COMMISSIE VOOR BOEKHOUDKUNDIGE NORMEN

CBN-advies 2009/12 – De sociale balans en de statutaire werknemers

Advies van 14 oktober 2009

Inleiding

Aan de Commissie werd gevraagd of statutaire werknemers dienen opgenomen te worden in de sociale balans van de jaarrekening.  

Deze vraag werd reeds behandeld in het CBN advies S1001. Gezien de evoluties die zich sinds het eind van de jaren ’90 hebben voorgedaan op vlak van wetgeving en reglementering, leek het de Commissie desalniettemin nuttig om op deze vraag terug te komen en zich vooral toe te spitsen op de werknemers waarop de sociale balans betrekking heeft.

Artikelen 912, 943 en 974  KB W.Venn. verwijzen ter zake naar:

  • de werknemers ingeschreven in het personeelsregister dat gehouden wordt krachtens het koninklijk besluit nr. 5 van 23 oktober 1978 betreffende het bijhouden van sociale documenten (KB nr. 5); en
  • de werknemers verbonden met de vennootschap door een arbeids- of stageovereenkomst zoals bedoeld door het koninklijk besluit nr. 230 van 21 december 1983 (KB nr. 230).

Deze verwijzingen zijn evenwel achterhaald.

Zoals hierna immers kort wordt verduidelijkt, is het personeelsregister geen sociaal document meer in de zin van KB nr. 5, en werd het KB nr. 230 opgeheven door de wet van 24 december 1999 ter bevordering van de werkgelegenheid.5

Dit advies heeft tot doel de desbetreffende evoluties inzake wetgeving en reglementering kort te beschrijven en er conclusies uit te trekken voor wat betreft de interpretatie van de bovenbedoelde bepalingen, in afwachting van een aanpassing van het KB W.Venn. Voor het overige verwijst de Commissie naar de relevante sociale wetgeving en reglementering.

Wijzigingen aan het KB nr. 5

De wet van 24 januari 20036 heeft het KB nr. 5 als volgt gewijzigd:

  • vooreerst werd het personeelsregister afgeschaft en vervangen door het algemeen personeelsregister en het speciaal personeelsregister;7
  •  voorts werd de Koning de mogelijkheid toegekend om werkgevers vrij te stellen van de verplichting een algemeen personeelsregister bij te houden voor de werknemers van wie gegevens doorgegeven zijn aan de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid (RSZ).8

Het is binnen deze context dat het KB van 5 november 20029 op 1 januari 2003 van kracht is geworden. Deze heeft de onmiddellijke aangifte van tewerkstelling geïntroduceerd: de Déclaration immédiate/onmiddellijke aangifte” (DIMONA), een elektronisch bericht waarin de werkgever iedere aanwerving en iedere uitdiensttreding van een werknemer onmiddellijk meldt aan de RSZ.

Het toepassingsgebied van de DIMONA-verplichting is zeer ruim en stelt gelijk met de werknemers “personen die, anders dan krachtens een arbeidsovereenkomst, arbeid verrichten onder het gezag van een ander persoon10. Van het toepassingsgebied zijn enkel uitzonderlijke categorieën van werknemers uitgesloten zoals mijnwerkers, zeelieden ter koopvaardij, werknemers die occasionele arbeid verrichten, werknemers die arbeidsprestaties verrichten in het kader van een PWA-arbeidsovereenkomst, vrijwilligers...11

De werkgever van wie alle werknemers onderworpen zijn aan de DIMONA-verplichting, is vrijgesteld van het bijhouden van een algemeen personeelsregister. Hij moet enkel een speciaal personeelsregister bijhouden wanneer hij werknemers op meerdere plaatsen tewerkstelt.12

Opheffing van het KB nr. 230

De wet van 24 december 1999 ter bevordering van de werkgelegenheid heeft het KB nr. 230 opgeheven. Hierdoor werd de RVA-stageovereenkomst vervangen door de startbaanovereenkomst.

Conclusie

Uit de aangebrachte wijzigingen in de sociale wetgeving en regelgeving sinds de introductie van de sociale balans, blijkt dat men voor de toepassing van de bepalingen van het KB W.Venn. onder “de werknemers ingeschreven in het personeelsregister” de werknemers moet verstaan voor wie de vennootschap een DIMONA-verklaring heeft ingediend bij de RSZ of, indien de werkgever uitzonderlijk niet onderworpen is aan de DIMONA-verplichting, de werknemers ingeschreven in het algemeen personeelsregister.

Wat de statutaire werknemers betreft, bevestigt de Commissie de positie die ze had ingenomen in het voornoemde CBN-advies S100. In feite is ze van mening dat de statutaire werknemers in principe niet hernomen moeten worden in de sociale balans. Indien echter een onderneming in de praktijk de statutaire werknemers inschrijft in het algemeen personeelsregister of indien deze het voorwerp uitmaken van een DIMONA-verklaring, moeten ze worden hernomen in de sociale balans in de hoedanigheid van werknemers verbonden door een contract van onbepaalde duur. Van zodra een onderneming zowel statutaire en contractuele werknemers in dienst heeft, moet de onderneming de contractuele werknemers vermelden in de sociale balans.

De Commissie zal op een gepast moment aan de regering een voorstel doen tot wijziging van het KB W.Venn., teneinde expliciet de in dit advies ontwikkelde interpretatie op te nemen en zodoende de problematiek inzake het achterhaald gebruik van het begrip “personeelsregister” uiteen te zetten, evenals de inadequate verwijzing naar de “stageovereenkomst” zoals bedoeld door het KB nr. 230 van 21 december 1983.
 

  • 1. Bulletin CBN, nr. 39, april 1997, p. 5-59.
  • 2. Artikel 91, KB W.Venn. schrijft voor dat de sociale balans van het volledig schema van de jaarrekeningen “een staat van de tewerkgestelde personen met uitsplitsing tussen enerzijds de personen ingeschreven in het personeelsregister en anderzijds de uitzendkrachten en ter beschikking van de vennootschap gestelde personen” moet bevatten.
  • 3. Artikel 94, KB W.Venn. schrijft voor dat de sociale balans van het verkorte schema van de jaarrekeningen “een staat van de werknemers ingeschreven in het personeelsregister” moet bevatten.
  • 4. Krachtens artikel 97, KB W.Venn., dient verstaan te worden onder werknemers ingeschreven in het personeelsregister “de personen ingeschreven in het personeelsregister dat wordt gehouden krachtens het koninklijk besluit nr. 5 van 23 oktober 1978 betreffende het bijhouden van sociale documenten en verbonden met de vennootschap door een arbeidsovereenkomst of door een stageovereenkomst zoals bedoeld door het koninklijk besluit nr. 230 van 21 december 1983”.
  • 5. Artikel 53, wet van 24 december 1999 ter bevordering van de werkgelegenheid.
  • 6. Artikel 2, §1, 1°, wet van 24 januari 2003 houdende diverse bepalingen met betrekking tot de veralgemening van de onmiddellijke aangifte van tewerkstelling.
  • 7. Artikel 4 §1 , 1° van het KB nr. 5.
  • 8. Artikel 4 §1bis van het KB nr. 5.
  • 9. KB van 5 november 2002 tot invoering van een onmiddellijke aangifte van tewerkstelling, met toepassing van artikel 38 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels.
  • 10. Artikel 2, 1°, a) van het KB van 5 november 2002.
  • 11. Artikel 3 van het KB van 5 november 2002.
  • 12. KB van 8 augustus 1980 betreffende het bijhouden van sociale documenten.