COMMISSIE VOOR BOEKHOUDKUNDIGE NORMEN

CBN-advies  2010/6 - Financieel plan voor de BVBA Starter

Advies van 19 mei 2010

Inleiding

De Regering heeft besloten een vennootschapsvorm in het leven te roepen waarbij de bedrijfsleider zelf het bedrag kan kiezen van het minimumkapitaal dat vereist is om zijn activiteit aan te vatten. Daartoe is gekozen om een specifieke besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid in het leven te roepen die besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid starter wordt genoemd, afgekort tot S-bvba.

Evenwel is in een nieuw artikel 215, tweede lid W.Venn. bepaald dat het minimum vereist kapitaal dient toegelicht te worden in een financieel plan waarvan de essentiële kenmerken worden vastgelegd. Hoewel een vennootschap kan worden opgericht met een theoretisch minimum van 1 EUR zal het effectieve bedrag van het kapitaal uiteraard voor elke vennootschap moeten worden verantwoord in het financieel plan in functie van de geplande financiële behoeften, eigen aan de activiteit die de starter wil uitoefenen. Het vastleggen van de essentiële kenmerken van een financieel plan moet de ondernemer helpen niets over het hoofd te zien, wanneer hij zijn financieel plan opstelt. De oprichter dient er over te waken dat de in het financieel plan opgenomen informatie nauwkeurig is en niets verbergt.

Zoals bepaald in artikel 215, eerste lid W.Venn. overhandigen de oprichters vóór de oprichting van de vennootschap aan de optredende notaris een financieel plan waarin zij het bedrag van het maatschappelijk kapitaal van de op te richten vennootschap verantwoorden.  Het financieel plan moet de middelen die de oprichters hebben voorzien om de levensvatbaarheid van de vennootschap te waarborgen gedurende de eerste twee jaren van haar bestaan verantwoorden. Het financieel plan is een budgettair plan opgesteld op basis van het actieprogramma van de oprichters.

Beschrijving van de componenten van het financieel plan

Administratieve informatie

Artikel 219 quater KB W.Venn. vereist dat het administratieve luik van het financieel plan, minimaal de volgende informatie omvat:

  • De maatschappelijke benaming van de vennootschap
  • De rechtsvorm van de vennootschap
  • De maatschappelijke zetel van de vennootschap
  • De naam van de oprichters van de vennootschap
  • Het geplaatst en volstort kapitaal
  • Het maatschappelijk doel van de vennootschap.

Daarnaast wordt het raadzaam geacht tevens:

  • De looptijd van een boekjaar;
  • De naam van de zaakvoerder(s);
  • De exploitatiezetel van de vennootschap;
  • De contactinformatie van betrokken expert die werd geraadpleegd, te vermelden.

Normaliter is deze informatie reeds in een vroeg stadium van oprichting beschikbaar en dient deze tevens aan verschillende instanties te worden verstrekt waardoor het nuttig is deze tevens te centraliseren binnen het administratieve luik van het financieel plan.

Geprojecteerde balansen

Drie geprojecteerde balansen moeten gemaakt worden. De openingsbalans, de balans na 12 maand geplande werking en de balans na 24 maand. Deze balansen worden klassiek opgesteld na toewijzing. De oprichters zijn immers goed geplaatst te appreciëren wat zij met een geplande winst zullen aanvangen. De openingsbalans zal in vele gevallen enkel bestaan uit een bankrekening op het actief en -kapitaal op het passief. Het uitschrijven van een balans zal de oprichter evident confronteren met een aantal financieringsbehoeften. Zo zal deze logischerwijs vaststellen dat veelal een investering niet alleen in vaste activa zoals materiële vaste activa zal moeten gebeuren, maar tevens in voorraad, in voorkomend geval bestellingen in uitvoering, en openstaande handelsvorderingen. Het feit dat drie balansen worden gevraagd hangt uiteraard samen met het kunnen opmaken van een vermogensstromenoverzicht voor de vereiste twee jaar.

