COMMISSIE VOOR BOEKHOUDKUNDIGE NORMEN

CBN-advies 2011/2 - Zetelverplaatsing naar België van een vennootschap opgericht naar buitenlands recht: gevolgen voor het voeren van de boekhouding en het opstellen van de jaarrekening

Advies van 8 december 2010

Inleiding 

Wanneer een onderneming, opgericht naar buitenlands recht, in de loop van het boekjaar haar voornaamste vestiging verplaatst naar België, rijzen bepaalde vragen met betrekking tot het voeren van de boekhouding en het opstellen van de jaarrekening.  

De juridische analyse van de overbrenging van de zetel van een buitenlandse vennootschap naar België wordt beheerst door de continuïteitsgedachte. Onder bepaalde voorwaarden heeft de overbrenging gemeenrechtelijk geen ontbinding van de betrokken vennootschap met wederoprichting in België tot gevolg, zodat haar rechtspersoonlijkheid niet wordt onderbroken. Zo zal een in het buitenland opgerichte vennootschap verder blijven bestaan als rechtspersoon op voorwaarde dat zij de vorm en statuten aanneemt van een Belgische vennootschap.1

Gevolgen van de zetelverplaatsing naar België

Artikel 112 van het Belgisch Wetboek Internationaal Privaatrecht bepaalt dat, wanneer een rechtspersoon zijn voornaamste vestiging naar het grondgebied van een andere Staat verplaatst, hij vanaf de verplaatsing beheerst wordt door het recht van die Staat. Bijgevolg zal een onderneming vanaf het moment van haar zetelverplaatsing naar België onderworpen zijn aan de wettelijke verplichtingen die gelden voor Belgische ondernemingen, waaronder de Boekhoudwet, haar uitvoeringsbesluiten en de bepalingen betreffende het opstellen en publiceren van de jaarrekening.2

De jaarrekening met betrekking tot het boekjaar waarin de zetelverplaatsing plaatsvindt, kan beschouwd worden als de jaarrekening over het eerste boekjaar waarop voor een onderneming de bepalingen van het Belgische boekhoudrecht en jaarrekeningenrecht van toepassing zijn.  

De Commissie benadrukt dat de feitelijke verplaatsing van de hoofdzetel van de vennootschap geen enkele invloed heeft op de duur van het boekjaar, zoals in de statuten bepaald.3 De betrokken vennootschap is er toe gehouden haar jaarrekening overeenkomstig het Belgische recht op te stellen en eventueel bekend te maken. Deze jaarrekening heeft betrekking op het volledige boekjaar. 

Wat betreft de verrichtingen die dateren van vóór de zetelverplaatsing, meent de Commissie dat deze in de rekeningen moeten worden verwerkt volgens de toepasselijke boekhoudregels in het land van oprichting. Ze worden desgevallend in de boekhouding omgerekend4 tegen de omrekeningskoers van toepassing op de datum van de zetelverplaatsing, dit is het moment vanaf wanneer de onderneming onder de Belgische wetgeving valt. Verrichtingen die, onder het Belgisch boekhoudrecht, op de balans een impact hebben die zich over verschillende boekjaren uitstrekt, moeten, zelfs al werden zij gerealiseerd vóór de zetelverplaatsing, uitgedrukt worden in de boekhouding conform de Belgische regelgeving. 

De verrichtingen na de zetelverplaatsing worden in de boekhouding opgenomen conform de regels van het Belgisch boekhoudrecht. 

Vergelijkende cijfers in de jaarrekening

In het bijzonder stelt zich de vraag of in deze eerste jaarrekening vergelijkende cijfers moeten worden opgenomen, en zo ja, of de vennootschap deze cijfers dient aan te passen met het oog op hun vergelijkbaarheid in de tijd. 

Zowel de Vierde Richtlijn5 als artikel 83, lid 1 van het KB W.Venn. bepalen dat bij elke rubriek en onderrubriek van de balans en van de resultatenrekening het bedrag van de overeenkomstige post van het voorafgaande boekjaar wordt vermeld.

