COMMISSIE VOOR BOEKHOUDKUNDIGE NORMEN

CBN-advies 2010/16 - Boekhoudkundige verwerking van subsidies, schenkingen en legaten, toegekend in contanten, in de jaarrekening van begunstigde grote en zeer grote verenigingen en stichtingen

Advies van 10 november 2010

Inleiding

Grote1 en zeer grote2 verenigingen en stichtingen zijn gehouden hun boekhouding te voeren en hun jaarrekening op te stellen overeenkomstig de bepalingen van toepassing op handels- en industriële vennootschappen, meer bepaald overeenkomstig de wet van 17 juli 1975 met betrekking tot de boekhouding van de ondernemingen en haar uitvoeringsbesluiten, evenals het koninklijk besluit van 30 januari 2001 tot uitvoering van het Wetboek van Vennootschappen (hierna KB W.Venn.). Deze bepalingen werden aangepast aan de bijzondere aard van hun werkzaamheden en hun wettelijk statuut door het koninklijk besluit van 19 december 2003 betreffende de boekhoudkundige verplichtingen en de openbaarmaking van de jaarrekening van bepaalde verenigingen zonder winstoogmerk, internationale verenigingen zonder winstoogmerk en stichtingen (hierna KB van 19 december 2003)3.

Verenigingen en stichtingen verkrijgen dikwijls geldmiddelen en goederen om niet met het oog op het realiseren van bepaalde vormen van dienstverlening of het uitvoeren van bepaalde programma’s. Het kan bijvoorbeeld gaan om:

  • subsidies in contanten door de overheid of een andere non-profitinstelling periodiek overgemaakt;
  • schenkingen of subsidies, hetzij in contanten hetzij in natura, gegeven door privépersonen of –instellingen, al dan niet gekoppeld aan een afgesproken doelstelling qua besteding;
  • legaten (zowel in contanten als in natura) ontvangen ten gevolge van een erfenis, al dan niet gepaard gaande met een bepaalde doelstelling of voorwaarden die aan de vereniging worden opgelegd4; of
  • subsidies in de vorm van een kwijtschelding van schulden.

Het verschil tussen een schenking5 en een subsidie is niet steeds duidelijk, aangezien deze  juridische begrippen bij verenigingen en stichtingen dicht bij elkaar aanleunen.

Naar de mening van de Commissie wou de wetgever het begrip subsidie in feite een ruimere draagwijdte toekennen bij verenigingen en stichtingen dan bij handels- en industriële vennootschappen. Deze interpretatie berust op twee elementen:

  • de subsidies die in resultaat worden genomen, worden geboekt als bedrijfsopbrengsten onder de post I.D. Lidgeld, schenkingen, legaten en subsidies6;
  • de woorden “van overheidswege” worden weggelaten in de definitie van de inhoud van de post VI. Kapitaalsubsidies in artikel 95, § 2 KB W.Venn., zoals van toepassing op verenigingen en stichtingen bedoeld in het KB van 19 december 20037

Subsidies, in de zin van dit advies, kunnen dus toegekend worden door de overheid, door privépersonen of door elke andere entiteit8.

Op boekhoudkundig vlak voert het KB van 19 december 2003 een nieuwe subsidievorm in, uitsluitend bestemd voor de duurzame ondersteuning van de activiteit van de vereniging of stichting. Deze wordt geboekt als permanente financiering onder de fondsen van de vereniging of stichting. 

In het KB van 19 december 2003 wordt aldus een onderscheid gemaakt tussen drie grote categorieën van subsidies:

  • subsidies uitsluitend bestemd om duurzaam bij te dragen tot de activiteit van de vereniging of stichting en die zodoende leiden tot een permanente vergroting van de fondsen van de vereniging of de stichting, op te nemen onder de permanente financiering;
  • subsidies die tot doel hebben te investeren in vaste activa, op te nemen onder de kapitaalsubsidies (geboekt binnen het eigen vermogen); en
  • exploitatie- of interestsubsidies ter dekking van bepaalde werkings- of financieringskosten, verbonden aan de lopende activiteiten van de vereniging of de stichting, op te nemen in de resultatenrekening.

