De waarde waartegen de deelneming in de geconsolideerde jaarrekening, overeenkomstig artikel 152, §§ 1 en 2, is opgenomen, wordt vervolgens, naar gelang van het geval, verhoogd of verminderd met het bedrag van de tijdens het boekjaar of het gedeelte van het boekjaar opgetreden verandering in het deel van het eigen vermogen van de betrokken vennootschap dat deze deelneming belichaamt. Dit eigen vermogen omvat, naast het resultaat van het boekjaar, met uitsluiting evenwel van het gedeelte hiervan dat bij bestemming anderszins dan als dividend wordt toegekend, tevens de uitdrukking van een herwaarderingsmeerwaarde, de verkrijging van een kapitaalsubsidie, de overboeking van een gerealiseerde meerwaarde naar de belastingvrije reserves en de boeking van een uitgiftepremie naar aanleiding van de uitgifte van een converteerbare obligatielening.
Deze waarde wordt verminderd met het bedrag van de dividenden met betrekking tot deze deelneming.
Bij toepassing van artikel 152, § 3, wordt deze waarde zonodig aangepast om rekening te houden met de gevolgen van de waardeherberekeningen met toepassing van genoemd artikel 152, § 3.