COMMISSIE VOOR BOEKHOUDKUNDIGE NORMEN 

CBN-advies 2011/23 - De boekhoudkundige verwerking van factoringovereenkomsten

Advies van 5 oktober 2011

Inleiding

Factoring kan omschreven worden als een techniek waarbij een onderneming (leverancier) op grond van een met een gespecialiseerde instelling (factor) gesloten overeenkomst, haar in facturen uitgedrukte vorderingen overdraagt aan deze instelling en, tegen betaling van een vergoeding, het genot heeft van een aantal diensten.1

De factoringovereenkomst zelf maakt het voorwerp uit van een onderhandse akte waarin de rechten en verbintenissen zorgvuldig vastgelegd zijn. Het gaat in feite om een toetredingscontract door de factor opgesteld, waarbij de leverancier kan kiezen tussen een aantal door de factor aangeboden diensten.

Naargelang de combinatie van de door de factor aangeboden diensten bestaan er bijgevolg verschillende soorten van factoring. Zo kan de factor instaan voor:

  • het beheer van de debiteurenportefeuille2;
  • het beheer van de debiteurenportefeuille en insolventiedekking;
  • het beheer van de debiteurenportefeuille en voorfinanciering;
  • het beheer van de debiteurenportefeuille, voorfinanciering en insolventiedekking; of
  • voorfinanciering en insolventiedekking.3

Aan de Commissie werd gevraagd hoe de boekhoudkundige verwerking van factoringovereenkomsten dient te gebeuren in hoofde van de leverancier. De Commissie merkt hierbij op dat in het schema van de jaarrekening geen enkele rubriek specifiek gewijd is aan facturen die in het kader van factoring worden overgedragen.

Juridische context: overdracht van schuldvordering

De afgifte van de schuldvorderingen aan de factor vormt een essentieel bestanddeel van elke factoringovereenkomst. 

In België bestaat geen specifieke wetgeving voor factoring. In principe komen er drie rechtsfiguren in aanmerking om de aan factoring inherente overdracht van schuldvorderingen juridisch te onderbouwen: de gemeenrechtelijke techniek van cessie van schuldvordering, het endossement van de factuur, of de conventionele subrogatie.4 Vandaag wordt quasi uitsluitend beroep gedaan op de eerste techniek, nl. cessie of de gemeenrechtelijke overdracht van schuldvordering, geregeld door de artikelen 1689 e.v. van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW). 

De overdracht van schuldvordering wordt door het BW als een koop-verkoop beschouwd. De oorspronkelijke schuldvordering blijft derhalve bestaan, alleen de houder van de vordering wijzigt.5 Tussen partijen komt de overdracht tot stand solo consensu, d.w.z. door de loutere wilsovereenstemming tussen de overdrager (d.i. de leverancier) en de overnemer (d.i. de factor), zonder dat enige formaliteit dient nageleefd te worden.6 Er is geen toestemming van de debiteur vereist voor de overdracht. Overdracht van schuldvordering impliceert overdracht van alle accessoria. De factor mag dus aanspraak maken op alle interesten en boetebedingen en geniet ook alle persoonlijke en zakelijke zekerheden.7 De overdracht van schuldvordering kan worden ingeroepen tegen andere derden dan de gecedeerde schuldenaar door het sluiten van de overeenkomst van overdracht tussen leverancier en factor.8 Tegenover de gecedeerde schuldenaar zelf kan de overdracht evenwel slechts ingeroepen worden vanaf het ogenblik dat zij aan hem ter kennis werd gebracht of door hem werd erkend.9

Belangrijk is dat de schuldenaar tegen de factor alle excepties of verweermiddelen kan inroepen die hij tegen de leverancier kon doen gelden, op voorwaarde dat deze excepties of verweermiddelen ontstaan zijn vóór de tegenwerpelijkheid van de overdracht. De factor heeft een recht van verhaal tegen de leverancier indien de overgedragen vordering niet bestaat of de debiteur met succes een exceptie inroept.10

