COMMISSIE VOOR BOEKHOUDKUNDIGE NORMEN

CBN-advies 2012/20 – De boekhoudkundige verwerking van de betaling van een schuld van de vennootschap door een derde die zich hiertoe als borg heeft verbonden ten aanzien van de schuldeiser 

Advies van 5 december 2012

Aan de Commissie voor Boekhoudkundige Normen werd de vraag gesteld naar de boekhoudkundige verwerking van de betaling van een schuld van de vennootschap door een derde die zich hiertoe als borg heeft verbonden ten aanzien van de schuldeiser.

Een borgtocht is de overeenkomst waarbij een derde (de borg) zich ten aanzien van de schuldeiser verbindt tot nakoming van de verbintenis van de (hoofd)schuldenaar voor het geval deze daar niet zelf aan voldoet1.

In het geval dat aan de Commissie werd voorgelegd was een borg, die zich ten aanzien van de schuldeiser van de vennootschap had verbonden tot terugbetaling van een krediet indien de vennootschap deze terugbetaling niet zelf kon voldoen, door de schuldeiser aangesproken tot betaling van de schuld. Hierbij werd door de betrokken vennootschap de vraag gesteld hoe de boekhoudkundige verwerking dient te verlopen van de betaling van deze schuld door de borg.

De Commissie wijst hierbij in de eerste plaats op artikel 2028 van het Burgerlijk Wetboek dat bepaalt dat de borg die heeft betaald in beginsel recht heeft op verhaal op de hoofdschuldenaar (recht op regres). Vervolgens moet ook gewezen worden op artikel 2029 van het Burgerlijk Wetboek dat bepaalt dat de borg tot zekerheid van zijn recht op verhaal, in de rechten treedt die de schuldeiser had tegen de schuldenaar2. De borg die heeft betaald zal bijgevolg subrogeren in de rechten van de oorspronkelijke schuldeiser. Door deze subrogatie zal de schuldvordering van de oorspronkelijke schuldeiser op de vennootschap overgaan op de borg. Wanneer de borg de schuldeiser heeft betaald, verkrijgt de borg aldus het eigendomsrecht op de schuldvordering die de schuldeiser had ten aanzien van de vennootschap. De borg kan vanaf dat ogenblik alle rechten van de schuldeiser ten aanzien van de vennootschap uitoefenen3

De vordering die de oorspronkelijke schuldeiser had ten aanzien van de vennootschap, zal bijgevolg blijven bestaan, alleen zal die schuldvordering vanaf het ogenblik van subrogatie van rechtswege worden overgedragen aan de borg die heeft betaald. In de boekhouding van de vennootschap moet bijgevolg tot uitdrukking worden gebracht dat de schuld die zij had ten aanzien van de oorspronkelijke schuldeiser, nu moet worden voldaan aan de borg die de oorspronkelijke schuldeiser heeft betaald. Concreet betekent dit dat de schuld aan de oorspronkelijke schuldeiser zal worden gedebiteerd en dat op hetzelfde ogenblik eenzelfde schuld aan de borg zal worden gecrediteerd. 

Indien de borg nadien afstand zou doen van hun vordering op de vennootschap, dan zal de vennootschap een uitzonderlijke opbrengst moeten erkennen. Tegelijkertijd zal de schuld van de vennootschap aan de borg worden gedebiteerd. 
 

  • 1. Artikel 2011 Burgerlijk Wetboek; E. DIRIX, B. TILLEMAN en P. VAN ORSHOVEN (eds.), De Valks juridisch woordenboek, Antwerpen, Intersentia, 2001, 63.
  • 2. In de regel zal de borg die heeft betaald subrogeren in de rechten van de oorspronkelijke schuldeiser. Dit zal echter niet altijd het geval zijn, zie hiervoor, http://www.storme.be/PersoonlijkeZekerheden.pdf (september 2012), 125 en volgende. Op deze uitzonderingsgevallen is het advies niet van toepassing
  • 3. M. STORME, Persoonlijke zekerheden en aanverwante rechtsfiguren, zie voetnoot 2