COMMISSIE VOOR BOEKHOUDKUNDIGE NORMEN

CBN-advies 2020/13 – Overgang van een kapitaalhoudende coöperatieve vennootschap naar een kapitaalloze vennootschap

Advies van 30 september 20201

Inleiding

Ingevolge de wet van 23 maart 2019 tot invoering van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen en houdende diverse bepalingen werd het aantal vennootschapsvormen verminderd. Een van de behouden rechtsvormen is de coöperatieve vennootschap (CV). Bij de opstelling van het WVV heeft de wetgever de rechtsvorm van de CV echter opnieuw exclusief voorbehouden voor vennootschappen die een onderneming voeren op basis van het coöperatief gedachtengoed.2

De rechtsvormen coöperatieve vennootschap met beperkte aansprakelijkheid (CVBA) en coöperatieve vennootschap met onbeperkte aansprakelijkheid (CVOA), gedefinieerd in het Wetboek van vennootschappen (W.Venn.), verdwijnen. De vennootschappen die bestonden op 1 mei 2019 en de rechtsvorm hadden van een CVBA of een CVOA moeten aldus in één van de resterende rechtsvormen worden omgezet of gaan er van rechtswege in over. 

De flexibiliteit die het WVV voorziet voor de besloten vennootschap (BV) heeft tot gevolg dat ondernemingen die onder het W.Venn. werden opgericht in de rechtsvorm van een CVBA en die hun onderneming niet voeren op basis van het voormelde coöperatief gedachtengoed, een BV zullen  worden, tenzij ze kiezen voor een andere rechtsvorm. 

Onderhavig advies verduidelijkt, in aanvulling op het CBN-advies 2019/14 - Van een kapitaalhoudende BVBA naar een kapitaalloze BV, de boekhoudkundige gevolgen voor de CVBA en de CVOA naar aanleiding van hun omvorming van een kapitaalhoudende naar een kapitaalloze vennootschap. 

Het advies behandelt in hoofdzaak Hoofdstuk IV, Afdeling II Overgangsregeling en inwerkingtreding van de wet van 23 maart 2019 tot invoering van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen en houdende diverse bepalingen3 zoals gewijzigd door de artikelen 234 en 235 van de wet van 28 april 2020 tot omzetting van Richtlijn (EU) 2017/828 van het Europees Parlement en de Raad van 17 mei 2017 tot wijziging van richtlijn 2007/36/EG wat het bevorderen van de langetermijnbetrokkenheid van aandeelhouders betreft, en houdende diverse bepalingen inzake vennootschappen en verenigingen (1)4.  Het advies gaat niet nader in op de omzetting van een vennootschap die plaatsvindt in toepassing van Boek XII Omzetting van vennootschappen van het Wetboek van vennootschappen of in toepassing van Boek 14 Omzetting van vennootschappen, verenigingen en stichtingen van het WVV.

Wijziging van de rechtsvorm

CVBA die beantwoordt aan de definitie van een coöperatieve vennootschap in artikel 6:1 WVV 

Een CVBA die beantwoordt aan de definitie van een coöperatieve vennootschap in artikel 6:1 WVV wordt vanaf 1 januari 2020 van rechtswege een CV onderworpen aan het WVV. De dwingende bepalingen uit het WVV die gelden voor een CV zijn vanaf dan van rechtswege van toepassing. De aanvullende bepalingen van het WVV zijn slechts van toepassing indien deze niet worden uitgesloten door andersluidende statutaire clausules. De vennootschap moet haar statuten in overeenstemming brengen met de bepalingen van het WVV bij de eerstvolgende statutenwijziging van de vennootschap, maar ten laatste op 1 januari 2024. Een CVBA kon zich eveneens vrijwillig vóór 1 januari 2020 onderwerpen aan de bepalingen van het WVV. Die beslissing vereiste eveneens een statutenwijziging. Het WVV was in dit geval op haar van toepassing vanaf de dag van de bekendmaking van deze statutenwijziging maar ten laatste op 1 januari 2020.5 