Voorts bepaalt de Vierde Richtlijn dat lidstaten kunnen voorschrijven dat, wanneer deze bedragen niet vergelijkbaar zijn, het bedrag van het voorafgaande boekjaar moet worden aangepast. In elk geval moet het ontbreken van vergelijkbaarheid en de aanpassing van de bedragen in de toelichting worden vermeld en naar behoren verklaard.6 De Belgische wetgever bepaalt in artikel 83, tweede lid KB W.Venn. dat de bedragen van het boekjaar die niet vergelijkbaar zijn met die van het voorafgaande boekjaar, mogen worden aangepast met het oog op hun vergelijkbaarheid. Worden de bedragen van het voorafgaande boekjaar niet aangepast, dan moet de toelichting de nodige gegevens bevatten om een vergelijking mogelijk te maken. 

De Commissie is evenwel van oordeel dat, met het oog op het verschaffen van meer betekenisvolle informatie aan de lezer, het hoogst aangewezen is de vergelijkende cijfers van het voorgaande boekjaar aan te passen, gezien het beginsel van de continuïteit van de vennootschap die haar hoofdzetel verplaatst. 

Om de vergelijkbaarheid van de opeenvolgende jaarrekeningen te waarborgen, dienen de cijfers van het voorgaande boekjaar zo te worden aangepast dat daaruit blijkt hoe de vermogenstoestand en de resultaten van de onderneming er zouden hebben uitgezien indien de zetelverplaatsing zich reeds had voorgedaan in het voorafgaande boekjaar. Dit veronderstelt een herberekening van de cijfers van het voorafgaande boekjaar op grond van de Belgische waarderingsregels. 

Bovendien moeten de aanpassingen, behalve indien zij onbelangrijk zijn, in de toelichting vermeld worden, en onder verwijzing naar de betrokken rubrieken, op passende wijze toegelicht.7 De Commissie is van mening dat de vergelijkbaarheid het best kan bereikt worden door het opnemen van een concordantietabel in de toelichting. 

Enkel indien deze werkwijze een onevenredige last betekent voor de onderneming of praktisch onmogelijk blijkt, kan de onderneming die haar zetel naar België heeft overgebracht een aanpassing van de cijfers van het voorgaande boekjaar achterwege laten. De Commissie wenst echter wel te benadrukken dat de onderneming in dit geval minimaal in de toelichting de nodige gegevens dient te verstrekken om een vergelijking mogelijk te maken. 
 

  • 1. Cass. 12 november 1965, Pas. 1966, I, 336 (arrest Lamot).
  • 2. De voorschriften met betrekking tot het opstellen van de jaarrekening en de openbaarmakingsverplichtingen zijn opgenomen in titel VI van het Wetboek van Vennootschappen.
  • 3. Hoewel geen enkele wettelijke bepaling haar daartoe verplicht, zal de raad van bestuur doorgaans een staat van activa en passiva, afgesloten op datum van zetelverplaatsing, opmaken. Er kan echter geen sprake zijn van een nieuw boekjaar, dat aanvang neemt op het moment van de zetelverplaatsing, indien er geen wijziging van de statuten inzake de duur van het boekjaar is gebeurd.
  • 4. Gezien de wettelijke verplichting tot opstelling van de jaarrekening in euro, vervat in artikel 22, lid 3 KB W.Venn., zullen bepaalde ondernemingen naar aanleiding van de zetelverplaatsing dienen over te gaan tot omrekening van de activa en passiva. De Commissie verwijst in dit verband naar CBN-advies 172/1 “Opneming van de rekeningen van een buitenlands bijkantoor”, dat een afweging maakt tussen de monetaire/niet-monetaire methode, enerzijds, en de methode van de slotkoers/netto-investeringen anderzijds.
  • 5. Artikel 4, lid 4 Vierde Richtlijn luidt als volgt: “Bij elk van de posten van de balans en de winst- of verliesrekening moet het bedrag van de overeenkomstige post van het voorafgaande boekjaar worden vermeld”.
  • 6. Artikel 4, lid 4 Vierde Richtlijn.
  • 7. Artikel 83, lid 2 KB W.Venn.