COMMISSIE VOOR BOEKHOUDKUNDIGE NORMEN

CBN-advies 2021/01 – Uitgiftepremie

Advies van 30 september 20201 

Inleiding

Onderhavig advies heeft betrekking op de boekhoudkundige verwerking van de uitgiftepremie zijnde, in de gebruikelijke2 betekenis van deze term, het verschil tussen de uitgifteprijs van nieuwe aandelen en het gedeelte daarvan dat in kapitaal is omgezet. Door de afschaffing van het kapitaalbegrip bij de kapitaalloze vennootschap zal in principe bij een uitgifte van nieuwe aandelen door een kapitaalloze vennootschap niet langer sprake zijn van een uitgiftepremie.

Het advies houdt een actualisering in van het CBN-advies 142 – Uitgiftepremie. De Commissie geeft hierbij duiding bij de wijze waarop een dergelijke uitgiftepremie moet worden verwerkt en dit zowel bij de kapitaalhoudende vennootschappen (inzonderheid de naamloze vennootschap (NV) als bij de kapitaalloze vennootschappen (inzonderheid de besloten vennootschap (BV) en de coöperatieve vennootschap (CV). Wat betreft de kapitaalloze vennootschappen ligt de nadruk op de boekhoudkundige verwerking bij de omvorming van een kapitaalhoudende naar een kapitaalloze vennootschap. 

De hier beoogde uitgiftepremie bestaat uiteraard niet bij de vereniging zonder winstoogmerk (VZW), internationale vereniging zonder winstoogmerk (IVZW) en de stichting en komt hier dan ook niet aan bod.

Schema van de jaarrekening en minimumindeling van het algemeen rekeningenstelsel

De balansschema’s die bij het koninklijk besluit van 29 april 2019 tot uitvoering van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen zijn gevoegd, bepalen voor NV’s, Europese vennootschappen (SE) en Europese coöperatieve vennootschappen (SCE) dat uitgiftepremies worden opgenomen in een afzonderlijke subrubriek binnen post I. Inbreng. Voor andere dan NV’s, SE’s en SCE’s is daarentegen voor de uitgiftepremie geen afzonderlijke subrubriek voorzien in deze schema’s. In antwoord op een opmerking van de Raad van State heeft de Regering verduidelijkt3 dat een uitgiftepremie maar zin heeft in een vennootschap met kapitaal. In vennootschappen zonder kapitaal wordt de totale inbreng voor nieuwe aandelen geboekt onder de boekhoudkundige post andere beschikbare of andere onbeschikbare inbreng buiten kapitaal.

De minimumindeling van het algemeen rekeningenstelsel (MAR) werd aangepast4 opdat ook passende rekeningen voorhanden zouden zijn voor de inbrengen in kapitaalloze vennootschappen zonder het gebruik van de rekening 100 Kapitaal. Daartoe werd de benaming van de 11-rekening uit het MAR gewijzigd in de nieuwe, meer algemene benaming 11 Inbreng buiten kapitaal. Deze rekening bevat vervolgens de subrekeningen 1100 Uitgiftepremie en 1110 Uitgiftepremie naargelang de geboekte uitgiftepremie al dan niet beschikbaar is. 

Uitgiftepremie: beschikbare of onbeschikbare inbreng

Tot vóór de inwerkingtreding van de wet van 17 maart 2019 tot aanpassing van bepaalde federale fiscale bepalingen aan het nieuwe Wetboek van vennootschappen en verenigingen was de statutaire onbeschikbaarheid één van de voorwaarden opdat een uitgiftepremie kon worden aangemerkt als fiscaal gestort kapitaal. Ingevolge de wijziging van artikel 184 WIB 92 door artikel 23 van voormelde wet van 17 maart 2019 geldt deze voorwaarde van onbeschikbaarheid voortaan niet meer5.  

Voor veel vennootschappen staat deze onbeschikbaarheid evenwel nog steeds vermeld in de statuten. Zolang de statuten bepalen dat de uitgiftepremies onbeschikbaar zijn, worden deze geboekt op de rekening 1110 Uitgiftepremie en worden deze in het schema van de jaarrekening opgenomen als volgt:

  • bij de NV, SE en SCE: I.B.1. Inbreng - Buiten kapitaal – Uitgiftepremies
  • bij de andere dan de NV, SE, SCE: I.B. Inbreng - Onbeschikbaar.

