COMMISSIE VOOR BOEKHOUDKUNDIGE NORMEN

CBN-advies 2015/10 – Vrijstelling van subconsolidatie: de maatschap

Advies van 9 december 2015

Inleiding

Aan de Commissie werd de vraag gesteld in welke mate een maatschap kan kwalificeren als moedervennootschap en in deze hoedanigheid een geconsolideerde jaarrekening dient op te stellen indien de criteria van artikel 16 van het Wetboek van Vennootschappen (hierna: W.Venn.) worden overschreden. 

De volgende groepsstructuur werd voorgelegd aan de Commissie, de groep kwalificeert als een grote groep:

 
Zowel NV XYZ als NV ABC hebben dezelfde leden in hun respectievelijke raden van bestuur waardoor beide vennootschappen onweerlegbaar1 onder centrale leiding staan en er dus sprake van een consortium2 is.

Kenmerken van een maatschap

De maatschap wordt beheerst door de bepalingen van het W.Venn. en door haar statuten. Het ontbreken van enige vorm van rechtspersoonlijkheid3  heeft onder meer tot gevolg dat de maatschap4 niet over een afgescheiden maatschappelijk vermogen beschikt en dat zij niet in rechte kan optreden. 

De kwalificatie van de maatschap als moedervennootschap

Vanuit een zuiver economisch standpunt is de Commissie zich ervan bewust dat de opmaak van een geconsolideerde jaarrekening in hoofde van de maatschap mogelijks zinvol is. 

Het Verslag aan de Koning bij het KB van 6 maart 1990 stelt tevens dat de geconsolideerde jaarrekening abstractie maakt van de rechtspersoonlijkheid en bijgevolg geen rechtsgevolgen teweegbrengt. Anders dan voor de enkelvoudige jaarrekening, moet de algemene vergadering de geconsolideerde jaarrekening niet goedkeuren.

De Commissie is evenwel de mening toegedaan dat de opmaak van een geconsolideerde jaarrekening in hoofde van de maatschap een foutief beeld geeft over het juridisch karakter van de maatschap binnen de consolidatiekring. Een derde zou op basis van deze geconsolideerde jaarrekening foutief kunnen vermoeden dat de maatschap de respectievelijke belangen in de consoliderende vennootschappen aanhoudt, hetgeen indruist tegen het statuut van een maatschap (vide supra)5. Tevens is vennootschapsrechtelijk niet voorzien dat een maatschap een moedervennootschap kan zijn6.

Gevolgen voor consolidatieplicht

Door het feit dat de maatschap niet kan kwalificeren als moedervennootschap vervalt de vrijstelling van subconsolidatie voor de onderliggende vennootschappen. 

Dit impliceert dat in het opgenomen voorbeeld zowel de NV ABC als de NV XYZ als vennootschappen die het consortium vormen, gezamenlijk zullen moeten instaan voor de opmaak van de geconsolideerde jaarrekening gezien hun raden van bestuur dezelfde personen bestaan.7 

Van zodra deze geconsolideerde jaarrekening is opgesteld en openbaar gemaakt, kunnen de dochtervennootschappen van de vennootschappen die het consortium vormen, de vrijstelling van subconsolidatie inroepen.
 

  • 1. De Commissie merkt op dat indien de aandeelhouders in meerderheid uit dezelfde personen bestaan, er een weerlegbaar vermoeden van centrale leiding bestaat, tenzij een tegenbewijs hiervan wordt geleverd (art. 10, § 3 W.Venn.).
  • 2. Artikel 10 W.Venn.
  • 3. Artikel 2 W.Venn. en artikel 46 W.Venn.
  • 4. CBN-advies 2012/8 – De boekhoudkundige verwerking van de inbreng in eigendom in een Belgische burgerlijke maatschap die niet de rechtsvorm heeft aangenomen van een handelsvennootschap, Bulletin CBN, nr. 62, september 2012, 29-30.
  • 5. K.GEENS en M. WYCKAERT, Verenigingen en vennootschappen, Mechelen, Kluwer, 2011, 560.
  • 6. Artikel 55bis van het W.Venn. verwijst naar vennootschappen en niet naar rechtspersonen zoals in de titel van boek IV van het W. Venn; aangezien een maatschap geen rechtspersoonlijkheid bezit, is boek IV niet van toepassing op de maatschap.
  • 7. Artikel 111 W.Venn.