Dit advies behandelt de boekhoudkundige verwerking van subsidies, schenkingen en legaten toegekend in contanten, met inbegrip van de kwijtschelding van schulden, vanuit het oogpunt van de begunstigde vereniging of stichting. Bestemde fondsen komen niet aan bod9.  

Er dient opgemerkt te worden dat de principes die opgenomen zijn in de adviezen die de Commissie hieromtrent reeds gepubliceerd heeft in het kader van haar bevoegdheden inzake de boekhouding van handels- en industriële vennootschappen, eveneens van toepassing zijn op verenigingen en stichtingen onderworpen aan het KB van 19 december 2003, uiteraard zonder afbreuk te doen aan de bijzondere bepalingen ontwikkeld in dit advies. 

De Commissie wenst in het bijzonder te verwijzen naar advies 2009/3 dat handelt over investeringssubsidies waarvan de toekenning en/of betaling gespreid wordt over meerdere jaren, zoals de VIPA-subsidiëring10.

Basisbeginselen

Elke subsidie, schenking of legaat wordt gekenmerkt door drie elementen:

(1) oorzaak: het gaat om de reden, de motivering achter de toekenning van de subsidie, de schenking of het legaat; 

(2) vorm: het gaat om de vorm waaronder de subsidie, de schenking of het legaat wordt toegekend;

(3) doel: het gaat om de doelstelling die wordt nagestreefd met de toekenning van de subsidie, de schenking of het legaat. 

Naast deze drie voornaamste kenmerken, kunnen subsidies, schenkingen en legaten zich ook onderscheiden in functie van hun uitvoeringsmodaliteiten. Zo kan een subsidie bijvoorbeeld gepaard gaan met een voorschot. De betaling ervan kan ook gespreid worden in de tijd. 

De gepaste boekhoudkundige verwerking wordt bepaald op basis van een zorgvuldig onderzoek van de kenmerken eigen aan de subsidie, de schenking of het legaat, met name de oorzaak, het doel en de vorm waarin deze worden toegekend, en in het bijzonder rekening houdende met de formele intentie van de overheid of van de toekennende entiteit.

In dit opzicht wenst de Commissie in het bijzonder de verantwoordelijkheid van het bestuursorgaan met betrekking tot deze materie in herinnering te brengen. Er dienen regels bepaald te worden die, overeenkomstig de bepalingen van het KB van 19 december 2003, maar rekening houdend met hun eigen kenmerken, ten grondslag liggen aan de waarderingen in de inventaris voorzien in artikel 9, § 1 van de wet van 17 juli 1975 betreffende de boekhouding van de ondernemingen11.

Soorten subsidies

Subsidies, schenkingen en legaten in contanten bestemd voor de duurzame ondersteuning van de activiteit van de vereniging of stichting

Indien de subsidies, schenkingen of legaten voorzien in de permanente financiering ter duurzame ondersteuning van de activiteit van de vereniging of stichting, dan dienen deze geboekt te worden in de passiefpost I. Fondsen van de vereniging. Deze permanente bron van vermogen wordt niet gespreid in resultaat genomen.

Artikel 19, § 2, 1° van het KB van 19 december 2003 definieert de inhoud van de post Fondsen van de vereniging (ter vervanging van de post Geplaatst kapitaal van toepassing bij vennootschappen) als volgt:

“Onder fondsen van de vereniging moet het totaal worden verstaan van, enerzijds, het beginvermogen, met name het vermogen van de vereniging op de eerste dag van het eerste boekjaar waarvoor de bepalingen van dit besluit gelden, en, anderzijds, de permanente financiering, met name de schenkingen, de legaten en subsidies die uitsluitend bestemd zijn om duurzaam bij te dragen tot de activiteit van de vereniging.”

De Commissie is de mening toegedaan dat het gebruik van de term “uitsluitend” een restrictieve interpretatie oplegt van het bovengenoemd artikel.