De insolventierisicodekking vloeit voort uit de overdracht van schuldvordering. Krachtens artikel 1693 BW moet de cedent (zijnde de leverancier) instaan voor het bestaan van de vordering ten tijde van de overdracht, terwijl overeenkomstig artikel 1694 BW de cedent niet moet instaan voor de solvabiliteit van de debiteur11, tenzij hij zich daartoe heeft verbonden.12 De dekking van het insolventierisico door de factor vloeit derhalve voort uit de gemeenrechtelijke overdracht van schuldvordering: de factor treedt niet op als verzekeraar die tegen betaling van een premie een dekking van een risico verleent, maar als cessionaris-eigenaar van de vordering die, conform artikel 1694 BW, het insolventierisico op zich neemt.13 

Ook het debiteurenbeheer vloeit voort uit de overdracht van schuldvordering: ten gevolge van de overdracht is de factor eigenaar-titularis geworden van de vordering. De factor treedt derhalve niet op als lasthebber van de leverancier, ook niet in de gevallen waarin de factor enkel het debiteurenbeheer voert. Wanneer de factor tot inning van de vordering overgaat, int hij zijn eigen vordering.14

De Commissie is van oordeel dat de boekhoudkundige verwerking het bestaan van de factoring aan het licht moet brengen, daarbij rekening houdend met al de bijzondere vormen van factoring, die uit de contractuele vrijheid van de partijen kunnen voortvloeien. 

De boekhoudkundige verwerking van factoring in hoofde van de leverancier

Afgifte van de schuldvorderingen aan de factor 

De overdracht van de handelsvorderingen aan de factor wordt in de boekhouding als volgt opgenomen.

15Voorbeeld

1)    Ten gevolge van meerdere verkopen ontstaan vorderingen op klanten voor een bedrag van 10.000 euro (excl. 21 % btw).

400 Handelsdebiteuren 12.100  
  aan 700 tot 707 Verkopen en dienstprestaties   10.000
    451 Te betalen btw   2.100

2)    De afstand van de vorderingen aan de factormaatschappij wordt als volgt uitgedrukt.

400 Handelsdebiteuren (factor) 12.100  
  aan 400 Handelsdebiteuren   12.100

Vergoeding van de factor

De kostprijs van factoring wordt naargelang de door de factor aangeboden diensten opgesplitst in enerzijds het factorloon (ook factoringrecht of commissie genoemd), en anderzijds een interest aangerekend voor de eventueel door de factor verstrekte financiering (financieringscommissie). Daarnaast zijn ook andere vergoedingen, zoals bijvoorbeeld voor de kosten van gerechtelijke inning, mogelijk.

Het factorloon komt veelal overeen met een bepaald percentage van de door de overgenomen vorderingen gegenereerde kasstromen. Dit percentage is bovendien afhankelijk van de door de factor verstrekte diensten, naast financiering. Het wordt door de onderneming geboekt onder de 61-rekening Diensten en diverse goederen. 

Daarnaast worden door de factor discontokosten aangerekend aan de onderneming, als vergoeding voor de door de factor verstrekte financiering. De discontokosten bestaan uit de interest die de factor aanrekent voor het aantal dagen tussen betaling aan de onderneming en de vervaldag van de vordering op de klant. Het disconto ten laste van de onderneming bij het verhandelen van vorderingen wordt door de onderneming geboekt onder de Andere financiële kosten (MAR 653 Discontokosten op vorderingen)16.

Factoringovereenkomst zonder insolventiedekking en zonder financiering (service factoring)

Bij service factoring komen de partijen overeen dat de factor enkel het beheer van de debiteurenportefeuille, d.w.z. de debiteurenadministratie en de bewaking en de inning van de vordering, verzorgt. 
Er vindt geen financiering door de factor plaats, wat impliceert dat de factor de onderneming pas zal betalen nadat de koper aan de factor heeft betaald. 

