COMMISSIE VOOR BOEKHOUDKUNDIGE NORMEN

CBN-advies 2011/9 - Invloed van het buitengerechtelijk minnelijk akkoord en de gerechtelijke reorganisatie op de schulden en vorderingen

Advies van 6 april 2011

De Wet betreffende de continuïteit van de ondernemingen1 vervangt de Wet op het gerechtelijk akkoord en heeft als doel ondernemingen die in moeilijkheden verkeren, meer kansen te bieden om opnieuw gezond te worden. De wet voorziet in de mogelijkheid van een buitengerechtelijk minnelijk akkoord en van een gerechtelijke reorganisatie.

Een buitengerechtelijk minnelijk akkoord houdt in dat de schuldenaar aan al zijn schuldeisers of aan twee of meer onder hen een minnelijk akkoord voorstelt met het oog op de gezondmaking van zijn financiële toestand of de reorganisatie van zijn onderneming. De partijen bepalen vrij, zonder tussenkomst van een rechter, de inhoud van dit akkoord2.

De procedure van de gerechtelijke reorganisatie strekt ertoe, onder toezicht van de rechter, de continuïteit te behouden van het geheel of een gedeelte van de onderneming in moeilijkheden of van haar activiteiten. De procedure van gerechtelijke reorganisatie beoogt het bewerkstelligen van een minnelijk akkoord; het verkrijgen van een collectief akkoord van de schuldeisers over een reorganisatieplan of het toestaan van de overdracht onder gerechtelijk gezag van het geheel of een gedeelte van de onderneming of haar activiteiten3.

Het vermijden van een faillissement staat centraal in alle akkoorden. Daartoe wordt dikwijls aan de schuldenaar, in het raam van een buitengerechtelijk minnelijk akkoord of een gerechtelijke reorganisatie, door alle of een deel van de schuldeisers, uitstel van betaling verleend en/of gehele of gedeeltelijke kwijtschelding van schuld toegestaan. Deze kwijtschelding kan gebonden worden aan de ontbindende voorwaarde van terugkeer van de schuldenaar naar betere toestand4. Er kan ook afgesproken worden dat de schuldenaar zijn lening renteloos mag aflossen. Of er kan aan de schuldeisers voorgesteld worden om (een deel van) hun schuldvordering in kapitaal om te zetten.

Wegens de verscheidenheid van de mogelijke akkoorden moet in elk afzonderlijk geval de werkelijke draagwijdte van het akkoord onderzocht worden en in de boekhouding en de jaarrekening worden vertaald. Met toepassing van artikel 25 van het koninklijk besluit van 30 januari 2001 tot uitvoering van het Wetboek van Vennootschappen (hierna: KB W.Venn) moet de draagwijdte van het akkoord in de toelichting worden uitgelegd. 

Boekhoudkundige verwerking van de kwijtschelding van schulden

Bij de schuldenaar 

Wanneer het akkoord voorziet in een kwijtschelding van alle of een deel van de schulden, dan betekent zulks dat, ook al is deze kwijtschelding gebonden aan een ontbindende voorwaarde5, deze schuld niet langer het vermogen van de schuldenaar effectief bezwaart. De betrokken schuld moet bijgevolg van het passief van de schuldenaar worden afgeboekt, wat leidt tot een vermogensaangroei. Deze wijziging in de toestand moet in de resultatenrekening tot uiting worden gebracht onder de Andere uitzonderlijke opbrengsten; de aard van deze opbrengst wordt in de toelichting besproken.

44 of 175 Handelsschulden    
  aan 764-769 Andere uitzonderlijke opbrengsten    

Deze boeking dient bij een buitengerechtelijk minnelijk akkoord te gebeuren op het ogenblik dat het akkoord tussen de partijen gesloten wordt, bij gerechtelijke reorganisatie door minnelijk akkoord op het ogenblik dat de rechtbank dit akkoord vaststelt en bij een gerechtelijke reorganisatie door een collectief akkoord op de datum van de homologatie van het reorganisatieplan door de rechtbank.

