COMMISSIE VOOR BOEKHOUDKUNDIGE NORMEN

CBN-advies 110-6 - Openbaarmaking van de jaarrekening van vennootschappen in vereffening (artikel 187 Venn. W.)

Dit advies werd opgeheven en vervangen door advies 2011/8

Artikel 187 van de Vennootschapswet, vervangen door artikel 25 van de wet van 24 maart 19781, luidt als volgt : «Elk jaar leggen de vereffenaars aan de algemene vergadering van de vennootschap de uitkomsten van de vereffening voor met vermelding van de redenen waarom de vereffening niet kon worden voltooid. Betreft het een naamloze vennootschap, een coöperatieve vennootschap, een commanditaire vennootschap op aandelen of een personenvennootschap met beperkte aansprakelijkheid, dan moeten zij zich gedragen naar de artikelen 77, eerste tot derde lid, en 80». 

Aan de Commissie werd de vraag gesteld hoe de in deze bepaling opgenomen verwijzing naar artikel 80 Venn. W. moet worden geïnterpreteerd. Meer in het bijzonder werd de vraag opgeworpen of deze verwijzing impliceert dat naar strikte analogie met de toestand van vennootschappen die niet in vereffening zijn gesteld, de publikatietermijn van dertig dagen slechts zal ingaan vanaf de goedkeuring van de betrokken jaarrekening door de algemene vergadering van de in vereffening gestelde vennootschap dan wel vanaf de loutere voorlegging van deze jaarrekening aan de algemene vergadering. 

De Commissie heeft over deze problematiek volgend advies uitgebracht, daarbij essentieel steunend op de ratio legis van het reeds vóór de wet van 24 maart 1978 bestaand artikel 187 Venn. W., alsmede op de bedoelingen van de wetgever bij het aanpassen van dit artikel in maart 1978. 

Krachtens de eensgezinde rechtsleer legde het vroegere artikel 187 Venn. W. aan de vereffenaars een jaarlijkse verslaggeving op teneinde te vermijden dat de vereffeningsverrichtingen al te zeer zouden aanslepen. Deze periodieke verslaggeving geschiedt ten aanzien van de algemene vergadering die met dat doel wordt bijeengeroepen. Deze verslaggeving is evenwel louter informatief : de algemene vergadering wordt niet bijeengeroepen om de jaarrekening te behandelen, ze goed of af te keuren of op grond ervan kwijting te verlenen aan de vereffenaars. Het is immers pas na afloop van de vereffening dat de algemene vergadering zich zal uitspreken over de wijze waarop de vereffenaars hun taak hebben vervuld (artikel 188, eerste lid Venn. W.) en dat over de kwijting wordt gestemd. Niettemin voorzag het vroegere artikel 187 reeds - in het belang van derden - dat in het geval van een naamloze vennootschap de tussentijdse aan de algemene vergadering voorgelegde balans moet worden openbaar gemaakt. De wet bepaalde evenwel niets over de modaliteiten (procedure, termijn) van deze openbaarmaking. De rechtsleer nam echter redelijkerwijze aan dat zij volgens de vormvoorschriften van artikel 10 Venn. W. diende te geschieden (publikatie in het Belgisch Staatsblad) en dat, hoewel geen publikatietermijn was voorgeschreven, de vereffenaars binnen een redelijke termijn tot openbaarmaking dienden over te gaan, wilden zij niet aansprakelijk worden gesteld voor de schade die uit een laattijdige publikatie zou voortvloeien. 

Naar het oordeel van de Commissie sluit de nieuwe versie van artikel 187 Venn. W., ingevoegd door de geciteerde wet van 24 maart 1978, ten gronde volledig aan bij de vroegere bepaling waarvan de draagwijdte hierboven werd toegelicht. Uit de voorbereidende werken van deze wet kan inderdaad geenszins worden afgeleid dat de wetgever - zolang de vereffening loopt - het puur informatief karakter van de jaarlijkse verslaggeving door de vereffenaars zou hebben willen wijzigen. Integendeel, uit de eerste volzin van het huidige artikel 187 Venn. W., die haast ongewijzigd werd overgenomen uit de vroegere redactie van hetzelfde artikel - waarin reeds sprake was van het «voorleggen» (zonder meer) van de uitkomsten van de vereffening -, alsmede uit het ongewijzigde artikel 188 Venn. W., moet worden afgeleid dat de algemene vergadering ook na de wetswijziging van maart 1978 niet geroepen is om de tussentijdse jaarrekening die de vereffenaars haar voorleggen goed of af te keuren. 

Ter staving van de stelling dat deze tussentijdse jaarrekening - zoals voorheen - niet ter stemming wordt gebracht en louter wordt medegedeeld aan de vennoten, kan bovendien worden aangevoerd dat de wetgever in het nieuwe artikel 187 wél verwijst naar de artikelen 77 (infra) en 80, doch niet naar artikel 79 Venn. W. Dit artikel regelt de machten en bevoegdheden van de jaarvergadering van niet in vereffening gestelde vennootschappen en draagt haar meer in het biezonder op de jaarrekening te behandelen, met het oog op haar goed- of afkeuring. 

Het belang en de draagwijdte van de wetswijziging doorgevoerd in maart 1978 ligt derhalve op andere vlakken. Vooreerst werd in het nieuwe artikel 187 een verwijzing opgenomen naar het bepaalde in artikel 77, eerste tot en met derde lid, teneinde duidelijk te bepalen: 

  • dat de vereffenaars een «jaarrekening» dienen op te maken (bestaande uit 3 delen die één geheel vormen); 
  • dat deze jaarrekening dient te zijn gegrond op een inventaris; 
  • dat deze jaarrekening in de regel dient te worden opgesteld met naleving van de wet van 17 juli 1975 op de boekhouding en de jaarrekening van de ondernemingen en haar uitvoeringsbesluiten (cf. overigens artikel 40 van het jaarrekeningbesluit van 8 oktober 1976) 

Ook werd de publikatieplicht ten laste van de vereffenaars logischerwijze uitgebreid tot de personenvennootschap met beperkte aansprakelijkheid, de commanditaire vennootschap op aandelen en de coöperatieve vennootschap. 

Maar bovendien heeft de wet van 24 maart 1978 door te verwijzen naar artikel 80 Venn. W. de publikatiemodaliteiten waarop, zoals hoger aangestipt, de vroegere bepaling niet inging, expliciet willen regelen door qua publikatie-procedure en -termijn nauw aan te sluiten bij de openbaarmakingsregels die gelden voor de jaarrekening van niet in vereffening gestelde kapitaalvennootschappen. 

Daar de wetgever, zoals hoger is gebleken, de aard van deze periodieke informatieve verslaggeving door de vereffenaars niet heeft willen wijzigen, is de Commissie derhalve van oordeel dat de verwijzing naar artikel 80 Venn. W. zo moet worden begrepen dat de vereffenaars binnen dertig dagen na de voorlegging van de door hen opgemaakte jaarrekening aan de algemene vergadering, deze moeten neerleggen ter griffie van de rechtbank van koophandel.

 

  • 1. Wet van 24 maart 1978 betreffende de openbaarmaking van de akten en van de jaarrekening van de handelsvennootschappen en van de burgerlijke vennootschappen die de rechtsvorm van een handelsvennootschap hebben aangenomen (B.S. 7 april 1978).