Het insolventierisico blijft ten laste van de leverancier. Wanneer tussen de onderneming en de factor overeengekomen wordt dat de factor het insolvabiliteitsrisico niet op zich neemt, betreft dit een geval van factoring met verhaal (factoring with recourse). Indien de debiteur niet betaalt op de vervaldag, zal de factor namelijk de vorderingen terug overdragen aan zijn factorklant (in casu de onderneming). 

Vindt de inning door de factor plaats vóór de vervaldag, dan wordt het bedrag van de vordering doorgestort aan de onderneming, na aftrek van het factorloon. Vindt de inning niet plaats op vervaldatum, dan worden de vorderingen geretrocedeerd aan de onderneming, volgens de afgesproken procedure. 

Voorbeeld

1)    Ten gevolge van meerdere verkopen ontstaan vorderingen op klanten voor een bedrag van 10.000 euro (excl. 21 % btw).    

400 Handelsdebiteuren 12.100  
  aan 700 tot 707 Verkopen en dienstprestaties   10.000
    451 Te betalen btw   2.100

2)    De afstand van de vorderingen aan de factormaatschappij wordt als volgt uitgedrukt.

400 Handelsdebiteuren (factor) 12.100  
  aan 400 Handelsdebiteuren   12.100

3)    De factor int de vorderingen vóór vervaldag en stort het bedrag van de vorderingen door aan de onderneming, na inhouding van het factorloon (100 euro). Het afgehouden factorloon wordt onder de bedrijfskosten geboekt. Op deze beheerskosten wordt btw aangerekend door de factor (21 %).17

550 Kredietinstellingen: Rekening-courant 11.979  
61 Diensten en diverse goederen 100  
411 Terug te vorderen btw 21  
  aan 400 Handelsdebiteuren (factor)   12.100

4)    Ingeval geen inning plaatsvindt op vervaldag worden de vorderingen terug overgedragen aan de onderneming.

400 Handelsdebiteuren 12.100  
  aan 400 Handelsdebiteuren (factor)   12.100

5)    Bestaat er onzekerheid over de inning van de vorderingen, dan wordt deze vorderingen (met inbegrip van het btw-bedrag) door de onderneming overgeboekt naar de rekening 407 Dubieuze debiteuren en wordt een passende waardevermindering geboekt. 

Factoringovereenkomst met insolventiedekking, zonder financiering (maturity factoring)

Bij deze factoringvariant neemt de factor het risico van insolventie van de debiteur over. De factor  verbindt zich ertoe om op vervaldag of een bepaald aantal dagen na de vervaldag de leverancier te betalen tot de toegestane kredietlimiet.18

Voorbeeld 

1)    Ten gevolge van meerdere verkopen ontstaan vorderingen op klanten voor een bedrag van 10.000 euro (excl. 21 % btw).

400 Handelsdebiteuren 12.100  
  aan 700 tot 707 Verkopen en dienstprestaties   10.000
    451 Te betalen btw   2.100

2)    De afstand van de vorderingen aan de factormaatschappij wordt als volgt uitgedrukt.

400 Handelsdebiteuren (factor) 12.100  
  aan 400 Handelsdebiteuren   12.100

3)    De vorderingen worden op het afgesproken tijdstip door de factor voldaan, na afhouding van het factorloon (363 euro, incl. 21 % btw), dat de vergoeding omvat voor enerzijds de inning en de debiteurenadministratie, en anderzijds voor de insolventiedekking.19

550 Kredietinstellingen: rekening-courant 11.737  
61 Diensten en diverse goederen 300  
411 Terug te vorderen btw 63  
  aan 400 Handelsdebiteuren (factor)   12.100

Factoringovereenkomst met financiering, zonder insolventiedekking

Vaak verlenen factoringmaatschappijen voorschotten of financiering aan hun cliënten. Bij deze factoringvariant draagt de leverancier dus eigenlijk zijn vordering over aan de factor, die hiervoor een bedrag ter beschikking stelt zonder de vervaldag van de vordering af te wachten. Uit veiligheidsoverwegingen beperkt men dit meestal tot een percentage van de ingediende vorderingen. Het verschil met de totale vordering houdt de factor achter als waarborg voor de betaling door de leverancier van alle schulden die hij zou kunnen hebben t.o.v. de factor,20 en wordt aan de leverancier betaald wanneer de debiteur zijn factuur heeft betaald.

