van de accountingrichtlijn niet toegepast;
  2. indien een Staat van herkomst, met toepassing van artikel 36 van de accountingrichtlijn of door een vergelijkbare bepaling van buitenlands recht, de microvennootschappen heeft vrijgesteld van de publicatie van hun jaarrekening en hun jaarverslagen, die vrijstelling ook zal gelden voor de in België neer te leggen jaarrekening, ook al heeft België die bepaling van de accountingrichtlijn niet toegepast;
  3. indien een Staat van herkomst, overeenkomstig de accountingrichtlijn of door een vergelijkbare bepaling van buitenlands recht, aan de betrokken vennootschap vrijstelling verleent van de publicatie van de jaarrekening, op voorwaarde dat zij een andere financiële staat publiceert, de in de Staat van herkomst geldende openbaarmakingsregeling ook in België zal gelden. 
  4. De Commissie is dan ook van oordeel dat wanneer een buitenlandse dochtervennootschap vrijgesteld is van de publicatie van haar jaarrekening in haar Staat van herkomst, in toepassing van artikel 37 van de accountingrichtlijn of van een vergelijkbare bepaling van buitenlands recht (dat onder meer de opstelling vereist door de moedervennootschap van financiële geconsolideerde overzichten alsook de openbaarmaking door deze dochtervennootschap van de geconsolideerde jaarrekening in haar Staat van herkomst), een neerlegging bij de Balanscentrale van deze geconsolideerde jaarrekening voldoet aan de voorschriften van de artikelen 2:24, § 1, 7°, 2:24, § 2, 8°, 2:24, § 3, 2° en 3:20, § 1, 1ste en 2de lid WVV; indien een Staat van herkomst bepaalde opties van de accountingrichtlijn strenger omzet dan België of strengere interne bepalingen voorziet, de jaarrekening in België openbaar moet worden gemaakt volgens die strengere voorschriften, ook al legt de Belgische wetgeving geen dergelijke vereisten op aan de vennootschappen naar Belgisch recht;58 
  5. niet-Europese vennootschappen die in hun Staat van herkomst een jaarrekening dienen op te stellen en openbaar te maken, wanneer zij in België een bijkantoor vestigen, hier hun jaarrekening moeten publiceren in de vorm waarin zij werd opgesteld, gecontroleerd en openbaar gemaakt in de Staat van herkomst, zelfs indien die jaarrekening niet op gelijkwaardige wijze is opgesteld als in de accountingrichtlijn. België heeft trouwens geen gebruik gemaakt van de door artikel 38, § 1 van Richtlijn 2017/1132 geboden mogelijkheid om in dat geval te eisen dat boekhoudstukken zouden worden opgesteld en openbaar gemaakt over de werkzaamheden van het bijkantoor. 
Afwezigheid van publicatie in de Staat van herkomst 

Wanneer een buitenlandse vennootschap met een Belgisch bijkantoor in haar Staat van herkomst haar jaarrekening niet openbaar maakt (met overtreding van de wetgeving van die Staat en, in voorkomend geval, van de accountingrichtlijn), betekent dit niet dat zij wordt vrijgesteld van de verplichting om haar jaarrekening in België openbaar te maken. 

Vennootschappen opgericht in een rechtsvorm waarvoor in België een wettelijke verplichting tot openbaarmaking van de jaarrekening bestaat, terwijl dat niet het geval is in hun Staat van herkomst

Niet-Europese vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid of hiermee gelijkgestelde vennootschappen en Europese vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid

Onder deze categorie vallen, enerzijds, de niet-Europese vennootschappen die een rechtsvorm hebben vergelijkbaar met een NV, een BV, een CV of een door de accountingrichtlijn hiermee gelijkgestelde vennootschap, en anderzijds, de Europese vennootschappen die een rechtsvorm hebben vergelijkbaar met een vennootschap met beperkte aansprakelijkheid.

Deze vennootschappen dienen in hun Staat van herkomst niet altijd hun jaarrekening te publiceren. 

Zowel krachtens Richtlijn 2017/1132 als krachtens de artikelen 2:24, § 2, 8° en 3:20 WVV, moeten de vennootschappen, wanneer ze in België een bijkantoor oprichten of hebben opgericht, er hun jaarrekening openbaar maken, tenzij ze zijn vrijgesteld van publicatie in hun Staat van herkomst door vergelijkbare bepalingen als degene voorzien in de accountingrichtlijn.59  

Behalve in dit laatste geval, is het ontbreken in de Staat van herkomst van een verplichting om hun jaarrekening openbaar te maken, voor dergelijke vennootschappen geen afdoende reden om in de Staat van vestiging van het bijkantoor niet tot die openbaarmaking over te gaan. 