Als alternatief voor twee periodes van elk twaalf maanden kunnen de oprichters kiezen om de periode van 24 maanden zo uit te splitsen dat overeenstemming wordt bereikt met de boekjaren die gepland zijn. Als bij wijze van voorbeeld een eerste verlengd boekjaar wordt gekozen van 18 maand, kan naast de openingsbalans, een balans gemaakt worden na 12 maand en na 18 maand om vervolgens nog een balans te maken voor de eerste 6 maand van het geplande tweede boekjaar.

Het schema dat gehanteerd moet worden is dat van art. 88 K.B. W.Venn. Tenzij het om een kleine vennootschap zou gaan. In dat geval kan het verkorte schema van art. 92 K.B. W.Venn. gebruikt worden. De oprichters kunnen besluiten ook in dat geval het volledige schema van art. 88 K.B. W.Venn. te volgen. Tevens kunnen zij evident het gebruikte schema meer detailleren dan wettelijk voorzien. Rubrieken die niet relevant zijn voor de op te richten vennootschap kunnen weggelaten worden.

Minstens de drie vermelde geprojecteerde balansen worden gevraagd. Zoals reeds gesteld kunnen de oprichters nog meer tijdstippen onderscheiden.

Geprojecteerde resultatenrekeningen

Er dienen twee geprojecteerde resultatenrekeningen gemaakt te worden die telkens een periode van 12 maand moeten bestrijken. Daarbij kan enkel het schema voorzien in art. 89 K.B. W.Venn. gebruikt worden vermits het verkorte schema van art. 93 K.B. W.Venn. geen exhaustieve opdeling geeft van de bedrijfsopbrengsten en bedrijfskosten. Het is ook hier evident dat de oprichters een aantal rubrieken meer kunnen detailleren. Dat zal niet zelden gebeuren voor de rubriek Diensten en diverse goederen (rubriek II.B) en rubrieken Bezoldigingen, sociale lasten en pensioenen (rubriek II.C). Rubrieken die niet relevant zijn voor de op te richten vennootschap kunnen weggelaten worden.

Minstens de twee vermelde geprojecteerde resultatenrekeningen worden gevraagd. Zoals reeds gesteld kunnen de oprichters meer periodes onderscheiden evenwel consistent met de gekozen tijdstippen van de geprojecteerde balansen.

Geprojecteerde vermogensstromenoverzichten

Vermits het financieel plan bedoeld is om het maatschappelijk kapitaal te verantwoorden en dit plan kan gebruikt worden bij faillissement binnen de eerste drie jaar na de oprichting van de vennootschap, is het van primordiaal belang na te gaan of de middelen die de oprichters ter beschikking stellen van de vennootschap, voldoende zullen zijn om haar werking te verzekeren binnen de eerste twee jaar na de oprichting.

Om deze kasbenadering op te stellen, dienen alle mutaties tussen de openingsbalans, de balans na 12 maand en de balans na 24 maand berekend te worden. Wat impliceert dat een bronnen- en aanwendingentabel wordt opgesteld. Een bron impliceert bijkomend vermogen dat de vennootschap verwerft. Dat is het geval bij een stijging van het passief zoals een kapitaalverhoging of het verwerven van bijkomende kredieten. 
Dit is evenzeer het geval als een actief wordt vervreemd. Een aanwending impliceert het gebruik van vermogen. Voorbeelden zijn hier investeringen, het terugbetalen van kredieten, het toestaan van klantenkrediet en het aanhouden van voorraad.

Minstens de twee vermelde geprojecteerde vermogensstromentabellen worden gevraagd. Zoals reeds gesteld kunnen de oprichters meer periodes onderscheiden evenwel consistent met de gekozen tijdstippen van de geprojecteerde balansen.

Deze bronnen en aanwendingen dienen vervolgens gecorrigeerd te worden om niet-kasinkomsten en niet-kasuitgaven uit te zuiveren. Aldus blijven enkel bronnen en aanwendingen over die in principe kasinkomsten en kasuitgaven impliceren.

