COMMISSIE VOOR BOEKHOUDKUNDIGE NORMEN

CBN-advies 2011/1  - Toelichting bij de mogelijkheid voor kleine verenigingen en stichtingen om zich te onderwerpen aan de boekhoudkundige verplichtingen opgelegd aan de grote verenigingen en stichtingen

Advies van 8 december 2010


Kleine verenigingen en stichtingen, met andere woorden de verenigingen en stichtingen die niet beantwoorden aan de criteria bedoeld in artikel 17, § 3 van de wet van 27 juni 1921 betreffende de verenigingen zonder winstoogmerk, de internationale verenigingen zonder winstoogmerk en de stichtingen, voeren een vereenvoudigde boekhouding die minstens betrekking heeft op de mutaties in contant geld of op de rekeningen1

Kleine verenigingen en stichtingen kunnen evenwel beslissen zich vrijwillig te onderwerpen aan de boekhoudkundige verplichtingen van grote verenigingen en stichtingen2.

Kleine verenigingen en stichtingen en “dubbel boekhouden”

Aan de Commissie werd gevraagd of het feit dat een kleine vereniging of stichting voor het voeren van haar boekhouding gebruik maakt van een geïnformatiseerd boekhoudprogramma dat werkt met inachtneming van de gebruikelijke regels van het dubbel boekhouden, impliceert dat deze vereniging of stichting zich vrijwillig onderwerpt aan de boekhoudkundige verplichtingen van grote verenigingen en stichtingen.

De Commissie is van oordeel dat dit niet het geval is. Een kleine vereniging die vrijwillig haar boekhouding volgens de regels van het dubbel boekhouden voert, kan niet worden geacht zich te willen onderwerpen aan de boekhoudkundige verplichtingen van grote verenigingen of stichtingen. Daartoe dient uitdrukkelijk besloten te worden. Die beslissing moet, overeenkomstig artikel 15 van het koninklijk besluit van 26 juni 2003 betreffende de vereenvoudigde boekhouding van bepaalde verenigingen zonder winstoogmerk, internationale verenigingen zonder winstoogmerk en stichtingen (hierna: KB van 26 juni 2003), vermeld en verantwoord worden in de toelichting bij de jaarrekening en de belangrijkste gevolgen voor de vereniging opgeven3.

De Commissie wenst hierbij in herinnering te brengen dat de vereniging of stichting die vrijwillig haar boekhouding volgens de regels van het dubbel boekhouden voert, zonder zich te willen onderwerpen aan de boekhoudkundige verplichtingen van grote verenigingen of stichtingen, het geheel van de bepalingen dient toe te passen die gelden voor kleine verenigingen en stichtingen.

Indien de boekhouding van een kleine vereniging vrijwillig wordt gevoerd volgens de gebruikelijke regels van het dubbel boekhouden, moet er bijgevolg ook voldaan worden aan de verplichting om de verrichtingen die betrekking hebben op mutaties in contant geld of op rekeningen, zonder vertraging, getrouw en volledig en naar tijdsorde in te schrijven in een ongesplitst dagboek. 

Het vrijwillig voeren van de boekhouding volgens de regels van het dubbel boekhouden4, impliceert evenwel dat voldaan wordt aan deze verplichting van artikel 2 KB van 26 juni 20035.

De jaarrekening van een kleine vereniging dient neergelegd te worden ter griffie van de rechtbank van koophandel6.

Model jaarrekening

Daarnaast werd aan de Commissie gevraagd of een kleine vereniging of stichting die zich vrijwillig onderwerpt aan de boekhoudkundige verplichtingen opgelegd aan grote verenigingen en stichtingen haar jaarrekening dient neer te leggen volgens het model voorgesteld door de Nationale Bank.

