COMMISSIE VOOR BOEKHOUDKUNDIGE NORMEN
CBN-advies 111/2 - Toepassing van de uitzondering waarin punt 17 van de toelichting voorziet

Het koninklijk besluit van 8 oktober 1976 gebiedt de vermelding in de toelichting bij de jaarrekening, van het globale bedrag van de rechtstreekse en onrechtstreekse bezoldigingen en pensioenen toegekend ten laste van de resultatenrekening aan beheerders, zaakvoerders, commissarissen, gewezen beheerders, zaakvoerders en commissarissen. Deze vermelding is echter slechts verplicht voor zover zij niet uitsluitend of hoofdzakelijk betrekking heeft op de toestand van één enkel identificeerbaar persoon. 

Aan de Commissie werd gevraagd hoe deze voorwaarde dient te worden geïnterpreteerd. Dient men zich hoofdzakelijk te houden aan het feit dat de bezoldiging van een identificeerbaar persoon een groot deel van het totaal zou vertegenwoordigen, of dient men veeleer rekening te houden met de duidelijke bedoeling van de tekst, namelijk geen individuele toestanden kenbaar te maken ? Tegenover wie dient in dit laatste geval dan een dergelijke bekendmaking te worden beoordeeld, gezien de verscheidenheid van kringen van personen die over een bepaalde informatie beschikken ? 

Wanneer bijvoorbeeld het globale hierboven bedoelde bedrag enerzijds de bezoldiging van de afgevaardigd-beheerder en anderzijds het presentiegeld toegekend aan de andere beheerders omvat, mag deze uitzondering dan worden ingeroepen wanneer de aandeelhouders weten of kunnen weten hoeveel dit presentiegeld bedraagt op basis van het verslag van de algemene vergadering waarop dit werd vastgesteld ? In zo'n geval zouden de aandeelhouders inderdaad door de vermelding van het globale bedrag op onrechtstreekse wijze weten hoeveel de bezoldiging bedraagt van «één enkel identificeerbaar persoon», in voorkomend geval, de afgevaardigd-beheerder. Er doen zich ook nog andere gevallen voor die onrechtstreeks leiden tot de bekendmaking in zekere richtingen van individuele toestanden. 

In het advies dat de Commissie ter zake heeft gegeven, heeft zij allereerst onderstreept dat de uitzondering waarvan sprake in nr. 17 van de toelichting, slechts betrekking heeft op de vermelding van dit globale bedrag in de jaarrekening. Deze uitzondering geldt niet voor alle andere gevallen waarin de vermelding van deze bezoldiging door een andere wetsbepaling, door een reglementaire bepaling of door de vennootschapsstatuten zou worden vereist. 

Wat de grond betreft is de Commissie van oordeel dat deze uitzondering enkel toepasselijk is indien de vermelding van dit bedrag in de toelichting, in voorkomend geval eventueel gecombineerd met andere gegevens betreffende het geheel of een gedeelte van de betrokken bezoldigingen, waarvan de bekendmaking of de mededeling krachtens de wet of krachtens de statuten1 reeds gebeurd is, tot gevolg zou hebben dat degenen voor wie deze bekendmaking of deze mededeling bestemd is, het bedrag zouden kennen van de bezoldiging toegekend aan één enkel identificeerbaar persoon.

 

  • 1. Zo bijvoorbeeld een bepaling van de statuten of een besluit van de algemene vergadering, waarbij de bezoldiging van de beheerders wordt vastgesteld : de bekendmaking van de statuten wordt geregeld door artikel 10, § 2 van de vennootschappenwet.