De post I. Fondsen van de vereniging moet bijgevolg, wat de subsidies betreft, voorbehouden blijven voor subsidies die noch beantwoorden aan het begrip kapitaalsubsidie12, noch aan het begrip exploitatie- of interestsubsidie en die ondubbelzinnig tot doel hebben de fondsen van de vereniging of stichting permanent te vergroten, met uitsluiting van elke andere besteding.

Volgens de Commissie dient begrepen te worden onder “duurzame ondersteuning”, een ondersteuning die op lange termijn het vermogen van de vereniging of stichting beïnvloedt, a fortiori langer dan één jaar. Dit duurzaam karakter gaat gepaard met een structurele aanpassing van de financiële basis van de vereniging of stichting. Het mag niet enkel strekken tot de financiering van de lopende werkingskosten van het boekjaar tijdens hetwelk de subsidie werd bekomen, zelfs indien deze vorm van subsidie recurrent is. 

In het geval dat een subsidie, schenking of legaat de vorm aanneemt van een kwijtschelding van schulden, wordt de rekening 1011 Permanente financiering ontvangen in contanten, gecrediteerd door het debiteren van de desbetreffende schuldrekening(en).

Niets wijst erop dat de rekening 1011 bijvoorbeeld niet als volgt opgesplitst mag worden:

10110 Permanente financiering ontvangen in contanten
10111 Permanente financiering ontvangen door een kwijtschelding van schulden

Er dient opgemerkt te worden dat er in de beweegreden van de kwijtschelding van schulden gezocht zal moeten worden naar de rechtvaardiging van de boeking van deze subsidie als permanente financiering.

Voorbeeld 1

Een sportvereniging heeft, met het oog op uitbreiding, bij een kredietinstelling zware schulden gemaakt op lange termijn. De bijkomende en recurrente kosten werden echter onderschat, wat een verstoring van de financiële situatie met zich meebrengt, evenals een structureel negatieve kas. De gemeentelijke overheid besluit om de financiële situatie van de vereniging te herstellen door haar een subsidie van 250.000 euro toe te kennen teneinde haar toe te laten haar lening terug te betalen. Deze subsidie wijzigt op een duurzame manier de financiële structuur van de vereniging.

550 Kredietinstellingen : rekeningen-courant 250.000  
  aan 1011 Permanente financiering ontvangen in contanten   250.000

Voorbeeld 2

Een vereniging actief in de jeugdzorg wenst een nieuwe onthaalmogelijkheid te ontwikkelen voor de organisatie van vakantiestages voor kansarme kinderen. Een verbonden entiteit voorziet de vereniging van extra financiële middelen (500.000 euro) met het oog op deze ontwikkeling. Wanneer het recht op de verkrijging van de subsidie vaststaat13, vindt de volgende boeking plaats :

416 Diverse vorderingen : te ontvangen subsidies 500.000  
  aan 1011 Permanente financiering ontvangen in contanten   500.000

Subsidies in contanten verkregen voor investeringen in vaste activa 

Artikel 19, § 2, 3° van het KB van 19 december 2003 voorziet in een aanpassing van de omschrijving van de post Kapitaalsubsidies zoals opgenomen in artikel 95, § 2 KB W.Venn. Het aangepast artikel 95 KB W.Venn., zoals van toepassing op verenigingen en stichtingen, luidt als volgt: 

Post VI Kapitaalsubsidies

Deze post omvat de kapitaalsubsidies die werden verkregen voor investeringen in vaste activa.
Deze subsidies worden geleidelijk afgeboekt via overboeking naar post I.D ‘Lidgeld, schenkingen, legaten en subsidies’, volgens hetzelfde ritme als de afschrijvingen op de vaste activa voor de verwerving waarvan ze werden verkregen of, in voorkomend geval, ten belope van het saldo, bij realisatie of buitengebruikstelling van de betrokken vaste activa. 