Artikel 48/1 van het Wetboek Inkomstenbelastingen 1992 (hierna: WIB 92) stelt dat de winst die voortvloeit uit de minderwaarden die door de schuldenaar zijn opgetekend op bestanddelen van het passief ten gevolge van de homologatie van een reorganisatieplan door de rechtbank of ten gevolge van de vaststelling door de rechtbank van een minnelijk akkoord krachtens de WCO, wordt vrijgesteld volgens de nadere toepassingsregels die de Koning vaststelt6.

De in artikel 48/1 WIB 92 bedoelde vrijstelling wordt pas definitief verleend in het aanslagjaar dat verbonden is aan het belastbare tijdperk tijdens hetwelk het reorganisatieplan of het minnelijk akkoord volledig is uitgevoerd7. Vóór de volledige tenuitvoerlegging van het plan of akkoord kan evenwel onder bepaalde voorwaarden reeds een tijdelijke, voorwaardelijke vrijstelling van de opbrengst uit de schuldvordering worden genoten. Eén van de voorwaarden is dat de vrijgestelde winst op een afzonderlijke rekening van het passief moet worden geboekt tot op de datum waarop het reorganisatieplan of minnelijk akkoord volledig is uitgevoerd8.

Indien de schuldenaar van deze tijdelijke vrijstelling wil genieten, zal hij naar het oordeel van de Commissie een belastingvrije reserve moeten aanleggen ten belope van het bedrag van de uitzonderlijke opbrengst.

689 Overboeking naar de belastingvrije reserves    
  aan 132 Belastingvrije reserves    

Indien de kwijtschelding van de schuld gebonden is aan een ontbindende voorwaarde, wordt dit in de toelichting opgenomen en in de boekhouding in klasse 0 vermeld. Bij de eventuele vervulling van de ontbindende voorwaarde zal de terug effectief geworden latente schuld weer op het passief tot uitdrukking moeten worden gebracht. Deze wijziging in de toestand moet in de resultatenrekening tot uiting worden gebracht onder de Andere uitzonderlijke kosten; de aard van deze kost wordt in de toelichting besproken.

664-668 Andere uitzonderlijke kosten    
  aan 44 of 175 Handelsschulden    

Wordt het buitengerechtelijk minnelijk of gerechtelijk minnelijk/collectief akkoord voortijdig beëindigd9 of ingetrokken, dan moeten desgevallend de hiermee verband houdende eerder verrichte boekingen ook worden tegengeboekt. 
Deze tegenboekingen dienen te gebeuren op het ogenblik waarop de voorwaarde is vervuld of het akkoord voortijdig wordt beëindigd of ingetrokken.

Bij de schuldeiser 

De totstandkoming van een akkoord zal doorgaans bij de schuldeiser, behoudens indien zijn schuldvordering voldoende gewaarborgd is, aanleiding geven tot het overboeken van zijn schuldvordering naar de rekening dubieuze debiteuren10.

2907 of 407 Handelsvorderingen: Dubieuze debiteuren    
  aan 290 of 40 Handelsvorderingen    

Wanneer de schuldeiser geheel of gedeeltelijk afstand heeft gedaan van zijn schuldvordering - al dan niet onder de ontbindende voorwaarde van terugkeer naar betere toestand - dan moet hij ten belope van dat bedrag een waardevermindering boeken11, voor zover die waardevermindering op dat ogenblik nog niet werd geboekt.

6330 Waardeverminderingen op handelsvorderingen op meer dan een jaar: toevoeging    
  aan 2909 Handelsvorderingen: geboekte waardeverminderingen (-)    

of

6340 Waardeverminderingen op handelsvorderingen op ten hoogste een jaar: toevoeging    
  aan 409 Handelsvorderingen: geboekte waardeverminderingen (-)    

Artikel 48, tweede lid WIB 92 voorziet in een expliciete fiscale vrijstelling voor waardeverminderingen op schuldvorderingen op medecontractanten, waarvoor krachtens de WCO door de rechtbank een reorganisatieplan is gehomologeerd of een minnelijk akkoord is vastgesteld12.

