COMMISSIE VOOR BOEKHOUDKUNDIGE NORMEN

CBN-advies 2018/13 – Provisie aanvullende dagen verlof – Arbeidsduurvermindering

Advies van 30 mei 20181 

Inleiding

In onderhavig advies verduidelijkt de Commissie de boekhoudkundige verwerking van de bezoldiging van de aanvullende vakantiedagen die werden opgebouwd in het kader van een stelsel van arbeidsduurvermindering (hierna: ADV-dagen). Meer concreet behandelt het advies de boekhoudkundige verwerking van de bezoldiging van ADV-dagen die worden opgebouwd tijdens het boekjaar en slechts in een later boekjaar worden opgenomen en uitbetaald.

Het advies behandelt zowel de bezoldigingen die worden toegekend aan vaste werknemers als de bezoldigingen die worden toegekend aan werknemers die tijdelijk tewerkgesteld zijn met een uitzendarbeidsovereenkomst. Voor de uitzendkrachten is dezelfde arbeidstijdregeling van toepassing als deze die geldt voor de vaste werknemers in de onderneming waarin de uitzendkracht wordt tewerkgesteld.2 Wat ADV-dagen betreft, moet dus worden gekeken naar de regeling zoals die is vastgesteld in de onderneming van de gebruiker. 

Wat het statuut van de ADV-dagen betreft, dienen de toepassingsregels (betaald of onbetaald, individueel op te nemen dan wel collectief vastgesteld, regels voor verwerving, enz.) te worden gezocht in het juridisch instrument (CAO of arbeidsreglement) waarmee de arbeidsduurvermindering is doorgevoerd en op grond waarvan deze ADV-dagen worden toegekend. Als bijvoorbeeld in de onderneming is bepaald dat de vaste werknemers 40 uur per week werken en daarvoor 12 betaalde ADV-dagen krijgen, dan geldt die regeling in principe ook voor de uitzendkrachten die in die onderneming actief zijn. Indien omwille van de korte looptijd van het contract van een uitzendkracht, de ADV-dagen niet vóór het einde van de overeenkomst kunnen worden opgenomen, dan zullen die ADV-dagen moeten worden uitbetaald. Dit is dezelfde situatie als wanneer een vaste werknemer uit dienst zou treden nog voor hij zijn ADV-dagen heeft kunnen opnemen.

Bij het einde van het contract heeft de uitzendkracht, juridisch gezien, dus steeds de mogelijkheid om de uitbetaling van de nog niet genoten ADV-dagen op te eisen. Hij heeft immers op het einde van zijn contract geen zekerheid omtrent een eventueel nieuw uitzendcontract bij dezelfde gebruiker. De uitzendkracht en de onderneming waarin deze tijdelijk is tewerkgesteld kunnen eventueel afspreken dat de ADV-dagen in het kader van een nieuw weekcontract kunnen worden opgenomen. Uiteraard zal de uitzendkracht daar slechts mee instemmen indien deze er kan vanuit gaan dat effectief een nieuw tijdelijk contract zal worden afgesloten.

Boekhoudkundige verwerking

Het uitvoeringsbesluit bij het Wetboek van vennootschappen bepaalt dat rekening moet worden gehouden met de kosten die betrekking hebben op het boekjaar, ongeacht de dag waarop deze kosten worden betaald. Ten laste van het boekjaar moeten inzonderheid worden geboekt de bezoldigingen, uitkeringen en andere sociale voordelen die in de loop van een volgend boekjaar zullen worden betaald voor diensten die tijdens het boekjaar of tijdens vorige boekjaren zijn verricht.3

Gelet op het voorgaande is de Commissie van mening dat, in lijn met het CBN-advies 148/2 - Vakantiegeld, de lasten die de onderneming in een volgend boekjaar zal moeten dragen, met name de uitbetaling van het vakantiegeld voor in de loop van het verstreken boekjaar geleverde prestaties, in rekening moeten worden gebracht. Dit gebeurt op het passief van de balans van het boekjaar waarin de prestaties die het recht op vakantiegeld doen ontstaan, zijn verricht.

Voor werknemers die in vast dienstverband4 werken, wordt ter voldoening van het door deze werknemers opgebouwde vakantiegeld dat op de balansdatum nog niet werd uitbetaald een provisie geboekt op de rekening 456 Vakantiegeld. De verplichting om een dergelijke provisie te boeken, geldt eveneens voor de door de werknemers tijdens het verstreken boekjaar opgebouwde aanvullende vakantiedagen die nog niet werden opgenomen op de balansdatum van het verstreken boekjaar.

De bezoldiging van een uitzendkracht wordt niet rechtstreeks aan de tewerkgestelde uitzendkracht betaald. De onderneming ontvangt voor de prestaties van een uitzendkracht facturen van een uitzendkantoor. Dergelijke lasten worden geboekt op de rekening 617 Uitzendkrachten en personen ter beschikking gesteld van de onderneming. De door deze uitzendkrachten opgebouwde aanvullende vakantiedagen die op de balansdatum nog niet werden gefactureerd door het uitzendkantoor worden in afwachting van de ontvangst van de factuur waarin deze vergoeding vervat zit, geboekt op de rekening 444 Te ontvangen facturen. 
 

  • 1. Onderhavig advies is tot stand gekomen nadat een ontwerpadvies op 4 april 2018 ter publieke consultatie werd gepubliceerd op de website van de CBN.
  • 2. Dit volgt uit artikel 19 van de wet van 24 juli 1987 betreffende de tijdelijke arbeid, de uitzendarbeid en het ter beschikking stellen van werknemers ten behoeve van gebruikers.
  • 3. Artikel 33 KB W.Venn.
  • 4. Hier worden bedoeld de werknemers met een arbeidsovereenkomst en dus niet de tewerkgestelde uitzendkrachten.