Voor de toepassing van dit hoofdstuk worden een moederonderneming en al haar dochterondernemingen in de consolidatie opgenomen indien de moederonderneming een onderneming is waarop de bij deze richtlijn voorgeschreven coördinatiemaatregelen op grond van artikel 1, lid 1, van toepassing zijn.
Hoofdstuk 6 - Geconsolideerde financiële overzichten en verslagen
Artikel 21 - Toepassingsgebied van de geconsolideerde financiële overzichten en verslagen
Artikel 22 - Het voorschrift geconsolideerde financiële overzichten op te stellen
1. Een lidstaat schrijft voor dat een onder zijn nationale recht vallende onderneming geconsolideerde financiële overzichten en een geconsolideerd bestuursverslag opstelt, indien die onderneming (een moederonderneming):
- de meerderheid bezit van de stemrechten van de aandeelhouders of vennoten in een andere onderneming (een dochteronderneming);
- het recht heeft de meerderheid van de leden van het bestuurs-, leidinggevend of toezichthoudende orgaan van een andere onderneming (een dochteronderneming) te benoemen of te ontslaan, en tevens aandeelhouder of vennoot in die onderneming is;
- het recht heeft een overheersende invloed uit te oefenen op een onderneming (een dochteronderneming) waarvan zij aandeelhouder of waarin zij vennoot is, krachtens een met deze onderneming gesloten overeenkomst of een bepaling in de statuten van die onderneming, indien het recht waaronder die dochteronderneming valt, toestaat dat zij aan de werking van dergelijke overeenkomsten of statutaire bepalingen onderworpen is.
De lidstaten behoeven niet voor te schrijven dat de moederonderneming aandeelhouder van of vennoot in haar dochteronderneming moet zijn. Lidstaten waarvan het recht dergelijke overeenkomsten of statutaire bepalingen niet kent, behoeven deze bepaling niet toe te passen; of - aandeelhouder van of vennoot in een onderneming is en:
- een meerderheid van de leden van het bestuurs -, het leidinggevend of het toezichthoudend orgaan van die onderneming (een dochteronderneming) die gedurende het boekjaar, gedurende het voorafgaande boekjaar en tot aan de opstelling van de geconsolideerde financiële overzichten in functie zijn, werden benoemd, enkel door de uitoefening van haar stemrechten, of
- op grond van een overeenkomst met andere aandeelhouders van of vennoten in die onderneming (een dochteronderneming), als enige de meerderheid van de stemrechten van de aandeelhouders van of vennoten in die onderneming beheerst. De lidstaten kunnen nadere eisen betreffende vorm en inhoud van die overeenkomst vaststellen.
De lidstaten schrijven ten minste de subpunt ii) genoemde regeling voor. Zij kunnen de toepassing van het subpunt i) afhankelijk stellen van de voorwaarde dat de stemrechten ten minste 20 % van het totaal vertegenwoordigen.
Subpunt i) is evenwel niet van toepassing indien een derde partij tegenover die onderneming de in de punten a), b) of c) bedoelde rechten heeft.
2. In aanvulling op de in lid 1 genoemde gevallen kunnen lidstaten voorschrijven dat een onder hun nationaal recht vallende onderneming geconsolideerde financiële overzichten en een geconsolideerd bestuursverslag opstelt indien:
- die onderneming (een moederonderneming) op een andere onderneming (de dochteronderneming) een overheersende invloed of zeggenschap kan uitoefenen of feitelijk uitoefent; of
- die onderneming (een moederonderneming) en een andere onderneming (de dochteronderneming) onder centrale leiding van de moederonderneming staan.
3. Voor de toepassing van lid 1, punten a), b) en d), worden de stemrechten en de rechten inzake benoeming en ontslag van enige andere dochteronderneming en van enige persoon die in eigen naam maar voor rekening van de moederonderneming of van een andere dochteronderneming handelt, bij de rechten van de moederonderneming geteld.
4. Voor de toepassing van lid 1, punten a), b) en d), worden op de in lid 3 genoemde rechten in mindering gebracht de rechten:
- verbonden aan de aandelen die worden gehouden voor rekening van personen die noch de moederonderneming noch een dochteronderneming van die moederonderneming zijn, of
- verbonden aan de aandelen die
- tot zekerheid worden gehouden, mits deze rechten in overeenstemming met de ontvangen instructies worden uitgeoefend, of
- worden gehouden in verband met gewone transacties in het kader van leningverstrekkende activiteiten, op voorwaarde dat de stemrechten worden uitgeoefend in het belang van de persoon die de zekerheid stelt.
5. Voor de toepassing van lid 1, punten a) en d), worden het totaal van de stemrechten van de aandeelhouders van of de vennoten in de dochteronderneming vermindert met de stemrechten verbonden aan de aandelen die worden gehouden door deze onderneming zelf, door een dochteronderneming van deze onderneming of door een persoon die in eigen naam, maar voor rekening van deze ondernemingen handelt.
6. Onverminderd artikel 23, lid 9, worden de moederonderneming en al haar dochterondernemingen in de consolidatie opgenomen, ongeacht de plaats van de zetel van die dochterondernemingen.
7. Onverminderd dit artikel en de artikelen 21 en 23 kunnen de lidstaten voorschrijven dat een onder hun recht vallende onderneming geconsolideerde financiële overzichten en een geconsolideerd bestuursverslag opstelt, indien:
- die onderneming en een of meer andere ondernemingen waarmee niet een in lid 1 of in lid 2 beschreven betrekking bestaat, onder centrale leiding staan krachtens:
- een met die onderneming gesloten overeenkomst, of
- de oprichtingsakte of de statuten van die andere ondernemingen; of
- de bestuurs-, de leidinggevende of de toezichthoudende organen van die onderneming en van een of meer andere ondernemingen waarmee niet een in lid 1 of in lid 2 beschreven betrekking bestaat, gedurende het boekjaar en tot de opstelling van de geconsolideerde financiële overzichten in meerderheid uit dezelfde personen bestaan.
8. Indien een lidstaat van de in lid 7 bedoelde mogelijkheid gebruik maakt, worden de in dat lid beschreven ondernemingen en al hun dochterondernemingen in de consolidatie opgenomen indien een of meer van die ondernemingen een van de in bijlage I of bijlage II genoemde rechtsvormen heeft.