Het Besluit verplicht de oprichters minstens drie correcties door te voeren voor zover deze voorkomen in de geprojecteerde balansen en resultatenrekeningen van de vennootschap. Het betreft de correcties met betrekking tot afschrijvingen en waardeverminderingen, voorzieningen en herwaarderingsmeerwaarden. Daar horen ook de terugnemingen van afschrijvingen en waardeverminderingen bij samen met de afboeking van onterecht geboekte herwaarderingsmeerwaarden (zie in dit verband CBN-advies 2009/5).

De oprichters kunnen, indien wenselijk geacht, naast deze correcties nog andere correcties doorvoeren. Voorbeelden hiervan zijn minderwaarden bij de realisatie van activa, mutaties in de uitgestelde belastingen en kapitaalsubsidies aangerekend op het resultaat.

Het vermogensstromenoverzicht dient evenwel zo opgesteld te worden dat het totaal van de mutaties in de post Geldbeleggingen: overige beleggingen en in de post Liquiditeiten als sluitpost wordt geplaatst. Zo wordt aangegeven wat de mutatie in de beschikbare middelen van de vennootschap zal zijn na alle overige bronnen en aanwendingen na correcties binnen de beschouwde periode. 
Deze mutatie dient verrekend te worden met het beginsaldo van deze posten bij de aanvang van elk van de twee periodes. Aldus zullen de beschikbare middelen op het einde van elke periode bepaald worden. Deze kunnen uiteraard voor elk van de twee periodes niet negatief zijn.

Als alternatief kan het vermogensstromenoverzicht zo opgesteld worden dat het vertrekt van de cash flow van de vennootschap. De cash flow is de winst of het verlies van het boekjaar verhoogd met de geëlimineerde niet-kaskosten en verminderd met de uit te keren winst. Met geëlimineerde niet-kaskosten worden deze niet-kaskosten (en niet-kasopbrengsten zoals de terugneming van afschrijvingen en waardeverminderingen) bedoeld die zijn verwijderd uit de bronnen en aanwendingen. Indien evenwel nog andere niet-kaskosten (en niet-kasopbrengsten) werden geëlimineerd, dienen deze tevens verwerkt te worden in de berekening van de cash flow. Om dubbeltelling te vermijden, dient het eigen vermogen dienovereenkomstig uitgezuiverd te worden. Dat betekent dat de mutatie binnen het eigen vermogen minstens wordt verminderd met het verschil tussen de winst of het verlies van het boekjaar en de uit te keren winst, de geboekte meerwaarden op materiële en financiële vaste activa en de tussenkomst van de vennoten in het verlies. 

De beide vermogensstroomoverzichten, dewelke werden opgenomen als bijlage 3 & 4, zijn gebaseerd op het model1 dat werd opgesteld door Prof. dr. Hubert Ooghe en Prof. ir. Charles Van Wymeersch.

Uitgewerkt voorbeeld

De Onderneming ABC is een kleinhandel in computermateriaal en biedt tevens ondersteuning aan kleine tot middelgrote ondernemingen voor de opbouw van bedrijfsnetwerken. 

De twee oprichters weerhouden de S-bvba als rechtsvorm voor het voeren van hun activiteit.

Ongeveer 70% van de omzet zal worden gerealiseerd door de verkoop en herstelling van computers; het overige deel zal worden gerealiseerd door de opstelling en ondersteuning van bedrijfsnetwerken. 

Voor de oprichtingsformaliteiten werd een totale uitgave van 2.500 EUR vooropgesteld, dewelke zal geactiveerd worden als oprichtingskost en worden afgeschreven over een looptijd van 5 jaar. 

De materiële vaste activa bevatten enerzijds een investering voor 2.000 EUR in Installaties, machines en uitrusting en anderzijds een investering van 6.000 EUR in Meubilair en rollend materieel; eerstgenoemde en laatstgenoemde zullen respectievelijk over 10 en 15 jaar lineair worden afgeschreven.

