Artikel 11.

Voor de toepassing van dit wetboek wordt verstaan:
1°    onder “met een vennootschap verbonden vennootschappen”:
a)    de vennootschappen waarover zij een controlebevoegdheid uitoefent;
b)    de vennootschappen die een controlebevoegdheid over haar uitoefenen;
c)    de vennootschappen waarmee zij een consortium vormt;
d)    de andere vennootschappen die, bij weten van haar bestuursorgaan, onder de controle staan van de vennootschappen bedoeld in a), b) en c);
2°    onder “personen verbonden met een persoon”, de natuurlijke en rechtspersonen die verbonden zijn met een persoon in de betekenis van het 1°.