De betrokken vennootschappen mogen zich niet beperken tot de neerlegging van de geconsolideerde jaarrekening bij de Balanscentrale.60 Zowel de tekst als de doelstellingen van de Richtlijn 2017/1132 en van de artikelen 2:24 en 3:20 WVV vereisen de openbaarmaking van de jaarrekening van de vennootschap in de Staat van vestiging van het bijkantoor. 

(Europese of niet-Europese) buitenlandse vennootschappen met onbeperkte aansprakelijkheid
Bedoelde vennootschappen

Enerzijds vallen onder deze categorie de Europese vennootschappen die een rechtsvorm hebben vergelijkbaar met een VOF en CommV en anderzijds, de niet-Europese vennootschappen met een vergelijkbare rechtsvorm als deze vennootschappen die de twee volgende cumulatieve voorwaarden vervullen: 

  1. ze zijn niet “klein” zoals bedoeld in artikel 1:24 WVV61, en
  2. alle of een deel van hun onbeperkt aansprakelijke vennoten zijn geen natuurlijke personen.62 
Toepassing van de artikelen 2:24 en 3:20 WVV 

Deze vennootschappen vallen noch onder het toepassingsgebied van Richtlijn 2017/1132, noch onder dat van de accountingrichtlijn (behalve indien ze gelijk worden gesteld met vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid).

De bescherming van derden en meer bepaald van schuldeisers die via een bijkantoor in zakelijk contact treden met dergelijke buitenlandse vennootschappen, wordt verzekerd door de onbeperkte aansprakelijkheid van hun vennoten. Voor zover deze aansprakelijkheid de facto beperkt zou zijn, in geval alle directe of indirecte vennoten die onbeperkt aansprakelijk zijn vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid zouden zijn, zouden de bedoelde vennootschappen onder het toepassingsgebied van de accountingrichtlijn vallen en zouden ze zo verplicht worden hun jaarrekening in België te publiceren (zie hierboven, nr. 22). 

De Commissie is bijgevolg van mening dat de bedoelde vennootschappen63 hun jaarrekening niet moeten publiceren in België, zelfs indien ze zijn opgericht in een vorm en met een omvang die hen, indien zij als vennootschappen naar Belgisch recht waren opgericht, publicatieplichtig zou maken.64 

Buitenlandse vennootschappen die - indien zij vennootschappen naar Belgisch recht zouden zijn - op grond van hun rechtsvorm of hun geringe omvang, niet verplicht zouden zijn hun jaarrekening openbaar te maken

Tot deze categorie behoren: de buitenlandse vennootschappen die een rechtsvorm hebben vergelijkbaar met VOF en CommV:

  1. voor zover ze klein zijn zoals bedoeld in artikel 1:24 WVV;65 of
  2. voor zover al hun onbeperkt aansprakelijke vennoten natuurlijke personen zijn.66  

Hoewel er in de aanhef van de artikelen 2:24 en 3:20 WVV sprake is van "elke” buitenlandse vennootschap, lijkt het moeilijk te verantwoorden dat de Belgische wetgever zonder ernstige en verantwoorde gronden meer zou eisen van buitenlandse vennootschappen dan van vennootschappen naar Belgisch recht met een vergelijkbare rechtsvorm. Toegepast op Europese vennootschappen, zou dergelijke discriminatie daarenboven strijdig zijn met het beginsel van de vrijheid van vestiging. 

Er moet derhalve gesteld worden dat voor deze vennootschappen uit hoofde van de artikelen 2:24 en 3:20 WVV geen verplichting bestaat om de jaarrekening openbaar te maken. Ze moeten zich daarentegen houden aan de andere publicatieverplichtingen voorzien in deze artikelen, waaronder in het bijzonder de verplichting rond hun vennootschapsakten. 

Toelichting bij de samenvattende tabellen: verplichting tot openbaarmaking van de geconsolideerde jaarrekening

Conform de Richtlijn 2017/1132, schrijven de artikelen 2:24 en 3:20 WVV de publicatie voor van zowel de geconsolideerde jaarrekening als de (statutaire) jaarrekening van de buitenlandse vennootschap die in België een bijkantoor opricht. 

