CBN-advies 170/2 - Boekingswijze van een voorschot op de verdeling van het netto-actief 

Aan de Commissie werd een verzoek om een advies voorgelegd over de boekhoudkundige verwerking van de toekenning aan de vennoten van een in vereffening gestelde vennootschap, van een voorschot op het netto-actief dat hen toekomt bij de afsluiting van de vereffening. 

Krachtens de vennootschapswet onderscheiden de uitkeringen aan de vennoten in het kader van de vereffening van een vennootschap, zich van de uitkeringen die tijdens het worden verricht, in die zin dat: 
 

  1. enerzijds, het slechts gaat om voorschotten op het te verdelen netto-actief, aangezien - krachtens artikel 185 van de vennootschapswet - de definitieve uitkering aan de vennoten slechts kan plaatsvinden nà betaling van de schulden of consignatie van de nodige gelden om die te voldoen; 
     
  2. anderzijds, de rekeningen van de vereffening pas worden goedgekeurd en aan de vereffenaars pas kwijting wordt verleend voor de wijze waarop zij hun taak hebben vervuld, na afloop van de vereffening (artikel 188 van de vennootschapswet). 

Uit beide vaststellingen vloeit voort dat de voorschotten aan de vennoten op de verdeling van het netto-actief 

  • in tegenstelling met de uitkering van het eigen vermogen tijdens het vennootschapsleven - niet (rechtstreeks of via de resultaat-verwerking) mogen worden toegerekend aan de verschillende betrokken posten van het eigen vermogen. 


Hieruit volgt dat deze voorschotten op de verdeling van het netto-actief tot bij de sluiting van de vereffening, in de boekhouding onder een afzonderlijke rekening van de klasse 1 (bij voorbeeld 19) moeten worden geboekt, en in de jaarrekening, onder een afzonderlijke rubriek "Voorschot aan de vennoten op de verdeling van het netto-actief" moeten worden vermeld, zonder onderscheid al naar gelang deze voorschotten betrekking hebben op het maatschappelijk kapitaal, de uitgiftepremies of de reserves. 


Tegen die achtergrond kunnen - volgens de Commissie - twee benaderingen worden onderscheiden: 
 

  1. een eerste benadering houdt in dat het bedrag van het toegekende voorschot als voorschot op de verdeling onder de activa wordt geboekt. In deze balansvoorstelling is er geen impact op het eigen vermogen van de betrokken vennootschap; 
  2. een tweede benadering houdt in dat het bedrag van het toegekende voorschot op zichtbare wijze, globaal wordt afgetrokken van het "eigen vermogen". 

De Commissie is van oordeel dat de voorkeur moet worden gegeven aan de tweede benadering. De vraag rijst immers of de sommen die als voorschot worden toegekend op de uitkering daadwerkelijk een actief vormen. Bij een normale gang van zaken zal daaruit in de toekomst geen inkomstenstroom voortvloeien die gunstig is voor de onderneming. Bovendien sluit het bedrag van het eigen vermogen waarin die tweede benadering resulteert, nauwer aan bij de realiteit. 

Na afloop van de vereffening, wordt de rekening "Voorschot aan de vennoten op de verdeling van het netto-actief" gesaldeerd door het debiteren van de verschillende betrokken rekeningen van het eigen vermogen. 
In het kader van die benadering worden de verschillende verrichtingen als volgt verwerkt: 
 

  •  wanneer wordt beslist om een voorschot uit te keren: 

19 Voorschot aan de vennoten op de verdeling van het netto-actief (-) aan 48 Vennoten 48 Vennoten aan 55 Kredietinstellingen 
•    na afloop van de vereffening: 100 11 Uitgifte premie 13 Reserves [14 Overgedragen winst] 

aan [14 

Bron : Bulletin CBN, nr. 45, februari 1999, p. 17-18 
file:////sbsserver/profiles$/userdata/lavendomme/My%20Documents/WWW.CNC-CBN/NL/fichiersAvis/NL_170-02.htm (2 of 2) [2/08/2007 9:54:13]