9. Lid 6 van dit artikel, artikel 23, leden 1, 2, 9 en 10, en de artikelen 24 tot en met 29 zijn van toepassing op de geconsolideerde financiële overzichten en het geconsolideerde bestuursverslag bedoeld in lid 7 van het onderhavige artikel, behoudens de volgende wijzigingen:
- de bepalingen over de moederonderneming worden geacht betrekking te hebben op alle in lid 7 van dit artikel bedoelde ondernemingen; en
- onverminderd artikel 24, lid 3, worden onder de posten "kapitaal", "agio", "herwaarderingsreserve", "reserves", "overgedragen resultaten" en "resultaat van het boekjaar" in de geconsolideerde financiële overzichten de samengevoegde bedragen opgenomen die zijn toe te rekenen aan elk van de in lid 7 van dit artikel bedoelde ondernemingen.
Artikel 23 - Vrijstellingen van consolidatie
1. Kleine groepen worden vrijgesteld van de verplichting om geconsolideerde financiële overzichten en een geconsolideerd bestuursverslag op te stellen, behalve wanneer enige verbonden onderneming een organisatie van openbaar belang is.
2. De lidstaten kunnen middelgrote groepen vrijstellen van de verplichting om geconsolideerde financiële overzichten en een geconsolideerd bestuursverslag op te stellen, behalve wanneer enige verbonden onderneming een organisatie van openbaar belang is.
3. Niettegenstaande de leden 1 en 2 van dit artikel verleent een lidstaat in de volgende gevallen aan elke onder het nationale recht van die lidstaat vallende moederonderneming (de vrijgestelde onderneming) die ook een dochteronderneming is, met inbegrip van een organisatie van openbaar belang, tenzij deze organisatie van openbaar belang onder artikel 2, punt 1, onderdeel a), valt, vrijstelling van de verplichting om geconsolideerde financiële overzichten en een geconsolideerd bestuursverslag op te stellen, indien haar eigen moederonderneming onder het recht van een lidstaat valt en:
- de moederonderneming van de vrijgestelde onderneming alle aandelen van de vrijgestelde onderneming in bezit heeft. De aandelen van de vrijgestelde onderneming die uit hoofde van een wettelijke of statutaire verplichting door leden van haar bestuurs-, leidinggevend of toezichthoudend orgaan worden gehouden, worden niet in aanmerking genomen; of
- de moederonderneming van de vrijgestelde onderneming ten minste 90 % van de aandelen van de vrijgestelde onderneming in bezit heeft en de overige aandeelhouders van of vennoten in de vrijgestelde onderneming het gebruik van de vrijstelling hebben goedgekeurd.
4. Voor de in lid 3 bedoelde vrijstellingen wordt aan alle volgende voorwaarden voldaan:
- de vrijgestelde onderneming en, onverminderd lid 9, al haar dochterondernemingen worden geconsolideerd in de financiële overzichten van een groter geheel van ondernemingen waarvan de moederonderneming onder het recht van een lidstaat valt;
- de in punt a) bedoelde geconsolideerde financiële overzichten en het geconsolideerde bestuursverslag van het grotere geheel van ondernemingen worden door de moederonderneming van dat geheel van ondernemingen opgesteld overeenkomstig het recht van de lidstaat waaronder die moederonderneming valt, conform deze richtlijn, met uitzondering van de vereisten van artikel 29 bis, of conform de internationale standaarden voor jaarrekeningen die overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1606/2002 zijn goedgekeurd;
- met betrekking tot de vrijgestelde onderneming worden de volgende stukken, op de wijze als voorgeschreven bij het recht van de lidstaat waaronder de vrijgestelde onderneming valt, overeenkomstig artikel 30 openbaar gemaakt:
- de in punt a) bedoelde geconsolideerde financiële overzichten en het in punt b) bedoelde geconsolideerde bestuursverslag,
- de controleverklaring, en
- in voorkomend geval, het in lid 6 bedoelde aan de geconsolideerde overzichten gehechte document.
Die lidstaat kan voorschrijven dat de in de punten i), ii) en iii), bedoelde stukken in de officiële taal van die lidstaat openbaar worden gemaakt en dat elke vertaling ervan wordt gecertificeerd;
- in de toelichting bij de jaarlijkse financiële overzichten van de vrijgestelde onderneming wordt het volgende vermeld:
- de naam en de zetel van de moederonderneming die de in punt a) bedoelde geconsolideerde financiële overzichten opstelt; en
- de vrijstelling van de verplichting om geconsolideerde financiële overzichten en een geconsolideerd bestuursverslag op te stellen.
5. Onverminderd de leden 1, 2 en 3 van het onderhavig artikel kan een lidstaat in niet onder lid 3 vallende gevallen vrijstelling verlenen van de verplichting om geconsolideerde financiële overzichten en een geconsolideerd bestuursverslag op te stellen, aan enige onder het nationale recht van die lidstaat vallende moederonderneming (de vrijgestelde onderneming) die ook een dochteronderneming is, met inbegrip van een organisatie van openbaar belang, tenzij deze organisatie van openbaar belang onder artikel 2, punt 1, onderdeel a), valt, waarvan de moederonderneming onder het recht van een lidstaat valt, mits alle voorwaarden van lid 4 vervuld zijn en mits bovendien:
- de aandeelhouders van of deelnemers in de vrijgestelde onderneming die een minimumpercentage van het geplaatste kapitaal van die onderneming bezitten, niet uiterlijk zes maanden voor het eind van het boekjaar om de opstelling van geconsolideerde financiële overzichten hebben verzocht;
- het in punt a) bedoelde minimumpercentage de volgende grensbedragen niet overschrijdt:
- 10 % van het geplaatste kapitaal in het geval van naamloze vennootschappen en commanditaire vennootschappen op aandelen; en
- 20 % van het geplaatste kapitaal in het geval van ondernemingen met andere rechtsvormen;
- de lidstaat het verlenen van de vrijstelling niet afhankelijk maakt van de volgende voorwaarden:
- de voorwaarde dat de moederonderneming die de in lid 4, punt a), bedoelde geconsolideerde financiële overzichten heeft opgesteld, onder het nationale recht valt van de lidstaat die de vrijstelling verleent, of
- voorwaarden betreffende de opstelling en de controle van die financiële overzichten.
6. Een lidstaat kan de in de leden 3 en 5 bedoelde vrijstellingen afhankelijk maken van het verstrekken, overeenkomstig deze richtlijn, van aanvullende gegevens in de in lid 4, punt a), bedoelde geconsolideerde financiële overzichten of in een daaraan gehecht document, indien die gegevens worden verlangd van onder het nationale recht van die lidstaat vallende ondernemingen die geconsolideerde financiële overzichten moeten opstellen en in dezelfde situatie verkeren.
