In geval van ontbinding van een vereniging door de rechtbank benoemt deze, onverminderd artikel 19bis , één of meer vereffenaars die, na aanzuivering van het passief, de bestemming van het actief vaststellen.
Deze bestemming kan geen andere zijn dan die bepaald in de statuten of, bij ontstentenis van enige statutaire bepaling daaromtrent, besloten door de algemene vergadering die de vereffenaars bijeenroepen. Bij ontstentenis van een bepaling in de statuten of van een besluit van de algemene vergadering geven de vereffenaars aan het actief een bestemming die zoveel mogelijk overeenkomt met het doel waarvoor de vereniging is opgericht.
De leden, de schuldeisers en het openbaar ministerie kunnen bij de rechtbank beroep instellen tegen het besluit van de vereffenaars.