COMMISSIE VOOR BOEKHOUDKUNDIGE NORMEN

CBN-advies 2021/06 – Vermogensklem bij de omzetting van een VZW in een coöperatieve vennootschap erkend als sociale onderneming 

Advies van 3 maart 20211 

Inleiding

In onderhavig advies verduidelijkt de Commissie de boekhoudkundige verwerking van het nettoactief van een VZW die omgezet wordt in een coöperatieve vennootschap. De wetgever heeft expliciet voorzien in de mogelijkheid tot omzetting, in juridische continuïteit2 , van een VZW in een vennootschap. Omwille van mogelijke risico’s op misbruik in wat de bestemming van het vermogen van de VZW betreft, is de omzetting van een VZW in een vennootschap uitsluitend mogelijk in een coöperatieve vennootschap die erkend is als sociale onderneming.3  Dergelijke omzetting kan zowel in een CV erkend als SO als in een erkende CVSO.4  

Omzetting van een VZW in een erkende CVSO of een CV erkend als SO

De procedure tot omzetting van een VZW in een CV erkend als SO of in een erkende CVSO is geregeld in de artikelen 14:37 tot 14:45 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen (hierna: WVV).

De omzettingsprocedure houdt onder meer in dat het bestuursorgaan een staat van activa en passiva van de VZW moet opmaken en toevoegen aan het verslag van het bestuursorgaan dat moet worden vermeld in de agenda van de algemene vergadering die over de omzetting beslist. Deze staat van activa en passiva:

  • mag maximaal drie maanden oud zijn5;
  • waardeert de bezittingen en schulden6 tegen werkelijke waarde7;
  • moet vergezeld zijn van een verslag van de commissaris van de VZW of, als er geen commissaris is, een door het bestuursorgaan aangewezen bedrijfsrevisor of gecertificeerd accountant waarin wordt aangegeven of er een overwaardering van het nettoactief heeft plaatsgehad.

Het nettoactief van de VZW zoals dat blijkt uit voormelde staat van activa en passiva moet in de jaarrekening van de CV worden uitgedrukt en moet op een onbeschikbare reserverekening worden geboekt. Bij een latere vereffening moet aan het eventuele batige saldo een bestemming worden gegeven die zo nauw mogelijk aansluit bij het voorwerp van de CV als erkende sociale onderneming.8 Deze onbeschikbare reserve kan, gelet op haar oorsprong, niet bij beslissing tot statutenwijziging beschikbaar worden gemaakt.9 De hiervoor beschreven onbeschikbaarheid van het nettoactief is als het ware een klem die op het vermogen wordt geplaatst. De wetgever wil hiermee beletten dat eenmaal de VZW vennootschap is geworden dit vermogen, opgebouwd binnen de VZW, zou uitgekeerd worden.

Boekhoudkundige verwerking

Zoals hiervoor beschreven worden de actief- en passiefbestanddelen van de rechtspersoon VZW naar aanleiding van de omzetting in een coöperatieve vennootschap gewaardeerd tegen de werkelijke waarde. 

Dit heeft een dubbel gevolg. Enerzijds, doordat de omzetting plaatsvindt in juridische continuïteit, wijzigt de aanschaffingswaarde van de bezittingen/actiefbestanddelen niet en dient deze aanschaffingswaarde10 dan ook tot uiting te komen in de boekhouding van de rechtspersoon. De eventuele latente meerwaarde die tot uitdrukking wordt gebracht, wordt op een afzonderlijke subrekening van betreffende actiefbestanddeel geboekt11. Daarnaast bevat artikel 3:79 van het Koninklijk besluit van 29 april 2019 tot uitvoering van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen (hierna: KB WVV) de verplichting om op vaste activa met beperkte levensduur een passende afschrijving toe te passen op de uitgedrukte, niet gerealiseerde meerwaarden die tot uiting worden gebracht naar aanleiding van de omzetting van een VZW in een erkende CVSO of een CV erkend als SO.