Op het moment van de definitieve afwikkeling van de vordering13, moeten de vordering en de geboekte waardevermindering uitgeboekt worden. Desgevallend zal het resultaat geboekt worden op de rekening 642 Minderwaarden op de realisatie van handelsvorderingen of 742 Meerwaarden op de realisatie van handelsvorderingen14.

[550 Kredietinstellingen: Rekening-courant]    
[642 Minderwaarden op de realisatie van handelsvorderingen]    
409 Handelsvorderingen: geboekte waardeverminderingen (-)    
  aan 407 Handelsvorderingen: Dubieuze debiteuren  
 

of

[550 Kredietinstellingen: Rekening-courant]    
409 Handelsvorderingen: geboekte waardeverminderingen (-)    
  aan 407 Handelsvorderingen: Dubieuze debiteuren    
    [742 Meerwaarden op de realisatie van handelsvorderingen]    

Indien de kwijtschelding van schuld gebonden is aan een ontbindende voorwaarde, dient het recht van de schuldeiser om volledige betaling te eisen van zijn latente vordering zodra bij de schuldenaar de ontbindende voorwaarde is vervuld, in de toelichting te worden opgenomen en in de boekhouding in de klasse 0 te worden vermeld. Bij vervulling van de voorwaarde neemt de kwijtschelding een einde en wordt de geboekte waardevermindering teruggenomen. 

Indien het akkoord voortijdig wordt beëindigd of ingetrokken, dan zal de geboekte waardevermindering geheel of gedeeltelijk behouden kunnen blijven voor zover er voor het geheel of een gedeelte van de vordering onzekerheid bestaat over de betaling hiervan op de vervaldag 15.

De onder I.A. en I.B. beschreven beginselen vinden, behoudens de fiscale vrijstellingen, ook toepassing wanneer de afstand van schuldvordering (al dan niet onder ontbindende voorwaarde), buiten het raam van de WCO, uit een bilaterale overeenkomst tussen een schuldenaar in financiële moeilijkheden en een schuldeiser voortvloeit16

Boekhoudkundige verwerking van renteloze schulden in het kader van de WCO

Bij de schuldenaar 

Omvorming van een schuld wegens levering van goederen en diensten of een andere schuld tot een renteloze schuld, al dan niet terugbetaalbaar over verschillende jaren.

De schuldenaar moet intrestbetaling noch kosten meer boeken. De schuld moet niet verdisconteerd worden, aangezien artikel 77 juncto artikel 67, § 2, c KB W.Venn. niet van toepassing is. Het toepassen van een disconto zou leiden tot het boeken van een over te dragen kost, die geen correctie zou vertegenwoordigen op een aanschaffingsprijs of op een geboekte kost17.

Bekomen van een renteloze lening

De schuldenaar dient de terug te betalen som als schuld in zijn boekhouding op te nemen. Deze schuld dient evenmin verdisconteerd te worden, aangezien artikel 77 juncto artikel 67 KB W.Venn. niet van toepassing is in dit geval. Aangezien geen intresten verschuldigd zijn, dienen deze uiteraard niet in resultaat te worden genomen.

Bij de schuldeiser 

Omvorming van een vordering wegens levering van goederen en diensten of een rentegevende vordering tot een renteloze vordering, al dan niet terugvorderbaar over meer dan één jaar

De vordering die bij wijze van tegemoetkoming aan de schuldenaar die in financiële moeilijkheden verkeert, wordt omgevormd tot een renteloze vordering, dient niet verdisconteerd te worden. Artikel 67, § 2, c KB W.Venn. is immers niet van toepassing, aangezien de vordering op het ogenblik waarop zij in het vermogen van de onderneming opgenomen werd, niet renteloos was18. De vordering kan evenwel als dubieus worden beschouwd, waarop, overeenkomstig artikel 68 KB W.Venn., een waardevermindering kan worden geboekt.