CVBA die niet beantwoordt aan de definitie van een coöperatieve vennootschap in artikel 6:1 WVV 

Op 1 januari 2020, of op de datum van de omzetting in een BV indien deze voorafgaat aan 1 januari 2020, zijn de dwingende bepalingen van het WVV die gelden voor een BV van toepassing op de CVBA die niet beantwoordt aan de definitie van een coöperatieve vennootschap in artikel 6:1 WVV.6 Dit geldt voor al de dwingende bepalingen die gelden voor een BV met uitzondering van boek 2, titel 7 Geschillenregeling en boek 5, artikel 5:1, en titel 5 Het vermogen van de vennootschap en titel 6 Uittreding en uitsluiting lastens het vennootschapsvermogen van het WVV.7  

De bepalingen van het W.Venn. blijven aldus grotendeels van toepassing op dergelijke CVBA en dit tot aan haar omzetting in een andere rechtsvorm uiterlijk op 31 december 2023. De Commissie merkt hierbij op dat de CVBA die niet beantwoordt aan de definitie van een coöperatieve vennootschap in artikel 6:1 WVV, zolang deze niet is omgezet, voor wat betreft de uittredingen en uitsluitingen uit de vennootschap, beheerst wordt door de regels vermeld in het W.Venn. en de formele uitkeringstesten binnen het WVV niet van toepassing zijn.8 

Indien de CVBA vrijwillig wordt omgezet in een BV, vindt deze omzetting plaats zonder dat gebruik moet worden gemaakt van de gebruikelijke vennootschapsrechtelijke omzettingsprocedure9. Deze vrijwillige omzetting vereist evenwel een statutenwijziging10 en dus de tussenkomst van een notaris, doch zonder de vereiste tot een voorafgaande opmaak door het bestuursorgaan van een staat11 van activa en passiva en de bijhorende verslaggeving12 door de commissaris, aangestelde bedrijfsrevisor of externe accountant. Dergelijke vrijwillige omzetting kan vanaf 1 mei 2019 tot 31 december 2023.

Een CVBA die zich op 1 januari 2024 nog niet vrijwillig heeft omgezet, wordt op 1 januari 2024 van rechtswege omgezet in een BV.13 In dat geval moet het bestuursorgaan ten laatste op 30 juni 2024 de algemene vergadering bijeen roepen met als agenda de aanpassing van de statuten aan de nieuwe rechtsvorm.14

De Commissie merkt op dat de CVBA zich eveneens vrijwillig kan omzetten in een van de door het WVV geregelde rechtsvormen. In dat geval moet toepassing worden gemaakt van de procedure vermeld in Boek XII Omzetting van vennootschappen van het Wetboek van vennootschappen en dus niet van het overeenstemmende hoofdstuk van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen. Indien dergelijke CVBA wordt omgezet in een NV, blijft de vennootschap een kapitaalhoudende vennootschap en blijven in voorkomend geval de wettelijke reserves eveneens gewoon bestaan.    

CVOA

De wetgever merkte bij de voorbereiding van de wet van 23 maart 2019 tot invoering van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen en houdende diverse bepalingen op dat de CVOA in de praktijk vrijwel volledig verdwenen is.15 Niettemin heeft de wetgever ook voor de CVOA een expliciete regeling uitgewerkt16voor de omzetting van deze CVOA’s ingevolge de afschaffing van hun rechtsvorm. 

Op 1 januari 2020, of op de datum van de omzetting in een vennootschap onder firma (VOF) indien deze voorafgaat aan 1 januari 2020, zijn de dwingende bepalingen van het WVV die gelden voor een VOF van toepassing. Behalve de dwingende bepalingen van het WVV die gelden voor een VOF blijven de bepalingen van het W.Venn. van toepassing op de CVOA tot aan haar omzetting in een andere rechtsvorm. Indien de CVOA vrijwillig wordt omgezet in een VOF, vindt deze omzetting plaats zonder dat gebruik moet worden gemaakt van de gebruikelijke vennootschapsrechtelijke omzettingsprocedure17. Dergelijke vrijwillige omzetting kan vanaf 1 mei 2019 tot 31 december 2023.