De toepassing van voornoemde beginselen leidt tot volgende conclusies:

  1. De Europese vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid (of hiermee gelijkgesteld) die, met toepassing van hun nationaal recht en conform de accountingrichtlijn, een geconsolideerde jaarrekening moeten opstellen en openbaar maken, zijn verplicht, ingeval van bijkantoor in België, hun geconsolideerde jaarrekening zoals zij is opgesteld, gecontroleerd en openbaargemaakt in de Lidstaat van herkomst, in België neer te leggen bij de Balanscentrale. 
  2. De Europese vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid (of hiermee gelijkgesteld) die, door hun nationaal recht en conform de accountingrichtlijn zijn vrijgesteld van de verplichting om een geconsolideerde jaarrekening op te stellen en openbaar te maken, op voorwaarde dat een dergelijke jaarrekening op een hoger niveau wordt openbaar gemaakt, zijn, ingeval van bijkantoor in België, eveneens vrijgesteld van de verplichting om een eigen geconsolideerde jaarrekening openbaar te maken. Ze zijn, in toepassing van de artikelen 2:24 en 3:20 WVV en van de accountingrichtlijn echter verplicht in België de op een hoger niveau opgestelde geconsolideerde jaarrekening openbaar te maken. 
  3. Niet-Europese vennootschappen die een met een Europese vennootschap met beperkte aansprakelijkheid (of hiermee gelijkgesteld) vergelijkbare rechtsvorm hebben, die dochterondernemingen controleren en die qua omvang beantwoorden aan de criteria van de accountingrichtlijn, zijn verplicht om, ingeval van bijkantoor in België, naast hun (statutaire) jaarrekening, ook hun geconsolideerde jaarrekening in België openbaar te maken door neerlegging bij de Balanscentrale.
    Volgens de Commissie, moet de geconsolideerde jaarrekening, zoals bedoeld in Richtlijn  2017/1132 en de artikelen 2:24 en 3:20 WVV,  geïnterpreteerd worden op grond van het Belgische recht en het Europese recht; ze betreft bijgevolg niet het integrale dossier dat sommige genoteerde niet-Europese vennootschappen, met name die uit de Verenigde Staten, moeten laten registreren bij een overheidsinstantie waar die stukken ter beschikking van het publiek worden gehouden.   
  4. De verwijzing naar het nationaal recht van de vennootschap houdt eveneens een verwijzing naar de definitie van de consolidatiekring in. Het nationaal recht is namelijk van toepassing wat de consolidatie in geval van een consortium betreft, wat slechts door een beperkt aantal lidstaten als consolidatiecriterium is ingevoerd. 
  5. De hierboven ontwikkelde principes met betrekking tot de publicatie van de (statutaire) jaarrekening door de buitenlandse vennootschappen met onbeperkte aansprakelijkheid gelden, ingeval van Belgisch bijkantoor, mutatis mutandis voor hun publicatie van de geconsolideerde jaarrekening zoals opgesteld en gecontroleerd volgens de regels die gelden in hun Staat van herkomst. 

Toelichting bij de samenvattende tabellen: verplichting tot openbaarmaking van het jaarverslag, van het geconsolideerde jaarverslag en het verslag van de commissaris

Letterlijk genomen, heeft de verplichting tot publicatie voorzien in de artikelen 2:24 en 3:20 WVV enkel betrekking op de (statutaire) jaarrekening en de geconsolideerde jaarrekening. 

De Commissie is echter van oordeel dat deze verplichting eveneens het jaarverslag, het geconsolideerde jaarverslag en het verslag van de commissaris beoogt en deelt zo het standpunt van de rechtsleer67 en van de Balanscentrale68.

Deze interpretatie is volgens de Commissie de enige die conform is aan de ratio legis van de artikelen 2:24 en 3:20 WVV69  en van Richtlijn 2017/113270. De publicatieverplichting voorzien in Richtlijn 2017/1132 betreft immers alle boekhoudstukken die worden opgesteld, gecontroleerd en gepubliceerd volgens de accountingrichtlijn. Deze verplichting beoogt dus niet alleen de jaarlijkse financiële overzichten en de geconsolideerde financiële overzichten, maar ook het jaarverslag, het geconsolideerde jaarverslag en het verslag van de wettelijke auditor of het auditkantoor.71    

Door deze interpretatie kan ook de verwijzing van artikel 3:20, § 2 WVV72 naar artikel 3:12, § 1 WVV begrepen worden. Dit laatste bepaalt immers dat:

“Binnen de dertig dagen nadat de jaarrekening is goedgekeurd en ten laatste zeven maanden na de datum van afsluiting van het boekjaar, worden door toedoen van het bestuursorgaan neergelegd bij de Nationale Bank van België: […] 4° het verslag van de commissaris […] 6° een stuk dat de vermeldingen bevat van het jaarverslag […]”.

De hierboven ontwikkelde principes met betrekking tot de publicatie van de (statutaire) jaarrekening en de geconsolideerde jaarrekening door de buitenlandse vennootschappen, ingeval van Belgisch bijkantoor, gelden mutatis mutandis voor hun publicatie van de jaarverslagen, geconsolideerde jaarverslagen en de verslagen van de commissaris.