In het Verslag aan de Koning bij het koninklijk besluit van 19 december 2003 lezen we dat schenkingen, legaten en subsidies die tot doel hebben een vast actief te vormen dat op duurzame wijze wordt bestemd voor de activiteit van de vereniging moeten geboekt worden onder de post Kapitaalsubsidies14.

Investeert de vereniging of stichting in vaste activa waarvan de gebruiksduur niet beperkt is (zoals terreinen) of waarvan de functionaliteit constant is15, dan is de Commissie van oordeel dat, omwille van het duurzame karakter ervan, de subsidie kan worden opgenomen onder de permanente fondsen van de vereniging of stichting. Aangezien deze vaste activa niet worden afgeschreven, is, naar de mening van de Commissie, ook de in opbrengstname van de kapitaalsubsidie van minder belang. Bijgevolg zal de Commissie voorstellen om de omschrijving van de post Kapitaalsubsidies in artikel 19, § 2, 3° van het KB van 19 december 2003 aan te passen als volgt: “Deze post omvat de kapitaalsubsidies die werden verkregen voor investeringen in vaste activa waarvan de gebruiksduur beperkt is”.

De kapitaalsubsidies die worden aangewend voor investeringen in vaste activa die worden afgeschreven, worden gespreid in resultaat genomen.

Voorbeeld 3

Een vereniging die cursussen diepzeeduiken organiseert, ontvangt een subsidie van 15.000 euro ter financiering van de aankoop van nieuw materiaal (duikflessen en duikpakken). Dit materiaal wordt afgeschreven op drie jaar16.

Wanneer het recht op de verkrijging van de subsidie zeker is17, vindt de volgende boeking plaats :

416 Diverse vorderingen: te ontvangen subsidies 15.000  
  aan 151 Kapitaalsubsidies ontvangen in contanten   15.000

De inresultaatneming van de subsidie, volgens het ritme van de afschrijving van de vaste activa voor de verwerving waarvan de subsidie werd verkregen (in dit geval 3 jaar), gebeurt als volgt:

151 Kapitaalsubsidies ontvangen in contanten 5.000  
  aan 736 Kapitaal- en interestsubsidie   5.000

Wanneer  de subsidie komt vast te staan nadat de afschrijving van de gesubsidieerde investering reeds is aangevangen of nadat het actief reeds volledig is afgeschreven, moet de resultatenrekening van het boekjaar waarin de subsidie definitief verworven blijkt, het gedeelte van de subsidie vermelden dat overeenstemt met de reeds verrichte afschrijvingen18

Voorbeeld 4

Een vereniging koopt een gebouw (300.000 euro) aan vóór het recht van de vereniging op de overheidssubsidie komt vast te staan. Het gebouw is afschrijfbaar over 30 jaar. De vereniging heeft het gebouw reeds 2 jaar afgeschreven, waneer het recht op de subsidie (90.000 euro) definitief komt vast te staan. Wanneer het recht op de verkrijging van de subsidie zeker is19, vinden de volgende boekingen plaats :

416 Diverse vorderingen: te ontvangen subsidies 90.000  
  aan 151 Kapitaalsubsidies ontvangen in contanten   90.000
151 Kapitaalsubsidies ontvangen in contanten 6.000  
  aan 736 Kapitaal- en interestsubsidie   6.000

De inresultaatneming van de subsidie, volgens het ritme van de afschrijving van het gebouw, gebeurt verder als volgt:

151 Kapitaalsubsidies ontvangen in contanten 3.000  
  aan 736 Kapitaal- en interestsubsidie   3.000

Indien de kapitaalsubsidie de vorm aanneemt van een kwijtschelding van schulden, wordt de rekening 151 Kapitaalsubsidies ontvangen in contanten gecrediteerd door het debiteren van de desbetreffende schuldrekening(en). Er zal uiteraard in de beweegreden van de kwijtschelding van schulden gezocht moeten worden naar de rechtvaardiging van de boeking van deze subsidie als een kapitaalsubsidie.