7. De leden 3 tot en met 6 laten de wetgevingen van de lidstaten betreffende de opstelling van geconsolideerde financiële overzichten of een geconsolideerd bestuursverslag onverlet voor zover die stukken worden verlangd:
- ter voorlichting van de werknemers of van hun vertegenwoordigers; of
- door overheid of rechter voor eigen kennisneming.
8. Onverminderd leden 1, 2, 3 en 5 van onderhavig artikel kan een lidstaat die voorziet in vrijstellingen krachtens de leden 3 en 5 van dit artikel, ook vrijstelling verlenen van de verplichting om geconsolideerde financiële overzichten en een geconsolideerd bestuursverslag op te stellen aan elke onder het nationale recht van die lidstaat vallende moederonderneming (de vrijgestelde onderneming) die ook een dochteronderneming is, met inbegrip van een entiteit van openbaar belang tenzij deze entiteit van openbaar belang valt onder artikel 2, punt 1, onderdeel a), waarvan de moederonderneming niet valt onder het recht van een lidstaat indien aan alle volgende voorwaarden is voldaan:
- de vrijgestelde onderneming en, onverminderd lid 9, al haar dochterondernemingen worden geconsolideerd in de financiële overzichten van een groter geheel van ondernemingen;
- de in punt a) bedoelde geconsolideerde financiële overzichten en, in voorkomend geval, het geconsolideerde bestuursverslag worden opgesteld:
- conform deze richtlijn, met uitzondering van de vereisten van artikel 29 bis,
- conform de internationale standaarden voor jaarrekeningen die op grond van Verordening (EG) nr. 1606/2002 zijn vastgesteld,
- op een wijze die gelijkwaardig is met de geconsolideerde financiële overzichten en geconsolideerde bestuursverslagen die conform deze richtlijn, met uitzondering van de vereisten van artikel 29 bis, zijn opgesteld, of
- op een wijze die gelijkwaardig is met de internationale standaarden voor jaarrekeningen die overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1569/2007 van de Commissie van 21 december 2007 waarbij ter uitvoering van de Richtlijnen 2003/71/EG en 2004/109/EG van het Europees Parlement en de Raad een mechanisme wordt opgezet voor het nemen van een besluit over de gelijkwaardigheid van standaarden voor jaarrekeningen die door effectenuitgevende instellingen van derde landen worden toegepast18 zijn goedgekeurd;
- de in punt a) bedoelde geconsolideerde financiële overzichten zijn gecontroleerd door een of meer wettelijke auditors of auditkantoren die bevoegd zijn tot controle van de financiële overzichten krachtens het nationale recht waaronder de onderneming valt die die overzichten heeft opgesteld.
Lid 4, punten c) en d), en de leden 5, 6 en 7 zijn van toepassing.
9. Een onderneming, ook als deze een organisatie van openbaar belang is, hoeft niet in de geconsolideerde financiële overzichten te worden opgenomen indien aan ten minste een van de volgende voorwaarden voldaan is:
- in zeer uitzonderlijke gevallen waar de gegevens die nodig zijn om de geconsolideerde financiële overzichten overeenkomstig deze richtlijn op te stellen, niet zonder onevenredige kosten of onverantwoorde vertraging kunnen worden verkregen;
- de aandelen in deze onderneming worden uitsluitend met het oog op latere vervreemding gehouden; of
- ingrijpende en langdurige beperkingen bemoeilijken in wezenlijke mate:
- de moederonderneming in de uitoefening van haar rechten ten aanzien van het vermogen of in de uitoefening van het bestuur over deze onderneming; of
- de uitoefening van de centrale leiding over die onderneming, indien er met die onderneming een van de in artikel 22, lid 7, omschreven betrekkingen bestaat.
10. Onverminderd artikel 6, lid 1, onder b), artikel 21 en leden 1 en 2 van dit artikel, wordt een moederonderneming, ook als deze een organisatie van openbaar belang is, vrijgesteld van de in artikel 22 opgelegde verplichting indien:
- zij alleen dochterondernemingen heeft die noch afzonderlijk noch collectief van materieel belang zijn; of
- al haar dochterondernemingen op grond van lid 9 van dit artikel buiten de consolidatie kunnen worden gelaten.
- 18PB L 340 van 22.12.2007, blz. 66.
Artikel 24 - De opstelling van geconsolideerde financiële overzichten
1. De hoofdstukken 2 en 3 zijn van toepassing met betrekking tot geconsolideerde financiële overzichten, met inachtneming van de aanpassingen die noodzakelijk zijn wegens de eigen kenmerken van de geconsolideerde financiële overzichten in vergelijking met de jaarlijkse financiële overzichten.
2. De activa en passiva van de in de consolidatie opgenomen ondernemingen worden volledig in de geconsolideerde balans opgenomen.
3. De boekwaarde van de aandelen in het kapitaal van de in de consolidatie opgenomen ondernemingen wordt verrekend tegen het daarin belichaamde deel van het kapitaal en de reserves van de in de consolidatie opgenomen ondernemingen, met dien verstande dat:
- behoudens in het geval van aandelen in het kapitaal van de moederonderneming die worden gehouden door die moederonderneming zelf of door een andere in de consolidatie opgenomen onderneming, die overeenkomstig hoofdstuk 3 als eigen aandelen worden behandeld, deze verrekening geschiedt op grond van de boekwaarden op de datum waarop die ondernemingen voor het eerst in de consolidatie zijn opgenomen. De uit de verrekening voortvloeiende verschillen worden, in de mate van het mogelijke, rechtstreeks toegerekend aan de posten van de geconsolideerde balans waarvan de waarde hoger of lager is dan hun boekwaarde;
- de lidstaten kunnen toestaan of voorschrijven dat de verrekening plaatsvindt op grond van de waarde van de aanwijsbare activa en passiva op de datum van verkrijging van de aandelen of, bij verkrijging op verschillende data, op de datum waarop de onderneming dochteronderneming is geworden;
- eventuele verschillen die overblijven na de toepassing van punt a) of die voortvloeien uit de toepassing van punt b) als goodwill in de geconsolideerde balans worden opgenomen;
- de gebruikte methoden om de waarde van de goodwill te berekenen en eventuele significante waardeveranderingen ten opzichte van het voorgaande boekjaar worden uiteengezet in de toelichting bij de financiële overzichten;
- indien een lidstaat toestaat dat positieve en negatieve goodwill tegen elkaar worden verrekend, omvat de toelichting bij de financiële overzichten ook een analyse van de goodwill;
- negatieve goodwill mag slechts naar de geconsolideerde winst-en-verliesrekening worden overgeboekt indien een dergelijke verwerking strookt met de in hoofdstuk 2 neergelegde beginselen.
