§ 1. De kosten voor de neerlegging van de in artikel 173 bedoelde documenten omvatten ...de openbaarmakingskosten bedoeld in § 3, de bijdrage in de kosten gemaakt door de federale toezichthoudende overheden bedoeld in artikel 101, vijfde lid van het Wetboek van vennootschappen, alsook alle bijdragen, belastingen of kosten die krachtens andere wettelijke of reglementaire bepalingen tegelijk met voornoemde kosten moeten worden betaald.
§ 2. [...]
§ 3. De kosten voor de openbaarmaking van de in artikel 173 bedoelde documenten, worden vastgesteld, exclusief de belasting over de toegevoegde waarde, op:
– 241 euro wanneer de documenten langs elektronische weg in de vorm van een gestructureerd databestand worden neergelegd overeenkomstig artikel 176, § 1;
– 286 euro wanneer de documenten langs elektronische weg in de vorm van een PDF-bestand worden neergelegd overeenkomstig artikel 176, § 2;
– 291 euro wanneer de documenten op papier worden neergelegd overeenkomstig artikel 177.
De openbaarmakingskosten bedoeld in het vorige lid worden evenwel vastgesteld op respectievelijk 55 euro, 100 euro en 105 euro, exclusief de belasting over de toegevoegde waarde, voor:
- de jaarrekening voorgesteld volgens het “Verkort model van jaarrekening” bedoeld in artikel 174, § 2, tweede lid , 1° ;
- de jaarrekening van instellingen bedoeld in artikel I.5., 1°, d) van het Wetboek van economisch recht;
- de jaarrekening van de kredietinstellingen bedoeld in artikel III.95, § 1 van het Wetboek van economisch recht, op voorwaarde dat hun balanstotaal voor het betrokken boekjaar 5.000.000 euro niet overschrijdt, evenals de jaarrekening van de verzekerings- en herverzekeringsondernemingen die voldoen aan de criteria vermeld in artikel 15 van het Wetboek van vennootschappen;
- de jaarrekening van buitenlandse vennootschappen of van Europese economische samenwerkingsverbanden naar buitenlands recht die voldoen aan de criteria vermeld in artikel 15 van het Wetboek van vennootschappen.
De openbaarmakingskosten bedoeld in het eerste lid worden evenwel vastgesteld op respectievelijk 40,70 euro, 85,70 euro en 90,70 euro, exclusief de belasting over de toegevoegde waarde, voor de jaarrekening voorgesteld volgens het “Micromodel van jaarrekening” bedoeld in artikel 174, § 2, tweede lid, 2°.
De kosten voor de openbaarmaking van een in artikel 181 bedoelde behoorlijk verbeterde jaarrekening of geconsolideerde jaarrekening worden vastgesteld op 55 euro, exclusief de belasting over de toegevoegde waarde. Deze openbaarmakingskosten worden evenwel vastgesteld op 35 euro, exclusief de belasting over de toegevoegde waarde, voor de jaarrekening voorgesteld volgens het “Micromodel van jaarrekening”.
De in deze paragraaf bepaalde openbaarmakingskosten worden jaarlijks, op 1 januari, aangepast aan de evolutie van het indexcijfer van de consumptieprijzen volgens de volgende formule: het nieuwe bedrag is gelijk aan het basisbedrag bepaald in deze paragraaf vermenigvuldigd met het nieuwe indexcijfer, met name het indexcijfer van de maand oktober van het jaar voordien, en gedeeld door het aanvangsindexcijfer, met name het indexcijfer van de maand april 2007. Het verkregen resultaat wordt afgerond op het hogere veelvoud van 10 eurocent. De aangepaste bedragen worden uiterlijk op 15 december van elk jaar in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt.
§ 4. De neerleggingskosten bedoeld in § 1 worden betaald door een girale overschrijving uitgevoerd volgens de voorwaarden en de technische modaliteiten die de Nationale Bank van België bepaalt en die op haar website ter beschikking worden gesteld.
§ 5. Elke rechtspersoon die een geval van overmacht inroept waardoor hij zijn jaarrekening of zijn geconsolideerde jaarrekening niet binnen de termijn van acht maanden bedoeld in artikel 101, vijfde lid van het Wetboek van vennootschappen heeft kunnen neerleggen, kan de terugbetaling van de door haar betaalde bijdrage tot de kosten gemaakt door de federale toezichthoudende overheden vorderen binnen een termijn van achttien maanden na de afsluitingsdatum van die jaarrekening bij gewone brief gericht aan de FOD Economie. In deze aanvraag vermeldt de betrokken rechtspersoon de omstandigheden die voor hem een geval van overmacht hebben gevormd en het nummer van de bankrekening waarop de bijdrage kan worden terugbetaald. Aan deze aanvraag worden alle bewijsstukken die de ingeroepen overmacht kunnen staven toegevoegd, alsook een kopie van de mededeling van de neerlegging bedoeld in artikel 180, tweede lid, tweede streepje, voor zover dit reeds mogelijk is.
De FOD Economie bevestigt onmiddellijk de ontvangst van deze aanvraag bij gewone brief. Hij kan de betrokken rechtspersoon vragen om hem bijkomende inlichtingen te verstrekken of om de toegezonden bewijsstukken aan te vullen.
De met redenen omklede beslissing van de Minister tot wiens bevoegdheid Economie behoort of diens afgevaardigde betreffende de aanvraag wordt bij gewone brief gericht aan de betrokken rechtspersoon; wanneer de Minister tot wiens bevoegdheid Economie behoort of diens afgevaardigde het bestaan vaststelt van een omstandigheid die voor de betrokken rechtspersoon een geval van overmacht vormt, geeft hij de opdracht aan de FOD Financiën om de bijdrage tot de kosten gemaakt door de federale toezichthoudende overheden terug te betalen. Te dien einde deelt de FOD Economie aan de FOD Financiën mee:
– het terug te betalen bedrag en het rekeningnummer waarop de terugbetaling kan worden verricht;
– het ondernemingsnummer van de betrokken rechtspersoon alsook de kenmerken en de afsluitingsdatum van de laattijdig neergelegde jaarrekening; deze gegevens worden als mededeling aan de begunstigde opgenomen.
Wanneer blijkt dat uitzonderlijke omstandigheden noodzakelijkerwijze een geval van overmacht zullen vormen voor het geheel of een groot deel van de rechtspersonen die ertoe gehouden zijn hun jaarrekening of geconsolideerde jaarrekening neer te leggen, kan de Minister die Economie onder zijn bevoegdheden heeft met het oog op administratieve vereenvoudiging overgaan tot een algemene vrijstelling van heffing van de bijdrage tot de kosten gemaakt door de federale toezichthoudende overheden voor een duur die hij vaststelt en die hoogstens twee maanden bedraagt. Deze beslissing dient bij een met redenen omkleed ministerieel besluit uiterlijk één maand voor het vervallen van de termijn van acht maanden bedoeld in artikel 101, vijfde lid van het Wetboek van vennootschappen in het Belgisch Staatsblad te worden bekendgemaakt.