Een CVOA die zich op 1 januari 2024 nog niet vrijwillig heeft omgezet, wordt op 1 januari 2024 van rechtswege omgezet in een VOF.18 In dat geval moet het bestuursorgaan ten laatste op 30 juni 2024 de algemene vergadering bijeen roepen met als agenda de aanpassing van de statuten aan de nieuwe rechtsvorm.19 

Kapitaal wordt inbreng buiten kapitaal

Zoals reeds toegelicht door de Commissie in het CBN-advies 2019/14 - Van een kapitaalhoudende BVBA naar een kapitaalloze BV, wordt voor de kapitaalloze vennootschappen de rekening 11 Inbreng buiten kapitaal van de minimum indeling van een rekeningenstelsel (MAR) gebruikt voor de ontvangen of toegekende inbrengen waarbij een onderscheid wordt gemaakt naargelang deze inbreng al dan niet beschikbaar is.

CVBA die beantwoordt aan de definitie van een coöperatieve vennootschap in artikel 6:1 WVV 

Algemene regel 

Een op 1 mei 2019 bestaande CVBA die beantwoordt aan de definitie van een coöperatieve vennootschap in artikel 6:1 WVV, is wat betreft haar kapitaalbestanddelen onderworpen aan de bepalingen van het WVV vanaf 1 januari 2020, of, bij een eerdere “opt in”20, vanaf de bekendmaking van de statutenwijziging. Voor een dergelijke CVBA die haar boekjaar afsluit per kalenderjaar en geen voorafgaand gebruik maakte van een opt-in, is de laatste jaarrekening waarin sprake is van een kapitaal de jaarrekening met afsluitingsdatum 31 december 2019. 

Vast gedeelte van het kapitaal en de wettelijke reserve

Vanaf 1 januari 2020, of, bij een eerdere opt-in vanaf de bekendmaking van de statutenwijziging, worden het volgestorte gedeelte van het vaste kapitaal en de wettelijke reserve van rechtswege en zonder vervulling van enige formaliteit omgevormd in een statutair onbeschikbare eigen vermogensrekening.

  • Het vast gedeelte van het kapitaal wordt dan overgeboekt naar de rekening 111 Onbeschikbare inbreng buiten kapitaal;
  • De wettelijke reserve wordt dan overgeboekt naar de rekening 1311 Statutair onbeschikbare reserves.

Het niet-gestorte gedeelte van het vast gedeelte van het kapitaal wordt op dezelfde wijze omgevormd in een eigen vermogensrekening “niet-opgevraagde inbrengen”. Op het ogenblik dat nadien deze bedragen worden opgevraagd, wordt voormelde vermogensrekening “niet-opgevraagde inbrengen” gecrediteerd en wordt een vordering op de aandeelhouder geboekt. Dit heeft dan tot gevolg dat ook deze bedragen geboekt staan op dezelfde onbeschikbare eigen vermogensrekening.

Deze eigen vermogensrekening die van rechtswege onbeschikbaar is, kan nadien beschikbaar worden gemaakt mits daartoe wordt beslist door middel van een statutenwijziging21

Variabel gedeelte van het kapitaal

De Wet van 23 maart 2019 tot invoering van het wetboek van vennootschappen en verenigingen en houdende diverse bepalingen heeft uitsluitend een wettelijke regeling uitgewerkt voor het vast gedeelte van het kapitaal van dergelijke CVBA. De omvorming van het variabel gedeelte van het kapitaal van een CVBA tot de inbreng buiten kapitaal ingevolge de afschaffing van het kapitaalbegrip vanaf 1 januari 2020, of, bij een eerdere opt-in vanaf de bekendmaking van de statutenwijziging, wordt aldus bepaald in functie van wat de statuten daarover vermelden. In lijn met de wettelijke specificiteit van een CVBA en haar kapitaalregeling onder het W.Venn. zal het variabel gedeelte van het kapitaal in regel beschikbaar zijn en aldus worden geboekt op de rekening 110 Beschikbare inbreng buiten kapitaal.