Toekennen van een renteloze lening

Indien een schuldeiser in het kader van een akkoord afziet van het vorderen van een intrestvergoeding, dan is artikel 67 KB W.Venn. evenmin van toepassing, maar kan het boeken van een waardevermindering op deze vordering verantwoord zijn19.

Boekhoudkundige verwerking van de omzetting van (een deel van) de schuldvordering in kapitaal

De schuldeiser kan ook met een schuldenaar overeenkomen dat (een gedeelte van) zijn vordering zal worden omgezet in kapitaal. Indien een deel van de schuld kwijtgescholden wordt, dan moet dat deel van het passief van de schuldenaar worden afgeboekt20 en dient de schuldeiser een waardevermindering te boeken21

Bij de schuldenaar 

De Commissie stelt vast dat er in de rechtsleer geen eensgezindheid bestaat over de waarde waartegen een schuldvordering dient te worden ingebracht22.

Bepaalde auteurs zijn de mening toegedaan dat de inbreng aan werkelijke economische waarde dient te gebeuren23. De schuldvordering zou met andere woorden moeten gewaardeerd worden aan de hand van haar recuperatiemogelijkheden. Volgens deze auteurs zou de inbreng aan nominale waarde bij een onderneming in moeilijkheden een onterechte schijn van financieel herstel van de inbrenggenietende vennootschap kunnen veroorzaken.

Andere auteurs zijn daarentegen van oordeel dat de schuldvordering tegen haar nominale waarde mag worden ingebracht24. De waardering van de inbreng zou niet dienen te gebeuren vanuit een liquidatiestandpunt ten overstaan van derden, maar zou mogen gebeuren vanuit het standpunt van de vennootschap waarin de inbreng wordt gedaan, en dus op basis van de “going concern”-waarde.

De Commissie is, op basis van de rechtsleer, van oordeel dat de schuldvordering zowel aan nominale waarde, als aan economische waarde kan ingebracht worden. Het is het bestuursorgaan van de inbrenggenietende vennootschap die de waarde van de vordering in de inbrengakte dient te bepalen25.

De operatie heeft voor de vennootschap in ieder geval tot gevolg dat haar netto-actief stijgt ten belope van de nominale waarde van de schuldvordering, aangezien de ingebrachte schuldvordering niet langer een opeisbare schuld vormt, maar werd omgezet in eigen vermogen.

Voorbeeld 

Een onderneming verkeert in financiële problemen en een van de schuldeisers gaat akkoord om een schuld met nominale waarde van 100.000 om te zetten in kapitaal.

De balans van de onderneming in moeilijkheden (voor de inbreng van de schuldvordering) is de volgende:

 
Activa 200.000 Kapitaal 100.000
    Verliezen -150.000
    Vreemd vermogen 250.000

Hypothese 1 : schuldvordering wordt ingebracht voor haar nominale waarde

101 Niet opgevraagd kapitaal (-) 100.000  
  aan 100 Geplaatst kapitaal   100.00026
44 of 175 Handelsschulden 100.000  
  aan 101 Niet opgevraagd kapitaal (-)   100.000

De balans van de onderneming ziet er, na de inbreng van de schuldvordering, als volgt uit:

 
Activa 20.000 Kapitaal 200.000
    Verliezen -150.000
    Vreemd vermogen 150.000

Hypothese 2: schuldvordering wordt ingebracht aan haar economische waarde

De economische waarde van deze vordering wordt geschat op 80.000 euro. De schuldenaar zal een kapitaalverhoging doorvoeren ten belope van 80.000 en zal ten belope van de andere 20.000 euro een opbrengst dienen te boeken. 