De Commissie benadrukt hierbij dat wanneer een dochtervennootschap naar buitenlands recht vrijgesteld is van de publicatie van haar (statutaire) jaarrekening, haar jaarverslag en het verslag van de commissaris in haar Staat van herkomst, in toepassing van artikel 37 van de accountingrichtlijn of van een vergelijkbare bepaling van buitenlands recht, een neerlegging bij de Balanscentrale in België van de geconsolideerde jaarrekening, het geconsolideerde jaarverslag en het verslag van de commissaris die de dochtervennootschap in haar Staat van herkomst moet neerleggen, volstaat om te voldoen aan de voorschriften van de artikelen 2:24 en 3:20 WVV.73 

Onderhavig advies vervangt CBN-advies 2018/06 – Belgische bijkantoren van buitenlandse vennootschappen: toepassing van het Belgisch boekhoudrecht - begrip “bijkantoor” – publicatieplicht.
 

  • 1. Onderhavig advies is tot stand gekomen nadat het ontwerp van dit advies op 19 augustus 2022 ter publieke consultatie werd gepubliceerd op de website van de CBN.
  • 2. CBN-advies 2022/15 – Belgische bijkantoren van buitenlandse vennootschappen: eigen boekhoudkundige verplichtingen (update).
  • 3. Art. III.82, § 1, lid 3 WER.
  • 4. Art. III.82, § 1, lid 3 WER.
  • 5. Zie met name: Cass., 6 mei 1926, Pas., 1926, I, 364; Luik, 30 september 1981, RPS, 1984, nr. 6258, tot bevestiging van Rb. Verviers, 10 oktober 1980, RPS, 1982, nr. 6194; Luik, 22 juin 2010, DAOR, 2011/100, 510; Grondwettelijk Hof, Arrest nr. 48/2018, 26 april 2018, B.15; Gent (fisc.) (5e k.) nr. 2018/AR/1470, 5 november 2019.
  • 6. Art. III.82 tot III.88 WER.
  • 7. Art. III.89 WER; art. 3:1, § 2 WVV.
  • 8. Art. III.90 WER; art. 3:1, § 2 WVV.
  • 9. Art. 3:1, § 2 WVV.
  • 10. Art. 3:1 tot 3:95 KB WVV.
  • 11. Art. 3:20, § 3, WVV.
    Art. 3:1, § 1 & 2 WVV.
    “§ 1 Het bestuursorgaan is verplicht elk jaar een inventaris op te maken volgens de waarderingsregels bepaald door de Koning, evenals een jaarrekening in de vorm en met de inhoud bepaald door de Koning. Die jaarrekening bestaat uit de balans, de resultatenrekening en de toelichting, en vormt een geheel. […]
    § 2. De in paragraaf 1 bedoelde verplichting geldt ook voor buitenlandse vennootschappen voor wat hun in België gevestigde bijkantoren betreft, behalve wanneer die bijkantoren geen eigen opbrengsten hebben door verkoop van goederen of dienstverlening aan derden of door geleverde goederen of verleende diensten aan de buitenlandse vennootschap waarvan zij afhangen, en waarvan de werkingskosten volledig door de laatstgenoemde worden gedragen.”
  • 12. De artikelen 2:149; 2:23, 2:24, 2:27, 2:28, 2:29 en 3:20 WVV nemen de vroegere artikelen 59, 81-87 en 107 WVV op, die op hun beurt het vroegere artikel 198 van de gecoördineerde wetten op de handelsvennootschappen opnemen.
  • 13. BS, 6 augustus 1999.
  • 14. C. Fischer, « Les obligations comptables des succursales belges et des sièges d’opération belges de sociétés étrangères », in La réglementation sur les comptes annuels et le plan comptable (grandes sociétés), Volume 1, nr. 1050.
  • 15. Vroegere artikelen 59, 81-87 en 107 W.Venn.; huidige artikelen 2:149, 2:23, 2:24, 2:27, 2:28, 2:29 en 3:20 WVV.
  • 16. Hetzelfde geldt voor artikel 3:1, § 2 WVV.
  • 17. Wetsontwerp tot invoering van het Wetboek van vennootschappen, Memorie van toelichting, Parl. St., Kamer, 1998-1999, nr. 49-1838/1, 37-38.
  • 18. Wetsontwerp tot invoering van het Wetboek van vennootschappen, Advies van de Raad van State, Parl. St., Kamer, 1998-1999, nr. 49-1838/2, 291-292. De Raad van State maakt echter geen melding van artikel 92, § 2 W.Venn. dat zorgt voor een terminologische uniformisering zoals in voormeld koninklijk besluit van 8 oktober 1976.
  • 19. De Raad van State verwijst naar het Répertoire pratique de droit belge, v° Sociétés anonymes, deel XII, Brussel, Bruylant, 1943, 677, nr. 3075: “les mots ‘siège quelconque d’opération’ visent une installation moins importante que la succursale et indiquent qu’il faut se montrer large dans l’appréciation du point de savoir ce qu’il faut entendre par siège d’opération”.