Het niet-gestorte gedeelte van het variabele gedeelte van het kapitaal wordt eveneens op overeenkomstige wijze en op dezelfde wijze omgevormd in een eigen vermogensrekening “niet-opgevraagde inbrengen”. Op het ogenblik dat nadien deze bedragen worden opgevraagd, wordt voormelde vermogensrekening “niet-opgevraagde inbrengen” gecrediteerd en wordt een vordering op de aandeelhouder geboekt. Dit heeft dan tot gevolg dat ook deze bedragen geboekt staan op dezelfde beschikbare eigen vermogensrekening.

Boekingen

Voor wat betreft de concrete journaalposten verwijst de Commissie naar de voorbeeldboekingen opgenomen in het CBN-advies 2019/14 - Van een kapitaalhoudende BVBA naar een kapitaalloze BV.

CVBA die niet beantwoordt aan de definitie van een coöperatieve vennootschap in artikel 6:1 WVV 

Een op 1 mei 2019 bestaande CVBA die niet beantwoordt aan de definitie van een coöperatieve vennootschap in artikel 6:1 WVV, is wat betreft haar kapitaalbestanddelen slechts vanaf 1 januari 202422 onderworpen aan de bepalingen van het WVV, of, bij een eerdere vroegere vrijwillige omzetting van de CVBA, vanaf de bekendmaking van de statutenwijziging. 

Voor een CVBA die niet beantwoordt aan de definitie van een coöperatieve vennootschap in artikel 6:1 WVV, is de laatste jaarrekening waarin sprake is van een kapitaal de jaarrekening met afsluitingsdatum uiterlijk op 31 december 2023. Zoals hiervoor vermeld wordt de CVBA die niet beantwoordt aan de definitie van een coöperatieve vennootschap in artikel 6:1 WVV ten laatste vanaf 1 januari 2024 van rechtswege omgezet in een besloten vennootschap, tenzij de CVBA voordien reeds middels een statutenwijziging een andere rechtsvorm heeft aangenomen. 

De hiervoor vermelde boekhoudkundige verwerking van de kapitaalbestanddelen van de CVBA die beantwoordt aan de definitie van een coöperatieve vennootschap in artikel 6:1 WVV, is van overeenkomstige toepassing. Zoals vermeld in randnummer 11 kan een CVBA die niet beantwoordt aan de definitie van een coöperatieve vennootschap in artikel 6:1 WVV, vrijwillig vóór 1 januari 2024 worden omgezet in een andere rechtsvorm, bijvoorbeeld een NV. In het geval van een omzetting in een kapitaalhoudende vennootschap, behoudt de vennootschap aldus haar kapitaal en wettelijke reserves.

CVOA

De Commissie merkt op dat de wetgever niet heeft voorzien in expliciete bepalingen die gelden voor de kapitaalbestanddelen van een CVOA ingevolge de inwerkingtreding van het WVV. De boekhoudkundige verwerking van deze bestanddelen wordt aldus uitsluitend bepaald in functie van wat de statuten daarover vermelden. De Commissie merkt op dat voor een CVOA onder het W.Venn evenwel geen minimale kapitaalvereisten golden. 

  • Indien ingevolge statutaire bepalingen de inbrengen onbeschikbaar zijn, worden deze geboekt op de rekening 111 Onbeschikbare inbreng buiten kapitaal
  • Indien uit de statuten geen onbeschikbaarheid blijkt, worden deze geboekt op de rekening 110 Beschikbare inbreng buiten kapitaal.  