Subsidies, schenkingen en legaten in contanten met het oog op de ondersteuning van de lopende verrichtingen van de vereniging of stichting

Van zodra een subsidie, schenking of legaat niet beantwoordt aan de definitie van permanente financiering of kapitaalsubsidies, wat wil zeggen dat deze niet werden verkregen met het oog op permanente financiële ondersteuning of investering in vaste activa, dienen deze rechtstreeks in de resultatenrekening opgenomen te worden als opbrengst.

Artikel 95, § 2, VI, laatste lid KB W.Venn., zoals van toepassing op verenigingen en stichtingen, bepaalt dat de subsidies waarvan de verkrijging niet afhankelijk is van een investering in vaste activa, bij de verkrijging geboekt worden in de postI.D. Lidgeld, schenkingen, legaten en subsidies van de resultatenrekening.

Er dient opgemerkt te worden dat de inhoud van deze post niet omschreven wordt in artikel 96 KB W.Venn., zoals van toepassing op verenigingen en stichtingen. 

Het rekeningenstelsel in bijlage bij het KB van 19 december 2003 voorziet de rekening 73 Lidgeld, schenkingen, legaten en subsidies. 

Wat de schenkingen en legaten betreft, worden de rekeningen 732 tot 735 (schenkingen en legaten, met of zonder terugnemingsrecht) voorzien. 

Wat de subsidies betreft, wordt er slechts in één subrekening voorzien, meer bepaald rekening 736 Kapitaal- en interestsubsidie. Het gebruik van één enkele rekening lijkt niet aangepast aan de verschillende vormen en doelen die subsidies aan verenigingen en stichtingen kunnen aannemen (maatregelen ter verlaging van de loonkosten – van de werkgeversbijdragen verschuldigd aan de RSZ, vrijstelling van betaling van een gedeelte van de ingehouden bedrijfsvoorheffing, subsidiëring van algemene werkingskosten, …).

Naar de mening van de Commissie is het nuttig  de verschillende soorten subsidies op te delen in afzonderlijke rekeningen.

De Commissie adviseert het gebruik van de volgende rekeningen:

737 - Exploitatiesubsidies

Exploitatiesubsidies zijn subsidies die niet afhankelijk zijn van een investering in vaste activa en die worden toegekend om bepaalde exploitatiekosten te compenseren of te dekken.

738 – Compenserende bedragen ter vermindering van de loonkost

In deze rekening zouden subsidies worden opgenomen die de vorm aannemen van een vermindering van de werkgeversbijdrage verschuldigd aan de RSZ, of van een vrijstelling van betaling van een gedeelte van de ingehouden bedrijfsvoorheffing op het loon van bepaalde categorieën van werknemers20, … 

Er dient opgemerkt te worden dat de subsidies die zijn toegekend met het oog op het dekken van bepaalde kosten verwerkt worden als kapitaalsubsidies vanaf het ogenblik dat de desbetreffende kosten het voorwerp uitmaken van een activering in de hoedanigheid van bijvoorbeeld kosten voor onderzoek en ontwikkeling (advies 138/121).

Voorbeeld 5

Krachtens artikel 275/3 WIB 92 geniet een vereniging van vrijstelling van betaling van een gedeelte van de bedrijfsvoorheffing dat ze afhoudt van het loon van bepaalde werknemers ter stimulatie van het onderzoek. De vrijstelling bedraagt 22.000 euro. Dit bedrag wordt geboekt op de creditzijde van een rekening onder de opbrengsten, conform het niet-compensatiebeginsel22.  

453 Ingehouden voorheffingen 22.000  
  aan 738 Compenserende bedragen ter vermindering van de loonkost   22.000

Voorbeeld 6

Een kinderdagverblijf ontvangt een schenking van 2.000 euro.

550 Kredietinstellingen: rekeningen-courant 2.000  
  aan 732 Schenkingen zonder terugnemingsrecht    2.000

Voorbeeld 7

De notaris verantwoordelijk voor een successie informeert een hulpvereniging voor weeskinderen dat haar een som van 10.000 euro toekomt in de vorm van legaten, en dit zonder bijzondere toewijzing. Deze som wordt op de rekening gestort van de vereniging.