Ter financiering van de groei van onderneming werd enerzijds beroep gedaan op een Winwinlening van 5.000 EUR gefinancierd door de ouders van oprichter X en een investeringskrediet van 10.000 EUR. Hiervan wordt in 20X2 2.500 EUR terugbetaald; het restbedrag 7.500 EUR zal in de loop van 20X3 afgelost worden. De Winwinlening dient pas na 8 jaar in hoofdsom te worden terugbetaald. De interestlast voor 20X1 bedraagt 1.197 EUR en 1.006 EUR voor 20X2.
Conform de wettelijke bepalingen van de S-BVBA wordt de winst van het boekjaar voor 25% toegewezen aan de wettelijke reserves.
 

1.    Beschrijving van de op te starten vennootschap
  1. Maatschappelijke benaming
    Onderneming A.
     
  2. Rechtsvorm
    Besloten vennootschap met beperkte Aansprakelijkheid starter
     
  3. Identiteit van de oprichter(s)
    Oprichter de heer  X
    Naam:
    Voornaam:
    Geboortedatum en –plaats:
    Adres:
    Telefoon:
    GSM:
    Fax:
    E-mail adres:

    Oprichter de heer  Y
    Naam:
    Voornaam:
    Geboortedatum en –plaats:
    Adres:
    Telefoon:
    GSM:
    Fax:
    E-mail adres:
     
  4. Exploitatiezetel van de op te richten vennootschap (indien verschillend van maatschappelijke zetel)
    Adres: [ - ]
     
  5. Maatschappelijke zetel
    Adres: [ - ]
     
  6. Maatschappelijk doel
    Kleinhandel in kantooruitrusting, computers en software
    Onderhoud en reparatie van computers en kantooruitrusting
    Plaatsing en onderhoud van computernetwerken
    Adviesverlening omtrent ICT

    De vennootschap kan zowel in België als in het buitenland alle commerciële, industriële, financiële, roerende of onroerende handelingen verrichten in rechtstreeks of onrechtstreeks, geheel of gedeeltelijk verband met haar maatschappelijk doel of die van die aard zijn de verwezenlijking ervan te vergemakkelijken of uit te breiden. Het waarnemen van bestuurs- en vereffeningsmandaten in om het even welke Belgische of buitenlandse, reeds bestaande of nog op te richten vennootschappen. Meer in het bijzonder kan de vennootschap ondernemingen waarin zij participeert, mee besturen en toezicht uitoefenen op de bedrijfsvoering teneinde de ontwikkeling en de realisatie van het maatschappelijk doel van deze ondernemingen te stimuleren en te coördineren. Alle opsommingen zijn in de ruimste zin te interpreteren zonder dat deze op enigerlei wijze beperkend wezen.
     
  7. Geplaatste en volstort kapitaal
    50 aandelen met een fractiewaarde van 1/50ste van het geplaatst kapitaal. De totale waarde van de aandelen bedraagt 1.000 EUR, volstort ten belope van 1.000 EUR.
     
  8. Eerste boekjaar
    Vanaf oprichtingsdatum tot 31/12/20X0.
     
  9. Volgende boekjaren
    Telkens van 1 januari tot en met 31 december.
     
  10.  Aandeelhouders
    De heer X; houder van 25 aandelen ofwel 50%.
    De heer Y; houder van 25 aandelen ofwel 50%.
     
  11. Zaakvoerders 
    De heer X en de heer Y.
     
  12. Contactinformatie erkend boekhouder (-fiscalist) BIBF, extern accountant IAB of bedrijfsrevisor IBR
    Benaming rechtspersoon (indien van toepassing):
    Naam:
    Voornaam:
    Adres:
    Telefoon:
    GSM:
    Fax:
    E-mail adres:
    Registratienummer:
2.    Geprojecteerde balansen

De geprojecteerde balansen behelzen enerzijds de openingsbalans op oprichtingsdatum en vervolgens de slotbalans op 31 december 20X0 en 31 december 20X1.
 