Uitgiftepremie is geen reserve – aanwending van de uitgiftepremie

De uitgiftepremie komt neer op een externe inbreng van de aandeelhouders in de onderneming. Precies hierin onderscheidt zij zich van de reserves die in principe6 voortvloeien uit door de onderneming gerealiseerde winsten die door haar werden "gereserveerd". Dit fundamentele onderscheid tussen beide noties impliceert dat de boeking op een reserverekening van bedragen welke door de vennoten zijn ingebracht als uitgiftepremie onverenigbaar zou zijn met het KB WVV. Het doet niet ter zake of het nu gaat om aanrekening op de wettelijke reserve, op een onbeschikbare, een belastingvrije dan wel een beschikbare reserve. 

Het vennootschapsrecht bevat geen specifieke bepalingen omtrent de uitgiftepremie. Bijgevolg beslist de bevoegde algemene vergadering of de uitgiftepremie al dan niet beschikbaar is. Vermelden de statuten daaromtrent niets, dan gaat het om beschikbaar eigen vermogen. De klassieke onbeschikbaarheidsregeling ingevoerd in het belang van derden met betrekking tot het kapitaal en de wettelijke reserve, wat niet meer bestaat voor de kapitaalloze vennootschappen, geldt dus niet voor de uitgiftepremie. Voor een statutair onbeschikbare uitgiftepremie is er in vennootschapsrechtelijk opzicht geen bezwaar dat de algemene vergadering, net zoals bij een beraadslaging over statutenwijzigingen, beslist tot afname van de uitgiftepremie. Wat betreft de uitgiftepremie die niet statutair onbeschikbaar is gemaakt, volstaat daartoe daarentegen een gewone beslissing van de algemene vergadering. 

Zoals wat geldt voor reserves en herwaarderingsmeerwaarden mogen, voor wat betreft de kapitaalhoudende vennootschappen, ook de uitgiftepremies aan het kapitaal worden toegevoegd. Zo'n toevoeging betekent een wijziging (in dezelfde omstandigheden en vormen) van de oorspronkelijke beslissing over de verdeling van de uitgifteprijs tussen het kapitaal en de uitgiftepremie. Dat kan gebeuren door een rechtstreekse overboeking van de rekening 1100 of 1110 Uitgiftepremies naar de rekening 100 Kapitaal.

Er is overigens geen bezwaar om de bedragen die als uitgiftepremie waren ingebracht, terug uit te keren aan de aandeelhouders. Naar het voorbeeld van een terugbetaling van kapitaal kan een dergelijke uitkering rechtstreeks plaatsvinden, dus zonder over de resultaatverwerking te gaan.

Ten slotte mag een uitgiftepremie worden aangewend om verliezen aan te zuiveren. Zulks moet gebeuren via de resultaatverwerking. Indien dit gebeurt bij een statutair onbeschikbare uitgiftepremie is een statutenwijziging nodig.

Daarentegen mag een uitgiftepremie om de hierboven opgesomde redenen, niet worden overgeboekt naar een reserverekening.

Het gebeurt dat de beraadslaging van de algemene vergadering die tot kapitaalverhoging beslist, stelt dat de uitgiftekosten van de inbrengen worden afgenomen. Dergelijke beslissing impliceert in feite de wens van de algemene vergadering om de kosten van de uitgifte niet ten laste te leggen van het resultaat van de vennootschap waarin de inbreng gebeurt. In dat geval moeten deze kosten door de vennootschap niet in de resultatenrekening worden geboekt, maar worden zij rechtstreeks aangerekend op het bedrag van de uitgiftepremie.7

De uitgiftepremie bij een NV

Het WVV bepaalt dat een NV aandelen kan uitgeven onder, boven of met de fractiewaarde van de bestaande aandelen van dezelfde soort, met of zonder uitgiftepremie8. Indien een uitgiftepremie op de nieuwe aandelen wordt gevraagd, moet het bedrag van deze premie volledig worden gestort9 bij de inschrijving.

Indien de statuten niet anders bepalen zijn deze uitgiftepremies beschikbaar en kunnen deze worden aangewend voor de hiervoor vermelde doeleinden middels een gewone beslissing van de algemene vergadering. Dergelijke gestorte uitgiftepremies worden geboekt als beschikbare inbreng buiten kapitaal op de rekening 1100 Uitgiftepremie.

Indien de uitgiftepremies daarentegen onbeschikbaar worden gesteld, kunnen deze slechts worden aangewend middels een statutenwijziging. Dergelijke uitgiftepremies worden geboekt als onbeschikbare inbreng buiten kapitaal op de rekening 1110 Uitgiftepremie.