  • 20. De wetgever heeft het begrip “centrum van werkzaamheden” laten voortbestaan in het WER, voornamelijk art. I.5, lid 2 en III.90, § 2, lid 4, 5°.
  • 21. Koninklijk besluit van 25 januari 2005 tot wijziging van het koninklijk besluit van 12 september 1983 tot uitvoering van de wet van 17 juli 1975 met betrekking tot de boekhouding van de ondernemingen, het koninklijk besluit van 12 september 1983 tot bepaling van de minimumindeling van een algemeen rekeningstelsel en het koninklijk besluit van 16 juni 1994 tot vaststelling van de bijdrage van de ondernemingen in de werkingskosten van de Commissie voor Boekhoudkundige Normen, BS, 7 februari 2005, art. 7, 3°, dat de woorden “centra van werkzaamheden” schrapt om enkel het woord “bijkantoren” te laten voortbestaan in artikel 1 van het koninklijk besluit van 12 september 1983 tot bepaling van de minimumindeling van een algemeen rekeningstelsel. Volgens het Verslag aan de Koning, “was deze wijziging nodig om de tekst van het koninklijk besluit in overeenstemming te brengen met de begrippen die gehanteerd worden in het Wetboek Vennootschappen”.
  • 22. Advies 37.864/1 uit de afdeling wetgeving van de Raad van State bij voormeld koninklijk besluit van 25 januari 2005, BS, 7 februari 2005.
  • 23. C. Fischer, “Succursale et établissement stable, similitudes et différences”, C&FP, 2007, nr. 12, 329.
  • 24. Wet van 13 april 1995 tot wijziging van de wetten op de handelsvennootschappen, gecoördineerd op 30 november 1995, BS, 17 juni 1995.
  • 25. Wat voordien Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen (HvJ-EG) werd genoemd.
  • 26. Verdrag van Brussel, artikel 5, 5°, BS, 31 maart 1971: “De verweerder die woonplaats heeft op het grondgebied van een Verdragsluitende Staat, kan in een andere Verdragsluitende Staat worden opgeroepen: [...] 5. ten aanzien van een geschil betreffende de exploitatie van een [bijkantoor], van een agentschap of enige andere vestiging: voor het gerecht van de plaats waar zij gelegen zijn.” Dit artikel wordt sinds 1 januari 2010 vervangen door artikel 5, 5° van het Verdrag van 30 oktober 2007 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken, P.B., L. 339, 21 december 2007, err., P.B., L. 147, 10 juni 2009, err., P.B., L. 18, 21 januari 2014.
  • 27. Wetsvoorstel tot wijziging van de wetten op de handelsvennootschappen, gecoördineerd op 30 november 1935, Toelichting, Parl. St., Kamer, 1992-1993, nr. 48-1005/1, 18-22.
  • 28. HvJ-EG, arrest van 25 februari 2021, Markt24, C-804/19, EU:C:2021:134, randnummer 47; HvJ-EG, arrest van 11 april 2019, Ryanair, C-464/18, EU:C:2019:311, randnummer 33; HvJ-EG, arrest van 19 juli 2012, Mahamdia, C-154/11, EU:C:2012:491, randnummer 48; HvJ-EG, arrest van 5 juli 2018, flyLAL-Lithuanian Airlines, C-27/17, EU:C:2018:533, randnummer 59.
  • 29. HvJ-EG, 18 maart 1981 (Blanckaert & Willems c. Trost), nr. 139/80, https://curia.europa.eu, § 12. Hieruit besluit het Hof dat een zelfstandig [economisch] agent die deze drie omstandigheden vervult niet als [bijkantoor] kan worden beschouwd. Zie tevens de conclusies van de heer advocaat-generaal Gerhard Reischl, voorgesteld op 5 februari 1981, punt 1.
  • 30. Cass., 18 december 1941, Pas., 1941, I, 467, voornamelijk 468; hieruit besluit het Hof dat het Hof van Beroep te Brussel terecht heeft beslist over het bestaan van een bijkantoor in België, aangezien de buitenlandse vennootschap “[avait] un bureau […] à Anvers, où siégeait un directeur ayant sous ses ordres plusieurs employés, et chargé de diriger, centraliser et assurer l’exécution des opérations auxquelles donne régulièrement lieu la présence au port d’Anvers des navires appartenant à la société ; […] [et] que si le directeur n’avait qu’une autorité limitée, en ce sens qu’il ne pouvait agir valablement que sur les instructions du bureau de Londres, il n’en est pas moins certain que, cette approbation obtenue, il avait le pouvoir de passer avec les tiers les contrats d’arrimage des navires de la société”. Zie eveneens Cass., 24 maart 1930, Pas., 1930, I, p. 170, tot verwerping van het beroep tegen Brussel, 23 maart 1929, R.P.S., 1929, nr. 2946 en Brussel, 6 juni 1929 (in casu, beslist het Hof van Cassatie dat de bestreden arresten terecht menen dat een buitenlandse vennootschap een bijkantoor heeft in België, aangezien de vennootschap “posséda successivement, mais sans discontinuité, dans deux locaux distincts à Bruxelles, [une succursale], où son mandataire […] traitait avec des tiers, pour [la société étrangère], des opérations d’achat de matériel et d’embauchage de personnel”) en Cass., 30 april 2009, Pas., 2009, nr. 288.