  31 DEC X2 in EUR 31 DEC X1 in EUR Oprichting in EUR   31 DEC X2 in EUR 31 DEC X1 in EUR Oprichting in EUR
Vaste activa 10.800 11.900 0 Eigen vermogen 5.712 2.295 1.000
I. Oprichtingskosten 1.500 2.000   I. Kapitaal 1.000 1.000 1.000
II. Immateriële vaste activa         A. Geplaatst kapitaal 1.000 1.000 1.000
III. Materiële vaste activa 6.800 7.400     B. Niet-opgevraagd kapitaal      
  A. Terreinen en gebouwen       II. Uitgiftepremies      
  B. Installaties, machines en uitrusting 1.600 1.800   III. Herwaarderingsmeerwaarden      
  C. Meubilair en rollend materieel 5.200 5.600   IV. Reserves      
  D. Leasing en soortgelijke rechten         A. Wettelijke reserves 1.178 324  
  E. Overige materiële vaste activa         B. Onbeschikbare reserves      
  F. Activa in aanbouw en vooruitbetalingen           1. Voor eigen aandelen      
IV. Financiële vaste activa 2.500 2.500     2. Andere      
  A. Verbonden ondernemingen         C. Belastingvrije reserves  
    1. Deelnemingen         D. Beschikbare reserves      
    2. Vorderingen       V. Overgedragen winst (verlies) 3.534 971  
  B. Ondernemingen waarmee een deelnemingsverhouding bestaat       VI. Kapitaalsubsidies      
    1. Deelnemingen       VIbis. Voorschot aan de vennoten op de verdeling van het netto-actief      
    2. Vorderingen              
  C. Andere financiële vaste activa 2.500 2.500   Voorzieningen en uitgestelde belastingen      
    1. Aandelen       VII. A. Voorzieningen voor risico's en kosten      
    2. Vorderingen en borgtochten in contanten 2.500 2.500       1. Pensieoenen en soortgelijke verplichtingen      
              2. Belastingen      
              3. Grote herstellings-en onderhoudskosten      
              4. Overige risico's en kosten      
            B. Uitgestelde belastingen      
  Vlottende activa 11.562 7.900 1.000 Schulden 16.650 17.505  
                 
                 
                 
V. Vorderingen op meer dan één jaar       VIII. Schulden op meer dan één jaar 5.000 12.500  
  A. Handelsvorderingen         A. Financiële schulden 5.000 12.500  
  B. Overige vorderingen           1. Achtergestelde leningen 5.000 7.500  
VI. Voorraden en bestellingen in uitvoering 5.500 3.000       2. Niet-achtergestelde obligatieleningen      
  A. Voorraden 5.500 3.000       3. Leasingschulden en soortgelijke schulden      
    1. Grond- en hulpstoffen           4. Kredietinstellingen   5.000  
    2. Goederen in bewerking           5. Overige leningen      
    3. Gereed product         B. Handelsschulden      
    4. Handelsgoederen 5.500 3.000       1. Leveranciers      
    5. Onroerende goederen bestemd voor verkoop           2. Te betalen wissels      
    6. Vooruitbetalingen         C. Ontvangen vooruitbetalingen op bestellingen      
  B. Bestellingen in uitvoering         D. Overige schulden  
VII. Vorderingen op ten hoogste één jaar 1.850 1.500   IX. Schulden op ten hoogste één jaar 11.650 5.005  
  A. Handelsvorderingen 1.850 1.500     A. Schulden op meer dan een jaar die binnen het jaar vervallen 7.500 2.500  
  B. Overige vorderingen         B. Financiële schulden      
VIII. Geldbeleggingen           1. Kredietinstellingen      
  A. Eigen aandelen           2. Overige leningen      
  B. Overige beleggingen         C. Handelsschulden 2.600 1.205  
IX. Liquide middelen 4.212 3.400 1.000     1. Leveranciers 2.600 1.205  
X. Overlopende rekeningen           2. Te betalen wissels      
        D. Ontvangen vooruitbetalingen op bestellingen      
        E. Schulden met betrekking tot belastingen, bezoldigingen en sociale lasten 1.550 1.300  
          1. Belastingen 850 200  
          2. Bezoldigingen en sociale lasten 700 1.100  
        F. Overige schulden      
      X. Overlopende rekeningen      
             