Wanneer de algemene vergadering middels een statutenwijziging de voorheen onbeschikbaar gestelde uitgiftepremies beschikbaar stelt, vindt een rechtstreekse10 overboeking plaats van de rekening 1110 Uitgiftepremie naar de rekening 1100 Uitgiftepremie.  

De uitgiftepremie bij een BV of een CV   

Nieuwe BV en CV vanaf 1 mei 2019

Door het verdwijnen van het kapitaalbegrip bij de BV en de CV is er geen nood meer om bij een verhoging van de inbreng met een uitgiftepremie te werken om de uitgiftewaarde van de nieuwe aandelen in overeenstemming te brengen met het aandeel in het kapitaal van de vennootschap. Hoewel het niet verboden is om alsnog aandelen met een uitgiftepremie uit te geven zal dit bij een nieuwe verhoging van de inbreng allicht niet vaak meer voorkomen aangezien dit concept geen zin meer heeft bij een kapitaalloze vennootschap11

BV en CV met voorheen geboekte uitgiftepremie

De BV en de CV die op 1 mei 2019 reeds bestonden hadden in het verleden mogelijks aandelen uitgegeven met een volstorte uitgiftepremie. 

Dergelijke vennootschappen boeken de uitgiftepremies uit het verleden bij voortduur op de daartoe bestemde rekeningen in functie van het al dan niet beschikbaar zijn van deze uitgiftepremie. 

  • Indien de statuten niet anders bepalen zijn deze uitgiftepremies beschikbaar en kunnen deze worden aangewend voor de hiervoor vermelde doeleinden middels een gewone beslissing van de algemene vergadering. Dergelijke gestorte uitgiftepremies worden geboekt als beschikbare inbreng buiten kapitaal op de rekening 1100 Uitgiftepremie.
  • Indien de uitgiftepremies daarentegen onbeschikbaar werden gesteld, kunnen deze slechts worden aangewend middels een statutenwijziging. Dergelijke uitgiftepremies worden geboekt als onbeschikbare inbreng buiten kapitaal op de rekening 1110 Uitgiftepremie.

Wanneer de algemene vergadering middels een statutenwijziging de voorheen onbeschikbaar gestelde uitgiftepremies beschikbaar stelt, vindt een rechtstreekse12 overboeking plaats van de rekening 1110 Uitgiftepremie naar de rekening 1100 Uitgiftepremie.13

Aangezien het concept van de uitgiftepremie geen zin meer heeft bij de kapitaalloze vennootschap, is er geen beletsel dat de kapitaalloze vennootschap die om praktische redenen toch werkt met een uitgiftepremie de aldus ontvangen bedragen boekt op of overboekt naar de rekening 1109 Andere beschikbare inbreng buiten kapitaal of op de rekening 1119 Andere onbeschikbare inbreng buiten kapitaal naargelang de ontvangen bedragen al dan niet beschikbaar zijn.

In de jaarrekening voor een BV of een CV zijn deze uitgiftepremies vervat in de post I.A. Inbreng – Beschikbaar of I.B. Inbreng - Onbeschikbaar naargelang deze uitgiftepremie al dan niet onbeschikbaar is gesteld.

Voorbeeldboekingen

Een BVBA heeft in het verleden aandelen met een uitgiftepremie uitgegeven. Het bedrag vermeld op de rekening 11 Uitgiftepremies bedraagt 10.000 euro. Op 1 januari 2020 gaat deze BVBA van rechtswege over in een BV zelfs indien zij haar statuten niet wijzigt.14 De volgende boekingen vinden plaats.

a)    Indien de statuten vermelden dat de uitgiftepremie onbeschikbaar is

11 Uitgiftepremie                                 10.000  
  aan 111015 Onbeschikbare inbreng buiten kapitaal: uitgiftepremie   10.000

b)    Indien de statuten niets vermelden over het al dan niet beschikbaar karakter van de eventuele uitgiftepremies, of indien de statuten vermelden dat de uitgiftepremie beschikbaar is

11 Uitgiftepremie 10.000  
  aan 110016 Beschikbare inbreng buiten kapitaal: uitgiftepremie   10.000

c)    Bij een latere statutenwijziging die de statutair onbeschikbare uitgiftepremie beschikbaar stelt 

111017 Onbeschikbare inbreng buiten kapitaal: uitgiftepremie 10.000  
  aan 110018 Beschikbare inbreng buiten kapitaal: uitgiftepremie   10.000