Het niet-gestorte gedeelte van het kapitaal wordt eveneens op overeenkomstige wijze geboekt. Op het ogenblik dat nadien deze bedragen worden opgevraagd, wordt voormelde vermogensrekening “niet-opgevraagde inbrengen” gecrediteerd en wordt een vordering op de aandeelhouder geboekt. Dit heeft dan tot gevolg dat ook deze bedragen geboekt staan op dezelfde beschikbare of onbeschikbare eigen vermogensrekening.

Inbreng of verhoging van de inbreng in een vanaf 1 mei 2019 opgerichte CV of in een vennootschap overgegaan of omgezet in een in het WVV gedefinieerde CV 

Een CV opgericht na 1 mei 2019 en een CVBA overgegaan in een CV heeft geen kapitaal maar een inbreng. De rubriek I. Inbreng bevat het ingebrachte vermogen, dat bestaat uit de bedongen waarde van alle door de aandeelhouders toegezegde inbrengen in geld of in natura23, voor zover niet terug uitgekeerd. 

Bestaande en nieuwe aandeelhouders kunnen zonder statutenwijziging inschrijven op nieuwe aandelen, in voorkomend geval onder de voorwaarden bepaald in de statuten.24 Het bestuursorgaan is bevoegd om te beslissen over de uitgifte van nieuwe aandelen, tenzij de statuten bepalen dat deze bevoegdheid bij de algemene vergadering ligt. Het bestuursorgaan kan slechts aandelen van een reeds bestaande soort uitgeven, tenzij de algemene vergadering, bij een besluit genomen volgens de regels voor een statutenwijziging, het bestuursorgaan specifiek gemachtigd heeft om een nieuwe soort aandelen uit te geven.25 

Het ingebrachte eigen vermogen, bij oprichting of bij een latere verhoging van de inbreng, wordt, gelet op de eigenheid van de CV, in principe geboekt onder 110 Beschikbare inbreng buiten kapitaal en meer in het bijzonder op de rekening 1109 Andere. Niets belet dat de CV in haar statuten zou opnemen dat ze een minimaal vast gedeelte aan inbreng zou aanhouden om bijvoorbeeld steeds een buffer te hebben bij uittredingen. 

Behoudens andersluidende statutaire bepalingen wordt het ingebrachte vermogen onmiddellijk volledig volstort.26 In voorkomend geval wordt het niet-opgevraagde gedeelte geboekt op het debet van een overeenstemmende subrekening van de rekening waarop het ingebrachte vermogen wordt geboekt. Op deze wijze wordt het in de jaarrekening uitgedrukte eigen vermogen gecorrigeerd met de bedragen die nog niet werden opgevraagd. De vordering op de aandeelhouder die slechts opeisbaar wordt vanaf de opvraging door het bestuursorgaan wordt aldus op een correcte wijze in de boekhouding opgenomen. Deze boekings- en voorstellingswijze is volledig in overeenstemming met het reeds gekende gebruik van de rekening 101 Niet-opgevraagd kapitaal bij een kapitaalhoudende vennootschap.27 Op het ogenblik van het opvragen van de nog niet gestorte inbreng wordt vervolgens voormelde subrekening gecrediteerd en wordt de vordering op de aandeelhouder geboekt aan debetzijde op de rekening 410 Opgevraagd, niet gestort kapitaal of inbreng28. De Commissie merkt op dat met de jaarrekening een lijst moet worden neergelegd bij de Nationale Bank van België met opgave van het aantal geplaatste aandelen, de gedane stortingen en de lijst van de aandeelhouders die hun aandelen niet hebben volgestort, met vermelding van het bedrag dat zij nog verschuldigd zijn.29

Scheidingsaandeel – uittreding lastens het vennootschapsvermogen

Een van de belangrijke kenmerken van een coöperatieve vennootschap is de soepele uittredingsmogelijkheid die voorzien is zowel in het W.Venn. als in het WVV. Hierbij wordt uitgetreden lastens het vennootschapsvermogen. 