Voorkeursbenadering

Via de techniek van financiering verkrijgt de onderneming van de factor een krediet dat uitgedrukt wordt via de passiefrekening 433 Kredietinstellingen: Schulden in rekening-courant.21 Doordat de vordering behouden blijft op de actiefzijde, geeft de onderneming aan dat zij ten aanzien van de factor verantwoordelijk blijft voor de goede uitvoering van de betalingsverbintenissen van de klant, niettegenstaande er reeds een betaling werd verricht door de factor aan de onderneming (factoring met verhaal, recourse factoring). Desgevallend geeft de onderneming in de toelichting aan dat de factor een bevoorrechte schuldeiser is.  

Voorbeeld

1)    Ten gevolge van meerdere verkopen ontstaan vorderingen op klanten voor een bedrag van 10.000 euro (excl. 21 % btw).

400 Handelsdebiteuren 12.100  
  aan 700 tot 707 Verkopen en dienstprestaties   10.000
    451 Te betalen btw   2.100

2)    De afstand van de vorderingen aan de factormaatschappij wordt als volgt uitgedrukt.

400 Handelsdebiteuren (factor) 12.100  
  aan 400 Handelsdebiteuren   12.100

3)    Bij ontvangst van de vorderingen stort de factor aan de onderneming het voorschot van 7.260 euro22, verminderd met de discontokosten ten belope van 96,8 euro (2 maanden, 8 % op 7.260 euro).

550  Kredietinstellingen: rekening-courant 7.163,2  
653 Discontokosten op vorderingen 96,8  
  aan 433 Kredietinstellingen: Schulden in rekening-couran   7.260

4)    Uit de afrekening van de factor blijkt dat 60 dagen later reeds 9.640 euro door de factor ontvangen werd van de klanten. De factor maakt het verschil tussen het door hem ontvangen bedrag (9.640 euro) en het reeds gestorte voorschot (7.260 euro) over aan de onderneming, onder afhouding van het factorloon (121 euro, incl. 21% btw). 

550 Kredietinstellingen: Rekening-courant 2.259  
433 Kredietinstellingen: Schulden in rekening-courant 7.260  
61 Diensten en diverse goederen 100  
411 Terug te vorderen btw bij aankopen 21  
  aan 400 Handelsdebiteuren (factor)    9.640

5)    De resterende vorderingen worden op het afgesproken tijdstip terug overgedragen aan de onderneming. 

400 Handelsdebiteuren 2.460  
  aan 400 Handelsdebiteuren (factor)   2.460

Bestaat er onzekerheid over de inning van de vorderingen, dan worden deze vorderingen (met inbegrip van het btw-bedrag) door de onderneming overgeboekt naar de rekening 407 Dubieuze debiteuren en wordt een passende waardevermindering geboekt.  

Alternatieve benadering

De Commissie is van oordeel dat factoring met financiering en zonder risicodekking tevens op volgende wijze in de boekhouding van de onderneming kan worden verwerkt. Het voorschot dat door de factor aan de onderneming wordt verstrekt, wordt in dit geval afgeboekt van de vorderingsrekening 400 Handelsdebiteuren (factor). Het feit dat de onderneming bij deze factoringvariant verantwoordelijk blijft voor de goede uitvoering van de betalingsverbintenissen van de klant, wordt in de boekhouding en de jaarrekening tot uitdrukking gebracht onder de niet in de balans opgenomen rechten en verplichtingen.23

Voorbeeld

1)    Ten gevolge van meerdere verkopen ontstaan vorderingen op klanten voor een bedrag van 10.000 euro (excl. 21 % btw).