Totaal der activa 22.362 19.800 1.000 Totaal der passiva 22.362 19.800 1.000


 

3.    Geprojecteerde resultatenrekeningen

  In EUR In EUR
Bedrijfsopbrengsten 57.000 45.000
  Omzet 57.000 40.000
  Voorraad goederen in bewerking en gereed product en bestellingen in uitvoering: toename (afname)    
  Geproduceerde vaste activa    
  Andere bedrijfsopbrengsten    
Bedrijfskosten 50.945 40.701
  Handelsgoederen, grond- en hulpstoffen 41.000 32.000
    Aankopen 41.000 32.000
    Voorraad: afname (toename)    
  Diensten en diverse goederen 8.200 6.700
  Bezoldigingen, sociale lasten en pensioenen    
  Afschrijvingen en waardeverminderingen op oprichtingskosten, op immateriële vaste activa en materiële vaste activa    
  Waardeverminderingen op voorraden, op bestellingen in uitvoering en op handelsvorderingen: toevoegingen (terugnemingen)    
  Voorzieningen voor risico's en kosten: toevoegingen (bestedingen en terugnemingen)    
  Andere bedrijfskosten 645 901
  Als herstrucureringskosten geactiveerde bedrijfskosten    
     
Bedrijfswinst (Bedrijfsverlies) 6.055 4.299
     
Financiële opbrengsten 0 0
  Opbrengsten uit financiële vaste activa    
  Opbrengsten ui vlottende activa    
  Andere financiële opbrengsten    
     
Financiële kosten 1.506 2.572
  Kosten van schulden 1.006 1.197
  Waardeverminderingen op vlottende activa andere dan voorraden, bestellingen in uitvoering en handelsvorderingen: toevoegingen (terugnemingen)    
  Andere financiële kosten 500 1.375
     
Winst (verlies) uit de gewone bedrijfsuitoefening voor belasting 4.549 1.727
     
Uitzonderlijke opbrengsten 0 0
  Terugnemingen van afschrijvingen en waardeverminderingen op immateriële en materiële vaste activa    
  Terugneming van waardeverminderingen op financiële vaste activa    
  Terugneming van voorzieningen voor uitzonderlijke risico's en kosten    
  Meerwaarden bij realisatie van vaste activa    
  Andere uitzonderlijke opbrengsten    
     
Uitzonderlijke kosten 0 0
  Uitzonderlijke afschrijvingen en waardeverminderingen op oprichtingskosten, op immateriële en materiële vaste activa    
  Waardeverminderingen op financiële vaste activa    
  Voorzieningen voor uitzonderlijke risico's en kosten: toevoegingen (bestedingen)    
  Minderwaarde bij realisatie van vaste activa    
  Andere uitzonderlijke kosten    
  Als herstructureringskosten geactiveerde uitzonderlijke kosten    
     
Winst (verlies) van het boekjaar voor belasting 4.549 1.727
     
Onttrekking aan de uitgestelde belastingen    
     
Overboeking naar de uitgestelde belastingen    
     
Belastingen op het resultaat 1.132 432
  Belastingen 1.132 432
  Regularisering van belastingen en terugneming van voorzieningen voor belastingen    
     
Winst (verlies) van het boekjaar 3.417 1.295
     
Onttrekking aan de belastingvrije reserves    
     
Overboeking naar de belastingvrije reserves    
     
Te bestemmen winst (verlies) van het boekjaar 3.417 1.295
     
Te bestemmen winst (verlies) 4.388 1.295
  Te bestemmen winst (verlies) van het boekjaar 3.417 1.295
  Overgedragen winst (verlies) van het vorige boekjaar 971 0
     
Onttrekking aan het eigen vermogen   0
  Aan het kapitaal en aan de uitgiftepremies    
  Aan de reserves    
     
Toevoeging aan het eigen vermogen 854 324
  Aan het kapitaal en aan de uitgiftepremies    
  Aan de wettelijke reserve 854 324
  Aan de overige reserves    
     