Indien voormelde BVBA ingevolge een opt-in zich vrijwillig sneller heeft wensen te onderwerpen aan de bepalingen van het WVV, vindt deze vrijwillige vroegere onderwerping plaats vanaf de publicatie van haar statutenwijziging en vinden de volgende boekingen plaats:

a)    Indien de oude statuten vermeldden dat de uitgiftepremie onbeschikbaar is en deze statutair nog steeds onbeschikbaar blijft 

11 Uitgiftepremie                                 10.000  
  aan 111019 Onbeschikbare inbreng buiten kapitaal: uitgiftepremie   10.000

b)    Indien noch de oude noch de nieuwe statuten iets vermelden over het al dan niet beschikbaar karakter van de eventuele uitgiftepremies, of indien de statuten vermelden dat de uitgiftepremie beschikbaar is

11 Uitgiftepremie                                 10.000  
  aan 110020 Beschikbare inbreng buiten kapitaal: uitgiftepremie   10.000
  • 1. Onderhavig advies is tot stand gekomen nadat het ontwerp van dit advies op 3 augustus 2020 ter publieke consultatie werd gepubliceerd op de website van de CBN.
  • 2. Noch het Wetboek van vennootschappen en verenigingen (WVV), noch het koninklijk besluit tot uitvoering van het WVV (KB WVV) geven een omschrijving van wat moet worden begrepen onder uitgiftepremies. Hoewel dit niet het voorwerp uitmaakt van onderhavig advies, merkt de Commissie op dat onder het WVV een BV de mogelijkheid heeft om aandelen met een verschillende fractiewaarde uit te geven (artikel 5:41, eerste lid WVV) en idem voor wat betreft de CV (artikel 6:40 WVV).
  • 3. Verslag aan de koning bij het KB WVV, artikelsgewijze bespreking, artikel 3:77, BS 30 april 2019, ed. 2, p. 42255.
  • 4. Artikel 9:10, 2° KB WVV.
  • 5. Zie ook memorie van toelichting bij het wetsontwerp van 22 november 2018 houdende aanpassing van bepaalde federale fiscale bepalingen aan het nieuwe Wetboek van vennootschappen en verenigingen, Kamer 54 K 3367/001, p. 33. En zie ook voetnoot nummer 6 van CBN-advies 2019/14 – Van een kapitaalhoudende BVBA naar een kapitaalloze BV. De Commissie merkt op dat de hier vermelde voorwaarde van onbeschikbaarheid niet mag worden verward met de fiscale voorwaarden vermeld in artikel 190, tweede lid WIB 92, gemeenzaam gekend onder de benaming ‘onaantastbaarheidsvoorwaarde’. Deze onaantastbaarheidsvoorwaarde geldt niet voor de fiscale onbelastbaarheid van de uitgiftepremie.
  • 6. CBN-advies 142 – Uitgiftepremie. Onderhavig advies gaat evenwel niet nader in op uitgiftepremies ingevolge herstructureringsverrichtingen. Een herziening van de adviezen fusies, splitsingen, inbreng van bedrijfstak en algemeenheid, ingevolge de wijzigingen in het WVV, KB WVV en het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, is momenteel in voorbereiding.
  • 7. CBN-advies 142 – Uitgiftepremie.
  • 8. Artikel 7:178 WVV.
  • 9. Artikel 7:184 WVV.
  • 10. Zie ook CBN-Advies 121/3 – Mutaties binnen het eigen vermogen.
  • 11. Zie ook verslag aan de koning bij het KB WVV, artikelsgewijze bespreking, artikel 3:77, BS 30 april 2019, ed. 2, p. 42255.
  • 12. Zie ook C BN-Advies 121/3 – Mutaties binnen het eigen vermogen.
  • 13. Of van de rekening 1119 Andere naar de rekening 1109 Andere, of nog van de rekening 1110 Uitgiftepremie naar de rekening 1109 Andere.
  • 14. Artikel 39 van de Wet van 23 maart 2019 tot invoering van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen en houdende diverse bepalingen.
  • 15. Of 1119 Onbeschikbare inbreng buiten kapitaal: Andere (zie randnummer 23).
  • 16. Of 1109 Beschikbare inbreng buiten kapitaal: Andere (zie randnummer 23).
  • 17. Of 1119 Onbeschikbare inbreng buiten kapitaal: Andere (zie randnummer 23).
  • 18. Of 1109 Beschikbare inbreng buiten kapitaal: Andere (zie randnummer 23).
  • 19. Of 1119 Onbeschikbare inbreng buiten kapitaal: Andere (zie randnummer 23).
  • 20. Of 1109 Beschikbare inbreng buiten kapitaal: Andere (zie randnummer 23).