Omwille van de uitdrukkelijke verwoording in het WVV dat de werkelijke waarde van het nettoactief van de VZW op het ogenblik van haar omzetting niet aan de aandeelhouders mag worden terugbetaald of uitgekeerd, in welke vorm dan ook12, is de Commissie van mening dat deze onbeschikbare reserve niet kan worden aangewend om andere verliezen dan deze als gevolg van de realisatie van het ingebrachte nettoactief, boekhoudkundig aan te zuiveren.

Voorbeeld

Een gebouw is reeds tien jaar in het bezit van een VZW13 op het ogenblik van de omzetting van deze VZW in een erkende CVSO. De aanschaffingswaarde van dit gebouw in hoofde van de VZW bedraagt 990.000 euro. De VZW heeft tot aan de omzetting 300.000 euro afschrijvingen geboekt op dit gebouw. De boekwaarde van het gebouw bedraagt aldus bij de omzetting 690.000 euro. De reële waarde van het gebouw bedraagt op dat moment 1.200.000 euro. Op het ogenblik van de omzetting is het gebouw dus 510.000 euro meer waard dan de uitgedrukte boekwaarde. Dit bedrag van 510.000 euro wordt op een afzonderlijke subrekening van het betreffende actief tot uitdrukking gebracht. Naast dit gebouw bezit de VZW liquide middelen op een bankrekening voor een bedrag van 100.000 euro. In het voorbeeld wordt er eenvoudigheidshave van uitgegaan dat de VZW voor het overige geen schulden of bezittingen heeft en dat ze haar patrimonium volledig zelf heeft opgebouwd zonder een beginvermogen.

Naar aanleiding van de omzetting van de VZW in een erkende CVSO wordt in toepassing van artikel 14:42 WVV een bedrag van 1.300.00014 euro op een onbeschikbare reserverekening geboekt.15  

Balans na omzetting

Activa                                                 Passiva
2210.0 Gebouwen: aanschaffingswaarde 990.000 1311 Andere onbeschikbare reserves 1.300.000
2210.8 Gebouwen: latente meerwaarden 510.000    
2210.9 Gebouwen: geboekte afschrijvingen (300.000)      
5500  Kredietinstellingen: rekening-courant 100.000    

De aanschaffingswaarde en de bijgeboekte latente meerwaarde van de gebouwen worden vervolgens jaarlijks verder afgeschreven volgens een passend afschrijvingsplan.