  • 31. Voor een positieve toepassing: Kh. Brussel, 6 december 1996, A.J.T., 1998-1999, 243.
    Voor negatieve toepassingen: Kh. Brussel, 6 november 2001, A.J.T., 2001-2002, 765, in de loop van het geding van de Kh. Brussel, 10 april 2001, A.J.T., 2001/2002, 764: ten gevolge van het ontbreken van een persoon in België die de buitenlandse vennootschap tegenover derden kan verbinden; Luik, 28 juni 2007, T.R.V., 2009, 750, tot hervorming van Kh. Luik, 30 juni 2006, T.R.V., 2009, 747: met name omdat “l’existence d’un local adapté à la réception du public” niet wordt aangetoond en omdat de in België aanwezige bedienden niet de bevoegdheid hadden de buitenlandse vennootschap te verbinden; Brussel, 14 januari 2010; F.J.F., 2010/169: met name omdat de buitenlandse vennootschap “n'avait pas d'activité opérationnelle en Belgique [et qu’elle] disposait en Belgique que d'un seul immeuble, lequel était donné en location et était donc détenu comme investissement passif », qu’elle « n'avait pas d'employés en Belgique [et que] la gestion de l'immeuble était intégralement confiée à [un tiers]”.
  • 32. Cass., 27 april 1896, Pas., 1896, I, 166. Hieruit besluit het Hof dat het bestreden arrest terecht meent dat met overname van de redenen van de eerste rechter een Franse verzekeringsonderneming geen bijkantoor in België heeft wanneer ze “ne se trouve pas représentée en Belgique par un agent disposant de la signature et pouvant, soit contracter, soit recevoir payement en son nom ; que c’est au siège social seulement que sont signées les polices d’assurance, les quittances des primes et les règlements d’indemnités”. Zie in dezelfde zin, Brussel, 8 december 1955, Pas., 1957, II, 162: “l’activité d’une société étrangère en Belgique par l’entremise de courtiers ou de commissionnaires ne disposant que de leur organisation propre ne peut être considérée comme la fondation d’une succursale ou d’un siège d’opération”.
  • 33. Art. 3:1, § 2 WVV.
  • 34. Richtlijn 2017/1132, overweging 16.
  • 35. De bepalingen met betrekking tot de vennootschappen die ressorteren onder het recht van een andere Lidstaat van de Europese Unie, zijn ook van toepassing op de vennootschappen die onder het recht vallen van een andere Lidstaat van de Europese Economische Ruimte.
  • 36. De kleine niet-genoteerde vennootschappen zijn niet onderworpen aan de wettelijke controle van hun jaarrekening (art. 3:72 WVV), noch aan de verplichting om een jaarverslag op te maken (art. 3:4, lid 1, 1° WVV).
  • 37. De microvennootschappen zijn per definitie kleine vennootschappen (art. 1:25 WVV) die als ze niet genoteerd zijn, niet onderworpen zijn aan de wettelijke controle van hun jaarrekening, noch aan de verplichting om een jaarverslag op te maken.
  • 38. Met uitzondering van microvennootschappen die per definitie niet als dochtervennootschap of moedervennootschap kunnen worden aangeduid (art. 1:25 WVV).
  • 39. Voor de inhoud van de sociale balans: zie artikelen 5:2 en 5:3 KB WVV.
  • 40. Wet van 22 december 1995 houdende maatregelen tot uitvoering van het meerjarenplan voor werkgelegenheid.
  • 41. Artikel 3:9 WVV bepaalt dat de kleine VOF en CommV vrijgesteld zijn van de publicatieplicht. Volgens de Commissie lijkt het moeilijk te rechtvaardigen dat de Belgische wetgever meer van de buitenlandse vennootschappen verlangt, dan van de vennootschappen naar Belgisch recht met vergelijkbare rechtsvorm.
  • 42. Koninklijk besluit van 4 augustus 1996 met betrekking tot de sociale balans (BS 30 augustus 1996).