4. Indien aandelen in de consolidatie opgenomen dochterondernemingen worden gehouden door personen, andere dan die ondernemingen, wordt het aan die aandelen toe te rekenen bedrag afzonderlijk, als minderheidsbelangen, in de geconsolideerde balans vermeld.
5. De baten en lasten van de in de consolidatie opgenomen ondernemingen worden volledig in de geconsolideerde winst-en-verliesrekening opgenomen.
6. Het aan de in lid 4 bedoelde aandelen toe te rekenen bedrag van de winst of het verlies wordt afzonderlijk, als aan minderheidsbelangen toe te rekenen winst of verlies, in de geconsolideerde winst-en-verliesrekening vermeld.
7. In de geconsolideerde financiële overzichten worden de activa en passiva, de financiële posities en de winsten of verliezen van de in de consolidatie opgenomen ondernemingen opgenomen alsof deze één enkele onderneming vormen. Meer bepaald wordt het volgende uit de geconsolideerde financiële overzichten weggelaten:
- de onderlinge vorderingen en schulden van de ondernemingen;
- de baten en lasten die verband houden met transacties tussen de ondernemingen; en
- de winsten en verliezen die voortvloeien uit transacties tussen de ondernemingen, indien die in de boekwaarde van de activa begrepen zijn.
8. De geconsolideerde financiële overzichten worden per dezelfde datum opgesteld als de jaarlijkse financiële overzichten van de moederonderneming.
De lidstaten kunnen evenwel toestaan of voorschrijven dat de geconsolideerde financiële overzichten per een andere datum worden opgesteld om rekening te houden met de balansdatum van de meeste of van de belangrijkste van de in de consolidatie opgenomen ondernemingen, op voorwaarde dat:
- daarvan onder opgave van redenen melding wordt gemaakt in de toelichting bij de geconsolideerde financiële overzichten;
- er rekening wordt gehouden met of melding wordt gemaakt van belangrijke gebeurtenissen die zich met betrekking tot de activa en passiva, de financiële positie of de winst of het verlies van een in een consolidatie opgenomen onderneming hebben voorgedaan tussen de balansdatum van die onderneming en de datum van afsluiting van de geconsolideerde balans; en
- indien de balansdatum van een in de consolidatie opgenomen onderneming meer dan drie maanden vroeger of later valt dan de afsluitingsdatum van de geconsolideerde balans, die onderneming in de consolidatie wordt opgenomen op grond van tussentijdse financiële overzichten, opgesteld per de afsluitingsdatum van de geconsolideerde balans.
9. Indien het bestand van de in de consolidatie opgenomen ondernemingen in de loop van het boekjaar een aanmerkelijke wijziging heeft ondergaan, bevatten de geconsolideerde financiële overzichten inlichtingen die een zinvolle vergelijking van de achtereenvolgende geconsolideerde financiële overzichten mogelijk maken. Aan deze verplichting kan worden voldaan met de opstelling van een aangepaste vergelijkende balans en een aangepaste vergelijkende winst-en-verliesrekening.
10. De in de geconsolideerde financiële overzichten opgenomen activa en passiva worden op een uniforme grondslag overeenkomstig hoofdstuk 2 gewaardeerd.
11. Een onderneming die geconsolideerde financiële overzichten opstelt, hanteert daarbij dezelfde waarderingsgrondslagen als voor haar jaarlijkse financiële overzichten worden gehanteerd. De lidstaten kunnen echter toestaan of voorschrijven dat er bij de geconsolideerde financiële overzichten andere waarderingsgrondslagen overeenkomstig hoofdstuk 2 worden gebruikt. Wanneer van deze afwijking gebruik wordt gemaakt, wordt daarvan onder opgave van redenen melding gemaakt in de toelichting bij de geconsolideerde financiële overzichten.
12. Indien de in de consolidatie opgenomen ondernemingen de in de geconsolideerde financiële overzichten opgenomen activa en passiva waarderen met behulp van andere grondslagen dan die welke met het oog op de consolidatie worden gebruikt, worden die activa en passiva opnieuw gewaardeerd volgens de voor de consolidatie gebruikte grondslagen. Afwijkingen van deze vereiste zijn in uitzonderlijke gevallen toegestaan. Van dergelijke afwijkingen wordt onder opgaaf van redenen melding gemaakt in de toelichting bij de geconsolideerde financiële overzichten.
13. Uitgestelde belastingen worden bij consolidatie opgenomen, voor zover mag worden aangenomen dat daaruit voor een van de in de consolidatie opgenomen ondernemingen in de nabije toekomst inderdaad een verschuldigdheid van de belasting zal voortvloeien.
14. Indien uitsluitend voor de toepassing van de belastingwetgeving waardecorrecties zijn uitgevoerd met betrekking tot in de geconsolideerde financiële overzichten opgenomen activa, worden deze activa pas in de geconsolideerde financiële overzichten opgenomen nadat deze correcties ongedaan werden gemaakt.
Artikel 25 - Bedrijfscombinaties binnen een groep
1. De lidstaten kunnen toestaan of voorschrijven dat de boekwaarden van aandelen in het kapitaal van een in een consolidatie opgenomen onderneming slechts worden verrekend met het daarin belichaamde deel van het kapitaal, op voorwaarde dat de uiteindelijke zeggenschap over de ondernemingen in de bedrijfscombinatie door dezelfde partij wordt uitgeoefend, zowel voor als na de bedrijfscombinatie, en die zeggenschap niet tijdelijk is.
2. Eventuele uit de toepassing van lid 1 voortvloeiende verschillen worden, naar gelang van het geval, aan de geconsolideerde reserves toegevoegd dan wel daarop in mindering gebracht.
3. Het feit dat de in lid 1 beschreven methode is toegepast, de mutaties die daaruit voor de reserves voortvloeien en de naam en de zetel van de betrokken ondernemingen worden in de toelichting bij de geconsolideerde financiële overzichten vermeld.