Over te dragen winst (verlies)    
     
Tussenkomst van de vennoten in het verlies    
     
Uit te keren winst    
  Vergoeding van het kapitaal    
  Bestuurders of zaakvoerders    
  Andere rechthebbenden    

 

4.    Vermogensstromentabel

Vermogensstromentabel 31 DEC X2 31 DEC X1
  Aanwending Bron Aanwending Bron
         
ACTIVA        
I. Oprichtingskosten     2.500  
II. Immateriële vaste activa        
III. Materiële vaste activa     8.000  
IV. Financiële vaste activa     2.500  
V. Vorderingen op meer dan één jaar        
(UITGEBREIDE) VASTE ACTIVA 0 0 13.000 0
         
VI. Voorraden en bestellingen in uitvoering 2.500   3.000  
VII. Vorderingen op ten hoogste één jaar 350   1.500  
VIII.A. Eigen aandelen        
X. Overlopende rekeningen        
REALISEERBARE ACTIVA
(BEPERKTE) VLOTTENDE ACTIVA
2.850 0 4.500 0
         
PASSIVA        
I. Kapitaal        
II. Uitgiftepremies        
III. Herwaarderingsmeerwaarden        
IV. Reserves   854   324
V. Overgedragen winst of verlies   2.563   971
VI. Kapitaalsubsidies        
  Correctie voor niet-kaskosten   1.100   1.100
  Correctie voor niet-kasopbrengsten        
GECORRIGEERD EIGEN VERMOGEN 0 4.517 0 2.395
         
VII. Voorzieningen voor risico's en kosten        
VIII. Schulden op meer dan één jaar 7.500     12.500
VREEMD VERMOGEN OP LANGE TERMIJN 7.500 0 0 12.500
         
IX. Schulden op ten hoogste één jaar   6.645   5.005
X. Overlopende rekeningen        
VREEMD VERMOGEN OP KORTE TERMIJN 0 6.645 0 5.005
TOTAAL DER AANWENDINGEN EN BRONNEN
(exclusief Liquide middelen & Overige beleggingen)
10.350 11.162 17.500 19.900
         
SALDO 812   2.400  
IX. & VIII.B. Liquide middelen & Overige beleggingen 812   2.400  
         
TOTAAL DER AANWENDINGEN EN BRONNEN 11.162 11.162 19.900 19.900



Leidraad bij de opmaak van de vermogensstromentabel

De vermogensstromentabel heeft als voornaamste doelstelling een reconciliatie te maken van de werkelijke kasuitgaven en kasinkomsten. Hiervoor dienen we de feitelijke mutaties in de balansrubrieken van Oprichting naar 20X1 te corrigeren voor de zogenaamde niet-kaskosten en niet-kasopbrengsten. Dit heeft tot gevolg, dat de feitelijke beweging m.b.t. de oprichtingskosten niet 2.000 EUR bedraagt maar wel 2.500 EUR gezien de werkelijke kasuitgave ook effectief 2.500 EUR bedroeg. Het verschil tussen de feitelijke beweging en de werkelijke kasuitgave is de zogenaamde niet-kaskost. De aandachtige lezer zal onmiddellijk begrijpen m.b.t. de oprichtingskosten, de niet-kaskost volledig wordt vertegenwoordigd door de periodieke afschrijvingslast. Inderdaad, het verschil van 500 EUR tussen de feitelijke mutatie en de werkelijke kasuitgave, stemt overeen met het bedrag van de periodieke afschrijving zijnde een aanschaffingswaarde van 2.500 EUR afgeschreven over 5 jaar, ofwel 500 EUR per annum.

Dezelfde redenering kan tevens gemaakt worden voor de materiële vaste activa.