  • 43. De Commissie is van oordeel dat enkel buitenlandse vennootschappen die de jaarrekening bij de NBB moeten neerleggen, ook hun sociale balans moeten neerleggen (bij de NBB). Wanneer de jaarrekening met andere woorden niet moet worden neergelegd, moet de sociale balans evenmin worden neergelegd.
  • 44. Artikel 3:9 WVV bepaalt dat de kleine VOF en CommV vrijgesteld zijn van de publicatieplicht. Volgens de Commissie lijkt het moeilijk te rechtvaardigen dat de Belgische wetgever meer van de vennootschappen naar buitenlands recht verlangt, dan van de buitenlandse vennootschappen met vergelijkbare rechtsvorm.
  • 45. De Commissie is van oordeel dat enkel buitenlandse vennootschappen die de jaarrekening bij de NBB moeten neerleggen, ook hun sociale balans moeten neerleggen (bij de NBB). Wanneer de jaarrekening met andere woorden niet moet worden neergelegd, moet de sociale balans evenmin worden neergelegd.
  • 46. En meer bepaald de vennootschappen onder firma (VOF’s) en de commanditaire vennootschappen (CommV).
  • 47. De Richtlijn 2017/1132 heeft geen betrekking op deze gelijkgestelde vennootschappen, maar op de NV’s en BV’s. Ze zijn echter onderworpen aan de accountingrichtlijn, omdat de aansprakelijkheid van hun onbeperkt aansprakelijke vennoten beperkt is in een verdere graad. Ze zijn bijgevolg verplicht om, krachtens hun nationale wetgeving, een jaarrekening (en, in voorkomend geval, een geconsolideerde jaarrekening) op te stellen, te laten controleren en openbaar te maken.
  • 48. Art. 2:24, § 1, 7° (Europese vennootschappen) en 2:24, § 2, 8° (niet-Europese vennootschappen) WVV. Een recent opgerichte buitenlandse vennootschap die in haar Staat van herkomst nog geen jaarrekening betreffende haar eerste boekjaar heeft gepubliceerd, zonder de hiervoor voorziene wettelijke termijnen te overschrijden, moet, vóór de vestiging van haar bijkantoor in België, geen jaarrekening bij de Balanscentrale neerleggen.
  • 49. Art. 2:24, § 3, 1ste lid, 2° en 3:20, § 1, 1ste en 2de lid, WVV.
  • 50. Art. 2:24, § 3, 3de lid WVV. In dat opzicht, moeten buitenlandse vennootschappen het blad VOL 1.1 van het volledig model van de jaarrekening gebruiken of het blad VKT 1.1 van het verkort model van de jaarrekening, indien ze worden aangeduid als kleine vennootschappen zoals bedoeld in artikel 1:24 WVV, beschikbaar op de site van de Balanscentrale (https://www.nbb.be/nl/balanscentrale/modellen-van-de-jaarrekening/inhoud-van-de-jaarrekening-van-buitenlandse)
  • 51. Art. 2:23, § 1 WVV. De buitenlandse vennootschappen die in België een bijkantoor hebben gevestigd, moeten tevens de documenten neerleggen die zijn opgesomd in artikel 2:24 WVV. Bovendien moeten alle akten en andere stukken uitgaande van een bijkantoor in België de gegevens vermeld in artikel 2:29 WVV bevatten.
  • 52. Art. 2:23, § 1 WVV; art. III.16, § 1, 3° en III.17 WER.
  • 53. Art. III.49, § 1 WER.
  • 54. Art. III.16, § 1, 3° en III.17 WER.
  • 55. Art. 2:24, § 1, 7° (Europese vennootschappen) en 2:24, § 2, 8° (niet-Europese vennootschappen) WVV.
  • 56. CBN-advies 117/1 - Jaarrekening in Belgische frank - Munt waarin de jaarrekening moet worden opgesteld.
  • 57. Buitenlandse vennootschappen moeten echter het blad VOL 1.1 van het volledig model van de jaarrekening gebruiken of het blad VKT 1.1 van het verkort model van de jaarrekening, indien ze worden aangeduid als kleine vennootschappen zoals bedoeld in artikel 1:24 WVV, beschikbaar op de site van de Balanscentrale (https://www.nbb.be/nl/balanscentrale/modellen-van-de-jaarrekening/inhoud-van-de-jaarrekening-van-buitenlandse)
  • 58. Er wordt echter een uitzondering gemaakt voor de informatieverplichtingen die voortvloeien uit de nationale bepalingen die anders zijn dan die uit het boekhoudrecht (zoals degene uit het sociaal zekerheidsrecht, het fiscaal recht of de verplichting om gegevens mee te delen voor statistieke doeleinden).
  • 59. Zie met name overweging 21 van Richtlijn 2017/1132: “Om de verwezenlijking van de daarin neergelegde doelstellingen te verzekeren en elke discriminatie op grond van het land van oorsprong van de vennootschappen te vermijden, moet deze richtlijn eveneens betrekking hebben op bijkantoren die zijn opgericht door onder het recht van derde landen vallende vennootschappen en met een vergelijkbare rechtsvorm als de vennootschappen waarop deze richtlijn betrekking heeft.”
