Artikel I.1

Behoudens andersluidende bepaling [...], wordt voor de toepassing van dit Wetboek verstaan onder:

 

  1. onderneming: elk van volgende organisaties:
    (a) iedere natuurlijke persoon die zelfstandig een beroepsactiviteit uitoefent;
    (b) iedere rechtspersoon;
    (c) iedere andere organisatie zonder rechtspersoonlijkheid.

    Niettegenstaande het voorgaande zijn geen ondernemingen, behoudens voor zover anders bepaald in de hierna volgende boeken of andere wettelijke bepalingen die in dergelijke toepassing voorzien:

    (a) iedere organisatie zonder rechtspersoonlijkheid die geen uitkeringsoogmerk heeft en die ook in feite geen uitkeringen verricht aan haar leden of aan personen die een beslissende invloed uitoefenen op het beleid van de organisatie;
    (b) iedere publiekrechtelijke rechtspersoon die geen goederen of diensten aanbiedt op een markt;
    (c) de Federale Staat, de gewesten, de gemeenschappen, de provincies, de hulpverleningszones, de prezones, de Brusselse Agglomeratie, de gemeenten, de meergemeentezones, de binnengemeentelijke territoriale organen, de Franse Gemeenschapscommissie, de Vlaamse Gemeenschapscommissie, de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie en de openbare centra voor maatschappelijk welzijn;
     
  2. consument: iedere natuurlijke persoon die handelt voor doeleinden die buiten zijn handels-, bedrijfs-, ambachts- of beroepsactiviteit vallen;
     
  3. minister: de minister bevoegd voor Economie;
     
  4. producten: goederen en diensten, onroerende goederen, rechten en verplichtingen;
     
  5. dienst: elke prestatie verricht door een onderneming in het kader van haar professionele activiteit of in uitvoering van haar statutair doel;
     
  6. goederen: de lichamelijke roerende zaken;
     
  7. gedragscode: een overeenkomst of een aantal niet bij wettelijke, reglementaire of bestuursrechtelijke bepalingen voorgeschreven regels waarin wordt vastgesteld hoe ondernemingen die zich aan de code binden, zich moeten gedragen met betrekking tot een of meer handelspraktijken of bedrijfssectoren;
     
  8. lidstaat: een lidstaat van de Europese Unie of in zoverre het akkoord over de Europese Economische Ruimte het voorziet, een Staat die dit akkoord heeft ondertekend;
     
  9. werkdagen: het geheel van alle kalenderdagen met uitsluiting van de zondagen en wettelijke feestdagen. Als een termijn, uitgedrukt in werkdagen, op een zaterdag afloopt, wordt hij verlengd tot de eerstvolgende werkdag;
     
  10. adres: een geografisch adres en, in voorkomend geval, het elektronisch adres;
     
  11. elektronisch adres: een geheel van elektronische gegevens waarmee een persoon elektronisch kan gecontacteerd worden
     
  12. geografisch adres: het geheel van geografische gegevens omvattend, in voorkomend geval, het huisnummer, de straat, de postcode en de gemeente waar een persoon een vestiging heeft of gecontacteerd kan worden;
     
  13. FOD Economie: de Federale Overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie;
     
  14. beoefenaar van een vrij beroep: elke onderneming wiers activiteit er hoofdzakelijk in bestaat om, op onafhankelijke wijze en onder eigen verantwoordelijkheid, intellectuele prestaties te verrichten waarvoor een voorafgaande opleiding en een permanente vorming is vereist en die onderworpen is aan een plichtenleer waarvan de naleving door of krachtens een door de wet aangeduide tuchtrechtelijke instelling kan worden afgedwongen;
     
  15. duurzame gegevensdrager: elk hulpmiddel dat een fysieke persoon of rechtspersoon in staat stelt om persoonlijk aan hem gerichte informatie op te slaan, op een wijze die deze informatie voor hem toegankelijk maakt voor toekomstig gebruik gedurende een tijdsduur die is afgestemd op het doel waarvoor de informatie kan dienen, en die een ongewijzigde reproductie van de opgeslagen informatie mogelijk maakt. Voor zover deze functionaliteiten bewaard worden, kunnen als duurzame gegevensdrager beschouwd worden het papier of, in een digitale omgeving, een e-mail ontvangen door de bestemmeling of een elektronisch document bewaard op een opslagapparaat of toegevoegd aan een e-mail ontvangen door de bestemmeling.

Wanneer de uitdrukking "duurzame gegevensdrager" voorkomt in een wettelijke of reglementaire bepaling, moet ervan worden uitgegaan dat het begrip gedefinieerd is overeenkomstig de definitie bedoeld in 15° van het eerste lid.

Het eerste lid, 1°, 4°, en 5°, is niet van toepassing op boek XI. Het eerste lid, 8°, is niet van toepassing op boek XI, titels 3 tot en met 8.