Daar de feitelijke balansmutaties in de vermogensstromentabel worden gecorrigeerd met de werkelijke kasuitgaven of kasinkomsten, is het weliswaar noodzakelijk dezelfde correcties door te voeren binnen het eigen vermogen. Na correcties spreken we dan van het gecorrigeerd eigen vermogen. Dit is logisch, daar het overgedragen resultaat effectief rekening houdt met het resultaat van het boekjaar inclusief de niet-kaskosten en niet-kasopbrengsten. De correctielijnen binnen het eigen vermogen hebben dus als nut deze aanpassing administratief te kunnen verwerken.

Onderaan de vermogensstromentabel stellen we vast dat de mutatie in de liquide middelen ervoor zorgt dat er een evenwicht wordt bereikt tussen de respectievelijke aanwendingen en bronnen of anders gesteld, vormt de mutatie in deze balansrubriek de sluitpost van de vermogensstromentabel.
 

5.    Cash flow vermogensstromentabel
Cash Flow vermogensstromentabel 31 DEC X2 31 DEC X1
  Aanwending Bron Aanwending Bron
         
Winst of verlies van het boekjaar   3.417   1.295
+ Niet-kaskosten   1.100   1.100
- Niet-kasopbrengsten        
- Uit te keren winst        
= VEREENVOUDIGDE CASH FLOW NA WINSTUITKERING 0 4.517 0 2.395
         
ACTIVA        
I. Oprichtingskosten     2.500  
II. Immateriële vaste activa        
III. Materiële vaste activa     8.000  
IV. Financiële vaste activa     2.500  
V. Vorderingen op meer dan één jaar        
(UITGEBREIDE) VASTE ACTIVA 0 0 13.000 0
         
VI. Voorraden en bestellingen in uitvoering 2.500   3.000  
VII. Vorderingen op ten hoogste één jaar 350   1.500  
VIII.A. Eigen aandelen        
X. Overlopende rekeningen        
REALISEERBARE ACTIVA
(BEPERKTE) VLOTTENDE ACTIVA
2.850 0 4.500 0
         
PASSIVA        
I. Kapitaal        
II. Uitgiftepremies        
III. Herwaarderingsmeerwaarden        
IV. Reserves        
V. Overgedragen winst of verlies        
VI. Kapitaalsubsidies        
EIGEN VERMOGEN 0 0 0 0
         
VII. Voorzieningen voor risico's en kosten        
VIII. Schulden op meer dan één jaar 7.500     12.500
VREEMD VERMOGEN OP LANGE TERMIJN 7.500 0 0 12.500
         
IX. Schulden op ten hoogste één jaar   6.645   5.005
X. Overlopende rekeningen        
VREEMD VERMOGEN OP KORTE TERMIJN 0 6.645 0 5.005
TOTAAL DER AANWENDINGEN EN BRONNEN
(exclusief Liquide middelen & Overige beleggingen)
10.350 11.162 17.500 19.900
         
SALDO 812   2.400  
         
IX. & VIII.B. Liquide middelen & Overige beleggingen 812   2.400  
         
TOTAAL DER AANWENDINGEN EN BRONNEN 11.162 11.162 19.900 19.900



Leidraad bij de opmaak van de Cash flow vermogensstromentabel

Daar waar de vermogensstromentabel als uitgangspunt de werkelijke balansmutaties kende, is dit niet verschillend met de cash flow Vermogensstromentabel. Het verschilpunt tussen beide voorstellingswijzen schuilt hem echter in het beginpunt van de cash flow vermogensstromentabel: de winst of verlies van het boekjaar gecorrigeerd voor de niet-kaskosten en niet-kasopbrengsten. Nadien kent deze voorstellingswijze een identiek verloop als de voorgaande tabel, met als enig verschilpunt dat er geen correctie meer dient plaats te vinden voor de niet-kaskosten en niet-kasopbrengsten daar deze werden toegevoegd of in mindering werden gebracht van de winst of verlies van het boekjaar. De oorsprong van de correctie valt opnieuw volledig toe te schrijven aan het bedrag van de geboekte afschrijvingen.
 

  • 1. H.OOGHE en C. VAN WYMEERSCH, Handboek financiële analyse van de onderneming - Deel II,Intersentia, 2008,p.77-79.