  • 60. Tenzij vrijstellingen analoog aan artikel 37 van de accountingrichtlijn.
  • 61. Art. 3:9, 1°, WVV a contrario.
  • 62. Art. 3:9, 2°, WVV a contrario.
  • 63. Behalve indien ze gelijk worden gesteld met vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid volgens de accountingrichtlijn.
  • 64. Het gaat bijvoorbeeld om een Europese vennootschap met een rechtsvorm vergelijkbaar met een VOF of een CommV die niet wordt aangeduid als een kleine vennootschap in de zin van artikel 1:24 WVV. en waarvan één van zijn onbeperkt aansprakelijke vennoten een Europese NV is en de andere natuurlijke personen zijn. Als de vennootschap Belgisch was, zou ze aan de publicatieverplichting onderworpen zijn, maar indien ze niet valt onder de accountingrichtlijn, aangezien niet al haar directe en indirecte vennoten die onbeperkt aansprakelijk zijn, vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid zijn, is ze niet onderworpen aan de publicatieverplichting in België.
  • 65. Art. 3:9, 1° WVV.
  • 66. Art. 3:9, 2° WVV.
  • 67. Répertoire pratique de droit belge, v° Sociétés anonymes, deel XII, Brussel, Bruylant, 1943, 677, nr. 3094; J. Gabriel, “succursales de sociétés étrangères en Belgique”, Revue de droit des affaires internationales, 1987, 270-271; M. Sergent, “Les obligations des sociétés étrangères ayant établi une succursale en Belgique en matière d’établissement de comptes annuels, de leur contrôle et de leur publication”, C&FP, november 1996, 39; C. Fischer, “Les obligations comptables des succursales belges et des sièges d’opération belges de sociétés étrangères”, in La réglementation sur les comptes annuels et le plan comptable (grandes sociétés), Volume 1, nr. 1067; C. Fischer, “Succursale et établissement stable, similitudes et différences”, C&FP, 2007, nr. 12, 337; M. Vander Linden, “Succursales de sociétés étrangères établies en Belgique”, Pacioli, nr. 220, 2006, 6.
  • 68. Nationale Bank van België, Departement micro-economische informatie, Dienst Balanscentrale, “Verplichting tot openbaarmaking van de jaarrekening van een buitenlandse vereniging zonder winstoogmerk met een centrum van werkzaamheden in België”, beschikbaar op https://www.nbb.be/nl/balanscentrale/jaarrekeningen-neerleggen/wie-moet-neerleggen/buitenlandse-vennootschappen-en.
  • 69. Reeds vóór de omzetting van de elfde richtlijn, beoogde het vroegere artikel 198 GWHV, vandaag opgenomen in deze artikelen, de buitenlandse vennootschappen die in België een bijkantoor oprichten, te onderwerpen aan dezelfde publicatieregeling als de vennootschappen naar Belgisch recht.
  • 70. De Richtlijn 2017/1132 heeft met name tot doel om “ten aanzien van de openbaarmaking [een einde te maken aan] [...] een zekere ongelijkheid ten aanzien van de bescherming van de aandeelhouders en van derden tussen, enerzijds, vennootschappen die door middel van de oprichting van bijkantoren en, anderzijds, vennootschappen die door middel van de oprichting van dochterondernemingen in andere lidstaten werkzaam zijn” (overweging 15).
  • 71. Accountingrichtlijn, art. 30. Artikel 31 van Richtlijn 2017/1132 betreft namelijk “de boekhoudbescheiden van de vennootschap zoals opgesteld, gecontroleerd en openbaar gemaakt volgens het recht van de lidstaat van de vennootschap overeenkomstig Richtlijn 2006/43/EG [...] en Richtlijn 2013/34/EU” en artikel 38 betreft “de boekhoudbescheiden van de vennootschap zoals die zijn opgesteld, gecontroleerd en openbaar gemaakt volgens het recht van de Staat van de vennootschap”.
  • 72. “De artikelen 3:12 tot 3:16 [WVV] zijn van toepassing op de stukken bedoeld in paragraaf 1 [hetzij de jaarrekening en de geconsolideerde jaarrekening]”.
  • 73. Het bestuursorgaan dient zich ervan te vergewissen dat de voornoemde vrijstelling strookt met de accountingrichtlijn of met de vergelijkbare bepaling van buitenlands recht.