550 Kredietinstellingen : rekeningen-courant 10.000  
  aan

734

Legaten zonder terugnemingsrecht   10.000

Interestsubsidies

In artikel 96 KB W.Venn. wordt, voor de toepassing door verenigingen en stichtingen, punt “2° de als opbrengst geboekte kapitaal-en interestsubsidies” weggelaten uit de definitie van de  post IV.C. Overige financiële opbrengsten23

De kapitaal- en interestsubsidies die in resultaat worden genomen door verenigingen of stichtingen worden, met andere woorden, niet opgenomen in deze post.

In het minimum algemeen rekeningenstelsel in bijlage bij het KB van 19 december 2003 wordt een specifieke rekening voorzien voor de opname van kapitaal- en interestsubsidies in de resultatenrekening. Het betreft de rekening 736 Kapitaal- en interestsubsidie.

Voorbeeld 8

Een vereniging ontleent een som van 60.000 euro over 5 jaar. De maandelijkse aflossing van de hoofdsom blijft constant. De jaarlijkse rentevoet is gelijk aan 8 %. De Vlaamse regering komt tussen in de interestkosten ten belope van 4 %. De tussenkomst wordt jaarlijks, op 31 december, gestort. 

Periode Hoofdsom Aflossing Interesten Subsidie
januari jaar x 60.000 1.000 400,00 200,00
februari jaar x 59.000 1.000 393,33 196,67
maart jaar x 58.000 1.000 386,67 193,33
april jaar x 57.000 1.000 380,00  190,00
mei jaar x 56.000 1.000 373,33 186,67
juni jaar x 55.000 1.000 366,67 183,33
juli jaar x 54.000 1.000 360,00 180,00
augustus jaar x 53.000 1.000 353,33 176,67
september jaar x 52.000 1.000 346,67 173,33
oktober jaar x 51.000 1.000 340,00 170,00
november jaar x 50.000 1.000 333,33 166,67
december jaar x 49.000  1.000 326,67 163,33
jaar x+1 36.000 12.000 3.400,00 1.700,00
jaar x+2 24.000 12.000 2.440,00 1.220,00
jaar x+3 12.000 12.000 1.480,00 740,00
jaar x+4  0 12.000 520,00 260,00
         
Totaal   60.000 12.200 6.100

Bij de toekenning van het krediet :

550 Kredietinstellingen : rekeningen-courant 60.000  
  aan 1730 Schulden op rekeningen   48.000
    4230 Schulden op meer dan één jaar die binnen het jaar vervallen   12.000

Eerste maandelijkse afbetaling (januari jaar x) :

6500 Renten, commissies en kosten verbonden aan schulden 400  
4230 Schulden op meer dan één jaar die binnen het jaar vervallen 1.000  
  aan 550 Kredietinstellingen : rekeningen-courant   1.400

Te ontvangen interestsubsidie (januari jaar x) :

416 Diverse vorderingen : te ontvangen subsidies 200  
  aan 736 Kapitaal- en interestsubsidie   200

Voor de overige maanden wordt er verwezen naar het tijdschema hierboven.

Inning van de interestsubsidie op 31 december jaar x :

550 Kredietinstellingen : rekeningen-courant 2.180  
  aan 416 Diverse vorderingen : te ontvangen subsidies   2.180

Te verschaffen informatie in de toelichting van de jaarrekening

De Commissie is de mening toegedaan dat een samenvattende staat met alle subsidies waarvan de desbetreffende vereniging of stichting geniet, opgenomen moet worden in de toelichting van de opgemaakte jaarrekening, zowel volgens het volledig als het verkort schema.
 

