COMMISSIE VOOR BOEKHOUDKUNDIGE NORMEN

CBN-advies 2016/8 - Bepaling van de omzet van een franchisenemer

Advies van 15 juni 20161
 

Inleiding

In dit advies wordt onderzocht hoe de omzet van een franchisenemer moet worden bepaald.

Analyse van het begrip “omzet”

In artikel 96 van het koninklijk besluit van 30 januari 2001 tot uitvoering van het wetboek van vennootschappen (hierna: KB W.Venn.) wordt het begrip “omzet” als volgt omschreven:2

  Onder omzet wordt verstaan het bedrag van de verkoop van goederen en de levering van diensten aan derden, in het kader van de gewone bedrijfsuitoefening van de vennootschap, onder aftrek van de op de verkoopprijs in de handel toegestane kortingen (afslag, ristorno, rabat); dit bedrag omvat niet de belasting over de toegevoegde waarde, noch enige andere rechtstreeks met de omzet verbonden belasting.
  Onder die post moeten eveneens worden opgenomen de tegemoetkomingen van de overheid in het kader van een tariferingspolitiek als compensatie voor lagere ontvangsten.
  Voor de natuurlijke personen die koopman zijn, omvat de omzet ook de onttrekkingen in natura anders dan ten behoeve van hun bedrijf.

In CBN-advies 103 – Omzet: Tussenpersonen behandelde de Commissie reeds de manier waarop de omzet moet worden bepaald van een onderneming die optreedt als makelaar, mandataris of commissionair.3

Een onderneming die optreedt als mandataris, treedt op in naam en voor rekening van zijn opdrachtgever, terwijl een commissionair optreedt in eigen naam, maar voor rekening van zijn committent.

De Commissie heeft gesteld dat voor de bepaling van de omzet van de tussenpersoon in deze beide gevallen moet worden nagegaan of de tussenpersoon handelde voor eigen rekening of voor rekening van zijn opdrachtgever of committent in zijn verhouding met deze personen. In dit laatste geval mag enkel de vergoeding die de tussenpersoon ontvangt, worden opgenomen in diens resultatenrekening.4

De franchiseovereenkomst wordt niet behandeld in het voormelde advies. Deze overeenkomst wordt ook niet specifiek omschreven in het Belgisch recht.

In artikel I.11., 2° van het Wetboek van economisch recht wordt het concept ruimer omschreven als een “commerciële samenwerkingsovereenkomst” waaronder ook de franchiseovereenkomst valt:

commerciële samenwerkingsovereenkomst: overeenkomst gesloten tussen meerdere personen, waarbij de ene persoon het recht verleent aan de andere om bij de verkoop van producten of de verstrekking van diensten een commerciële formule te gebruiken onder één of meerdere van de volgende vormen:

  • een gemeenschappelijk uithangbord;
  • een gemeenschappelijke handelsnaam;
  • een overdracht van knowhow;
  • een commerciële of technische bijstand.

Naar aanleiding van een advies van de Arbitragecommissie5 werd de voorwaarde om op te treden in eigen naam en voor eigen rekening, die was opgenomen in de wet van 19 december 2005,6 opgeheven bij de invoering van deze wet in het Wetboek van economisch recht. In dit Arbitrageadvies wordt aanbevolen dat deze voorwaarde wordt opgeheven om de wettelijke omkadering te garanderen van zoveel mogelijk commerciële samenwerkingsvormen die anders buiten het toepassingsgebied van deze wet zouden vallen.

Van deze commerciële samenwerkingsvormen bespreekt de Arbitragecommissie uitdrukkelijk de “commissie-affiliatie-overeenkomst” die volgens het Arbitrageadvies zeer frequent voorkomt op het gebied van de franchise.

De franchiseovereenkomst viel echter onder het toepassingsgebied van de inmiddels opgeheven wet van 19 december 2005 aangezien de definitie ervan onder andere de voorwaarde omvat dat de franchisenemer optreedt in eigen naam en voor eigen rekening.7

Bij gebrek aan een wettelijke definitie van franchise kan worden verwezen naar de volgende definitie uit de rechtsleer: “de franchisenemer verkoopt producten en diensten in eigen naam en voor eigen rekening door tegen vergoeding de commerciële formule van de franchisegever, het essentiële kenmerk van de franchise, te gebruiken”.8

De voorwaarde om op te treden in eigen naam en voor eigen rekening is een fundamenteel verschil ten opzichte van de commissionairs-, mandataris- of makelaarsovereenkomsten die worden behandeld in CBN-advies 103 en waarbij deze commerciële tussenpersonen optreden voor rekening van derden.9

Overeenkomstig dit advies hebben de inkomsten en uitgaven van een franchisenemer in zijn hoofde het karakter van opbrengsten en kosten en moeten als dusdanig worden geboekt in de resultatenrekening van deze franchisenemer.