Artikel 26 - Proportionele consolidatie
1. De lidstaten kunnen toestaan of voorschrijven dat, wanneer een in de consolidatie opgenomen onderneming samen met een of meer niet in de consolidatie opgenomen ondernemingen een andere onderneming bestuurt, deze laatste in de geconsolideerde financiële overzichten wordt opgenomen naar rato van de rechten in haar kapitaal die door de in de consolidatie opgenomen onderneming worden gehouden.
2. Artikel 23, leden 9 en 10, en artikel 24 zijn van overeenkomstige toepassing op de in lid 1 van het onderhavige artikel bedoelde proportionele consolidatie.
Artikel 27 - Vermogensmutatiemethode voor geassocieerde ondernemingen
1. Indien een in de consolidatie opgenomen onderneming een geassocieerde onderneming heeft, wordt die geassocieerde onderneming in de geconsolideerde balans vermeld onder een afzonderlijke post die dienovereenkomstig wordt omschreven.
2. Wanneer dit artikel voor het eerst op een geassocieerde onderneming wordt toegepast, wordt voor die geassocieerde onderneming in de geconsolideerde balans hetzij:
- de boekwaarde vermeld, bepaald volgens de daarvoor in de hoofdstukken 2 en 3 vastgestelde waarderingsregels. Het verschil tussen deze waarde en het bedrag dat overeenkomt met het deel van het eigen vermogen dat deze deelneming in die geassocieerde onderneming belichaamt, wordt afzonderlijk op de geconsolideerde balans of in de toelichting bij de geconsolideerde financiële overzichten vermeld. Dit verschil wordt berekend per de datum waarop de methode voor het eerst wordt toegepast; hetzij
- een bedrag vermeld dat overeenkomt met een deel van het eigen vermogen van de geassocieerde onderneming dat deze deelneming in die geassocieerde onderneming belichaamt. Het verschil tussen dit bedrag en de overeenkomstig de waarderingsregels van de hoofdstukken 2 en 3 bepaalde boekwaarde, wordt afzonderlijk in de geconsolideerde balans of in de toelichting bij de geconsolideerde financiële overzichten vermeld. Dit verschil wordt berekend per de datum waarop de methode voor het eerst wordt toegepast.
De lidstaten kunnen de toepassing van één of meer van de opties bepaald onder a)en b) voorschrijven. In dergelijke gevallen wordt in de geconsolideerde balans of de toelichting bij de geconsolideerde financiële overzichten vermeld welke van deze opties is gebruikt.
Bovendien kunnen de lidstaten voor de toepassing van het bepaalde onder a) of b) toestaan of voorschrijven dat het verschil wordt berekend per de datum van verkrijging van de aandelen of, bij verkrijging op verschillende data, per de datum waarop de onderneming een geassocieerde onderneming is geworden.
3. Indien activa of passiva van de geassocieerde onderneming volgens andere methoden zijn gewaardeerd dan die welke overeenkomstig artikel 24, lid 11, voor de consolidatie zijn gehanteerd, kunnen zij voor de berekening van het verschil, bedoeld in lid 2, onder a) en b), opnieuw worden gewaardeerd volgens de voor de consolidatie gehanteerde methoden. Indien die herwaardering niet heeft plaatsgevonden, wordt dat in de toelichting bij de geconsolideerde financiële overzichten vermeld. De lidstaten kunnen dergelijke herwaardering eisen.
4. De in lid 2, onder a), bedoelde boekwaarde of het in lid 2, onder b), bedoelde bedrag dat overeenkomt met een deel van het eigen vermogen van de geassocieerde onderneming, wordt verhoogd of verminderd met het bedrag van de tijdens het boekjaar opgetreden waardeverandering van het deel van het eigen vermogen van de geassocieerde onderneming dat deze deelneming belichaamt; dit bedrag wordt verminderd met het bedrag van de dividenden die op deze deelneming betrekking hebben.
5. Voor zover het in lid 2, onder a) en b), bedoeld positief verschil niet kan worden toegerekend aan een categorie activa of passiva, wordt het behandeld in overeenstemming met de regels die gelden voor de post "goodwill" als opgenomen in artikel 12, lid 6, onder d), de eerste alinea van artikel 12, lid 11, artikel 24, lid 3, onder c), en bijlage III en bijlage IV.
6. Het deel van het resultaat van de geassocieerde onderneming dat aan de deelneming in die geassocieerde onderneming kan worden toegerekend, wordt vermeld in de geconsolideerde winst-en-verliesrekening onder een afzonderlijke post die dienovereenkomstig wordt omschreven.
7. De in artikel 24, lid 7, bedoelde winsten en verliezen worden weggelaten voor zover de betreffende gegevens bekend of toegankelijk zijn.
8. Indien een geassocieerde onderneming geconsolideerde financiële overzichten opstelt, zijn leden 1 tot en met 7 van toepassing op het in deze geconsolideerde financiële overzichten vermelde eigen vermogen.
9. Dit artikel hoeft niet te worden toegepast indien de deelneming in het kapitaal van de geassocieerde onderneming niet van materieel belang is.
Artikel 28 - Toelichting bij de geconsolideerde financiële overzichten
1. Naast de informatie die op grond van andere bepalingen van deze richtlijn wordt verlangd, wordt in de toelichting bij de geconsolideerde financiële overzichten, op een wijze die de beoordeling van de financiële positie van het geheel van de in de consolidatie opgenomen ondernemingen vergemakkelijkt, met inachtneming van de aanpassingen die noodzakelijk zijn wegens de eigen kenmerken van de geconsolideerde financiële overzichten in vergelijking met de jaarlijkse financiële overzichten, de in artikelen 16, 17 en 18 verlangde informatie vermeld, met inbegrip van het volgende:
- bij vermelding van transacties tussen verbonden partijen worden transacties tussen in de consolidatie opgenomen verbonden partijen die bij consolidatie worden weggelaten, niet vermeld;
- bij vermelding van het gemiddelde personeelsbestand gedurende het boekjaar wordt het gemiddelde personeelsbestand van ondernemingen die proportioneel worden geconsolideerd, afzonderlijk vermeld; en
- bij vermelding van de bedragen van de aan leden van het bestuurs-, het leidinggevend en het toezichthoudend orgaan verleende bezoldigingen, voorschotten en kredieten, worden alleen de door de moederonderneming en haar dochterondernemingen aan leden van het bestuurs-, het leidinggevend en het toezichthoudend orgaan van de moederonderneming verleende bedragen vermeld.