101 Niet opgevraagd kapitaal (-) 80.000  
  aan 100 Geplaatst kapitaal   80.00027
44 of 175 Handelsschulden 80.000  
  aan 101    Niet opgevraagd kapitaal (-)   80.000
44 of 175 Handelsschulden 20.000  
  aan 764-769 Andere uitzonderlijke opbrengsten28   20.000

De balans van de onderneming ziet er, na de inbreng van de schuldvordering, als volgt uit (in de hypothese dat de onderneming voldoet aan de onaantastbaarheidvoorwaarde van artikel 27/1, § 2 KB WIB 92):

 
Activa 20.000 Kapitaal  180.000
    Belastingvrije res. 20.000
    Verliezen -150.000
    Vreemd vermogen 150.000

Bij de schuldeiser 

Artikel 41, § 1 KB W.Venn. bepaalt dat de aanschaffingswaarde van deelnemingen of aandelen ontvangen als vergoeding voor inbrengen die niet bestaan in contanten of die voortkomen uit de omzetting van vorderingen, overeenstemt met de conventionele waarde van de ingebrachte goederen en waarden of van de omgezette vorderingen. 

Stel dat de schuldeiser reeds een waardevermindering van 10.000 boekte op zijn vordering en dat hij voor de inbreng van zijn schuldvordering aandelen ontvangt met een werkelijke waarde van 80.000 euro, dan zal hij bijgevolg de volgende boeking dienen te verrichten:

510 Geldbeleggingen (Aandelen aanschaffingswaarde) 80.000  
of  28 Financiële vaste activa    
409 Handelsvorderingen: geboekte waardeverminderingen (-) 10.000  
642 Minderwaarden op de realisatie van handelsvorderingen 10.000  
  aan 407 of 2907 Handelsvorderingen: Dubieuze debiteuren   100.000

Dit advies vervangt advies 143/1 Invloed van een gerechtelijk akkoord op de schulden en vorderingen.
 