Indien een kleine vereniging zich vrijwillig heeft onderworpen aan de boekhoudkundige verplichtingen opgelegd aan grote verenigingen, dient de kleine vereniging het geheel van de bepalingen toe te passen die gelden voor grote verenigingen. De kleine vereniging dient bijgevolg haar jaarrekening op te maken overeenkomstig de schema’s, verkort of volledig, vastgelegd in het koninklijk besluit van 19 december 2003 betreffende de boekhoudkundige verplichtingen en de openbaarmaking van de jaarrekening van bepaalde verenigingen en stichtingen. Zulks leidt evenwel niet tot de verplichting de jaarrekening neer te leggen bij de Nationale Bank van België7. De jaarrekening mag neergelegd worden ter griffie van de rechtbank van koophandel. Naar het oordeel van de Commissie speelt artikel 26 van het koninklijk besluit van 19 december 2003, volgens hetwelke de verenigingen en stichtingen voor de neerlegging bij de Nationale Bank van België het model van jaarrekening dienen te volgen dat wordt opgesteld door de Nationale Bank van België, niet ingeval van neerlegging van de jaarrekening bij de griffie van de rechtbank van koophandel. 

Ook de Minister van Justitie werd ondervraagd over de vorm waaronder kleine verenigingen en stichtingen die zich vrijwillig onderwerpen aan de boekhoudkundige verplichtingen opgelegd aan grote verenigingen en stichtingen hun jaarrekening dienen neer te leggen ter griffie van de rechtbank van koophandel8.

De Minister antwoordde hierop: “Ingeval de kleine vereniging of stichting ervoor kiest haar boekhouding te voeren en haar jaarrekening op te stellen conform de regels die van toepassing zijn op de grote en zeer grote verenigingen en stichtingen moeten uiteraard de rekeningen opgemaakt overeenkomstig die regels, volgens het volledige of verkorte schema bedoeld in het koninklijk besluit van 19 december 2003 betreffende de boekhoudkundige verplichtingen en de openbaarmaking van de jaarrekening van bepaalde verenigingen zonder winstoogmerk, internationale verenigingen zonder winstoogmerk en stichtingen, openbaar worden gemaakt, met andere woorden worden opgenomen in het dossier dat ter griffie is geopend. [...] Ingeval zij zulks wenst, maar zij is daartoe niet verplicht, kan zij bovendien haar overeenkomstig het koninklijk besluit van 19 december 2003 opgestelde rekeningen bij de Balanscentrale van de Nationale Bank van België neerleggen. De rekeningen kunnen met het oog op de openbaarmaking ervan door neerlegging ter griffie of bij de Nationale Bank van België worden voorgesteld volgens een van de standaardschema’s – verkort of volledig – die de Balanscentrale voor de grote en zeer grote verenigingen heeft ontwikkeld, dan wel op een wijze die beter overeenstemt met de boekhoudkundige handelswijze van de vereniging of stichting9.
 

  • 1. Artikel 17, § 2 wet van 27 juni 1921 betreffende de verenigingen zonder winstoogmerk, de internationale verenigingen zonder winstoogmerk en de stichtingen.
  • 2. Artikel 15 koninklijk besluit van 26 juni 2003 betreffende de vereenvoudigde boekhouding van bepaalde verenigingen zonder winstoogmerk, internationale verenigingen zonder winstoogmerk en stichtingen (BS 11 juli 2003, ed. 2).
  • 3. De regering achtte het immers nodig om de mogelijkheid om zich vrijwillig te onderwerpen aan de boekhoudkundige verplichtingen opgelegd aan grote verenigingen en stichtingen, te onderwerpen aan diverse voorwaarden teneinde de oprechtheid en de vergelijkbaarheid van de rekeningen te vrijwaren (Verslag aan de Koning bij KB van 26 juni 2003).
  • 4. Zie wet van 17 juli 1975 met betrekking tot de boekhouding van de ondernemingen.
  • 5. Cf. artikel 4, tweede lid wet van 17 juli 1975.
  • 6. Artikel 26 novies wet van 27 juni 1921.
  • 7. Cf. Verslag aan de Koning bij het KB van 26 juni 2003.
  • 8. Vraag nr. 741 van Mevr. Trees Pieters d.d. 6 juli 2005, zittingsperiode 51, Bulletin V&A 104.
  • 9. Eigen cursivering.