2. De toelichting bij de geconsolideerde financiële overzichten bevat naast de volgens lid 1 vereiste informatie ook de volgende informatie:
- met betrekking tot de in de consolidatie opgenomen ondernemingen:
- de namen en de zetels van die ondernemingen,
- het deel van het kapitaal dat in die ondernemingen, behoudens in de moederonderneming, wordt gehouden door de in de consolidatie opgenomen ondernemingen of door personen die in eigen naam maar voor rekening van die ondernemingen handelen, en
- informatie over de in artikel 22, leden 1, 2 en 7, bedoelde voorwaarden op grond waarvan, na toepassing van artikel 22, leden 3, 4 en 5, de consolidatie heeft plaatsgevonden. Laatstgenoemde vermelding kan evenwel achterwege worden gelaten indien de consolidatie op grond van artikel 22, lid 1, punt a), heeft plaatsgevonden en het aandeel in het kapitaal en het aandeel in de gehouden stemrechten gelijk zijn.
Dezelfde informatie wordt verstrekt met betrekking tot de ondernemingen die bij gebreke van materieel belang uit hoofde van artikel 6, lid 1, punt j), en artikel 23, lid 10, buiten de consolidatie zijn gelaten; tevens wordt uitgelegd waarom de in artikel 23, lid 9, bedoelde ondernemingen buiten de consolidatie zijn gelaten;
- de namen en zetels van in de consolidatie opgenomen geassocieerde ondernemingen als beschreven in artikel 27, lid 1, alsmede het aandeel in het kapitaal van die ondernemingen dat wordt gehouden door in de consolidatie opgenomen ondernemingen of door personen die in eigen naam maar voor rekening van die ondernemingen handelen;
- de namen en zetels van de ondernemingen waarop overeenkomstig artikel 26 een evenredige consolidatie is toegepast, de gegevens waaruit het gezamenlijke bestuur van die ondernemingen is gegrond, alsmede het aandeel in het kapitaal van die ondernemingen dat wordt gehouden door in de consolidatie opgenomen ondernemingen of door personen die in eigen naam maar voor rekening van die ondernemingen handelen; en
- met betrekking tot elk van de ondernemingen, behoudens de in de punten a), b) en c) bedoelde ondernemingen, waarin de in de consolidatie opgenomen ondernemingen, hetzij zelf, hetzij via personen die in eigen naam maar voor rekening van deze ondernemingen handelen, een deelneming houden:
- de naam en de zetel van die ondernemingen,
- het in het kapitaal gehouden aandeel,
- het bedrag van het eigen vermogen en van het resultaat over het meest recente boekjaar van de betrokken onderneming waarvoor financiële overzichten zijn vastgesteld.
De vermelding van het eigen vermogen en van het resultaat mag ook achterwege blijven indien de betrokken onderneming haar balans niet openbaar maakt.
3. De lidstaten kunnen toestaan dat de bij lid 2, punten a) tot en met d), verlangde informatie wordt verstrekt in de vorm van een overzicht dat in overeenstemming met artikel 3, lid 3, van Richtlijn 2009/101/EG wordt neergelegd. De neerlegging van dergelijk overzicht wordt in de toelichting bij de geconsolideerde financiële overzichten vermeld. De lidstaten kunnen ook toestaan dat er informatie wordt weggelaten indien de aard van de informatie zodanig is dat het vermelden ervan aan een van de ondernemingen waarop de informatie betrekking heeft ernstig nadeel kan berokkenen. De lidstaten kunnen het achterwege laten van deze informatie afhankelijk stellen van de toestemming van overheid of rechter. Van het achterwege laten van deze informatie wordt in de toelichting bij de geconsolideerde financiële overzichten vermeld.
Artikel 29 - Het geconsolideerde bestuursverslag
1. Naast de informatie die op grond van andere bepalingen van deze richtlijn wordt verlangd, wordt in het geconsolideerde bestuursverslag, op een wijze die de beoordeling van de positie van het geheel van de in de consolidatie opgenomen ondernemingen vergemakkelijkt, ten minste de informatie vermeld die bij de artikelen 19 en 20 wordt verlangd, met inachtneming van de aanpassingen die noodzakelijk zijn wegens de eigen kenmerken van een geconsolideerd bestuursverslag in vergelijking met een bestuursverslag.
2. De volgende aanpassingen van de bij de artikelen 19 en 20 vereiste informatie zijn van toepassing:
- bij opgave van de gegevens van de verkregen eigen aandelen vermeldt het geconsolideerde bestuursverslag het aantal en de nominale waarde of, bij gebreke hiervan, de fractiewaarde van alle aandelen in de moederonderneming die worden gehouden door die moederonderneming, door dochterondernemingen van die moederonderneming of door een persoon die in eigen naam maar voor rekening van een of meer van die ondernemingen handelt. De lidstaten kunnen toestaan of voorschrijven dat die bijzonderheden in de toelichting bij de geconsolideerde financiële overzichten worden verstrekt;
- bij opgave van de interne controle- en risicobeheersystemen vermeldt de verklaring inzake corporate governance de belangrijkste kenmerken van de interne controles en risicobeheersystemen voor het geheel van de in de consolidatie opgenomen ondernemingen.
3. Indien er naast een bestuursverslag ook een geconsolideerd bestuursverslag wordt vereist, mogen beide verslagen tot één verslag worden samengevoegd.
Artikel 29 bis - Geconsolideerde duurzaamheidsrapportering
1. Moederondernemingen van een grote groep als bedoeld in artikel 3, lid 7, nemen in hun geconsolideerde bestuursverslag informatie op die nodig is om inzicht te krijgen in de effecten van de groep op duurzaamheidskwesties, alsmede informatie die nodig is om te begrijpen hoe duurzaamheidskwesties van invloed zijn op de ontwikkeling, de prestaties en de positie van de groep.
De in de eerste alinea bedoelde informatie staat duidelijk aangegeven in een deel van het geconsolideerd bestuursverslag dat specifiek hierover gaat.