  • 1. Artikelen 17, § 3; 37, § 3 en 53, § 3 wet van 27 juni 1921 betreffende de verenigingen zonder winstoogmerk, de internationale verenigingen zonder winstoogmerk en de stichtingen.
  • 2. Artikelen 17, § 5; 37, § 5 en 53, § 5 wet van 27 juni 1921.
  • 3. BS 30 december 2003.
  • 4. E. DE LEMBRE e.a., “Het nieuw boekhoudkundig stelsel van de grote en zeer grote verenigingen”, brochure beschikbaar op de site van de FOD Justitie, http://www.just.fgov.be/img_justice/publications/pdf/68.pdf, maart 2004, 28.
  • 5. Dit advies is van toepassing op alle soorten schenkingen (schenking bij notariële akte, handgift, ...).
  • 6. In het volledige schema van de resultatenrekening. Verenigingen en stichtingen die gebruik maken van het verkorte schema van de resultatenrekening, boeken dit onder hun “Brutomarge”.
  • 7. Art. 19, § 2, 3° KB van 19 december 2003.
  • 8. Vereniging, vennootschap, ...
  • 9. Bestemde fondsen worden gevormd uit het positieve resultaat dat een vereniging of stichting behaalt, en waaraan zij een specifieke bestemming wenst te geven. Bestemde fondsen zullen in een afzonderlijk advies behandeld worden.
  • 10. CBN-advies 2009/3 “Boekhoudkundige verwerking van kapitaalsubsidies waarvan de toekenning en/of uitbetaling over verschillende jaren wordt gespreid”, Bulletin CBN, nr. 50, november 2009, 37-40.
  • 11. Artikel 28, § 1 KB W.Venn., zoals van toepassing op verenigingen en stichtingen.
  • 12. Met andere woorden, de subsidies die zijn verkregen met het oog op de investering in vaste activa met een beperkte levensduur, dienen geboekt te worden onder de post Kapitaalsubsidies en niet onder de post Fondsen van de vereniging (cf. infra).
  • 13. Voor de beoordeling van het vaststaand karakter van het recht op een subsidie, zie CBN-advies 2009/3 “Boekhoudkundige verwerking van kapitaalsubsidies waarvan de toekenning en/of uitbetaling over verschillende jaren wordt gespreid”, Bulletin CBN, nr. 50, november 2009, 37-40.
  • 14. BS 30 december 2003.
  • 15. Artikel 64 KB W.Venn., zoals van toepassing op verenigingen, bepaalt namelijk in § 3 dat, wanneer de functionaliteit van materiële vaste activa constant is, de raad van bestuur van de vereniging, mits melding en verantwoording in de toelichting, kan beslissen om deze materiële vaste activa niet af te schrijven en de onderhouds- en vervangingskosten die daaraan verbonden zijn, op zich te nemen.
  • 16. De boekhoudkundige verwerking van de verwerving van het materiaal en van de afschrijving ervan wordt hier niet onderzocht.
  • 17. Voor de beoordeling van het vaststaand karakter van het recht op een subsidie, zie CBN-advies 2009/3 “Boekhoudkundige verwerking van kapitaalsubsidies waarvan de toekenning en/of uitbetaling over verschillende jaren wordt gespreid”, Bulletin CBN, nr. 50, november 2009, 37-40.
  • 18. Zie advies 2011/13.
  • 19. Voor de beoordeling van het vaststaand karakter van het recht op een subsidie, zie CBN-advies 2009/3 “Boekhoudkundige verwerking van kapitaalsubsidies waarvan de toekenning en/of uitbetaling over verschillende jaren wordt gespreid”, Bulletin CBN 2009, nr. 50, 37-40.
  • 20. Zie CBN-advies 2009/13 “Boekhoudkundige verwerking van het stelsel tot gedeeltelijke vrijstelling van betaling van de bedrijfsvoorheffing, zoals geregeld door artikel 275/3 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992”, Bulletin CBN, nr. 52, maart 2010, 27-34.
  • 21. CBN-advies 138/1 “Kosten van onderzoek en ontwikkeling”, Bulletin CBN, nr. 13, januari 1984, 10-13.
  • 22. CBN-adviezen 2009/13 en 2010/2.
  • 23. Artikel 20, 3° KB van 19 december 2003.