400 Handelsdebiteuren 12.100  
  aan 700 tot 707 Verkopen en dienstprestaties   10.000
    451 Te betalen btw   2.100

2)    De afstand van de vorderingen aan de factormaatschappij wordt als volgt uitgedrukt.

400 Handelsdebiteuren (factor) 12.100  
  aan 400 Handelsdebiteuren   12.100

3)    Bij ontvangst van het voorschot van 7.260 euro (verminderd met de discontokosten ten belope van 96,8 euro) worden de vorderingen op de factor overeenstemmend afgeboekt. 

550 Kredietinstellingen: rekening-courant 7.163,2  
653 Discontokosten op vorderingen 96,8  
  aan 400 Handelsdebiteuren (factor)   7.260

4)    Het bedrag waarvoor de onderneming ten aanzien van de factor verantwoordelijk blijft voor de goede uitvoering van de betalingsverbintenissen van de klant wordt in de klasse 0 van het rekeningenstelsel geboekt en in de toelichting van de jaarrekening bij de “Niet in de balans opgenomen rechten en verplichtingen” vermeld. Deze rekeningen worden tegengeboekt telkens uit afrekening van de factor blijkt dat er betalingen of retrocessies zijn.

040 Derden, houders in hun naam, maar ten bate en voor risico van de onderneming van goederen en waarden    
  aan 041 Goederen en waarden gehouden door derden in hun naam, maar ten bate en voor risico van de onderneming    

Factoringovereenkomst met financiering en insolventiedekking (old line factorin  g)

Bij deze factoringvariant financiert de factor de overgenomen vorderingen en neemt tevens het insolventierisico over. 

Voorkeursbenadering

Voor zover de betalingen van de voorschotten effectief werden uitgevoerd door de factor en in de mate waarin door de factor het insolventierisico wordt gedragen, verdwijnen de handelsvorderingen uit de balans van de onderneming. Ook in dit geval neemt de onderneming alle lasten verbonden aan de financiering en insolventiedekking onmiddellijk in resultaat. De Commissie wenst evenwel nogmaals te wijzen op de burgerrechtelijke regels m.b.t. de cessie van schuldvorderingen die bepalen dat de schuldenaar tegen de factor alle verweermiddelen of excepties kan inroepen die zijn ontstaan vóór de tegenwerpelijkheid van de overdracht.24 Indien deze excepties succesvol werden ingeroepen, zal de factor zich op zijn beurt verhalen op de onderneming. In voorkomend geval zal door de onderneming in de toelichting melding moeten worden gemaakt van dit risico samen met het bedrag waarop dit van toepassing is op balansdatum. 

Betreft de insolventiedekking niet de integraliteit van de vorderingen, dan kan de onderneming ten aanzien van de factor gedeeltelijk verantwoordelijk blijven voor de goede uitvoering van de betalingsverbintenissen van de klant. Dit zal het geval zijn wanneer het bedrag van de financiering meer bedraagt dan het gedeelte van de vordering dat gedekt wordt door de insolventiedekking. Er wordt bij de onderneming een schuld geboekt ten belope van het gedeelte van de ontvangen betalingen dat niet als definitief beschouwd kan worden, m.a.w. het gedeelte waarvoor de onderneming ten aanzien van de factor verantwoordelijk blijft voor de goede uitvoering van de betalingsverbintenissen van de klant. 

In de twee onderstaande voorbeelden wordt enerzijds de situatie weergegeven waarbij de factor voor het volledige bedrag van het voorschot instaat voor het insolventierisico en anderzijds de situatie waarin voorschotten worden uitgekeerd die hoger zijn dan het gedeelte van de vordering dat gedekt wordt door de insolventiedekking.

