COMMISSIE VOOR BOEKHOUDKUNDIGE NORMEN

Advies 2011/3 - Boekhoudrechtelijke verwerking van betwiste schulden

Advies van 8 december 2010


Aan de Commissie werd de vraag gesteld of betwiste handelsschulden al dan niet in de balans van de schuldenaar tot uitdrukking dienen gebracht te worden.

De Commissie acht het nuttig om vooreerst de toepasselijke algemene waarderingsbeginselen in herinnering te brengen.

Overeenkomstig artikel 32 van het koninklijk besluit van 30 januari 2001 tot uitvoering van het Wetboek Vennootschappen (hierna: KB W.Venn.) moeten de waarderingen voldoen aan de eisen van voorzichtigheid, oprechtheid en goede trouw.

Artikel 33, tweede lid KB W.Venn. bepaalt dat er rekening moet worden gehouden met de kosten en opbrengsten die betrekking hebben op het boekjaar of de voorgaande boekjaren, ongeacht de dag waarop deze kosten en opbrengsten worden betaald of geïnd, behalve indien de effectieve inning van deze opbrengsten onzeker is. 

Er wordt dus enkel een uitzondering voorzien voor het geval waarin de effectieve inning van opbrengsten onzeker is1. Voor de situatie waarin de betaling van kosten onzeker is, wordt wettelijk niets voorzien.

Gelet op deze algemene waarderingsregels, is de Commissie van oordeel dat betwiste handelsschulden in de boekhouding van de vennootschap-schuldenaar tot uitdrukking moeten worden gebracht op het ogenblik van ontvangst van de factuur. Indien het bestuursorgaan echter van oordeel is dat de schuldeiser ten onrechte teveel heeft aangerekend en het volledige bedrag in geen geval zal moeten betaald worden, kan de onderneming een te ontvangen creditnota boeken ten belope van het bedrag dat, naar het oordeel van het bestuursorgaan, nooit zal betaald dienen te worden2.

Het bestuursorgaan moet deze waardering oprecht en ter goeder trouw uitvoeren zodanig dat de jaarrekening een getrouw beeld geeft van het vermogen, de financiële positie en het resultaat van de vennootschap. Wanneer het om belangrijke bedragen gaat, dient hier in ieder geval melding van worden gemaakt in de toelichting3
Indien echter een factuur ontvangen wordt voor prestaties die nooit aan de onderneming geleverd werden, dan mag deze factuur uiteraard niet in de boekhouding tot uitdrukking worden gebracht4.

Wat de bewijsproblematiek betreft, is de Commissie van oordeel dat de boekhoudkundige uitdrukking van een schuld niet gelijk te stellen is met een aanvaarding van deze schuld5.


 

  • 1. Zie advies 107/11 “Opbrengsten waarover betwisting bestaat”, Bull. CBN 1989, nr. 24, 3-4.
  • 2. Indien bijvoorbeeld een factuur van 100.000 euro (exclusief BTW) werd ontvangen en het bestuursorgaan van oordeel is dat in de meest pessimistische visie maximaal 80.000 euro zal moeten betaald worden, dan kan een te ontvangen creditnota van 20.000 geboekt worden. De regularisatie van de eventuele terugvorderbare btw mag op dat moment nog niet geboekt worden, aangezien men daarvoor de definitieve creditnota nodig heeft. De Commissie wenst hierbij te benadrukken dat zij geen stelling inneemt over de verschuldigde BTW ingeval een handelsschuld betwist wordt.
  • 3. VOL 5.13 van de toelichting “Belangrijke hangende geschillen en andere belangrijke verplichtingen”.
  • 4. Bedoeld wordt de situatie waarin niet de minste betwijfel bestaat dat dit bedrag ten onrechte werd gefactureerd. Gelet op het principe van het getrouw beeld, mag in dat geval geen schuld in de jaarrekening tot uitdrukking worden gebracht.
  • 5. Indien de inhoud van een factuur niet overeenstemt met de overeenkomst tussen partijen dient men deze tijdig en regelmatig te protesteren.