  • 1. Wet van 31 januari 2009 betreffende de continuïteit van de ondernemingen (hierna: WCO), BS 9 februari 2009.
  • 2. Artikel 15 WCO.
  • 3. Artikel 16 WCO.
  • 4. Een kwijtschelding van een schuldvordering onder voorbehoud van terugkeer naar betere toestand betekent dat de schuldeiser zich het recht voorbehoudt om zijn schuldvordering alsnog te innen indien de financiële toestand van de schuldenaar verbetert.
  • 5. Cf. Circulaire nr. Ci.RH.421/336.698 d.d. 17.03.1983 (Bull. Bel. 1983, nr. 617, 1175).
  • 6. Artikel 48/1 werd ingevoegd in het Wetboek op de inkomstenbelastingen 1992 door artikel 83 WCO. De nadere toepassingsregels werden vastgelegd in het koninklijk besluit van 9 juli 2010 betreffende de toepassingsmodaliteiten van de minderwaarden bedoeld in artikel 48/1 van het Wetboek op de inkomstenbelastingen 1992 (BS 16 juli 2010).
  • 7. Artikel 27/1, § 1 KB WIB 92.
  • 8. Voor de andere voorwaarden, zie artikel 27/1, § 2 KB WIB 92.
  • 9. Cf. artikel 42 WCO.
  • 10. In de mate dat deze overboeking niet reeds vooraf was gebeurd.
  • 11. Indien de schuldvordering gedeeltelijk bestaat uit aangerekende btw op geleverde goederen en diensten, zal de waardevermindering geen betrekking hebben op het bedrag van de btw, aangezien in het kader van de WCO op grond van artikel 3 KB BTW nr. 4 een vordering tot teruggaaf van btw ontstaat (artikel 81 WCO). Buiten het kader van de WCO, zal onder de voorwaarden bepaald in artikel 77 Wetboek btw en KB btw nr. 4, eveneens een vordering tot teruggaaf van btw ontstaan in hoofde van de schuldeiser.
  • 12. Artikel 82 WCO.
  • 13. Bijvoorbeeld bij de volledige tenuitvoerlegging van het minnelijk akkoord of van het reorganisatieplan.
  • 14. Een meerwaarde zal ontstaan indien de onderneming, bij de gedeeltelijke kwijtschelding van een schuld, een te grote waardvermindering heeft geboekt. Bijvoorbeeld, een onderneming die de helft van een schuld heeft kwijtgescholden, schat het verlies, gelet op de twijfelachtige financiële toestand van haar schuldenaar, groter in en boekt een waardevermindering ten belope van 80% van de vordering. Indien de schuldenaar, zoals overeengekomen, de helft van de vordering terugbetaald, zal een meerwaarde op de realisatie van een handelsvordering ontstaan.
  • 15. Artikel 68 KB W.Venn.
  • 16. De fiscale vrijstellingen gelden enkel in het kader van de WCO.
  • 17. Cf. advies 137/8 “Vordering wegens levering van goederen en diensten omgevormd tot renteloze leningen op meer dan 1 jaar”, Bulletin. CBN ,nr. 23, december 1988, 5-6.
  • 18. Cf. advies 137/8 “Vordering wegens levering van goederen en diensten omgevormd tot renteloze leningen op meer dan 1 jaar”, Bulletin CBN, nr. 23, december 1988, 5-6.
  • 19. Cf. Verslag aan de Koning voorafgaand aan het KB van 6 november 1987: “Gaat het om renteloze geconsolideerde vorderingen die in het raam van een gerechtelijk akkoord worden gehandhaafd of toegestaan, dan is artikel 27bis niet van toepassing, maar is op grond van de hieruit voortvloeiende minderwaarde de tenlasteneming van een waardevermindering verantwoord”.
  • 20. Zie punt I.A.
  • 21. Zie punt I.B.
  • 22. De meeste auteurs beperken zich ertoe de verschillende opvattingen weer te geven.
  • 23. M. MASSAGE, « Evaluation de l’apport à une société qui a perdu la totalité de son capital d’une créance sur cette société » , Rec. Gén. Enr. Not. 1979, 41, nr. 22333 (G. KLEYNEN reageerde op het artikel van MASSAGE in « Evaluation de l’apport à une société qui a perdu la totalité de son capital d’une créance contre cette société », Rec. Gén. Enr. Not. 1979, nr. 22378, 161), P. VAN OMMESLAGHE, « Les liquidations volontaires et les concordats », in L’entreprise en difficulté, Brussel, Editions de jeune barreau, 1981, 458 en J. VAN RYN, Principes de droit commercial, I, Brussel, Bruylant, 1954, 492.
  • 24. B. VAN BRUYSTEGEM, De vennootschappenwet 1984. Na de Tweede en de Vierde Richtlijn, 1984, 41, J. KIRKPATRICK, « Les procédures de récupération des pertes fiscales » in L’entreprise en difficulté, Brussel, Editions de jeune barreau, 1981, 258, G. KLEYNEN « Evaluation de l’apport à une société qui a perdu la totalité de son capital d’une créance contre cette société », Rec. Gén. Enr. Not. 1978, 169, nr. 22236 en M. WYCKAERT, Kapitaal in N.V. en B.V.B.A. Vermogens- en kapitaalvorming door inbreng, Kalmthout, Biblo, 1995, 133. Ook advocaat-generaal TESAURO is van oordeel dat de schuldvordering vanuit het standpunt van de inbrenggenietende vennootschap moet gewaardeerd worden, zonder rekening te houden met haar solvabiliteit, en dus aan nominale waarde kan ingebracht worden (Conclusie bij HvJ C-83/91, Meilicke, § 15-16).
  • 25. De algemene vergadering zal deze waardering dienen goed te keuren, tenzij het kapitaal wordt verhoogd binnen de grenzen van het toegestane kapitaal (artikel 581 W.Venn). Een commissaris of bedrijfsrevisor zal het bestaan en de gegrondheid van deze vordering dienen na te gaan (artikel 602 W.Venn.).
  • 26. In de praktijk zal er soms rekening moeten worden gehouden met een uitgiftepremie.
  • 27. In de praktijk zal er soms rekening moeten worden gehouden met een uitgiftepremie.
  • 28. Indien de omzetting van de vordering in kapitaal kadert in de homologatie van een reorganisatieplan door de rechtbank of de vaststelling door de rechtbank van een minnelijk akkoord krachtens de wet van 31 januari 2009 betreffende de continuïteit van de ondernemingen, zal de uitzonderlijke opbrengst van 20.000 desgevallend kunnen vrijgesteld worden op basis van artikel 48/1 WIB 92.