Voorbeeld A

1)    Ten gevolge van meerdere verkopen ontstaan vorderingen op klanten voor een bedrag van 10.000 euro (excl. 21 % btw).

400 Handelsdebiteuren 12.100  
  aan 700 tot 707 Verkopen en dienstprestaties   10.000
    451 Te betalen btw   2.100

2)    De afstand van de vorderingen aan de factormaatschappij wordt als volgt uitgedrukt.

400 Handelsdebiteuren (factor) 12.100   
  aan 400 Handelsdebiteuren   12.100 

3)    Boeking bij betaling door de factor van een bedrag dat 25 % (3.025 euro) bedraagt van het totale vorderingenpakket. De factor draagt het insolventierisico ten belope van 75 % (9.075 euro) van de vorderingen. Er dient geen schuld te worden geboekt in hoofde van de onderneming, aangezien het volledige bedrag van het door de factor betaalde bedrag gedekt wordt door de insolventiedekking, en de onderneming dus het risico op niet-betaling niet meer draagt. Om deze reden wordt het door de onderneming ontvangen bedrag ook niet als een voorschot beschouwd, maar als een definitieve betaling.

550 Kredietinstellingen: Rekening-courant 2.925  
653 Discontokosten op vorderingen 100  
  aan 400 Handelsdebiteuren (factor)   3.025

4)    De klanten betalen op vervaldag aan de factor. De factor maakt het saldo over aan de onderneming, na afhouding van de reeds betaalde voorschotten. Ook het factorloon (363 euro, incl. 21% btw) wordt in mindering gebracht van het door de factor uitbetaalde bedrag.

550 Kredietinstellingen: Rekening-courant 8.712  
61 Diensten en diverse goederen 300  
411 Terug te vorderen btw 63  
  aan 400 Handelsdebiteuren (factor)   9.075

5)    De klanten betalen niet op vervaldag. De factor draagt op het contractueel vastgelegde tijdstip de vorderingen terug over aan de onderneming. Tevens keert de factor aan de onderneming een bedrag van 5.687 euro uit (insolventiedekking ten belope van 75 % van de vordering; voorschot van 3.025 euro en factorloon van 363 euro (incl. 21 % btw) in mindering gebracht). 

550 Kredietinstellingen: Rekening-courant 5.687  
61 Diensten en diverse goederen 300  
411 Terug te vorderen btw 63  
400 Handelsdebiteuren 3.025  
  aan 400 Handelsdebiteuren (factor)   9.075

Wanneer op inventarisdatum onzekerheid bestaat over de inning van de vorderingen, worden de vorderingen (met inbegrip van het btw-bedrag) door de onderneming overgeboekt naar de rekening 407 Dubieuze debiteuren en wordt een passende waardevermindering geboekt. 

Voorbeeld B

1)    Ten gevolge van meerdere verkopen ontstaan vorderingen op klanten voor een bedrag van van 10.000 euro (excl. 21 % btw).

400 Handelsdebiteuren 12.100  
  aan 700 tot 707 Verkopen en dienstprestaties   10.000
    451 Te betalen btw   2.100

         2)    De afstand van de vorderingen aan de factormaatschappij wordt als volgt uitgedrukt.

400 Handelsdebiteuren (factor) 12.100   
  aan 400 Handelsdebiteuren   12.100 

3)    Boeking bij betaling door de factor van een bedrag dat 50 % bedraagt van het totale vorderingenpakket. De factor neemt slechts ten belope van 25 % van de vorderingen (3.025 euro) het insolventierisico op zich. Volgens de eerste benadering wordt de helft van het ontvangen bedrag beschouwd als een definitieve betaling. Ten belope van de rest van het voorschot wordt door de onderneming een schuld geboekt.

