COMMISSIE VOOR BOEKHOUDKUNDIGE NORMEN

CBN advies 137/1 - Klassering van de vorderingen bij faillissement van de schuldenaar (update)1

Advies van april 1983, bijgewerkt op 10 juni 2026 

Overeenkomstig de definities uit het Koninklijk besluit van 29 april 2019  tot uitvoering van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen geldt als criterium voor de rangschikking van een vordering onder de vorderingen op meer dan één jaar of de vorderingen op ten hoogste één jaar in de eerste plaats de termijn die in de overeenkomst werd voorzien2

De vraag is nu welke gevolgen het faillissement van een schuldenaar heeft op de klassering in de boekhouding van de schuldeiser van zijn contractuele vorderingen op meer dan één jaar op de gefailleerde. 

Voor een antwoord op deze vraag heeft de Commissie gemeend te moeten verwijzen naar artikel XX.116 van het Wetboek van economisch recht. Krachtens dit artikel worden, als gevolg van het vonnis van faillietverklaring, alle niet vervallen schulden opeisbaar ten aanzien van de gefailleerde. De niet vervallen schulden in hoofde van de gefailleerde, die geen rente geven en waarvan de vervaldag meer dan één jaar na het vonnis ligt, worden slechts in het passief opgenomen na aftrek van de wettelijke rente voor de tijd die nog moet verlopen sedert het vonnis van faillietverklaring en tot de vervaldag. Hieruit volgt dan dat alle vorderingen als gevolg van het faillissement de jure opeisbaar worden en dat de vorderingen op termijn omgevormd worden in dadelijk opvraagbare vorderingen. 

Naar het oordeel van de Commissie moet deze belangrijke wijziging in de termijn van opeisbaarheid in de boekhouding en in de jaarrekening van de schuldeiser tot uitdrukking worden gebracht via een boeking van de betrokken vorderingen onder de vorderingen op ten hoogste één jaar. Een en ander uiteraard na boeking van de door het bestuursorgaan noodzakelijk geachte waardeverminderingen. 

Anderzijds is het niet uitgesloten dat het bestuursorgaan van oordeel is dat, rekening houdend met de concrete omstandigheden van het geval, de afwikkeling van de faillissementsprocedure een lange tijd zal aanslepen en dat de vorderingen, ook deze die oorspronkelijk op ten hoogste één jaar luidden, slechts na lange tijd geheel of gedeeltelijk recupereerbaar zullen zijn. In dat geval lijkt het aangewezen een passende commentaar op te nemen in de toelichting. 

 

  • 1Onderhavig geactualiseerd advies is tot stand gekomen nadat het ontwerpadvies op 11 juni 2025 ter publieke consultatie werd gepubliceerd op de website van de CBN.
  • 2Zie art. 3:89, § 1, V en VII KB WVV.