2. De in lid 1 bedoelde informatie bevat:
- een korte beschrijving van het bedrijfsmodel en de strategie van de groep, met inbegrip van:
- de veerkracht van het bedrijfsmodel en de strategie van de groep ten aanzien van risico’s in verband met duurzaamheidskwesties;
- de kansen voor de groep op het gebied van duurzaamheidskwesties;
- de plannen van de groep, met inbegrip van uitvoeringsmaatregelen en daaraan gerelateerde financiële en investeringsplannen, om ervoor te zorgen dat haar bedrijfsmodel en strategie verenigbaar zijn met de overgang naar een duurzame economie en met de beperking van de opwarming van de aarde tot 1,5 °C in overeenstemming met de Overeenkomst van Parijs en de doelstelling om uiterlijk in 2050 klimaatneutraliteit te bereiken als vastgesteld in Verordening (EU) 2021/1119, en in voorkomend geval de blootstelling van de groep aan steenkool-, olie- en gasgerelateerde activiteiten;
- de wijze waarop in het bedrijfsmodel en de strategie van de groep rekening wordt gehouden met de belangen van de belanghebbenden van de groep en met de effecten van de groep op duurzaamheidskwesties;
- de wijze waarop de strategie van de groep ten aanzien van duurzaamheidskwesties is uitgevoerd;
- een beschrijving van de door de groep vastgestelde tijdsgebonden doelstellingen met betrekking tot duurzaamheidskwesties, waaronder, indien van toepassing, de absolute broeikasgasemissiereductiedoelstellingen voor tenminste 2030 en 2050, een beschrijving van de vooruitgang die de groep heeft geboekt bij het bereiken van die doelstellingen, en een verklaring die duidelijk maakt of de doelstellingen ten aanzien van milieufactoren van de groep gefundeerd zijn op overtuigend wetenschappelijk bewijs;
- een beschrijving van de rol van de bestuurs-, leidinggevende en toezichthoudende organen met betrekking tot duurzaamheidskwesties, en van de daarin aanwezige deskundigheid en vaardigheden met betrekking tot het vervullen van die rol ofwel de toegang die deze organen hebben tot dergelijke deskundigheid en vaardigheden;
- een beschrijving van het beleid van de groep met betrekking tot duurzaamheidskwesties;
- informatie over het bestaan van stimuleringsregelingen in verband met duurzaamheidskwesties die aan leden van de bestuurs-, leidinggevende en toezichthoudende organen worden aangeboden;
- een beschrijving van:
- de door de groep toegepaste passende zorgvuldigheidsprocedure ten aanzien van duurzaamheidskwesties en, indien van toepassing, in overeenstemming met de vereisten van de Unie voor ondernemingen om een passende zorgvuldigheidsprocedure uit te voeren;
- de belangrijkste feitelijke of potentiële negatieve effecten die verband houden met de eigen activiteiten en met de waardeketen van de groep, met inbegrip van welke activiteiten zijn ondernomen voor het in kaart brengen en monitoren van die effecten, en van andere negatieve effecten die de moederonderneming op grond van andere vereisten van de Unie met betrekking tot het uitvoeren van een passende zorgvuldigheidsprocedure verplicht is in kaart te brengen;
- alle door de groep genomen maatregelen om feitelijke of potentiële negatieve effecten te voorkomen, te beperken, verhelpen of te beëindigen, en het resultaat van dergelijke maatregelen;
- een beschrijving van de voornaamste risico’s voor de groep met betrekking tot duurzaamheidskwesties, met inbegrip van een beschrijving van de belangrijkste afhankelijkheden van de groep van die kwesties, en hoe de groep die risico’s beheert;
- de indicatoren die relevant zijn voor de in de punten a) tot en met g) bedoelde informatieverschaffing.
Moederondernemingen brengen verslag uit over het uitgevoerde proces om de informatie in kaart te brengen die zij overeenkomstig lid 1 van dit artikel in het geconsolideerde bestuursverslag hebben opgenomen. De in de eerste alinea van dit lid genoemde informatie omvat informatie met betrekking tot tijdhorizonten op korte, middellange en lange termijn, naargelang het geval.
3. De in de leden 1 en 2 bedoelde informatie bevat, in voorkomend geval, informatie over de eigen activiteiten en over de waardeketen van de groep, met inbegrip van haar eigen activiteiten, haar producten en diensten, haar zakelijke betrekkingen en haar toeleveringsketen.
Gedurende de eerste drie jaar van de toepassing van de door de lidstaten overeenkomstig artikel 5, lid 2, van Richtlijn (EU) 2022/2464 vast te stellen maatregelen en indien niet alle nodige informatie over haar waardeketen beschikbaar is, legt de moederonderneming uit welke inspanningen zijn geleverd om de nodige informatie over haar waardeketen te verkrijgen, waarom niet alle nodige informatie kon worden verkregen en welke plannen zij heeft om in de toekomst alle nodige informatie te verkrijgen.
De in de leden 1 en 2 bedoelde informatie bevat, in voorkomend geval, tevens verwijzingen naar en aanvullende uitleg over andere informatie die overeenkomstig artikel 29 van deze richtlijn in het geconsolideerde bestuursverslag is opgenomen en de bedragen die in de geconsolideerde financiële overzichten zijn vermeld.
De lidstaten kunnen toestaan dat informatie betreffende ophanden zijnde ontwikkelingen of zaken waarover wordt onderhandeld, in uitzonderlijke gevallen wordt weggelaten indien naar de behoorlijk gerechtvaardigde opvatting van de leden van de bestuurs-, leidinggevende en toezichthoudende organen, handelend binnen het kader van de hun krachtens het nationaal recht toegewezen bevoegdheden en met collectieve verantwoordelijkheid voor dat standpunt, de openbaarmaking van dergelijke informatie ernstige schade zou toebrengen aan de commerciële positie van de groep, mits het weglaten van die informatie niet in de weg staat aan een getrouw en evenwichtig begrip van de ontwikkeling, de resultaten en de positie van de groep alsmede van de effecten van haar activiteiten.
4. Indien de rapporterende onderneming aanzienlijke verschillen vaststelt tussen de risico’s voor of de effecten van de groep en de risico’s voor of de effecten van een of meer van haar dochterondernemingen, verschaft de onderneming, in voorkomend geval, een adequaat inzicht in de risico’s voor en de effecten van de betrokken dochteronderneming of dochterondernemingen.
Ondernemingen vermelden welke in de consolidatie opgenomen dochterondernemingen zijn vrijgesteld van jaarlijkse of geconsolideerde duurzaamheidsrapportering op grond van artikel 19 bis, lid 9, respectievelijk artikel 29 bis, lid 8.
5. Moederondernemingen rapporteren de in de leden 1, 2 en 3 van dit artikel bedoelde informatie overeenkomstig de in artikel 29 ter vastgestelde duurzaamheidsrapporteringsstandaarden.