  • 1. Onderhavig advies is tot stand gekomen nadat het ontwerp van dit advies op 4 januari 2021 ter publieke consultatie werd gepubliceerd op de website van de CBN.
  • 2. Artikel 14:37, tweede lid WVV.
  • 3. Memorie van toelichting bij het wetsontwerp van 4 juni 2018 tot invoering van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen en houdende diverse bepalingen, Kamer 54 K 3119/001, 331.
  • 4. Artikel 8:5 WVV:
    § 1. Een coöperatieve vennootschap kan, in toepassing van de wet van 20 juli 1955 houdende instelling van een Nationale Raad voor Coöperatie, het Sociaal Ondernemerschap en de Landbouwonderneming worden erkend als sociale onderneming wanneer zij aan de volgende voorwaarden voldoet:
    1° zij heeft hoofdzakelijk tot doel, in het algemeen belang, een positieve maatschappelijke impact te bewerkstelligen op de mens, het milieu of de samenleving;
    2° enig vermogensvoordeel dat zij aan haar aandeelhouders uitkeert, onder welke vorm dan ook, mag, op straffe van nietigheid, niet hoger zijn dan de rentevoet vastgesteld door de Koning ter uitvoering van de wet van 20 juli 1955 houdende instelling van een Nationale Raad voor de Coöperatie, het Sociaal Ondernemerschap en de Landbouwonderneming, toegepast op het door de aandeelhouders werkelijk gestorte bedrag op de aandelen;
    3° bij vereffening wordt aan het vermogen dat overblijft na aanzuivering van het passief en terugbetaling van de door de aandeelhouders gestorte en nog niet terugbetaalde inbreng, op straffe van nietigheid, een bestemming gegeven die zo nauw mogelijk aansluit bij haar voorwerp als erkende sociale onderneming.
    De Koning bepaalt de voorwaarden voor een erkenning als sociale onderneming.
    Haar statuten vermelden deze voorwaarden.
    Een coöperatieve vennootschap wiens voornaamste doel er niet in bestaat om haar aandeelhouders een economisch of sociaal voordeel te verschaffen ter bevrediging van hun beroeps- of persoonlijke behoeften, maar is erkend als een sociale onderneming als bedoeld in paragraaf 1, voegt aan de benaming van haar rechtsvorm de woorden "erkend als sociale onderneming" toe en wordt afgekort als "CV erkend als SO".
    § 2. Een coöperatieve vennootschap wiens voornaamste doel er niet in bestaat om haar aandeelhouders een economisch of sociaal voordeel te verschaffen ter bevrediging van hun beroeps- of persoonlijke behoeften, en die zowel een erkende coöperatieve vennootschap is als bedoeld in artikel 8:4, als erkend als een sociale onderneming als bedoeld in paragraaf 1, voegt aan de benaming van haar rechtsvorm de woorden "erkend" en "sociale onderneming" toe en wordt afgekort als "erkende CVSO".
  • 5. Artikel 14:38, tweede lid, 2° WVV.
  • 6. Hoewel in artikel 14:38, tweede lid, 2° WVV de specifiekere terminologie ‘activa en passiva’ wordt gehanteerd, vermeldt de Commissie hier ‘bezittingen en schulden’ om te duiden dat ook VZW’s die geen dubbele boekhouding dienen te voeren, omgezet kunnen worden in een CV erkend als SO of een erkende CVSO.
  • 7. Dit impliceert dat ook activa die in beginsel niet kunnen worden geherwaardeerd (bijvoorbeeld geldbeleggingen), naar aanleiding van de omzetting zullen worden gewaardeerd aan werkelijke waarde wanneer die de oorspronkelijke boekwaarde overschrijdt.
  • 8. Artikel 14:38, tweede lid, 2° WVV.
  • 9. Verslag aan de koning bij het KB WVV van 29 april 2019, BS 30 april 2019, ed. 2, 42255.
  • 10. Voor wat betreft de omzetting van een VZW die een vereenvoudigde boekhouding voert, merkt de Commissie op dat de bezittingen gewaardeerd worden tegen de som van de waarde van de tegenprestaties en uitgaven ingevolge de verwerving van het actiefbestanddeel (artikel 3:178 KB WVV) (zie ook CBN-advies 2020/05 – Verenigingen en stichtingen – Vereenvoudigde boekhouding – Waarderingsregels).
  • 11. Een toetsing van onder meer de rentabiliteitsvereiste vermeld in artikel 3:35, § 1, eerste lid KB WVV is, gelet op de duidelijke bewoordingen in artikel 14:42 WVV, hierbij niet aan de orde.
  • 12. Artikel 14:43, eerste lid WVV.
  • 13. Die een dubbele boekhouding voert.
  • 14. Dit is de som van 1.200.000 euro werkelijke waarde van het gebouw en 100.000 euro liquide middelen op de bankrekening.
  • 15. Voert de VZW een vereenvoudigde boekhouding, dan zal de omzetting van de VZW in een erkende CVSO in de toelichting bij het vereenvoudigd model van de jaarrekening in het Genormaliseerd minimaal schema van de staat van het vermogen aanleiding geven tot de opname van het gebouw onder de Bezittingen, Onroerende goederen voor een bedrag van 1.200.000 euro en de opname van de liquide middelen onder de Liquide middelen voor een bedrag van 100.000 euro. Onder de Verplichtingen, Andere verbintenissen zal worden vermeld dat het bedrag van 1.300.000 euro niet mag worden terugbetaald of uitgekeerd, in welke vorm dan ook.