In de praktijk kan het echter voorkomen dat een overeenkomst in soortgelijke omstandigheden als een franchiseovereenkomst, geen echte franchiseovereenkomst is maar dichter aanleunt bij een andere overeenkomst van commerciële samenwerking.10 Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn als een commissionair bij de verkoop van producten een commerciële formule van de committent zou gebruiken.11

Voor een correcte boeking van de omzet in dit geval moet de precieze aard van de commerciële samenwerkingsovereenkomst worden bepaald, in functie van de specifieke uitvoeringsmodaliteiten van de overeenkomst en moet meer bepaald worden nagegaan of de verrichtingen al dan niet worden uitgevoerd voor rekening van een opdrachtgever.

In die zin leunt de commerciële samenwerkingsovereenkomst waarbij een eigendom en bijgevolg de risico’s slechts worden overgedragen bij de verkoop aan de uiteindelijke klant,12 dichter aan bij de commissionairsovereenkomst dan bij de franchiseovereenkomst13 en zijn bijgevolg de aanbevelingen van de Commissie met betrekking tot tussenpersonen die optreden voor rekening van hun opdrachtgever van toepassing.

 

  • 1. Onderhavig advies is tot stand gekomen nadat het ontwerp van dit advies op 22 februari 2016 ter publieke consultatie werd gepubliceerd op de website van de CBN.
  • 2. In onderhavig advies wordt enkel de definitie van omzet in het Belgische boekhoudrecht behandeld en niet de eventuele specifieke definities van dit begrip in andere wettelijke of reglementaire bepalingen van het fiscaal recht of andere rechtsdomeinen.
  • 3. CBN-advies 103 - Omzet - Tussenpersonen, Bulletin CBN, nr. 1, augustus 1977, 12-14.
  • 4. CBN-advies 103 - Omzet - Tussenpersonen, Bulletin CBN, nr. 1, augustus 1977, 12-14.
  • 5. Advies 2009/04 van de Arbitragecommissie van 23 november 2009 over de interpretatie van de termen van artikel 2 van de wet van 19 december 2005 “in eigen naam en voor eigen rekening” (http://economie.fgov.be/nl/ondernemingen/Marktreglementering/Handelspraktijken/Franchise/avis_commission_arbitrage/#.Vscsm_nhCUl). De Arbitragecommissie werd opgericht bij koninklijk besluit van 1 juli 2006 tot oprichting van de Arbitragecommissie voorzien in de wet van 19 december 2005 betreffende de precontractuele informatie bij commerciële samenwerkingsovereenkomsten (BS 24 juli 2006).
  • 6. Wet van 19 december 2005 betreffende de precontractuele informatie bij commerciële samenwerkingsovereenkomsten, BS 18 januari 2006.
  • 7. Patrick KILESTE en Anne SOMERS, « L’information précontractuelle dans le cadre d’accords de partenariat commerciaux », J.T., 22 april 1996, 259.
  • 8. Eigen vertaling uit Aimery de SCHOUTHEETE en Olivier VANDEN BERGHE, “Le Livre X du nouveau Code de droit économique – Les nouveautés en matière d’information précontractuelle », T.B.H., 2014/8, 743 : « (…) le franchisé vend des produits ou des services en son propre nom et pour son propre compte, en utilisant contre rémunération, la rémunération, la formule commerciale du franchiseur, qui constitue la caractéristique essentielle de la franchise. ».
  • 9. De afsluiting van de jaarrekening en meer algemeen de vergoeding voor de franchise heeft a priori geen invloed.
  • 10. Zie Advies 2009/04 van de Arbitragecommissie van 23 november 2009.
  • 11. Patrick KILESTE en Anne SOMERS, op.cit., 745 en Advies 2009/04 van de Arbitragecommissie van 23 november 2009. Met commerciële formule wordt bedoeld: het gebruik van een gemeenschappelijk uithangbord, een gemeenschappelijke handelsnaam, een overdracht van knowhow, een commerciële of technische bijstand.
  • 12. En niet voorafgaand aan deze verkoop, waarbij de franchisenemer een voorraad in eigendom aanhoudt.
  • 13. Indien de tussenpersoon geen werkelijk risico neemt.