Elke vereniging of stichting die niet langer voldoet aan de criteria van de artikelen 17, § 3, 37, § 3 of 53, § 3 van de wet van 27 juni 1921 en die besluit om haar boekhouding te voeren volgens het model van de vereenvoudigde boekhouding, vastgelegd in uitvoering van de artikelen 17, § 2, 37, § 2 of 53, § 2 van de wet van 27 juni 1921, moet deze beslissing melden en verantwoorden in de toelichting bij haar jaarrekening en aanvullen met de belangrijkste gevolgen van deze wijziging voor de vereniging of stichting. Vanaf dat moment voert ze haar boekhouding met de exclusieve toepassing van de bepalingen die werden vastgelegd in uitvoering van de artikelen 17, § 2, 37, § 2 of 53, § 2 van de wet van 27 juni 1921.
Boek II. Diverse bepalingen
Artikel 21
Artikel 22
Elke vereniging of stichting die haar boekhouding voerde in overeenstemming met het model van de vereenvoudigde boekhouding en die de verplichtingen moet naleven die gelden voor de verenigingen en stichtingen bedoeld in de artikelen 17, § 3, 37, § 3 of 53, § 3 van de wet van 27 juni 1921, moet de wijziging van toepasselijke regels vermelden in de toelichting bij haar jaarrekening en de belangrijkste gevolgen van deze wijziging voor de vereniging of stichting vermelden. Vanaf dat moment voert ze haar boekhouding en stelt ze haar jaarrekening op met de exclusieve toepassing van de bepalingen van onderhavig besluit.