De Commissie zal een afzonderlijk advies wijden aan de boekhoudkundige verwerking van de uittreding van een vennoot lastens het vennootschapsvermogen. De Commissie merkt alvast op dat het WVV ook voor de BV toelaat om een statutaire bepaling in te lassen die de uittreding lastens het vennootschapsvermogen mogelijk maakt. Een verschilpunt ten opzicht van de CV is dat voor een BV een dergelijke uittreding slechts mogelijk is indien de statuten een dergelijke uittreding expliciet voorzien, terwijl dit voor de CV altijd mogelijk is, zelfs als de statuten dit zouden verbieden.30

In een coöperatieve kan, niettegenstaande iedere andersluidende bepaling, iedere aandeelhouder te allen tijde in de loop van het boekjaar uittreden vanaf de bijeenroeping van de algemene vergadering die moet beslissen over de omzetting van de vennootschap.31

  • 1. Onderhavig advies is tot stand gekomen nadat het ontwerp van dit advies op 27 juli 2020 ter publieke consultatie werd gepubliceerd op de website van de CBN.
  • 2. Hier wordt bedoeld het coöperatief gedachtengoed zoals dat ligt vervat in de coöperatieve beginselen verwoord door de International Co-operative Alliance (ICA), die ook hun weg vonden naar Verordening nr. 1435/2003 (Memorie van toelichting bij het wetsontwerp van de wet tot invoering van het wetboek van vennootschappen en verenigingen en houdende diverse bepalingen, DOC 54 3119/001, p.11).
  • 3. Belgisch Staatsblad 4 april 2019.
  • 4. Belgisch Staatsblad 6 mei 2020.
  • 5. Maar ten vroegste vanaf 1 mei 2019 (artikel 39, § 1, tweede lid van de wet van 23 maart 2019 tot invoering van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen). In antwoord op de parlementaire vraag nr. 17 van 29 juli 2019 van het Kamerlid Leen DIERICK heeft de Minister van Justitie toegelicht “dat de buitengewone algemene vergadering zou beslissen dat het besluit tot opt-in ten opzichte van de aandeelhouders zal gelden vanaf de datum waarop het besluit wordt genomen, op voorwaarde dat dit besluit wordt bekendgemaakt. In dat geval zou dezelfde algemene vergadering, na de beslissing tot opt-in, onder een afzonderlijk agendapunt andere statutenwijzigingen kunnen beslissen dan deze die voortvloeien uit de loutere aanpassing van de statuten aan het WVV. Deze beslissing kan worden genomen overeenkomstig de bepalingen van het WVV onder de opschortende voorwaarde van de bekendmaking van de beslissing tot opt-in en van de aanpassing van de statuten die daarmee is verbonden.
  • 6. Artikel 41, § 1, eerste lid van de wet van 23 maart 2019 tot invoering van het wetboek van vennootschappen en verenigingen en houdende diverse bepalingen.
  • 7. Artikel 41, § 1, eerste lid van de wet van 23 maart 2019 tot invoering van het wetboek van vennootschappen en verenigingen en houdende diverse bepalingen.
  • 8. Op een CVBA die op 1 januari 2020 niet van rechtswege is omgezet in een CV omdat ze niet voldoet aan de definitie van een coöperatieve vennootschap in artikel 6:1 WVV en die zich evenmin vrijwillig heeft omgevormd in een andere rechtsvorm, worden boek 2, titel 7 en boek 5, artikel 5:1, titels 5 en titel 6 WVV slechts van toepassing vanaf 1 januari 2024.
  • 9. Procedure vermeld in Boek XII Omzetting van vennootschappen van het Wetboek van vennootschappen of Boek 14 Omzetting van vennootschappen, verenigingen en stichtingen van het WVV.
  • 10. Artikel 41, § 4 van de wet van 23 maart 2019 tot invoering van het wetboek van vennootschappen en verenigingen en houdende diverse bepalingen.
