COMMISSIE VOOR BOEKHOUDKUNDIGE NORMEN
CBN-advies 110/9 - Jaarrekening - Schema van de Balanscentrale - Omvang van de bedrijven1

De reglementering verplicht alle vennootschappen (ongeacht de omvang ervan, bedoeld in de wet van 17 juli 1975 op de boekhouding van de bedrijven) hun jaarrekeningen in te dienen volgens het schema bestemd voor de Balanscentrale. 

Die verplichte navolging van het schema is begrijpelijk voor de grote bedrijven, zoals bedoeld in voornoemde wet, maar weinig realistisch voor de andere bedrijven. 

De klachten van kleine en middelgrote bedrijven betreffen volgende punten : 

  1. Bij de uitwerking van bedoeld schema werd geen rekening gehouden met de boekhoudkundige kennis van de meeste kleine ondernemers. Meestal begrijpen zij dat document niet en moeten zij hun accountant verzoeken om een duidelijker versie ervan, om te weten waarover hun algemene vergadering beraadslaagt. 
  2. Voor de toepassing van het schema is - niet de jure, maar wel de facto - de bijstand van een accountant vereist, dit vereist kosten voor iets waarbij de onderneming geen baat heeft. 
  3. Elke vergissing en elk verzuim geven, vanwege sommige rechtbanken van koophandel, o.m. die van Brussel, aanleiding tot tergende kritiek, hoewel de juistheid en deugdelijkheid van de rekeningen niet betwist worden. De bedrijfsleiders van kmo's voelen zich dan onderworpen aan de grillen van de administratie, hoewel het hun bestemming is, rijkdom en werkgelegenheid tot stand te brengen. 

Acht u het niet wenselijk het voorbeeld van Nederland en West-Duitsland te volgen en de K.M.O.'s van die verplichting te ontheffen ? 
Vanzelfsprekend moeten de kmo's jaarrekeningen indienen die deugdelijk en onvergolden zijn, maar dat kan in een vrije vorm ook. 

Antwoord

De inhoud van de jaarrekeningschema's die verplicht zijn zowel voor de grote als voor de kleine en middelgrote ondernemingen werd vastgesteld bij het jaarrekeningbesluit van 8 oktober 1976. 

De inhoud van het zgn. «verkorte» schema dat de kleine en middelgrote ondernemingen, zoals bepaald bij artikel 12 van de boekhoudwet van 17 juli 1975, kunnen gebruiken is bepaald in uitvoering van de vereisten van de vierde EEG-richtlijn van 25 juli 1978. 

Deze richtlijn heeft tot doel de bepalingen van de verschillende lidstaten inzake de enkelvoudige jaarrekening te harmoniseren. 

In het verlengde van de hervorming doorgevoerd door de wet van 24 maart 1978 betreffende de openbaarmaking van de akten en van de jaarrekeningen van handelsvennootschappen of vennootschappen met handelsvorm, heeft een koninklijk besluit van 21 februari 1985 tot wijziging van het besluit van 7 augustus 1973 op de openbaarmaking van akten en stukken van vennootschappen en ondernemingen, diverse belangrijke versoepelingen gebracht aan de tot dan toe geldende modaliteiten voor de neerlegging van akten en jaarrekeningen. 

Aldus werd de mogelijkheid ingevoerd om de jaarrekening per post toe te zenden, werd de voorafgaandelijke girale betaling van de neerleggingskosten ingevoerd, werd een vereenvoudigde tarifering vastgesteld en werd ten slotte voor de neerlegging van de jaarrekening het verplichte gebruik van een standaardformulier ingevoerd. 

Dit standaardformulier houdt rekening met alle verplichtingen voor de ondernemingen op het vlak van de jaarrekening, zowel op grond van de Vennootschapswet als van de boekhoudwetgeving en de regeling voor de neerlegging van vennootschapsstukken. Bij het formulier is een verklarende nota gevoegd waarin de voornaamste wettelijke vereisten worden opgesomd en zo nodig worden toegelicht. 

Dit standaardformulier werd voornamelijk geconcipieerd als een hulpmiddel voor de betrokken ondernemingen bij het naleven van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen ter zake van de publikatieplicht. Tevens wordt de raadpleging van de neergelegde stukken erdoor vergemakkelijkt. 

Algemeen werd overigens vastgesteld dat het gebruik van gestandaardiseerde jaarrekeningformulieren de kwaliteit van de neergelegde jaarrekeningen aanzienlijk heeft verbeterd. 

Ten slotte wil ik onderstrepen dat zowel over het principe van het verplicht standaardformulier als over de andere aspecten van de hervorming van de neerleggingsprocedure zoals hierboven beschreven, de Commissie «Administratieve vereenvoudigingen» (COMFORM) uitgebreid en te gepasten tijde werd geraadpleegd. 

Het advies dat deze commissie op 5 oktober 1984 uitbracht over genoemd standaardformulier was principieel gunstig en met de in datzelfde advies geformuleerde aanbevelingen werd in de definitieve teksten integraal rekening gehouden.

 

  • 1. Parl. vr. nr. 12 d.d. 1 december 1988 van Senator de Clippele, Bull. Vragen en Antwoorden, 3 januari 1989 (nr. 13), p. 599. De Commissie voor Boekhoudkundige Normen is niet aansprakelijk voor de bedenkelijke kwaliteit van de Nederlandse versie van de betrokken vraag.