6. Het management van de moederonderneming informeert de werknemersvertegenwoordiging op het passende niveau en bespreekt met hen de relevante informatie en de manier waarop duurzaamheidsinformatie wordt verkregen en geverifieerd. Het standpunt van de werknemersvertegenwoordiging wordt in voorkomend geval meegedeeld aan de betrokken bestuurs-, leidinggevende of toezichthoudende organen.
7. Een moederonderneming die aan de in de leden 1 tot en met 5 van dit artikel bepaalde vereisten voldoet, wordt geacht aan de vereisten van artikel 19, lid 1, derde alinea, en artikel 19 bis te hebben voldaan.
8. Op voorwaarde dat aan de in de tweede alinea van dit lid bepaalde vereisten is voldaan, is een moederonderneming die tevens een dochteronderneming is, vrijgesteld van de in de leden 1 tot en met 5 van dit artikel bepaalde verplichtingen (de “vrijgestelde moederonderneming”) als een dergelijke moederonderneming en haar dochterondernemingen opgenomen zijn in het overeenkomstig artikel 29 en dit artikel opgestelde geconsolideerde bestuursverslag van een andere onderneming. Een moederonderneming die een dochteronderneming is van een in een derde land gevestigde moederonderneming wordt eveneens vrijgesteld van de in de leden 1 tot en met 5 van dit artikel bepaalde verplichtingen indien een dergelijke onderneming en haar dochterondernemingen zijn opgenomen in de geconsolideerde duurzaamheidsrapportering van die in een derde land gevestigde moederonderneming en indien die geconsolideerde duurzaamheidsrapportering is uitgevoerd overeenkomstig de in artikel 29 ter vastgestelde duurzaamheidsrapporteringsstandaarden of op een wijze die gelijkwaardig is aan die duurzaamheidsrapporteringsstandaarden, zoals bepaald overeenkomstig een op grond van artikel 23, lid 4, derde alinea, van Richtlijn 2004/109/EG vastgestelde uitvoeringshandeling inzake de gelijkwaardigheid van duurzaamheidsrapporteringsstandaarden.
Aan de bij alinea 1 verleende vrijstelling zijn de volgende voorwaarden verbonden:
- het bestuursverslag van de vrijgestelde moederonderneming bevat de volgende informatie:
- de naam en zetel van de moederonderneming die op groepsniveau informatie rapporteert overeenkomstig dit artikel, of op een wijze die gelijkwaardig is aan de op grond van artikel 29 ter van deze richtlijn vastgestelde duurzaamheidsrapporteringsstandaarden, zoals bepaald overeenkomstig een op grond van artikel 23, lid 4, derde alinea, van Richtlijn 2004/109/EG vastgestelde uitvoeringshandeling inzake de gelijkwaardigheid van duurzaamheidsrapporteringsstandaarden;
- de weblinks naar het geconsolideerde bestuursverslag van de moederonderneming, of, indien van toepassing, naar de geconsolideerde duurzaamheidsrapportering van de moederonderneming, zoals bedoeld in de eerste alinea van dit lid, en naar het in artikel 34, lid 1, tweede alinea, punt a bis), van deze richtlijn bedoelde assuranceoordeel of het in punt b) van deze alinea bedoelde assuranceoordeel;
- de mededeling dat de moederonderneming is vrijgesteld van de in de leden 1 tot en met 5 van dit artikel bepaalde verplichtingen;
- indien de moederonderneming in een derde land is gevestigd, worden haar geconsolideerde duurzaamheidsrapportering en het assuranceoordeel dat is uitgebracht door één of meerdere personen of kantoren die uit hoofde van het nationale recht waaronder de moederonderneming valt gerechtigd zijn een oordeel over de assurance van duurzaamheidsrapportering af te geven, overeenkomstig artikel 30 gepubliceerd, overeenkomstig het recht van de lidstaat waaronder de vrijgestelde dochteronderneming valt;
- indien de moederonderneming in een derde land is gevestigd, wordt de in artikel 8 van Verordening (EU) 2020/852 bedoelde informatieverschaffing over de activiteiten van de dochteronderneming die in de Unie is gevestigd en die op basis van artikel 19 bis, lid 9, van deze richtlijn van de duurzaamheidsrapportering is vrijgesteld, opgenomen in het bestuursverslag van de vrijgestelde moederonderneming of in het geconsolideerde duurzaamheidsverslag dat door de in een derde land gevestigde moederonderneming is opgesteld.
De lidstaat onder wiens nationaal recht de vrijgestelde moederonderneming valt, kan eisen dat het geconsolideerde bestuursverslag of, in voorkomend geval, de geconsolideerde duurzaamheidsrapportering van de moederonderneming wordt gepubliceerd in een taal die door die lidstaat aanvaard wordt, en dat wordt voorzien in eventueel benodigde vertalingen naar die taal. Elke niet-gewaarmerkte vertaling bevat een verklaring in die zin.
Moederondernemingen die overeenkomstig artikel 37 zijn vrijgesteld van het opstellen van een bestuursverslag, zijn niet verplicht de in de tweede alinea, punt a), i), ii) en iii), van dit lid bedoelde informatie te verstrekken, mits die ondernemingen het geconsolideerde bestuursverslag overeenkomstig artikel 37 publiceren.
Voor de toepassing van de eerste alinea van dit lid, en indien artikel 10 van Verordening (EU) nr. 575/2013 van toepassing is, worden kredietinstellingen als bedoeld in artikel 1, lid 3), eerste alinea, punt b), van deze richtlijn die blijvend zijn aangesloten bij een centraal orgaan dat toezicht op hen uitoefent onder de in artikel 10 van Verordening (EU) nr. 575/2013 gestelde voorwaarden, beschouwd als dochterondernemingen van dat centrale orgaan.
Voor de toepassing van de eerste alinea van dit lid worden in artikel 1, lid 3, punt a), van deze richtlijn bedoelde verzekeringsondernemingen die op basis van de in artikel 212, lid 1, punt c), ii), van Richtlijn 2009/138/EG bedoelde financiële banden deel uitmaken van een groep, waarop overeenkomstig artikel 213, lid 2, punten a), b) en c), van die richtlijn op groepsniveau toezicht wordt uitgeoefend, beschouwd als dochterondernemingen van de moederonderneming van die groep.
9. De bij lid 8 verleende vrijstelling is ook van toepassing op organisaties van openbaar belang voor wie de vereisten van dit artikel gelden, met uitzondering van grote ondernemingen die organisaties van openbaar belang zijn zoals gedefinieerd in artikel 2, punt 1), a), van deze richtlijn.