COMMISSIE VOOR BOEKHOUDKUNDIGE NORMEN
CBN-advies 126/2 – Inbrengwaarde (update)
Advies van juni 1980, bijgewerkt op 1 juli 20261
Overeenkomstig artikel 3:17, derde lid van het Koninklijk besluit van 29 april 2019 tot uitvoering van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen behoren de belastingen en de kosten in verband met de inbreng niet tot de inbrengwaarde. Hieraan ligt de gedachte ten grondslag dat de betrokken belastingen en kosten veelal moeilijk in verband kunnen worden gebracht met welbepaalde goederen zodat ze bezwaarlijk in de boekwaarde daarvan kunnen worden opgenomen. Gaat het om een inbreng in geld dan is het niet denkbaar dat de ingebrachte som geboekt wordt tegen een hogere waarde dan de nominale waarde. Bij inbreng als gevolg van een fusie, een opslorping, een splitsing of een inbreng van een onderdeel van een onderneming hebben de belastingen en kosten in verband met de inbreng betrekking op het netto ingebrachte vermogen en niet op het bruto-vermogen. Tenslotte kunnen er kosten inzake inbreng verschuldigd zijn zonder dat er een echte inbreng van nieuwe activa heeft plaatsgehad.
Dat is de reden waarom belastingen en kosten in verband met inbrengen volgens het besluit moeten worden geboekt in de post Oprichtingskosten als Kosten van oprichting, kapitaalverhoging of verhoging van de inbreng. Zij worden op gepaste wijze afgeschreven bij jaarlijkse tranches van ten minste twintig percent2. Zij mogen ook onmiddellijk worden afgeschreven door aanrekening op de resultatenrekening van het boekjaar waarin ze werden gemaakt3.