COMMISSIE VOOR BOEKHOUDKUNDIGEN NORMEN

CBN-advies 109 - Meerwaarde en vervangingswaarde : Onderscheid tussen de vaststelling van een meerwaarde (artikel 34) en de toepassing van de waarderings- en afschrijvingsmethode op basis van de vervangingswaarde (artikel 35)


Krachtens artikel 35 van het koninklijk besluit mogen de ondernemingen voor de materiële vaste activa met beperkte gebruiksduur en de voorraden opteren voor een stelsel van waardering tegen vervangingswaarde. Anderzijds bepaalt artikel 34 van het besluit dat de ondernemingen mogen overgaan tot een herwaardering van de materiële vaste activa waarvoor de onderneming niet heeft gekozen voor het regime voorzien door artikel 35, van de immateriële vaste activa alsmede van de participaties en de overige financiële vaste activa, wanneer deze ten aanzien van hun aanschaffingswaarde een vaststaande en blijvende meerwaarde vertonen.

Aan de Commissie werd de vraag gesteld welke de juiste draagwijdte is van deze bepalingen.

De Commissie is van oordeel dat de herwaardering bedoeld in artikel 34 van het besluit de volgende kenmerken heeft:
 

  1. Zij beïnvloedt alleen de balans en heeft tot doel een juist beeld te geven van de inhoud van het vermogen; ze blijft zonder invloed op de resultatenrekening.
  2. Kan de afgeleide meerwaarde geheel of gedeeltelijk het gevolg zijn van de muntontwaarding, dan is ze daar in principe niet aan verbonden; er kunnen meerwaarden zijn die geheel los staan van elke monetaire factor; bijvoorbeeld de waardevermeerdering van een stuk grond ingevolge de ruimtelijke ordening van een wijk of de waardevermeerdering van een participatie gelet op de rendabiliteit van de vennootschap waarin ze wordt aangehouden.
  3. De vaststelling van de meerwaarde vloeit niet voort uit de toepassing van een doorlopend systeem; in het algemeen gaat het om een herschatting van welbepaalde goederen op een gegeven tijdstip.
  4. Doordat het om de vaststelling gaat van een meerwaarde en derhalve om de monetaire uitdrukking van de inhoud van het vermogen, is het normaal dat de tegenwaarde ervan in het kapitaal kan worden geïncorporeerd om aldus de onbeschikbaarheid ervan ten opzichte van derden te waarborgen.
  5. Wordt het geherwaardeerde goed gerealiseerd, dan verdwijnt noodzakelijkerwijze de uitdrukking van de meerwaarde; ze wordt, in voorkomend geval, vervangen door een realisatiemeerwaarde, op te nemen in de uitzonderlijke resultaten - behalve indien ze voorheen in het kapitaal werd geïncorporeerd - en zal dan door de affectatiebeslissingen haar definitieve bestemming krijgen.
  6. Het is weinig waarschijnlijk dat de voorwaarde die door artikel 34 wordt gesteld voor de uitdrukking van een meerwaarde, namelijk de vaststaande en duurzame aard ervan, vervuld wordt voor afschrijfbare goederen, dat wil zeggen voor goederen die ontwaarden door gebruik; die mogelijkheid mag echter niet worden uitgesloten voor gebouwen.

Op de vraag of geherwaardeerde afschrijfbare activa mogen afgeschreven worden op basis van de uitgedrukte meerwaarde, is de Commissie geneigd in principe bevestigend te antwoorden. Het gaat hier echter duidelijk om een mogelijkheid zonder enige verplichting. Elk geval dient afzonderlijk te worden beoordeeld. Indien in bepaalde gevallen de akte van herwaardering en de verruiming van de grondslag voor het afschrijvingsplan tegenstrijdig lijken dan zal in andere gevallen een correcte toepassing van de verplichting tot het opstellen van een inventaris tot de vaststelling leiden dat het gebruik en de geleidelijke veroudering een gedeelte opslorpen van de nieuwe waarde die aan een bepaald actiefbestanddeel werd toegekend. Naar de mening van de Commissie moet de tekst van artikel 12 van het besluit, waar die verwijst naar de geherwaardeerde aanschaffingsprijs, geïnterpreteerd worden als doelend op het geval waarin artikel 35 van het besluit voorziet.

De toepassing van de methode, gebaseerd op de vervangingswaarde, zoals voorzien in artikel 35, vertrekt van een totaal verschillende optiek.
 

  1. Deze methode is afgestemd, niet op een balansoptiek maar op de bekommernis om, in termen van resultatenrekening, af te zien van het principe van de aanschaffingsprijs om zich te richten naar de vervangingswaarde. Zo zullen de afschrijvingen van de materiële vaste activa gebaseerd worden op de vervangingswaarde ervan en de afboekingen van de voorraden op de prijs die betaald moet worden om de voorraad opnieuw aan te vullen.
  2. Ook al lijkt de methode op grond van de vervangingswaarde in bepaalde opzichten verwant met methodes van inflatieboekhouding, toch is zij niet aan de muntontwaarding als zodanig gebonden maar aan de evolutie van de aanschaffingsprijs van welbepaalde goederen. Welnu, de evolutie van de prijs van welbepaalde goederen kan sterk verschillen van die van het algemeen prijzenpeil. Vandaar trouwens de complexe problemen die bij het toepassen van de methode oprijzen wanneer een «generatie» de effectief gebruikte goederen scheidt van die waardoor ze na hun gebruik zullen worden vervangen.
  3. De methode gebaseerd op de vervangingswaarde wordt noodzakelijkerwijze doorlopend en bestendig toegepast.
  4. Doordat het een methode is die er op gericht is via afschrijvingen een fonds te vormen voor de hernieuwing van installaties tegen hun actuele vervangingsprijs, is het evident dat dit fonds niet naar de resultatenrekening moet worden overgeheveld op het ogenblik waarop het betrokken goed wordt gerealiseerd; dit zou namelijk de negatie zelf zijn van de essentie van deze methode. A fortiori geldt zulks voor de voorraden.