550 Kredietinstellingen: Rekening-courant 6.050  
  aan 400 Handelsdebiteuren (factor)   3.025
    433 Kredietinstellingen: Schulden in rekening-courant   3.025

Alternatieve benadering

Conform de tweede benadering (zie supra) zal ook in het geval waarin het bedrag van de financiering meer bedraagt dan het gedeelte van de vorderingen dat gedekt wordt door de insolventiedekking, het volledige voorschot afgeboekt worden van de vorderingsrekening 400 Handelsdebiteuren (factor). De onderneming dient het bedrag waarvoor zij ten aanzien van de factor verantwoordelijk blijft voor de goede uitvoering van de betalingsverbintenissen van de klant vervolgens op te nemen onder de niet in de balans opgenomen rechten en verplichtingen. 

In voorbeeld B zal de onderneming, bij betaling door de factor van een bedrag dat 50 % bedraagt van het totale vorderingenpakket en waarbij de factor slechts ten belope van 25 % van de vorderingen (3.025 euro) het insolventierisico op zich neemt, in dat geval boeken:

550 Kredietinstellingen: Rekening-courant 6.050  
  aan 400 Handelsdebiteuren (factor)   6.050

In de rekeningen van de niet in de balans opgenomen rechten en verplichtingen verricht de onderneming volgende boeking:

040 Derden, houders in hun naam, maar ten bate en voor risico van de onderneming van goederen en waarden    
  aan 041 Goederen en waarden gehouden door derden in hun naam, maar ten bate en voor risico van de onderneming    

Undisclosed factoring

Wanneer een factoringovereenkomst is afgesloten waarbij de factor instaat voor financiering en insolventiedekking,  wordt tussen de onderneming en de factor vaak bijkomend overeengekomen dat  de onderneming die de vorderingen overdraagt zelf verantwoordelijk blijft voor het beheer en de inning van de schuldvorderingen.

Deze werkwijze laat toe de debiteuren niet op de hoogte te brengen van de overdracht van de schuldvordering. Er vindt m.a.w. geen kennisgeving plaats aan de klant van de cessie van de schuldvordering. Men spreekt van non-notification factoring of undisclosed factoring. De klant blijft aan de onderneming betalen die dan in feite als lasthebber van de factor optreedt.

De vergoeding die door de factor aan de onderneming is verschuldigd voor deze dienst, wordt door de onderneming geboekt als een diverse bedrijfsopbrengst. Verder blijft de boekhoudkundige verwerking ongewijzigd.
 

