CBN-advies 120/6 - Boeking van het financiële bedrijf van een coördinatiecentrum binnen een groep

Aan de Commissie werd gevraagd waar leningen voor investeringsdoeleinden toegekend door een coördinatiecentrum aan de in België gevestigde dochterondernemingen van de groep, alsmede voorschotten op vaste termijn toegekend door dit centrum aan de vennootschappen van de groep op grond van hun behoeften, boekhoudkundig moeten worden gerangschikt. 

Wat de leningen aan dochterondernemingen van de groep betreft, is de Commissie van oordeel dat de raad van bestuur van het coördinatiecentrum, op grond van de specifieke economische en juridische kenmerken van elk geval, moet uitmaken of de vorderingen die het centrum bezit op de dochterondernemingen van de groep, vlottende activa zijn dan wel financiële vaste activa. Voor de hanteerbare beoordelingscriteria terzake verwijst de Commissie naar haar advies 147/1 in Bull. CBN nr. 15 (oktober 1984). 

Voorschotten op vaste termijn toegekend door dit centrum aan vennootschappen van de groep, op grond van hun behoeften, beantwoorden, naar het oordeel van de Commissie, niet aan de omschrijving van het begrip «geldbeleggingen» in het koninklijk besluit van 8 oktober 1976. Bij gevolg moeten zij worden gerangschikt bij de vorderingen. Bovendien komt het de onderneming toe uit te maken of de naleving van het fundamentele voorschrift van artikel 3 van voornoemd besluit (het getrouwe beeld) in casu vereist dat over deze voorschotten aanvullende gegevens worden verstrekt in de toelichting1

Ten slotte weze eraan herinnerd dat over de centralisatie van tegoeden van dochterondernemingen, bij een andere vennootschap van de groep die instaat voor het financiële beheer, een advies is verschenen onder het nr. 120/1, in Bull. CBN nr. 6 van januari 1980, p. 14. 
 

  • 1. Toepassing van artikel 4, 2de lid, van het koninklijk besluit van 8 oktober 1976.