  • 11. Zoals bedoeld in artikel 14:3 WVV.
  • 12. Artikel 14:4 WVV.
  • 13. Artikel 41, § 2 van de wet van 23 maart 2019 tot invoering van het wetboek van vennootschappen en verenigingen en houdende diverse bepalingen.
  • 14. Artikel 41, § 3 van de wet tot invoering van het wetboek van vennootschappen en verenigingen en houdende diverse bepalingen.
  • 15. Memorie van toelichting bij het wetsontwerp van 4 juni 2018 tot invoering van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen en houdende diverse bepalingen, Kamer 54 K 3119/001, p. 31.
  • 16. Artikel 41 van de wet van 23 maart 2019 tot invoering van het wetboek van vennootschappen en verenigingen en houdende diverse bepalingen.
  • 17. Procedure vermeld in Boek XII Omzetting van vennootschappen van het Wetboek van vennootschappen of Boek 14 Omzetting van vennootschappen, verenigingen en stichtingen van het WVV. Vindt de omzetting daarentegen plaats in een andere rechtsvorm, dan moet de procedure vermeld in Boek XII van het Wetboek van vennootschappen wel worden gevolgd.
  • 18. Artikel 41, § 2 van de wet van 23 maart 2019 tot invoering van het wetboek van vennootschappen en verenigingen en houdende diverse bepalingen.
  • 19. Artikel 41, § 3 van de wet tot invoering van het wetboek van vennootschappen en verenigingen en houdende diverse bepalingen.
  • 20. De bepalingen van het WVV en het KB WVV treden in werking op 1 mei 2019. Op vennootschappen, VZW’s, IVZW’s en stichtingen die reeds bestaan op de dag van de inwerkingtreding, zijn de bepalingen voor het eerst van toepassing op 1 januari 2020. Bestaande vennootschappen, verenigingen en stichtingen kunnen, mits een statutenwijziging, evenwel beslissen (“opt in”) om de bepalingen reeds toe te passen vóór 1 januari 2020, maar ten vroegste op 1 mei 2019.
  • 21. Hier wordt uitsluitend de onbeschikbare eigen vermogensrekening bedoeld die voortkomt uit de omzetting van kapitaal en wettelijke reserves.
  • 22. De artikelen 41, § 2 en 39, § 2, derde lid van de wet van 23 maart 2019 tot invoering van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen en houdende diverse bepalingen zoals gewijzigd door artikel 234, 2° van de wet van 28 april 2020 tot omzetting van Richtlijn (EU) 2017/828 van het Europees Parlement en de Raad van 17 mei 2017 tot wijziging van richtlijn 2007/36/EG wat het bevorderen van de langetermijnbetrokkenheid van aandeelhouders betreft, en houdende diverse bepalingen inzake vennootschappen en verenigingen (1). En zie ook mondelinge parlementaire vraag van 11 december 2019 van Servais Verherstraeten, Integraal verslag van de Commissie voor Justitie van 11 december 2019, CRIV 55 COM 072, p. 11-12.
  • 23. In onderhavig advies spreekt de Commissie zich niet uit over de boekhoudkundige verwerking van een inbreng in nijverheid.
  • 24. Artikel 6:106 WVV. Een statutenwijzing is onderworpen aan de openbaarmakingsverplichting vermeld in artikel 2:7 WVV en volgende (onder meer bekendmaking in de Bijlagen bij het Belgisch Staatsblad van de neerlegging ter griffie).
  • 25. Artikel 6:108 WVV.
  • 26. Artikel 6:9 WVV en 6:109 WVV.
  • 27. Zie ook CBN-advies 151/1 - Kapitaalvermindering door terugbetaling aan de vennoten of vrijstelling van volstorting.
  • 28. Nieuwe benaming van deze rekening ingevolge artikel 9.10, 14° KB WVV.
  • 29. Artikel 6:43 WVV.
  • 30. Artikel 5:154 WVV voor de BV en artikel 6:120 WVV voor de CV.
  • 31. Artikel 14:8, § 5 WVV.