  • 1. W. VAN GERVEN, Handels- en economisch recht: ondernemingsrecht, Antwerpen, Standaard, 1989, 623.
  • 2. Het beheer van de debiteurenportefeuille omvat in de regel de debiteurenboekhouding en de administratie van de vorderingen, alsook de inning en de bewaking van de facturen.
  • 3. Voor een bespreking van de verschillende functies van de factor, zie: G. LOWAGIE en B. MAURAU, “Juridische en fiscale aspecten van factoring”, A.F.T. 1998, afl. 8, 270-292.
  • 4. W. VAN GERVEN, Handels- en economisch recht: ondernemingsrecht, Antwerpen, Standaard, 1989, 628-632.
  • 5. Zie H. DE PAGE, Traité élémentaire de droit civil, IV, 1972, 378, nr. 372.
  • 6. H. BRAECKMANS, “Overdracht van schuldvordering in het raam van factoring”, in Mélanges P. Van Ommeslaghe, Bruxelles, Bruylant, 2000, 12.
  • 7. Artikel 1692 BW.
  • 8. Artikel 1690, lid 1 BW.
  • 9. Artikel 1690, lid 2 BW.
  • 10. Artikel 1693 BW luidt als volgt: “Hij die een schuldvordering of enig ander lichamelijk recht verkoopt, moet instaan voor het bestaan daarvan ten tijde van de overdracht, zelfs wanneer deze zonder vrijwaring is geschied.”.
  • 11. Artikel 1694 BW luidt als volgt: “Voor de gegoedheid van de schuldenaar moet hij niet instaan tenzij hij zich daartoe heeft verbonden, en slechts ten belope van de prijs die hij voor de schuldvordering ontvangen heeft.”.; artikel 1695 BW bepaalt dat wanneer de verkoper beloofd heeft voor de gegoedheid van de schuldenaar te zullen instaan, die belofte slechts geldt voor de gegoedheid op het ogenblik zelf, en zij zich niet uitstrekt tot de toekomst, tenzij de overdrager zulks uitdrukkelijk heeft bedongen.
  • 12. M.a.w., factoring overeenkomstig artikel 1689 e.v. van het BW is automatisch zonder verhaal tegen de leverancier, tenzij uitdrukkelijk het tegendeel werd bedongen. Het staat de partijen uiteraard vrij van deze wettelijke bepalingen af te wijken, Cf. H. DE PAGE, Traité élémentaire de droit civil, IV, 1972, 432, nr. 428.
  • 13. Deze stelling heeft ook gevolgen ten aanzien van het statuut van de factor: de factor kan niet gekwalificeerd worden als kredietverzekeraar en de terzake toepasselijke wetgeving geldt niet voor de factor; W. VAN GERVEN, Handels- en economisch recht: ondernemingsrecht, Antwerpen, Standaard, 1989, 626; H. BRAECKMANS, “Overdracht van schuldvordering in het raam van factoring”, in Mélanges P. Van Ommeslaghe, Bruxelles, Bruylant, 2000, 6.
  • 14. W. VAN GERVEN, Handels- en economisch recht: ondernemingsrecht, Antwerpen, Standaard, 1989, 626; H. BRAECKMANS, “Overdracht van schuldvordering in het raam van factoring”, in Mélanges P. Van Ommeslaghe, Bruxelles, Bruylant, 2000, 6.
  • 15. In de praktijk zal de onderneming op haar facturen (origineel en kopieën) een cessietekst aanbrengen. Na het verstrijken van een contractueel vastgelegde termijn dient de onderneming telkens de kopieën van al haar uitgaande facturen, met uitzondering van de schuldvorderingen waarvan contractueel is bepaald dat zij niet overgedragen mogen worden, over te maken aan de factor.
  • 16. Artikel 96, V.C.2° KB W.Venn. en art. 96 II.G.b) in fine.
  • 17. De Commissie gaat bij deze hypothese ervan uit dat in dit geval het btw-tarief 21% bedraagt.
  • 18. De factor zal echter geen uitkering doen indien de debiteur niet zou betalen wegens een andere reden dan insolventie (bv. een gebrek in het geleverde goed, de gepresteerde dienst stemt niet overeen met hetgeen werd overeengekomen, de leverancier heeft zelf zijn schulden niet betaald aan de afnemer, leverancier en debiteur voeren een proces tegen mekaar, de debiteur betaalt niet wegens overmacht).
  • 19. Zie supra, voetnoot 16.
  • 20. Zie F. VAN REMOORTEL, Factoring, in Recht voor de Onderneming, 2e editie, 2008, III22-23.
  • 21. E. DE LEMBRE, P. EVERAERT & JAN VERHOEYE, Handboek Vennootschapsboekhouden, Antwerpen, Intersentia, 2010, 647-648; S. VAN CROMBRUGGE merkt evenwel op dat in dit geval geen sprake is van een zekere en vaststaande schuld, zie “Boekhoudkundige verwerking van factoring: ontwerpadvies CBN”, Balans 2011, afl. 657, 4-6.
  • 22. De Commissie gaat bij deze hypothese ervan uit dat in dit geval de door de factor verstrekte voorschotten vrijgesteld zijn van btw.
  • 23. Zie J. ANTOINE, C. DENDAUW, R. DEHAN-MAROYE, Traité de comptabilisation, Brussel, De Boeck, 2011, 445.
  • 24. Artikel 1693 BW bepaalt immers dat hij die een schuldvordering verkoopt, moet instaan voor het bestaan daarvan ten tijde van de overdracht, zelfs wanneer deze zonder vrijwaring is geschied.